<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347346_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels verordening leerlingenvervoer gemeente Giessenlanden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, maandag 22 juni 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels verordening leerlingenvervoer gemeente Giessenlanden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening leerlingenvervoer gemeente Giessenlanden 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 1, lid 1 en 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Zaaknummer: 14-14823 - 344</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze gewijzigde versie vervangt de versie die op 28 oktober was vastgesteld door het college.</al><al>Deze nieuwe versie gaat met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels verordening leerlingenvervoer gemeente
                Giessenlanden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van Burgemeester en Wethouders van Giessenlanden</al><al>besluit vast te stellen de volgende: </al><al>Nadere regels behorende bij de verordening Leerlingenvervoer gemeente
                        Giessenlanden 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Afstand en reistijd</titel></kop><lid><lidnr>1.1</lidnr><al><vet> Berekening van de afstand per fiets </vet></al><al><cursief>Basis: artikel 10 en 17 van de Verordening</cursief></al><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>De afstand van vervoer per fiets wordt bij toetsing van de aanvraag
                            gemeten via ANWB Routeplanner. Mocht het adres nog niet bekend zijn of
                            het college constateert dat de aangegeven route feitelijk onjuist is,
                            dan is het college gerechtigd een andere methode te gebruiken.</al><al>Bij de berekening van de afstand van huis naar school wordt de kortst
                            begaanbare route per fiets aangehouden. Als de afstand tussen de woning
                            en school zes kilometer of korter is, wordt bij een negatieve
                            beschikking op de aanvraag, een uitdraai meegestuurd ter onderbouwing
                            van de weigering.</al></lid><lid><lidnr>1.2 </lidnr><al><vet>Berekening van de afstand per auto</vet></al><al><cursief>Basis: artikel 13 en 19 van de Verordening </cursief></al><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>Het college kan ouders toestemming verlenen om hun kind zelf met de auto
                            naar school te brengen. Als aanspraak bestaat op bekostiging van de
                            kosten van aangepast vervoer, krijgen ouders een bedrag op basis van een
                            kilometervergoeding voor de auto. De afstand wordt gemeten via ANWB
                            Routeplanner. Mocht het adres nog niet bekend zijn of het college
                            constateert dat de aangegeven route feitelijk onjuist is, dan is het
                            college gerechtigd een andere methode te gebruiken.</al><al>Bij de berekening van de afstand van huis naar school wordt de kortst
                            begaanbare route per auto aangehouden. Als de afstand tussen de woning
                            en school zes kilometer of korter is, wordt bij een negatieve
                            beschikking op de aanvraag, een uitdraai meegestuurd ter onderbouwing
                            van de weigering.</al></lid><lid><lidnr>1.3</lidnr><al><vet>Vaststellen van de reistijd</vet></al><al><cursief>Basis: artikel 12 en 18 van de Verordening </cursief></al><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>Het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer vindt plaats op
                            basis van de Reisinformatiegroep BV via 0900-9292 of <extref doc="http://www.9292.nl/">www.9292.nl</extref> of de mobiele app op
                            moment van toetsing. De bepaling van de looptijd in de reisplanner van
                            OV9292 gaat uit van een gemiddeld persoon. De ervaring leert dat
                            kinderen jonger dan 9 jaar langzamer lopen dan een gemiddeld persoon.
                            Het college houdt hier in het bepalen van de looptijd rekening mee door
                            de, door de reisplanner opgegeven, totale looptijd voor kinderen jonger
                            dan 9 jaar te verruimen met 20%.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>(Gewijzigde) schooltijden </titel></kop><lid><lidnr/><al>Basis: artikel 9 en 16 van de Verordening</al><al>Nadere regels:</al></lid><lid><lidnr>2.1 </lidnr><al><vet>Aangepaste schooltijden in verband met een handicap </vet></al><al>De leerling die door zijn handicap structureel aangepaste schooltijden
                            heeft, wordt, in afwijking van de schoolgids of het periodieke rooster,
                            vervoerd op basis van de voor hem geldende aangepaste schooltijden.
