<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347344_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Kapelle 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-21593.html">Gemeenteblad, 18 maart 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Kapelle 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikele 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, en e en tweede lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 8a, eerste lid, onderdeel b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkeloze werknemers, artikel 35, onderdeel d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 35, onderdeel d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 6, tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigd zijn: de considerans, de titel van de verodening en artikel 3. Tevens zijn de artikelen 10a en 10b toegevoegd.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Kapelle 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De gemeenteraad van Kapelle;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2014,
                        nummer 2014/79;</al><al>gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en
                        tweede lid van de Participatiewet;</al><al/><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet,
                        artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35, onderdeel
                        d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen zelfstandigen;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al/><al>b e s l u i t: </al><al>vast te stellen de navolgende </al><al/><al>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Kapelle 2015</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de
                                    Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet
                                    bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. </al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>het college</cursief>: het college van
                                            burgemeester en wethouders van Kapelle</al></li><li nr="b."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van
                                            Kapelle</al></li><li nr="c."><al><cursief>de wet: </cursief>Participatiewet</al></li><li nr="d."><al><cursief>doelgroep: </cursief>personen als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet</al></li><li nr="e."><al><cursief>grote afstand tot de arbeidsmarkt</cursief>:
                                            deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet
                                            mogelijk binnen één jaar; </al></li><li nr="f."><al><cursief>korte afstand tot de arbeidsmarkt</cursief>:
                                            deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk
                                            binnen één jaar; </al></li><li nr="g."><al><cursief>mantelzorg: </cursief>langdurige zorg die niet in het
                                    kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een
                                    hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij
                                    zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en
                                    de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
                                </al></li><li nr="h."><al><cursief>doelgroep loonkostensubsidie</cursief> (artikel 6,
                                    eerste lid, onderdeel e, Participatiewet): personen als bedoeld
                                    in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld
                                    dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het
                                    verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                    tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="i."><al><cursief>loonwaarde</cursief> (artikel 6, eerste lid,
                                    onderdeel g, Participatiewet): vastgesteld percentage van het
                                    rechtens geldende loon voor de door een persoon, die tot de
                                    doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een
                                    functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                                    functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke
                                    opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                                    loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="j."><al><cursief>dienstbetrekking</cursief> (artikel 6, eerste lid,
                                    onderdeel f Participatiewet): een privaatrechtelijke of
                                    publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep kan aanspraak maken op
                                ondersteuning gericht op arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt noodzaak, inhoud en vorm van de ondersteuning vast
                                en legt dit vast in een individueel plan van aanpak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening
                                opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en
                                functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in
                                ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de
                                mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie
                                en/of tot de doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum
                                arbeidsbeperkten of gebruik maakt van de voorziening beschut werk.
                                Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Evenwichtige verdeling en financiering</titel></kop><al><vet>1. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in artikel 8 en
                                10, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een
                                korte afstand tot de arbeidsmarkt.</vet></al><al><vet>2. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 7
                                aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote
                                afstand tot de arbeidsmarkt.</vet></al><al><vet>3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze
                                verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden
                                en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben
                                in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de
                                mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of
                                gebruik maakt van de voorziening beschut werk. </vet></al><al><vet>Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:</vet></al><al><vet>a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar,
                                en</vet></al><al><vet>b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. </vet></al><al><vet>4. Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag
                                over de doeltreffendheid van het beleid. Het verslag bevat in ieder
                                geval het oordeel van de cliëntenraad</vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging voorzieningen</titel></kop><al>1.Het college kan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                            beëindigen als: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting
                                    als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13
                                    en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37
                                    van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, niet nakomt; </al></li><li nr="b."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort
