<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347492_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet art. 6, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2014.0079-A</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</al><al/><al>Gelet op artikel 6 lid twee van de Participatiewet; </al><al/><al>Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit d.d. 8 december 2014, nummer
                        R2014.0079-A, gepubliceerd op 18 december 2014 en in werking getreden op 1
                        januari 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>wet: Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders </al></li><li nr="c."><al>loonkostensubsidie: subsidie ten behoeve van een werkgever ter
                                compensatie van de lagere loonwaarde van een werknemer;</al></li><li nr="d."><al>doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met
                                voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                                wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden hebben tot
                                arbeid;</al></li><li nr="e."><al>Werkbedrijf: overleg tussen gemeenten, UWV, sociale werkvoorziening,
                                re-integratiebedrijven, werkgevers en werknemers binnen de
                                arbeidsmarktregio over de wijze waarop de doelgroep van de
                                Participatiewet ondersteund wordt bij het vinden van werk;</al></li><li nr="f."><al>loonwaarde: vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon
                                voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de
                                arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                                soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort;</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie.</al></li><li nr="2."><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                        artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet;</al></li><li nr="b."><al>de persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                        wettelijk minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>de persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stemt het bepaalde in lid 1 en 2 af met de partners
                                binnen het Werkbedrijf.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt vast welke methode wordt gehanteerd om de
                                loonwaarde van een persoon vast te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt vast welke organisatie adviseert met betrekking
                                tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. De externe
                                organisatie neemt daarbij de in lid 1 omschreven methode in
                                acht.</al></li><li nr="3."><al>Het college stemt het bepaalde in artikel 3, lid 1 en 2, af met de
                                partners binnen het Werkbedrijf.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                loonkostensubsidie Participatiewet 2015 </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Algemeen</al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                                Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad
                                bij verordening regels vast te stellen over de doelgroep
                                loonkostensubsidie en de loonwaarde. De regels dienen in ieder geval
                                te bepalen:</al><al>- de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort, en</al><al>- de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al><al/><al>Verder is van belang dat deze regels worden afgestemd met de
                                partners binnen het Werkbedrijf. In het Werkbedrijf overleggen
                                gemeenten, UWV, sociale werkvoorziening, werkgevers en werknemers
                                binnen de arbeidsmarktregio over de wijze waarop de doelgroep van de
                                Participatiewet ondersteund wordt bij het vinden van werk. Voor het
                                geval dat afspraken hierover binnen het Werkbedrijf niet tijdig tot
                                stand komen legt de regering minimumeisen voor de loonwaardebepaling
                                vast in nadere regelgeving. </al><al/><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de
                                doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de
                                Participatiewet). Personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden tot
                                arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met
                                voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                                wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al/><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de
                                doelgroep loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die
                                persoon een dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in
                                beginsel de loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d, eerste
                                lid, van de Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist. De
                                vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking
                                waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                                werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al/><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens
                                geldende loon voor de door een persoon - die behoort tot de
                                doelgroep loonkostensubsidie - verrichte arbeid in een functie naar
                                evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een
                                gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die
                                niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6, eerste
                                lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al/><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan
                                uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de
                                doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
                                onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een
                                arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet
                                per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere
                                periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                                werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie
                                Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al/><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                                bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend
                                ook van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze
                                verordening daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen. </al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden
                                hieronder behandeld.</al><al/><al/><al>Artikel 2. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                                behoort</al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt
                                vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                behoort: op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve
                                vaststelling is alleen mogelijk bij: </al><al>- personen die algemene bijstand ontvangen; </al><al>- personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b,
                                35, vierde lid, onderdeel b, en </al><al>36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar
                                arbeidsvermogen (hierna: WIA) tot het moment dat het inkomen uit
                                arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten
                                minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in
                                die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                                verleend; </al><al>- personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet; </al><al>- personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en </al><al>- personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. </al><al/><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan
                                college is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan
                                de gemeente om vast te stellen op welke wijze zij bepalen of mensen
                                tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie
                                voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr.
                                107, blz. 62). In artikel 2, tweede lid, is vastgelegd welke
                                criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria
                                zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                                Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep
                                loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al/><al>Eenduidige toepassing van de loonkostensubsidie is voor werkgevers
                                en werknemers van groot belang. Vandaar dat in het artikel is
                                opgenomen dat het college dit afstemt met de partners die betrokken
                                zijn bij het Werkbedrijf. </al><al/><al>Artikel 3. Vaststelling loonwaarde</al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat
                                als een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een
                                werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die
                                persoon, het college de loonwaarde van die persoon vaststelt.
                                Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt
                                het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                                persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                                instellen. </al><al/><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college
                                loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d
                                van de Participatiewet.</al><al>Eenduidige toepassing van de loonwaardebepaling is voor werkgevers
                                en werknemers van groot belang. Vandaar dat in het artikel is
                                opgenomen dat het college dit afstemt met de partners die betrokken
                                zijn bij het Werkbedrijf.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>