                            Nadere regel 2.2 tot en met 2.9 is op de leerling niet van toepassing.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.2</lidnr><al><vet>Bijzondere activiteiten </vet></al><al>Als de school de schooltijden wijzigt vanwege bijzondere activiteiten of
                            aangelegenheden, vindt op basis van de gewijzigde schooltijd geen
                            leerlingenvervoer plaats, tenzij: </al><lijst><li nr="1."><al>de gewijzigde schooltijd voor alle leerlingen in het
                                    vervoermiddel geldt; en</al></li><li nr="2."><al>de vervoerder in staat is de gewijzigde schooltijd in te plannen
                                    in zijn vervoersplanning; en</al></li><li nr="3."><al>er geen extra kosten verbonden zijn aan het vervoer. </al></li></lijst><al>Onder bijzondere activiteiten en aangelegenheden kan bijvoorbeeld worden
                            verstaan:</al><al>studiedagdeel voor het personeel, schoolreisje/schoolkamp, sportdag,
                            sinterklaasviering, carnaval, religieuze feestdag, excursie,
                            jaarafsluiting of een vrij dagdeel voorafgaande aan een feestdag of
                            vakantie, die niet is opgenomen in de schoolgids.</al><al>Gewijzigde schooltijden moeten minimaal drie werkdagen voorafgaand aan
                            de schooldag waarop de gewijzigde schooltijd geldt, door de ouders bij
                            het college worden gemeld. Het college bespreekt dan met de vervoerder
                            of er in de planning mogelijkheden zijn voor leerlingenvervoer op basis
                            van de gewijzigde schooltijd.</al></lid><lid><lidnr>2.3</lidnr><al><vet>Weersomstandigheden </vet></al><al>Als de school de schooltijden wijzigt in verband met de (verwachte)
                            weersomstandigheden vindt leerlingenvervoer op basis van de gewijzigde
                            schooltijd alleen plaats als een gewijzigde schooltijd voor alle
                            leerlingen in het vervoermiddel geldt en de (verwachte)
                            weersomstandigheden naar het oordeel van het college een gevaar kunnen
                            (gaan) vormen voor de veiligheid van het leerlingenvervoer.</al></lid><lid><lidnr>2.4</lidnr><al><vet>Roosterwijzigingen voortgezet onderwijs </vet></al><al>Eerste schooldag nieuwe schooljaar.</al><lijst><li nr="1."><al>Als de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar bestaat uit
                                    het ophalen van boeken en het periodieke rooster, vindt
                                    leerlingenvervoer plaats op basis van de hiervoor geldende
                                    schooltijden.</al></li><li nr="2."><al>De schooltijden van de eerste schooldag moeten uiterlijk drie
                                    werkdagen vóór de aanvang van de eerste schooldag aan het
                                    college en vervoerder kenbaar worden gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Als niet is voldaan aan het voorgaande lid, vindt op de eerste
                                    schooldag geen leerlingenvervoer plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.5</lidnr><al><vet>Periodiek rooster</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De ouders dienen aan het begin van het schooljaar het periodieke
                                    rooster direct na ontvangst aan het college en vervoerder
                                    doorgeven.</al></li><li nr="b."><al>De ouders dienen nieuwe periodieke roosters, die in de loop van
                                    het schooljaar gaan gelden, uiterlijk drie werkdagen voorafgaand
                                    aan de inwerkingtreding van het rooster aan het college en
                                    vervoerder kenbaar te maken, tenzij de roosters niet tijdig door
                                    de school aan de leerling beschikbaar kunnen worden
                                    gesteld.</al></li><li nr="c."><al>Als niet wordt voldaan aan het voorgaande lid, is het de
                                    vervoerder toegestaan de leerling voor maximaal de eerste drie
                                    schooldagen na ingang van het nieuwe periodieke rooster te
                                    vervoeren volgens het periodieke rooster dat aan het nieuwe
                                    periodieke rooster voorafging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.6</lidnr><al><vet>Toetsdagen</vet></al><al>Onder toetsdagen worden onder andere verstaan: examendagen,
                            tentamendagen en </al><al>repetitiedagen. Het vervoer van de leerling op toetsdagen vindt plaats
                            op basis van het binnen de schooltijden in de schoolgids passende
                            rooster voor deze toetsdagen. Het gestelde onder Nadere regel 2.2 is van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.7</lidnr><al><vet>Uitval uren binnen periodieke rooster </vet></al><al>De uitval van uren binnen het voor de leerling geldende periodieke
                            rooster geeft geen recht op leerlingenvervoer op basis van de gewijzigde
                            schooltijd.</al></lid><lid><lidnr>2.8</lidnr><al><vet>Nablijven</vet></al><al>Als de leerling aan het einde van de schooldag langer dan 10 minuten op
                            school moet </al><al>nablijven, vindt voor die leerling aan het einde van de schooldag geen
                            leerlingenvervoer plaats, wanneer dit gevolgen heeft voor het
                            vervoersschema.</al></lid><lid><lidnr>2.9</lidnr><al><vet>Tussentijds brengen en ophalen </vet></al><al>Bij het tussentijds brengen en ophalen van een leerling ligt de
                            verantwoordelijkheid primair bij de ouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toekennen vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr/><al><cursief>Basis: artikel 4 van de Verordening</cursief></al><al/></lid><lid><lidnr>3.1</lidnr><al><vet>Uitbetaling van de bekostiging</vet></al><al><vet>Nadere regels:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De vergoeding voor het eigen vervoer per auto wordt per 3
                                    maanden achteraf uitgekeerd. Hiervoor dienen de ouders een
                                    declaratie in waaruit blijkt op welke dagen de school is
                                    bezocht.</al></li><li nr="b."><al>De vergoeding voor het eigen vervoer per fiets wordt bij aanvang
                                    van het schooljaar voor 40 weken uitgekeerd. Bij een toekenning
                                    lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato uitgekeerd.