                                    tot de doelgroep;</al></li><li nr="c."><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                    bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
                                    geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de
                                    voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren
                                    gebruik maakt van de aangeboden voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet
                                    aan de voorwaarden die in deze verordening en de beleidsregels
                                    worden gesteld om in aanmerking te komen voor die
                                    voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Werkervaringsplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep op een
                                werkervaringsplaats plaatsen. Deze plaatsing duurt maximaal zes
                                maanden met de mogelijkheid tot verlenging met zes maanden, indien
                                dit door het college noodzakelijk wordt geacht voor het verwerven
                                van vaardigheden die de inschakeling in de arbeid bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring,
                                het verkrijgen van een positieve werkhouding, dan wel het leren
                                functioneren in een arbeidsrelatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college plaatst de persoon alleen als door zijn plaatsing de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en als
                                door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt op de arbeidsmarkt.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt tenminste vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de werkervaringsplaats;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>De duur van de plaatsing. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep in staat
                                stellen voorafgaande aan een regulier dienstverband of een
                                dienstverband waarbij loonkostensubsidie wordt verstrekt,
                                werkervaring op te doen in de vorm van een proefplaatsing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorwaarde voor het inzetten van een proefplaatsing is dat de
                                werkgever de intentie heeft om bij gebleken geschiktheid de
                                betrokkene een dienstbetrekking aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het doel van de proefplaatsing is de persoon werkervaring op te
                                laten doen in zijn/haar toekomstige functie om daarmee uitval na
                                aanvang van het dienstverband te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De proefplaatsing duurt niet langer dan drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college biedt de persoon alleen een proefplaatsing aan als door
                                zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                beïnvloed en als door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt op
                                de arbeidsmarkt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt tenminste vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>het doel van proefplaatsing; </al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>de duur van de proefplaatsing.</al></li><li nr="d."><al>De intentie van de werkgever om na afloop van de
                                        proefplaatsing bij gebleken geschiktheid de betrokkene een
                                        dienstbetrekking aan te bieden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep en een
                                grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, als onderdeel van een
                                re-integratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale
                                activering, voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig
                                moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter
                                voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of
                                gericht op het voorkomen van sociaal isolement. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van
                                belanghebbende. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het initiatief tot de verwerving van het vrijwilligerswerk kan zowel
                                van het college als van betrokkene zelf uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt iemand alleen in staat te werken in
                                vrijwilligerswerk met behoud van uitkering indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                indien hierdoor geen verdringing op de arbeidsmarkt
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Detacheringsbanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep een
                                dienstverband aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling, waarbij de
                                werknemer voor het verrichten van arbeid wordt gedetacheerd bij een
                                organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In schriftelijke overeenkomsten worden de afspraken met betrekking
                                tot de arbeidsverhoudingen tussen werkgever, werknemer en inlenende
                                organisatie vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt uitsluitend gebruik van een detacheringsbaan
                                wanneer de organisatie waar de betrokkene gaat werken, niet bereid
                                is de betrokkene een dienstverband aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een werknemer wordt alleen geplaatst indien door zijn plaatsing de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                indien door zijn plaatsing geen verdringing op de arbeidsmarkt
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan een organisatie aanwijzen die in opdracht van of
                                namens de gemeente het werkgeverschap voor de banen, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, uitvoert. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beschut werk</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een
                                    persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke,
                                    verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van
                                    begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat
                                    van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden
                                    verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt uit de personen uit de doelgroep een
                                    voorselectie. Het college selecteert voor deze beoordeling
                                    uitsluitend personen met een grote afstand tot de
                                    arbeidsmarkt</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens wint het college bij het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend
                            in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden
                            tot arbeidsparticipatie hebben. Op basis van het advies van UWV stelt
                            het college ambtshalve vast dat iemand tot de doelgroep voor beschut
                            werk behoort.</al></li><li nr="4."><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde
                            werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende
                            ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of
                            de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van
                            werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></li><li nr="5."><al>Het college bepaalt jaarlijks de omvang van het aanbod beschut werk en
