<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347089_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Continuïteit Jeugdzorg gemeente Buren 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-76974.html">Gemeenteblad van 18-12-2014, nummer 76974</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Continuïteit Jeugdzorg gemeente Buren 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet van 1 maart 2014 inzake regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet), Gemeentewet, art. 160, Awb, art. 4.23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-08-04</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV/14/00509</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Continuïteit Jeugdzorg gemeente Buren 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Gemeenteraad van Buren,</vet></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29-07-2014,</al><al><vet>Overwegende dat;</vet></al><lijst><li nr="-"><al>gemeenten op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet met ingang van 1
                                januari 2015 verantwoordelijk worden voor alle jeugdhulp;</al></li><li nr="-"><al>de samenwerkende gemeenten in regio Rivierenland de Jeugdwet zo goed
                                mogelijk willen uitvoeren door te zorgen voor voldoende passende en
                                tijdig beschikbare jeugdhulp, maximale kwaliteit binnen het
                                beschikbare budget en budget beschikbaar stellen voor transformatie
                                en continuïteit;</al></li><li nr="-"><al>de samenwerkende gemeenten in regio Rivierenland van Rijkswege zijn
                                aangewezen als jeugdzorgregio voor de regionale jeugdzorgtaken en
                                daarom hebben afgesproken om daar waar nodig samen te werken;</al></li><li nr="-"><al>de gemeenten in regio Rivierenland een gezamenlijke visie “een
                                samenredzame samenleving” hebben vastgesteld en als nadere
                                uitwerking van deze visie de nota contouren voor een sociaal
                                Rivierenland, de groeinota jeugdzorg in Rivierenland: onze zorg!,
                                het beleidskader sturing, bekostiging en inkoop regio Rivierenland,
                                de Nota beleidsprestaties transities Wmo en jeugd regio Rivierenland
                                en de Nota van Inrichting transities Wmo en jeugd regio Rivierenland
                                zijn opgesteld;</al></li><li nr="-"><al>de samenwerkende gemeenten op 31 oktober 2013 het
                                Transitiearrangement jeugd regio Rivierenland hebben
                                vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>in het Transitiearrangement is vastgelegd dat in het kader van
                                zorgcontinuïteit er sprake is van een overgangsjaar 2015, uitgaande
                                van de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="o"><al>zeer beperkt ingrijpen in de bestaande aanbodstructuur;</al></li><li nr="o"><al>sterke inzet op transformatie (cultuur en handelen);</al></li><li nr="o"><al>bestaande subsidierelaties en voorwaarden zoveel mogelijk
                                        continueren;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>in het Transitiearrangement is vastgelegd dat 68% van het budget is
                                bestemd voor bestaande aanbieders en dat tevens een percentage van
                                12% is vastgesteld voor transformatie door bestaande
                                aanbieders;</al></li><li nr="-"><al>deze verordening van toepassing is voor zowel de regionale als wel
                                de lokaal te subsidiëren jeugdhulp;</al></li></lijst><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening Continuïteit Jeugdzorg 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit subsidiekader wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>ASV: Subsidieverordening maatschappelijke ontwikkeling gemeente
                                Buren 2011</al></li><li nr="b."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht </al></li><li nr="c."><al>basissubsidie: subsidie voor continuïteit van zorg en het behoud van
                                de infrastructuur voor zittende en nieuwe cliënten;</al></li><li nr="d."><al>jeugdhulp: ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders
                                bij alle denkbare opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische
                                problemen en stoornissen, waarbij gelden de wettelijke
                                uitgangspunten met betrekking tot de doelgroepen en leeftijd, zoals
                                aangegeven in de Jeugdwet.</al></li><li nr="e."><al>Jeugdwet: Jeugdwet, zoals gepubliceerd op 1 maart 2014, Staatsblad
                                nr. 105, 2014;</al></li><li nr="f."><al>peildatum: 1 juli 2014;</al></li><li nr="g."><al>subsidieontvanger: rechtspersoon waaraan op basis van deze
                                verordening subsidie is verleend. </al></li><li nr="h."><al>transformatiesubsidie: subsidie voor transformatie van het bestaande
                                zorgaanbod;</al></li><li nr="i."><al>college: college van burgemeester en wethouders van gemeente