                                    De fietsvergoeding bedraagt € 0,09 per kilometer.</al></li><li nr="c."><al>De bijdrage voor het openbaar vervoer wordt bij aanvang van het
                                    schooljaar op basis van de kosten van een jaarabonnement (in
                                    prijs gelijk aan 10 maandabonnementen) vergoed. Bij een
                                    toekenning lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato
                                    uitgekeerd. Waarbij een schooljaar op maximaal 200 schooldagen
                                    wordt gesteld;</al></li><li nr="d."><al>In de bijdragen genoemd onder a tot en met c is de eventuele
                                    eigen bijdrage al verwerkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.2</lidnr><al><vet>Co-ouderschap </vet></al><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>Voor het in aanmerking komen voor een bekostiging naar de adressen van
                            beide ouders dienen de ouders afzonderlijk een aanvraag indienen voor de
                            dagen dat het kind tijdens weekdagen bij hen verblijft.</al><al/><al><onderstreept>toelichting</onderstreept></al><al>Co-ouderschap is geen wettelijke term maar wordt in deze Nadere regels
                            als volgt omschreven. Ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij
                            elkaar wonen, kunnen afspreken om hun kind(eren) gezamenlijk te
                            (blijven) verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap als
                            zowel de moeder, als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg
                            voor het kind of de kinderen hebben. Bij co-ouderschap kan er recht zijn
                            op bekostiging van leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij
                            de betreffende ouder verblijft. </al></lid><lid><lidnr>3.3</lidnr><al><vet>Vaststellen kosten openbaar vervoer</vet></al><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>Het vaststellen van de kosten van openbaar vervoer en de daaraan
                            gerelateerde vergoeding vindt plaats op basis van de door de
                            Reisinformatiegroep BV beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292 of
                                <extref doc="http://www.9292.nl/">www.9292.nl</extref> op het moment
                            van toetsing.</al><al>Bij een toekenning lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato
                            uitgekeerd waarbij een schooljaar gesteld wordt op maximaal 200
                            dagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststsellen afstanden ten behoeve van fietsvergoeding</titel></kop><lid><lidnr/><al><cursief>Basis: artikel 10 en17</cursief></al><al><vet>Nadere regels:</vet></al><al>Voor kinderen die regulier Basisonderwijs bezoeken geldt er een maximale
                            afstand woning-school waarvan in principe wordt geacht dat zij deze
                            afstand kunnen fietsen, deze is als volgt:</al><al>Zit het kind in groep 8: maximale afstand 13 km</al><al>Zit het kind in groep 7: maximale afstand 11 km</al><al>Zit het kind in groep 6: maximale afstand 9 km</al><al>Zit het kind in groep 5: maximale afstand 7 km</al><al>Voor kinderen die speciaal Basisonderwijs bezoeken geldt er een maximale
                            afstand woning-school waarvan in principe wordt geacht dat zij deze
                            afstand kunnen fietsen, deze is als volgt:</al><al>Zit het kind in de laatste groep: maximale afstand 13 km</al><al>Zit het kind in de één na laatste groep: maximale afstand 11 km</al><al>Zit het kind in de twee na laatste groep: maximale afstand 9 km</al><al>Zit het kind in de drie na laatste groep: maximale afstand 7 km</al><al/><al><onderstreept>Toelichting:</onderstreept></al><al>Als er kan worden aangetoond dat een kind door zijn handicap niet in
                            staat is te fietsen, kan er een afwijkend besluit worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beoordeling noodzaak aangepast vervoer op basis van handicap</titel></kop><lid><lidnr/><al><cursief>Basis: artikel 12 en 18 van de Verordening</cursief></al><al>Ouders die aanspraak willen maken op aangepast vervoer, dienen bij de
                            eerste aanvraag een</al><al>verklaring met bewijsstukken mee te zenden van de toekenningscommissie,
                            waarin wordt onderbouwd waarom voor de leerling aangepast vervoer
                            noodzakelijk is. Aanvullende bewijsstukken kunnen zijn: een recente
                            verklaring van een arts, specialist of andere deskundige over de aard
                            van de handicap van de leerling. Deze verklaring is vereist bij elke
                            eerste aanvraag. </al><al>Daarnaast zal bij de overgang naar een ander schooltype of van speciaal
                            onderwijs naar voortgezet speciaal onderwijs een dergelijke verklaring
                            moeten worden overlegd.</al><al>Zonder deze bewijsstukken wordt een aanvraag niet in behandeling
