<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347290_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2014, 47</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8b Participatiewet, artikel 35, lid 1 IOAW en artikel 35, lid 1 IOAZ</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB14.0119</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-17862</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet
                                    nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Participatiewet, de Wet Inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, de Wet
                                    Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet(ten): Participatiewet, Wet inkomensvoorziening
                                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers
                                            (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van Burgemeester en Wethouders
                                            van Den Helder;</al></li><li nr="c."><al>uitkering en uitkeringsnorm: de bijstand bedoeld in
                                            artikel 5, onderdelen b en d (inclusief de individuele
                                            inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag) van de
                                            Participatiewet en artikel 5, vierde lid, IOAW en
                                            IOAZ;</al></li><li nr="d."><al>participatievoorzieningen: voorzieningen, subsidies,
                                            vergoedingen voor kosten welke zijn verstrekt in het
                                            kader van de participatie, conform de
                                            participatieverordening;</al></li><li nr="e."><al>handhaving: alle activiteiten van de gemeente die erop
                                            gericht zijn dat regels worden nageleefd;</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor het nemen van preventieve
                                maatregelen gericht op hetvoorkomen van fraude. Hieronder wordt
                                onder meer verstaan dat het college belanghebbenden vroegtijdig
                                voorlicht en activiteiten en instrumenten inzet om de
                                dienstverlening te optimaliseren, waardoor een spontane naleving van
                                regels bevorderd wordt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt repressieve maatregelen gericht op het
                                bestrijdenvan fraude. Hieronder wordt onder meer verstaan dat
                                overtreding en fraude vroegtijdig geconstateerd en afgehandeld wordt
                                en bij geconstateerde fraude daadwerkelijk de ten onrechte
                                verstrekte bijstand plus de opgelegde bestuurlijke boete conform de
                                wet wordt teruggevorderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlichting en communicatie</titel></kop><al>Het college kan bij beleidsregels invulling geven aan de
                            fraudepreventie. Deze beleidsregels kunnenin ieder geval betrekking
                            hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de
                                    rechten en plichten die aan het ontvangen van uitkering evenals
                                    aan ondersteuning bij arbeidsinschakeling zijn verbonden;</al></li><li nr="b."><al>de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van controle bij de vaststelling van het (verdere)
                                    recht;</al></li><li nr="d."><al>de handelwijze bij inconsequenties bij de vaststelling van het
                                    (verdere) recht;</al></li><li nr="e."><al>het gebruik van themacontroles bij de beoordeling van het
                                    (verdere) recht;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verificatie en valideren van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voert bij de aanvraag en de vaststelling van (verder)
                                recht bestandsvergelijkingenuit waarbij actuele gegevens worden
                                gecontroleerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de in het vorige lid bedoelde controle kan de
                                uitkering, de uitkeringsnorm en/of ondersteuning bij participatie na
                                verificatie bij de belanghebbende worden aangepast aan de veranderde
                                omstandigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college controleert de rechtmatigheid van de verstrekte
                                uitkering en uitkeringsnorm aan de hand van onderzoeken welke nader
                                vastgelegd worden in beleidsregels<vet>/</vet>controleplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de controle als bedoeld in het vorige lid, neemt het
                                college besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de
                                uitkering en de wederzijds tussen het college en de belanghebbende
                                resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt informatie die relevant is voor het recht op
                                uitkering dan wel participatievoorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                                inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de
                                toekenning, de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering,
                                dan wel de ondersteuning bij participatie gericht op
                                arbeidsinschakeling vordert het college eventueel ten onrechte
                                ontvangen uitkering terug en legt een bestuurlijke boete op conform
                                de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een gedraging van belanghebbende, als bedoeld in het vorige
                                lid, leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college,
                                onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen kosten van
                                uitkering of participatie terug te vorderen, aangifte bij het
                                Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar
                                Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening,
                            nadere regels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Handhavingsverordening
                            Participatiewet, IOAW en IOAZ”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na haar bekendmaking treedt de verordening in werking op 1
                                    januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening is
                                    ingetrokken de ‘Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013’,
                                    door de raad vastgesteld in zijn vergadering op 17 december
                                    2012.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 20 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Den Helder/i246622.pdf">Artikelsgewijze toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>