                            legt in het beleidsplan vast hoeveel plekken voor beschut werk de
                            gemeente beschikbaar stelt. In verband hiermee overlegt het college met
                            het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan de gemeente
                            gelieerde bedrijven en andere reguliere werkgevers.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan, krachtens artikel 7, lid 7 van de Participatiewet,
                            met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomen dat
                            het college personen aan wie het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt, de voorziening beschut
                            werk aanbieden. Het college maakt daaraan voorafgaand afspraken met UWV
                            over de bekostiging van de inzet van deze voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Werkgeverssubsidie gericht op arbeidsinschakeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die een
                                werknemer behorende tot de doelgroep, een arbeidsovereenkomst
                                sluiten, wanneer de werkgever hier zonder deze subsidie niet toe
                                bereid is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgeverssubsidie kan worden verstrekt voor maximaal zes
                                maanden. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verlengd,
                                indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de
                                arbeidsinschakeling van de werknemer. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte en voorwaarden van de werkgeverssubsidie kunnen worden
                                vastgelegd in beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a.</nr><titel>No risk polis </titel></kop><al>1. Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis op grond van
                            artikel 8a, lid 2, onderdeel b van de Participatiewet als: </al><al>a. de werkgever voor ten minste de duur van 6 maanden een
                            arbeidsovereenkomst</al><al> aangaat met een werknemer; </al><al>b. de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de
                            doelgroep</al><al> zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 onder d; </al><al>c. de werknemer een arbeidsbeperking heeft of de werkgever ten behoeve
                            van de </al><al> werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet
                            ontvangt; </al><al>d. artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en </al><al>e. de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente. </al><al>2. Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit het
                            college van B&amp;W een verzekering af met een verzekeraar en treedt op
                            als verzekeringnemer. De begunstigde is de werkgever. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10b</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><al>1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie op grond van artikel 6, lid 2 Participatiewet. </al><al>2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: </al><al>a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel
                            7, eerste lid, </al><al> onderdeel a, van de Participatiewet; </al><al>b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                            minimumloon te </al><al> verdienen, en </al><al>c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. </al><al>3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) kan het
                            college adviseren met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort
                            tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de in het
                            tweede lid neergelegde criteria in acht.</al><al>4. Het college gebruikt de in de bijlage bij dit artikel omschreven
                            wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. </al><al>5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) adviseert het
                            college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een
                            persoon. Het UWV neemt daarbij de in de bijlage bij dit artikel
                            omschreven methode in acht. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Ondersteuning bij leer-werktraject</titel></kop><al>Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de
                            doelgroep, zoals bedoeld in artikel 10f van de wet, ten aanzien van wie
                            het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover
                            deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en
                            het personen betreft:</al><al>a.van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de
                            kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is
                            geëindigd, of</al><al>b.van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben
                            behaald,</al><al>c.van 27 jaar of ouder die nog geen startkwalificatie hebben
                            behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Jobcoaching</titel></kop><al>1.Aan een persoon die behoort tot de doelgroep met een arbeidsbeperking
                            kan het college persoonlijke ondersteuning aanbieden bij het verrichten
                            van de aan die persoon opgedragen taken in het kader van een regulier
                            dienstverband, een proefplaatsing (artikel 6 van de verordening) of een
                            werkervaringsplaats (artikel 5 van de verordening), in de vorm van
                            begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is
                            de aan hem opgedragen taken te verrichten.</al><al>2.De voorwaarden waaronder persoonlijke ondersteuning ingezet kan worden
                            en de richtlijnen voor omvang en duur van de persoonlijke ondersteuning
                            kunnen worden vastgelegd in de beleidsregels.</al><al>3.Het college bepaalt de omvang en duur van de ondersteuning die in
                            individuele gevallen nodig is en legt dit vast in het plan van aanpak
                            zoals bedoeld in artikel 2, lid 2 van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Arbeidsplaatsvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan personen uit de doelgroep met een arbeidsbeperking
                                die arbeid in een dienstbetrekking of als zelfstandige verrichten,
                                voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of
                                bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Welke voorzieningen het college verstrekt onder welke voorwaarden
                                kan worden vastgelegd in de beleidsregels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Subsidie voor werkgevers ten behoeve van werknemers met een
                                arbeidsbeperking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een werkgever die met een werknemer uit de doelgroep
                                met een arbeidsbeperking, een dienstbetrekking is aangegaan,
                                subsidie verstrekken voor meerkosten die het gevolg zijn van de
                                arbeidsbeperking van de betrokkene.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte en voorwaarden van de subsidie kunnen worden vastgelegd in
                                de beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan personen uit de doelgroep een voorziening aanbieden
                                gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling is om
                                het op een zo kort mogelijke termijn aanvaarden van algemeen