                                Buren</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doel van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van dit subsidiekader is het in het jaar 2015 continueren van
                            de beschikbaarheid van de in het tweede lid genoemde vormen van basis
                            jeugdzorg die voorheen werden gefinancierd uit provinciale middelen en
                            het realiseren van transformatie van de huidige vormen van jeugdzorg in
                            lijn met de regionale visie “De Samenredzame Samenleving’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie kan worden verleend voor transformatie en de volgende vormen
                            van jeugdzorg waarvan de beschikbaarheid in 2015 wordt gecontinueerd
                            door de subsidieaanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>Ambulante jeugdzorg;</al></li><li nr="b."><al>verblijf deeltijd residentieel;</al></li><li nr="c."><al>verblijf pleegzorg, inclusief taken als werving;</al></li><li nr="d."><al>gezinshuizen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Subsidie kan worden aangevraagd door jeugdzorgaanbieders die in 2014 een
                        provinciale jeugdzorgsubsidie van de provincie Gelderland of een andere
                        provincie hebben ontvangen voor cliënten die volgens het woonplaatsbeginsel
                        bedoeld in de Jeugdwet in één van de volgende gemeenten woonachtig zijn op
                        de peildatum:</al><lijst><li nr="a."><al>Buren;</al></li><li nr="b."><al>Culemborg;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Geldermalsen;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Lingewaal;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>Maasdriel;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>Neder-Betuwe;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>Neerijnen;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>Tiel;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>West Maas en Waal</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>Zaltbommel</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en subsidiehoogte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor Entréa:</al><lijst><li nr="a."><al>Het subsidieplafond voor Entréa voor de periode 1 januari 2015
                                    tot en met 31 december 2015 bedraagt € 508.724,-</al></li><li nr="b."><al>De maximale subsidiehoogte voor Entréa is gelijk aan het
                                    bijbehorende subsidieplafond genoemd in het eerste lid onder a.
                                </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de doelgroep bedoeld in artikel 3, uitgezonderd Entréa:</al><lijst><li nr="a."><al>het subsidieplafond voor de doelgroep bedoeld in artikel 3 voor
                                    de periode 1 januari tot en met 31 december 2015 bedraagt €
                                    53.295,-</al></li><li nr="b."><al>de maximale subsidiehoogte voor de doelgroep bedoeld in artikel
                                    3 is gelijk aan 80 procent van het bedrag dat overeenkomt met de
                                    gemiddelde jaarlijkse jeugdzorgkosten over de periode 1 januari
                                    2012 tot en met 31 december 2013, van de subsidieaanvrager met
                                    betrekking tot de vormen van jeugdzorg genoemd in artikel 2,
                                    tweede lid, voor cliënten die volgens het woonplaatsbeginsel
                                    bedoeld in de Jeugdwet in één van de gemeenten, genoemd in
                                    artikel 3, woonachtig zijn op de peildatum, waarbij de subsidie
                                    als volgt wordt verdeeld:</al><lijst><li nr="1 °"><al>maximaal 85% van het subsidieplafond kan worden verleend
                                            aan basissubsidie, en;</al></li><li nr="2 °"><al>maximaal 15% van het subsidieplafond kan worden verleend
                                            aan transformatiesubsidie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het subsidieplafond bedoeld in het tweede lid wordt verdeeld op volgorde
                            van binnenkomst van de subsidieaanvragen. Indien een subsidieaanvraag
                            nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge
                            rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de
                            subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst. Dreigt het
                            subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt
                            rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige
                            subsidieaanvragen plaats door middel van loting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt als lumpsum bedrag beschikbaar gesteld aan de
                            subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
                            voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieaanvraag basissubsidie en transformatiesubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in met behulp van een
                            daartoe vastgesteld aanvraagformulier vanaf het moment van bekendmaking