                            genomen.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting</onderstreept></al><al>In de artikelen 12 en 18 wordt aangegeven dat leerlingen op basis van
                            hun handicap aanspraak kunnen maken op aangepast vervoer. In beide
                            artikelen gaat het om leerlingen die, gelet op hun lichamelijke,
                            verstandelijke of zintuiglijke handicap, niet in staat zijn – ook niet
                            onder begeleiding – van het openbaar vervoer gebruik te maken.</al><al>De toelichting bij de verordening stelt dat de toekenningscommissie,
                            ambulante begeleider of andere deskundigen dienen te adviseren over de
                            noodzaak van het gebruik van het aangepast vervoer dan wel openbaar
                            vervoer met begeleiding. </al><al/><al>Het college behoudt zich het recht voor om een onafhankelijk advies aan
                            te vragen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al><cursief>Basis: artikel 23</cursief></al><al>De verordening kent een mogelijkheid voor het college om in bijzondere
                            gevallen af te wijken van hetgeen in de verordening is bepaald, de
                            zogenaamde hardheidsclausule. Dit houdt in dat het college voor wat
                            betreft het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders
                            kan afwijken van de verordening. </al><al>Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke
                            situaties, omdat het overgrote deel van de voorkomende situaties in de
                            verordening is geregeld. Dit betekent dat in gevallen die niet in de
                            verordening geregeld zijn en waarin dit tot een kennelijk onbillijke
                            situatie zou leiden er met een beroep op deze bepaling alsnog
                            bekostiging van leerlingenvervoer kan worden verleend. In deze Nadere
                            regels is bepaald dat de hardheidsclausule in een aantal situaties niet
                            zal worden toegepast.</al><al/><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>Het afwijken van bepalingen wordt <vet>niet </vet>toegepast als er
                                <vet>alleen sprake </vet> is van de omstandigheid dat
                            ouders/verzorgers wegens werkzaamheden of andere bezigheden de leerling
                            niet naar school kunnen brengen of begeleiden.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting:</onderstreept></al><al>De hardheidsclausule wordt niet toegepast als er alleen sprake is van de
                            omstandigheid dat ouders/verzorgers wegens werkzaamheden of andere
                            bezigheden de leerling niet kunnen begeleiden. Immers ook ouders die
                            geen aanspraak maken op leerlingenvervoer zijn in eerste instantie
                            verantwoordelijk voor het vinden van een oplossing voor het combineren
                            van arbeid en zorg. De genoemde omstandigheden kunnen wel in combinatie
                                metandere relevante omstandigheden aanleiding zijn voor
                            het toepassen van de hardheidsclausule.</al><al/><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>De hardheidsclausule wordt niet toegepast als er over gelijksoortige
                            omstandigheden reeds jurisprudentie bestaat. En dat uit deze
                            jurisprudentie blijkt dat het toepassen van de hardheidsclausule niet
                            aan de orde is.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting</onderstreept></al><al>De rechtelijke macht heeft zich ondertussen al meerdere malen
                            uitgesproken over wat van ouders mag worden verwacht. Met name rondom de
                            begeleiding en ouderparticipatie zijn er diverse uitspraken die duiden
                            dat er veel van een ouder mag worden verwacht in de begeleiding van zijn
                            kind(eren). Ook over andere zaken leerlingenvervoer aangaande, zal
                            bestaande jurisprudentie leidend zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontzegging van toegang tot het vervoer</titel></kop><lid><lidnr/><al>Basis artikel 24</al><al><vet>Nadere regel:</vet></al><al>Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm
                            van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het
                            schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is
                            gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in
                            de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar
                            brengt. Hierbij wordt het volgende protocol gehanteerd. Afhankelijk van
                            de ernst van gedraging van de leerling en de omstandigheden kan worden
                            afgeweken van dit protocol.</al><al>Het gaat in dit protocol over klachten in verband met agressief gedrag
                            van leerlingen tijdens het vervoer. Uitgangspunt van het protocol is dat
                            de vervoerder zelf de klacht oplost, conform de afspraken vastgelegd in
