<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347330_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Participatiewet Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Participatiewet Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-05-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Participatiewet Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>artikelen 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid van de
                        Participatiewet</al><al/><al>Het Algemeen Bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn
                        Heuvelrug ;</al><al/><al>gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 12 november 2014</al><al/><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid
                        van de Participatiewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Participatiewet Regionale
                            Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="c."><al>Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                    individuele inkomenstoeslag oontstaat;</al></li><li nr="d."><al>Bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van
                                    de wet;</al></li><li nr="e."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen de artikel
                                    “referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op individuele
                                    inkomenstoeslag als inkomen gezien;</al></li><li nr="f."><al>In aanmerking te nemen vermogen: het vermogen als bedoeld in
                                    artikel 34 van de wet op de peildatum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het Dagelijks Bestuur
                                van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt een aanvraagformulier beschikbaar</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op individuele inkomenstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Tot de doelgroep behoren personen van 21 jaar en ouder doch jonger dan
                            depensioengerechtigde leeftijd, die een langdurig laag inkomen hebben en
                            geen in aanmerkingte nemen vermogen, en die geen uitzicht hebben op
                            inkomensverbetering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitsluiting</titel></kop><al>Geen recht op de individuele inkomenstoeslag heeft een persoon die:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van de wet is uitgesloten op het recht op
                                    bijstand;</al></li><li nr="b."><al>op de peildatum of gedurende de referteperiode een inkomen of
                                    meerdere inkomsten heeft of heeft gehad uit of in verband met
                                    arbeid of andersoortige inkomsten en welke hoger zijn dan de
                                    toepasselijke bijstandsnorm;</al></li><li nr="c."><al>op de peildatum of gedurende de referteperiode uit ’s Rijks kas
                                    bekostigd onderwijs volgt of heeft gevolgd dan wel een inkomen
                                    op grond van de Wsf of de WTOS ontvangt of heeft ontvangen;</al></li><li nr="d."><al>in de referteperiode niet heeft voldaan aan de aan hem opgelegde
                                    arbeids- en ofre-integratieverplichtingen, dan wel onvoldoende
                                    medewerking verleende aan eenre-integratietraject en waarvoor
                                    een maatregel is opgelegd;</al></li><li nr="e."><al>uitzicht heeft op een inkomensverbetering;</al></li><li nr="f."><al>een studie volgt op grond van het Besluit uitbreiding kring
                                    studerenden Wet Wajong.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in
                                    artikel 36, eerste lid van de Participatiewet als gedurende de
                                    referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is
                                    dan 100% van de toepassing zijnde bijstandsnorm.</al></li><li nr="2."><al>Tevens wordt als langdurig, laag inkomen aangemerkt het inkomen
                                    dat gedurende de referteperiode gemiddeld hoger is dan 100% van
                                    het wettelijk sociaal minimum, maar waarvan dat meerdere is
                                    aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van
                                    een minnelijke schuldregeling of een opgelegde schuldregeling op
                                    grond van de WWet Schuldsanering Natuurlijke Personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt in 2014:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 372,00 voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 476,00 voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 530,00 voor gehuwden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                    individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13,
                                    eerste lid van de Participatiewet, komt de rechthebbende
                                    echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag
                                    naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande
                                    ouder zou gelden.</al></li><li nr="3."><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op
                                    de peildatum bepalend.</al></li><li nr="4."><al>De in lid 1 genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                    aangepast met hetpercentage waarmee het minimumloon ten opzichte
                                    van 1 januari van het voorafgaandejaar is gestegen. De bedragen
                                    worden in hele euro’s naar boven afgerond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen kan ter
                            uitvoering van dezeverordening nadere beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het Dagelijks
                            Bestuur van de</al><al>Regionale Dienst Werk en Inkomen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Individuele
                            Inkomenstoeslag 2015 Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn
                            Heuvelrug.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en
                            treedt in de plaats van de Verordening Langdurigheidstoeslag 2014
                            Regionale Dienst Werk en Inkomen.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Regionale Dienst Werk en
                        InkomenKromme Rijn Heuvelrug in zijn openbare vergadering van 26 november
                        2014</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld
                    ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip
                    van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder
                    druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te
                    zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de
                    invoering van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de
                    langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de
                    langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds
                    die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1
                    januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag.
                    Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar
                    een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele
                    inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden
                    daarvoor. Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in
                    aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen personen
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht
                    aan personen aan wie in de referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een
                    schending van een arbeidsverplichting of een re-integratieverplichting of aan
                    personen die uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgen.</al><al/><tussenkop>Vast te leggen regels in verordening</tussenkop><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                    een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het
                    verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de
                    Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’.
                    Op grond van deze verordening is geen sprake van een laag inkomen bij een
                    inkomen hoger dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet bij
                    verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden. Het
                    Dagelijks Bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen (hierna: Dagelijks
                    Bestuur) moet in de beleidsregels aangeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht
                    op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid, van de
                    Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening.