                            van deze verordening tot en met 8 september 2014.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieaanvraag bevat het volledig ingevulde aanvraagformulier en de
                            daarin voorgeschreven bijlagen die tevens digitaal worden
                            meegestuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de subsidieaanvraag wordt tevens meegestuurd een financieel
                            overzicht dat aantoont wat de gemiddelde jaarlijkse jeugdkosten als
                            bedoeld in artikel 4, tweede lid onder b, zijn alsook inzicht biedt in
                            de onderliggende berekeningswijze en een toelichting hoe het
                            woonplaatsbeginsel bedoeld in de Jeugdwet is toegepast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de subsidieaanvraag wordt tevens een jaarplan ingediend met de wijze
                            waarop de subsidieaanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>voldoende en tijdige jeugdzorg biedt, uitgaande van de
                                    zorgvormen geboden in 2014 en binnen het gestelde
                                    subsidieplafond bedoeld in artikel 4 voor bestaande en nieuwe
                                    cliënten in 2015;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>invulling geeft aan de prestatie indicatoren:</al><al>1 cliënttevredenheid (met daarbij ook cliëntervaringen)</al><al>2 afname of stabilisatie van de problematiek</al><al>3 doelrealisatie</al><al>4 reden beëindiging zorg</al><al>5 doorlooptijd van de zorg</al><al>6 uitblijven nieuw beroep op jeugdzorg</al></li><li nr="c."><al>invulling geeft aan de transformatie van zorg op de volgende
                                    acht hoofdthema’s uit de nota beleidsprestaties:</al><lijst><li nr="1."><al>focus op de eigen kracht en het sociale netwerk van de
                                            cliënt;</al></li><li nr="2."><al>van zware zorg naar lichte zorg;</al></li><li nr="3."><al>samenwerken en verbinden;</al></li><li nr="4."><al>van individueel naar collectief / van maatwerk naar
                                            algemene voorziening;</al></li><li nr="5."><al>keuzevrijheid en cliënttevredenheid;</al></li><li nr="6."><al>toegankelijkheid van dienstverlening;</al></li><li nr="7."><al>kwaliteit en innovatie;</al></li><li nr="8."><al>betaalbaar, duurzaam en effectief.</al></li></lijst></li><li nr="d."><lijst><li nr=""><al>een productieformat op basis van de bekostigingseenheden
                                            van Kaiser;</al></li></lijst></li><li nr="e."><lijst><li nr=""><al>de laatst opgestelde balans en resultatenberekening met
                                            toelichting en voorzien van een accountantsverklaring,
                                            niet ouder dan het verslagjaar 2012; </al></li></lijst></li><li nr="f."><lijst><li nr=""><al>knelpunten en risico’s in de bedrijfsvoering bij het
                                            bieden van continuïteit van zorg in 2015 en de wijze
                                            waarop deze worden gedempt;</al></li></lijst></li><li nr="g."><lijst><li nr=""><al>het bankrekeningnummer waarop de subsidie moet worden
                                            overgemaakt.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><al>Het college beslist uiterlijk op 15 december 2014 over de
                        subsidieaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Onverminderd de weigeringsgronden in de Awb en de ASV kan de
                        transformatiesubsidie worden geweigerd indien de subsidieaanvrager geen
                        beschrijving geeft van haar inzet op transformatie op alle acht hoofdthema’s
                        uit de nota beleidsprestaties van regio Rivierenland. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beoordelingsprocedure</titel></kop><al>Een ambtelijke beoordelingscommissie van regio Rivierenland adviseert het
                        college van Burgemeester en Wethouders bij de beoordeling van
                        subsidieaanvragen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beoordelingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Basissubsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvrager de garantie
                            biedt dat gemiddeld minimaal 95% van de instroom over de jaren 2012,
                            2013 en eerste helft 2014 kan worden gerealiseerd in 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Transformatiesubsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvrager
                            aantoonbaar inzet verricht om de beleidsprestaties onderliggend aan de 8
                            hoofdthema’s uit de nota beleidsprestaties te realiseren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieaanvrager biedt de garantie dat de wachtlijst per cliënt over
                            het hele jaar 2015 nooit langer is dan zeven weken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is transparant over de jeugdhulp en informeert