                            dit protocol. Wordt de klacht niet door de vervoerder conform het
                            protocol opgelost dan kan een medewerker van de gemeente contact opnemen
                            met de vervoerder om zo de klacht op te lossen. De ouders worden daarvan
                            op de hoogte gesteld.</al><lijst><li nr="1."><al>De klacht wordt eerst met de vervoerder besproken. Een
                                    medewerker van de gemeente informeert bij de vervoerder wat zij
                                    zelf al hebben ondernomen en vraagt een eventueel rapport van de
                                    chauffeur op</al></li><li nr="2."><al>Een eigen vooronderzoek wordt gestart door een medewerker van de
                                    gemeente. Er wordt telefonisch contact opgenomen met ouders
                                    en/of school. In het telefoongesprek met de ouders bericht de
                                    medewerker dat zij ook een waarschuwingsbrief van de vervoerder
                                    kunnen verwachten. Indien er tijdens het gesprek geen
                                    verwijtbaar gedrag wordt geconstateerd dan wordt er met ouders
                                    en school naar andersoortig vervoer gekeken;</al></li><li nr="3."><al>Indien de klachten gegrond zijn, volgt de 1<sup>e</sup>
                                    waarschuwingsbrief. De vervoerder wordt op de hoogte gesteld dat
                                    aan de ouders/verzorgers van leerling een waarschuwingsbrief is
                                    verstuur;</al></li><li nr="4."><al>Bij continuering van de klachten stap 1 en 2 herhalen. Indien de
                                    klachten terecht zijn, volgt een 2<sup>e</sup>
                                    waarschuwingsbrief aan ouders/verzorgers. Ouders worden er in
                                    deze brief op gewezen dat het college zorgt voor een extra
                                    zitplaats in de taxi zodat ouder/verzorger mee rijdt in de taxi
                                    om de leerling te begeleiden. Als er een begeleider meegaat
                                    anders dan een ouder of verzorger en hieraan kosten verbonden
                                    zijn, dan zijn deze kosten voor de ouders/verzorgers. Ook wordt
                                    in de brief vermeld dat bij volgende klachten de leerling enig
                                    andere vorm van vervoer kan worden ontzegd en dat ouders binnen
                                    3 werkdagen contact moeten opnemen met het college. </al></li><li nr="5."><al>Bij een volgende klacht neemt een medewerker telefonisch contact
                                    op met ouders en school om een gezamenlijk gesprek (binnen 3
                                    werkdagen) in te plannen. Blijkt dat de ouders hieraan niet
                                    willen meewerken of blijkt dat er gegronde redenen bestaan om
                                    leerling tijdelijk van het vervoer uit te sluiten, dan wordt er
                                    een 3<sup>e</sup> brief naar de ouders gestuurd. Er volgt een
                                    schorsing per direct tot en met 1 vole schoolweek (exclusief
                                    schoolvakanties). Als er een gesprek heeft plaatsgevonden dan in
                                    de brief verwijzen naar het gesprek. Indien er tijdens het
                                    gesprek geen verwijtbaar bedrag wordt geconstateerd dan wordt er
                                    met ouders en school naar andersoortig vervoer gekeken.</al></li><li nr="6."><al>Als de klachten gedurende het schooljaar blijven doorgaan na de
                                    1<sup>e</sup>, 2<sup>e</sup> en 3<sup>e</sup> brief volgt via
                                    een 4<sup>e</sup> brief totale uitsluiting van het vervoer tot
                                    het eind van het schooljaar met een minimun van 3 maanden excl.
                                    vakanties. Vinden de klachten plaats tegen het eind van het
                                    schooljaar dan geldt de uitsluiting voor een periode van 3
                                    maanden exclusief de zomervakantie. Dit betekent dat de
                                    uitsluiting ook in het begin van een nieuw schooljaar kan
                                    vallen. Als ouders opnieuw van leerlingenvervoer gebruik willen
                                    maken dan moeten ze aan het eind van de schorsingsperiode een
                                    nieuwe aanvraag indienen.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekken oude regeling</titel></kop><al>De bovengenoemde Nadere regels treden in werking op 1 januari 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Giessenlanden op 28 oktober 2014.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders van Giessenlanden,</al></slotformulering><ondertekening>de secretaris, </ondertekening><ondertekening>drs. M. Does MCM</ondertekening><ondertekening>de burgemeester (wnd.),</ondertekening><ondertekening>ir. W.E. ten Kate</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>