                    Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet
                    het Dagelijks Bestuur rekening houden met de omstandigheden van de persoon. In
                    artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die
                    omstandigheden in ieder geval worden gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>de krachten en bekwaamheden van de persoon, en</al></li><li nr="-"><al>de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering
                            te komen.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Overgangsrecht</tussenkop><al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                    langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in deze verordening overgangsrecht
                    op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte langdurigheidstoeslagen, omdat
                    artikel 78z van de Participatiewet voorziet in algemeen overgangsrecht met
                    betrekking tot de wijzigingen in de Participatiewet als gevolg van de
                    inwerkingtreding van de Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB
                    op 1 januari 2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                    langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken die na
                    de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een dergelijke
                    toeslag. Wie op een datum gelegen vóór 1 januari 2015 op basis van de
                    toepasselijke verordening recht had op langdurigheidstoeslag, behoudt dat
                    onverkort, ongeacht of hij voldoet aan de voorwaarden die per 1 januari 2015
                    zijn gesteld in artikel 36 van de Participatiewet en deze verordening.
                    Toekenning van het recht op individuele inkomenstoeslag tegen een datum gelegen
                    op of ná 1 januari 2015 is uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in
                    artikel 36 van de Participatiewet en deze verordening opgenomen voorwaarden. </al><al/><tussenkop>Wijziging leefvorm</tussenkop><al>De leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwd) van een persoon kan
                    wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het geval indien gehuwden
                    individuele inkomenstoeslag aanvragen, maar zij over een gedeelte van de
                    referteperiode als alleenstaande moeten worden aangemerkt. Personen moeten dan
                    ook over dat deel van de referteperiode aan de voorwaarden voldoen om voor
                    individuele inkomenstoeslag in aanmerking te komen. Gehuwden moeten immers zowel
                    gezamenlijk als afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><al/><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><al>Slechts die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier
                    behandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al> Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                    gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op
                    deze verordening.</al><al/><tussenkop>Inkomen</tussenkop><al>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de
                    Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de
                    beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking
                    genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen in aanmerking
                    worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een vorm van bijzondere
                    bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte
                    individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing moet worden gelaten bij de
                    vaststelling van het inkomen. Het wordt niet wenselijk geacht een eerder
                    verstrekte individuele inkomenstoeslag in aanmerking te nemen als inkomen, omdat
                    dit het ongewenst effect kan hebben dat een persoon geen recht op een
                    individuele inkomenstoeslag heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in
                    de referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder
                    verstrekte individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                    verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB zoals die luidde vóór 1
                    januari 2015.</al><al/><tussenkop>Peildatum</tussenkop><al>De peildatum is de datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag
                    aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een
                    persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen
                    heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de
                    omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De
                    peildatum komt meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in
                    beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om
                    individuele inkomenstoeslag aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere
                    omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en
                    de jurisprudentie rondom artikel 44 van de Participatiewet.</al><al/><tussenkop>Referteperiode</tussenkop><al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode
                    van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel
                    5 onder ‘Langdurig’.</al><al/><tussenkop>Artikel 2- Indienen verzoek</tussenkop><al>De Wet maatregelen WWB heeft artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet
                    dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot verlening van individuele
                    inkomenstoeslag kan indienen. Voorheen was de langdurigheidstoeslag alleen op
                    aanvraag verkrijgbaar. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een
                    persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                    dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet worden
                    gedaan middels een door het Dagelijks Bestuur vastgesteld formulier. Een verzoek
                    wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb.
                    Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt
                    ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de
                    aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt
                    gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de
                    gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en
                    waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid,
                    van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als
                    een verzoek om individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de
                    Participatiewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 5- Langdurig laag inkomen</tussenkop><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder
                    ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan. </al><al/><tussenkop>Langdurig </tussenkop><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan de
                    peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld
                    in artikel 1 van deze verordening. </al><al/><tussenkop>Laag inkomen</tussenkop><al>Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 100%van de toepasselijke
                    bijstandsnorm.</al><al>De vraag of het inkomen van een persoon gedurende de referteperiode niet hoger
                    is dan het langdurig lage inkomen van 100% van de toepasselijke bijstandsnorm,
                    zal niet al te rigide mogen worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van
                    dit lage inkomen moet worden genegeerd. Gaat het inkomen van een persoon
                    gedurende (een deel van) de referteperiode de toepasselijke bijstandsnorm
                    maandelijks met ongeveer € 10 of meer te boven, dan is geen sprake meer van een
                    marginale overschrijding van de bijstandsnorm die niet aan toekenning van een
                    individuele inkomenstoeslag in de weg staat. Er is immers geen sprake van een
                    incidentele geringe overschrijding van de bijstandsnorm of van te verwaarlozen
                    bedragen van enkele eurocenten.</al><tussenkop>Artikel 6.-Hoogte individuele inkomenstoeslag</tussenkop><al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt
                    tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. </al><al/><tussenkop>Gehuwden</tussenkop><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele
                    inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum
                    als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden
                    van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan
                    deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele
                    inkomenstoeslag.</al><al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele
                    inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van
                    artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende
                    partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om
                    een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste lid, van de
                    Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één
                    partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende
                    partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die
                    voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in
                    het tweede lid.</al><al/><tussenkop>Indexering</tussenkop><al>In het vierde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt
                    dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie
                    van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) duidelijk
                    te communiceren.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>