                            maandelijks het college over:</al><lijst><li nr="a."><al>de instroom, doorstroom en uitstroom per zorgvorm; </al></li><li nr="b."><al>de lengte van de afgesloten trajecten;</al></li><li nr="c."><al>de doelrealisatie per afgesloten traject;</al></li><li nr="d."><al>de duur van de wachtlijst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Minimaal 2 keer per jaar vindt overleg plaats met een vertegenwoordiging
                            van de gemeente waarbij de voortgang van de transformatie en de
                            efficiëntie en effectiviteit van de geboden zorg onderwerp van gesprek
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger levert op 1 januari en 1 juni op cliëntniveau
                            informatie aan de Routeervoorziening Beleidsinformatie Jeugd (RBJ) en is
                            hiervoor aangesloten op deze landelijke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger verleent medewerking om informatie te leveren aan
                            het nog te ontwikkelen provinciale monitor.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd de verplichtingen uit de ASV voldoet de subsidieontvanger
                            in geheel 2015 aan de volgende wettelijke eisen zoals vastgelegd in de: </al><lijst><li nr="a."><al>Jeugdwet</al></li><li nr="b."><al>Kwaliteitswet Zorginstellingen</al></li><li nr="c."><al>Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen</al></li><li nr="d."><al>Wet BIG (Wet Individuele Beroepen Gezondheidszorg) </al></li><li nr="e."><al>WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst) </al></li><li nr="f."><al>WBP (Wet Bescherming persoonsgegevens) </al></li><li nr="g."><al>WMCZ (Wet Medezeggenschap Cliënten Zorgsector) </al></li><li nr="h."><al>WBOPZ (Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen)
                                </al></li><li nr="i."><al>Geneesmiddelenwet </al></li><li nr="j."><al>Mededingingswet </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De subsidieontvanger:</al><lijst><li nr="a."><al>dient ingeschreven te zijn in het handelsregister;</al></li><li nr="b."><al>is toegelaten op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen
                                    gedurende het jaar 2015;</al></li><li nr="c."><al>dient te beschikken over een bewijs van goed gedrag van alle
                                    medewerkers en een aantoonbare Good Governance Code
                                    zorginstellingen;</al></li><li nr="d."><al>heeft hoofdbehandelaren in dienst die BIG geregistreerd zijn en
                                    voldoen aan de eisen van de beroepsverenigingen;</al></li><li nr="e."><al>beschikt over een geldig en extern getoetst
                                    geldigheidscertificaat. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat te
                            allen tijde voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde
                            rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen
                            worden nagegaan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De subsidieontvanger verleent aan het college dan wel aan de door het
                            college aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie,
                            indien dit naar het oordeel van het college nodig is voor de beoordeling
                            van de besteding van de verstrekte subsidie.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient onverwijld schriftelijk mee te delen dat de
                            activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet tijdig of niet geheel
                            zullen worden verricht of dat niet tijdig of niet geheel aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen zal worden voldaan. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient op de door het college in de beschikking
                            aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is
                            verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient voor 1 mei 2016 een aanvraag tot vaststelling
                            van de subsidie in. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een financieel
                            verslag en een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80 van de
                            Awb.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4:80 van de Awb bevat het activiteitenverslag een
                            verantwoording van:</al><lijst><li nr="a."><al>de prestatie indicatoren, genoemd in artikel 5, vierde lid onder
                                    b;</al></li><li nr="b."><al>de realisatie van de prestatie indicatoren op de 8 hoofdthema’s
                                    uit de nota beleidsprestaties; </al></li><li nr="c."><al>de garantiestellingen, genoemd in artikel 9;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4:75, tweede lid, van de Awb bevat de aanvraag tot
                            vaststelling een jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld met een maximum van 15% van het
                            budget bedoeld in artikel 4 als de subsidieontvanger niet heeft voldaan
                            aan de garantiestellingen, genoemd in artikel 9. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vermogensvorming en tekorten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb die de
                            subsidieontvanger vormt bedraagt niet meer dan 10% van het vastgestelde