                                geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder meer tests, trainingen, het opdoen van werkervaring en
                                jobhunting kunnen onderdelen zijn van de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en doelgroep van de voorzieningen gericht op
                                arbeidsinschakeling kunnen worden in het beleidsplan
                                uitgewerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep
                                scholing aanbieden, indien dit door het college noodzakelijk wordt
                                geacht voor de arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op personen jonger dan 27 jaar
                                die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in beleidsregels nadere eisen aan scholingstrajecten
                                verbinden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien scholing wordt aangevraagd door een belanghebbende zonder
                                startkwalificatie die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft
                                bereikt, wordt de belanghebbende gemeld bij het Regionaal Bureau
                                Leerplicht (RBL) c.q. de regionale meld- en coördinatiefunctie
                                voortijdig schoolverlaten (RMC).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Nazorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een werkgever die met een werknemer uit de doelgroep
                                een dienstbetrekking is aangegaan gedurende maximaal zes maanden
                                nazorg bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan personen uit de doelgroep die algemeen geaccepteerde
                                arbeid hebben aanvaard, gedurende maximaal zes maanden nazorg
                                bieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn van nazorg kan in bijzondere gevallen eenmaal met zes
                                maanden worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De nazorg is gericht op het bestendig maken van de arbeidsrelatie
                                van de persoon die algemeen geaccepteerde arbeid heeft aanvaard en
                                de betrokken werkgever.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vergoeding voor kosten in het kader van
                                arbeidsinschakeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt
                                zijn in het kader van de arbeidsinschakeling, voor zover geen
                                voorliggende voorzieningen van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de hoogte van
                                de vergoeding, de </al><al> duur en de voorwaarden waaronder de vergoeding wordt
                                verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep met een grote
                            afstand tot de arbeidsmarkt, een tegenprestatie opdragen.</al><al>2.Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de
                            arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere
                            omstandigheden dat rechtvaardigen.</al><al>3.Nadat het college een tegenprestatie heeft opgedragen, krijgt de
                            betrokkene eerst twintig werkdagen de tijd om zelf een tegenprestatie te
                            zoeken.</al><al>4.Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met
                            de volgende factoren: </al><al>a.de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een
                            belanghebbende; </al><al>b.de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                            belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; </al><al>c.de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in
                            overweging worden genomen; </al><al>d.als een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of
                            vrijwilligerswerk verricht, moet daarmee rekening worden gehouden; </al><al>5.Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende
                            mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het
                            oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>1.Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                            additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                            werkzaamheden: </al><al>a.naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                            arbeidsmarkt;</al><al>b.niet leiden tot verdringing.</al><al>2.Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening
                            beleidsregels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende
                            werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden
                            die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
                            bepalingen zijn opgenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>1.De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 12
                            maanden. </al><al>2.De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 16 uur per week en
                            minimaal 2 uur per week.</al><al>3.Na het verrichten van een tegenprestatie kan het college na minimaal
                            drie maanden opnieuw een tegenprestatie opdragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>1.Het college draagt geen tegenprestatie op indien er voor de
                            betreffende persoon geen passende werkzaamheden voorhanden zijn die
                            kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al><al>2.Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat er voor de
                            betreffende persoon geen passende werkzaamheden voorhanden zijn,
                            beoordeelt het college binnen zes maanden of op dat moment wel
                            werkzaamheden voorhanden zijn die voor de betreffende persoon kunnen
                            worden ingezet als tegenprestatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, indien toepassing van de verordening leidt tot
                            onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Kapelle 2012,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 26 juni 2012, nummer 2012/32a,
                                wordt per 1 januari 2015 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op
                                grond van de Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente
                                Kapelle 2012, die moet worden beëindigd op grond van deze
                                verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan
                                de voorwaarden uit de Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ
                                gemeente Kapelle 2012 voor de duur:</al><al>a.van 12 maanden gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze
                                verordening, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld
                                in het eerste lid, onderdeel a.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan na afloop van de in het eerste lid, onderdeel a,
                                bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt
                                voortgezet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Kapelle 2012
                                blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening
                                als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening
                            Participatiewet gemeente Kapelle 2015.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Kapelle op
                        25 november 2014.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mevrouw J.J.M.M. Chamalaun Mr. A.B. Stapelkamp</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>