                            boekjaarsubsidiebedrag over hetzelfde subsidiejaar. Indien deze
                            egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt het meerdere bij de
                            vaststelling voor het betreffende boekjaar afgetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De egalisatiereserve komt niet eerder negatief te staan dan voordat het
                            overige beschikbare eigen vermogen is aangewend. Indien de
                            egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt in de toelichting op de
                            balans gemotiveerd weergegeven hoe deze weer positief wordt gemaakt.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Betaling en voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bevoorschotting vindt plaats op aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de subsidieontvanger kan maandelijks vooraf een voorschot verstrekt
                            worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding en overgang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt één dag na haar bekendmaking in werking en werkt
                            terug tot en met 4 augustus 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Continuïteit Jeugdzorg
                        gemeente Buren 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 december 201</ondertekening><ondertekening>De griffier, G. van Droffelaar</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, J.A. de Boer MSc</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de verordening</label></kop><al><vet>Inleiding </vet></al><al>Met ingang van 2015 krijgen de gemeenten de verantwoordelijkheid over alle
                    jeugdhulp. Deze verordening richt zich op de regionaal uniform te subsidiëren
                    zorgvormen door de Rivierenlandse gemeenten. Naast continuïteit van zorg richten
                    de samenwerkende gemeenten zich in 2015 sterk op transformatie van het bestaande
                    zorgaanbod. </al><al/><al>De Gemeenten in regio Rivierenland hebben in 2013 een gezamenlijke visie op het
                    sociale domein vastgesteld. Deze visie is nader uitgewerkt en geconcretiseerd in
                    een aantal nota’s:</al><al>- Contouren voor een sociaal Rivierenland </al><al>- de groeinota jeugdzorg</al><al>- de nota sturing, bekostiging en inkoop jeugd en wmo</al><al>- de nota beleidsprestaties jeugd en wmo</al><al>- de nota van inrichting jeugd en wmo</al><al/><al>In de Contourennota zijn de volgende leidende principes opgenomen: </al><al>- de burger, het huishouden staat centraal;</al><al>- eigen kracht en doeltreffend maatwerk;</al><al>- organiseer het eenvoudig en overzichtelijk;</al><al>- samenwerken op basis van vertrouwen;</al><al>- kwaliteit borgen in het sociale domein.</al><al/><al>De visie en de bovenstaande nota’s zijn in te zien op de website van de
                    samenwerkende gemeenten in regio Rivierenland www.rivierenlandkanmeer.nl</al><al/><al>In het Regionaal Transitie Arrangement Jeugd Rivierenland, vastgesteld in 2013,
                    zijn afspraken gemaakt over de inzet van budgetten door de gemeenten in
                    Rivierenland om de continuïteit van zorg te waarborgen. Voor de functies
                    Jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn aanvullende bestuurlijke afspraken
                    gemaakt met Bureau Jeugdzorg en de landelijk werkende instellingen.</al><al/><al>Het daadwerkelijk beschikken van de subsidie zal, wegens het ontbreken van een
                    gemeenschappelijke regeling, op lokaal niveau plaatsvinden. </al><al>De [beleidsregel//uitvoeringsregeling//subsidieregeling] voorziet er in dat het
                    proces van subsidieverstrekking voor alle 10 de gemeenten in regio Rivierenland
                    in 2015 zoveel mogelijk uniform verloopt. Desondanks kunnen er verschillen
                    optreden tussen gemeenten in verband met aanvullend lokaal maatwerk.</al><al/><al>De tenaamstelling van de subsidieregeling kan per gemeente verschillen
                    afhankelijk van de gehanteerde formuleringen in de lokale Algemene
                    Subsidieverordening. Dit betekent dat dezelfde regeling onder de titel van
                    uitvoeringsregeling, beleidsregel of subsidieregeling kan worden
                    gepubliceerd.</al><al/><al><vet>I. Doelstelling</vet> subsidie</al><al>Gemeenten zijn verantwoordelijk om in het overgangsjaar 2015 continuïteit van
                    zorg te bieden aan kinderen, jongeren en hun ouders die in zorg zijn of op de
                    wachtlijst staan voor zorg. In 2015 is de inzet van gemeenten de zorg die in
                    2014 wordt geboden zoveel mogelijk beschikbaar te houden. De afspraken tussen
                    jeugdzorgaanbieders en de provincie Gelderland zullen waar mogelijk worden
                    overgenomen. </al><al>Daarnaast zetten de gemeenten in Rivierenland in 2015 sterk in transformatie van
                    het huidige zorgaanbod in lijn met de vastgestelde visie “de samenredzame
                    samenleving”. </al><al/><al><vet>II. Periode waarover de verordeni</vet>ng geldt</al><al>De verordening geldt voor de periode 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015.
                    De gemeenten in regio Rivierenland zullen voor 2016 nader bezien welke wijze van
                    inkoop zal worden gehanteerd. </al><al/><al><vet>III. Artikelsgewijze toel</vet>ichting </al><al/><al><vet>Artikel 2 doel van de subsidie</vet></al><al/><al>Doel van de inzet van subsidie is continuïteit van de verschillende zorgvormen
                    voor de jeugd die voorheen door de provincie werd gefinancierd voor bestaande
                    cliënten, cliënten die per 31 december 2014 op de wachtlijst staan en nieuwe
                    cliënten</al><al/><al>De subsidie wordt ingezet voor regionaal in te kopen zorgvormen: ambulante
                    jeugdzorg, verblijf deeltijd residentieel, verblijf pleegzorg (inclusief taken
                    als werving) en gezinshuizen. Voor de inkoop van deze regionale zorgvormen
                    werken de 10 gemeenten in regio Rivierenland met elkaar samen. Ook op de
                    jeugdbescherming en jeugdreclassering werken de 10 gemeenten samen. De gemeenten
                    kiezen daarbij niet voor subsidiëren maar voor inkoop cq contracteren. </al><al>Voor de inkoop van bovenregionale zorgvormen wordt samengewerkt op de schaal van
                    de zeven Gelderse regio’s. Tot de bovenregionale zorgvormen rekenen we:
                    JeugdzorgPlus (incl. toegang JeugdzorgPlus), Gesloten psychiatrisch (BOPZ), Open
                    verblijf 24 uur residentieel terreinvoorzieningen, (L)VB jongeren ZZP 4 en
                    5/OBC’s en MFC, Crisis 24 uur residentieel (bedden) en Spoedeisende zorg
                    (crisis) ambulant team</al><al>Het AMHK is in deze lijst niet opgenomen omdat financiering plaatsvindt via de
                    gemeenschappelijke regeling met GGD Gelderland Zuid</al><al/><al>Omdat er geen passende gemeenschappelijk regeling bestaat op regionaal niveau,
                    zal het beschikken en contracteren van alle zorgvormen uiteindelijk lokaal
                    plaatsvinden. De afzonderlijke gemeenten geven elk een beschikking af voor het
                    verlenen van de subsidie.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 3 doelgroep</vet></al><al>Subsidie kan worden aangevraagd door jeugdzorgaanbieders die in 2014 subsidie
                    voor een provinciale jeugdzorgsubsidie van de provincie Gelderland of een andere
                    provincie hebben ontvangen. Dit voor cliënten die volgens het woonplaatsbeginsel
                    bedoeld in de Jeugdwet in één van de Rivierenlandse gemeenten wonen.</al><al>Hiermee wordt voldaan aan de continuïteit van zorg en het behoud van de
                    infrastructuur voor zittende cliënten, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, met name
                    artikel 12.4 Jeugdwet.</al><al>De subsidierelatie wordt aangegaan met de zorgaanbieders voor de zorgvormen die
                    beschreven staan in artikel 2van de verordening. Deze zorgvormen kunnen ook
                    aanvullend zijn op het eigen aanbod van de zorgaanbiederwanneer er aanvullende
                    zorg nodig is dat buiten het eigen aanbod valt en waarvoor een beroep wordt
                    gedaan op andere zorgaanbieders die geen subsidierelatie hebben met de gemeenten
                    in Regio Rivierenland. De aanvrager fungeert dan als hoofdaannemer. De
                    gesubsidieerde instellingen zijn hier zelf verantwoordelijk voor.</al><al/><al><vet>Artikel 4 subsidieplafond en subsidiehoogte</vet></al><al>In de RTA is aangegeven dat 80% van het jeugdzorgbudget dat de gemeenten in
                    Rivierenland ontvangen beschikbaar is voor continuïteit van zorg bij de
                    bestaande aanbieders.</al><al>In de verordening is een subsidieplafond opgenomen voor de grootste aanbieder
                    van jeugd en opvoedhulp in regio Rivierenland(Entréa). Voor de berekening is
                    gebruik gemaakt van de gegevens die zijn opgevraagd in het kader van het
                    Regionaal Transitiearrangement jeugd, de rapportages over zorggebruik en kosten
                    door de branche jeugdzorg en het marktaandeel van de aanbieder in 2012. Na
                    publicatie van de subsidieregel kan het subsidieplafond niet meer worden
                    aangepast</al><al>Voor de overige aanbieders is een totaal subsidieplafond ingesteld. Per
                    individuele aanvrager kan niet meer subsidie worden verstrekt dan 80% van de
                    gemiddelde relevante jeugdzorgzorgkosten per jaar berekend over 2012 en 2013.
                    Het gaat hier om de jeugdzorgkosten waarvoor de subsidie is aangevraagd,
                    vergelijkbare zorgvormen en woonachtig in Rivierenland.Als de subsidieaanvragen
                    van de overige aanbieders (niet zijnde Entréa) meer bedragen dan het
                    subsidieplafond, wordt de beschikbare subsidie verdeeld op volgorde van
                    binnenkomst. </al><al>Omdat de regio Rivierenland geen Gemeenschappelijke Regeling kent voor de inkoop
                    van jeugdzorg wordt de verlening en vaststelling van de subsidie door elke
                    gemeente zelf uitgevoerd. Om die reden is in de verordening een tabel opgenomen
                    met het subsidieplafond per gemeente. </al><al>In de verordening is het subsidieplafond als 100% budget aangemerkt. 85% van dit
                    budget is beschikbaar als basissubsidie en 15% is beschikbaar als
                    transformatiesubsidie.</al><al>Het bedrag wordt aan subsidieontvangers als lumpsum beschikbaar gesteld. De
                    inzet van de middelen over de verschillende zorgvormen is aan de instelling. Op
                    basis van de bekostigingseenheden van Kaiser wordt aan de gemeenten inzicht
                    verschaft hoe de inzet in 2015 door de instelling is voorzien. Als voorwaarde
                    wordt gesteld dat instellingen alle zorgvormen die zij in 2014 aanbieden in 2015
                    continueren. </al><al/><al><vet>Artikel 5 subsidieaanvraag basissubsidie en
                    transformatiesubsidie</vet></al><al>Omdat elke gemeente uiteindelijk zelf een subsidiebeschikking afgeeft dient een
                    aanvraag voor elke gemeente te worden ingediend. Voor het overgangsjaar 2015
                    bestaat de mogelijkheid dat een aanbieder één aanvraag voor alle gemeenten in
                    regio Rivierenland indient onder de voorwaarde dat in de aanvraag een
                    specificatie van het bedrag en volume per gemeente is opgenomen. Deze aanvraag
                    kan, uiterlijk 8 september 2014, worden ingediend bij het inkoopbureau regio
                    Rivierenland, Postbus 137, 4000 AC Tiel of via de mail
                    inkoopwmo-jeugd@regiorivierenland.nl. </al><al>Voor de subsidieaanvraag is een aanvraagformulier beschikbaar waar alle
                    onderdelen van de subsidieaanvraag staan beschreven. Het aanvraagformulier is te
                    vinden op www.rivierenlandkanmeer.nl</al><al>In artikel 4 stelden we de maximale subsidiehoogte per subsidieaanvrager (niet
                    zijnde Entréa) op 80% van de gemiddelde jaarlijkse jeugdzorgkosten over 2012 en
                    2013. In artikel 5 lid 3 vragen we daarvoor een financiële onderbouwing en een
                    toelichting hoe het wettelijke woonplaatsbeginsel is toegepast.</al><al>In het jaarplan van de instelling wordt aangegeven op welke wijze voldoende en
                    tijdige ondersteuning wordt geboden. In artikel 9 wordt nader uitgewerkt wat
                    hier onder wordt verstaan. </al><al>In de nota sturing, bekostiging en inkoop is opgenomen dat Rivierenland een
                    zestal prestatie indicatoren hanteert. 4 indicatoren zijn de voorgaande jaren
                    gehanteerd door de provincie Gelderland. Twee indicatoren (5 en 6) worden extra
                    toegevoegd. In lijn met hetgeen de provincie Gelderland eerdere jaren heeft
                    gehanteerd wordt een minimale responspercentage van 60% gehanteerd voor alle
                    indicatoren. </al><al>In 2015 zal naast continuïteit van zorg ook een belangrijke focus liggen op de
                    transformatie van zorg. Van instellingen wordt verwacht dat zij gemeenten
                    informeren wat hun inzet is, welke resultaten daarmee worden beoogd en op welke
                    termijn. De inzet van instellingen wordt uitgevraagd op de acht hoofdthema’s uit
                    de nota beleidsprestaties. Onder de hoofdthema’s zijn beleidsprestaties
                    “gehangen”. Deze beleidsprestaties zijn onderwerp van gesprek met de
                    gemeenteraden. In oktober zullen de beleidsprestaties als onderdeel van het
                    beleidsplan jeugd en wmo worden vastgesteld. De nadere invulling van de
                    beleidsprestatie zal in 2015 een onderwerp van gesprek zijn met de instellingen
                    die zorg bieden.</al><al>De transformatie zal minimaal 2 maal per jaar onderwerp van gesprek zijn tussen
                    een vertegenwoordiging van de regio en de instelling. Uitkomsten van dit gesprek
                    zullen worden meegenomen in de sturing, bekostiging en inkoop voor 2016.</al><al>Voor 2015 worden nog de bekostigingseenheden van Kaiser gehanteerd. Hiermee
                    behouden gemeenten het zicht op de inzet van middelen over de verschillende
                    zorgvormen.</al><al/><al><vet>Artikel 6 subsidieverlening</vet></al><al>De definitieve subsidiebeschikkingen worden verstuurd nadat de gemeenteraden in
                    de 10 gemeenten de gemeentebegroting hebben vastgesteld. De meeste gemeenten
                    stellen de begroting vast in november 2014. Uiterlijk 15 december 2014 worden de
                    beschikkingen verstuurd.</al><al>Het streven is om eind oktober instelling te informeren over de toe te kennen
                    bedragen onder voorbehoud van vaststelling door de gemeenteraad. </al><al/><al><vet>Artikel 7 weigeringsgronden</vet></al><al>Om voor de transformatiesubsidie in aanmerking te komen moeten instellingen op
                    alle acht de hoofdthema’s aangeven wat hun transformatie inzet is. Indien de
                    inzet niet voor alle acht de hoofdthema’s wordt beschreven, kan de
                    transformatiesubsidie worden geweigerd. </al><al/><al><vet>Artikel 8 beoordelingsprocedure</vet></al><al>Voor de beoordeling van de subsidieaanvragen zal een regionale
                    beoordelingscommissie worden ingesteld die de aanvragen beoordeeld op de
                    beoordelingscriteria die in de verordening zijn gesteld. </al><al>Verduidelijkende vragen over de subsidieaanvragen zullen binnen één week na 8
                    september mondeling of schriftelijk worden gesteld. Instellingen krijgen
                    maximaal één week de tijd (tot 22 september) om hier een antwoord op te
                    geven.</al><al>Door een regionale vertegenwoordiging zal met elk van de instellingen een
                    gesprek plaatsvinden over de subsidieaanvraag. Deze gesprekken worden in de
                    periode half september tot 10 oktober ingepland. </al><al>Half oktober zal door de beoordelingscommissie advies worden uitgebracht aan de
                    10 Colleges in regio Rivierenland over de subsidieaanvragen, waarna de
                    afzonderlijke Colleges tot besluitvorming kunnen komen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 beoordelingscriteria</vet></al><al>Gemeenten in regio Rivierenlandstellen als voorwaarde dat voor het
                    subsidieplafond in 2015 een gegarandeerde instroom van 95% van de gemiddelde
                    instroom over 2012, 2013 en eerste half jaar 2014 wordt gegarandeerd. Van
                    instellingen wordt verwacht dat zij dit bereiken door o.a. snellere doorloop van
                    trajecten, vermindering van overhead, verbeterde samenwerking met de 1e en 0e
                    lijn.</al><al>Tijdige ondersteuning zoals genoemd in artikel 5 lid 4ais vertaalt in de
                    voorwaarde dat binnen 7 weken de noodzakelijke ondersteuning moet worden
                    geboden. Met instellingen zal nog nadere afspraken worden gemaakt over de
                    doorgeleiding van cliënten vanuit de lokale 1e lijn.</al><al/><al><vet>Artikel 10 verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></al><al>Omdat 2015 een belangrijk overgangsjaar is het voor gemeenten van belang om
                    maandelijks inzicht te hebben in de ontwikkeling van de volumes en wachttijden.
                    Instellingen kunnen deze rapportage in één overzicht met een uitsplitsing per
                    gemeente aanleveren. Gemeenten in regio Rivierenland werken op het niveau van de
                    zeven Gelderse regio’s samen om te komen tot een uniforme set van
                    beleidsinformatie om zo de administratieve last van rapportages voor aanbieders
                    zoveel mogelijk te beperken. Mocht dit leiden tot andere afspraken dan nu zijn
                    opgenomen in de uitvoeringsregeling continuïteit jeugdzorg 2015 dan zullen de
                    gemeenten in regio Rivierenland daar zoveel mogelijk op aansluiten.</al><al> Indien de instelling voor een specifieke gemeente de activiteiten waarvoor
                    subsidie is verleend niet tijdig of niet geheel verricht of dat niet tijdig of
                    niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen voldoen, dient de
                    instelling snel mogelijk het desbetreffende College daarvan schriftelijk op de
                    hoogte te stellen.</al><al>Tenminste twee keer per jaar zal een overleg plaatsvinden met een
                    vertegenwoordiging van de gemeenten over de voortgang van de transformatie en de
                    efficiënte en effectiviteit van de geboden zorg. Als de maandelijkse rapportages
                    daar aanleiding toegeven zal vaker een overleg plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 11 subsidievaststelling</vet></al><al>Omdat elke gemeente zelf een subsidiebeschikking afgeeft,vindt de
                    subsidievaststelling ook per gemeente plaats. De aanvraag tot vaststelling van
                    de subsidie dient bij elke gemeente in regio Rivierenland afzonderlijk te worden
                    ingediend. N.B. de termijnen van indiening kunnen, afhankelijk van de Algemene
                    subsidieverordeningen, per gemeente verschillen.</al><al/><al><vet>Artikel 12 bevoorschotting</vet></al><al/><al>Bevoorschotting kan plaatsvinden op verzoek van instellingen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>