<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR347049_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Vast te stellen de 86e wijziging van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Ambtenaren Reglement (AR) Uitwerking cao-2013-2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oss Actueel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Invoering nieuwe regeling werktijden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Vast te stellen de 86e wijziging van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Ambtenaren Reglement (AR) Uitwerking cao-2013-2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>2 AANSTELLING EN ARBEIDSOVEREENKOMST</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanstelling</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aanstelling; het bevoegd gezag </vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr></kop><al><vet>Tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is of wordt bepaald, geschiedt de aanstelling door </vet><vet>het college</vet><vet>. </vet></al><al><vet>Aanstelling in algemene dienst</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1A</nr></kop><al><vet>1. De aanstelling geschiedt in algemene dienst van de gemeente.</vet></al><al><vet>2. Het college stelt in een lokale regeling nadere regels ter uitvoering van dit artikel.</vet></al><al><vet>3. De ambtenaar die op </vet><vet>31 december </vet><vet>2012</vet><vet> in dienst is van de gemeente is met ingang </vet></al><al><vet> van </vet><vet>1 januari 2013</vet><vet> van rechtswege aangesteld in algemene dienst van de gemeente.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1B</nr></kop><al><vet>1.</vet><vet>De ambtenaar is – nadat hij is gehoord – verplicht om in het belang van de dienst een andere</vet></al><al><vet>passende functie te aanvaarden. Een passende functie is een functie die de ambtenaar </vet></al><al><vet>redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem </vet><vet> b</vet><vet>estaande vooruitzichten kan worden opgedragen.</vet></al><al><vet>2.</vet><vet> Indien het college dit in het belang van de dienst nodig acht, is de ambtenaar verplicht om:</vet></al><al><vet>a.</vet><vet> tijdelijk niet tot zijn functie behorende werkzaamheden te verrichten, dan wel</vet><vet>tijdelijk </vet><vet>een andere functie waar te nemen;</vet></al><al><vet>b.</vet><vet> tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de voor hem vastgestelde werktijden;</vet></al><al><vet>c.</vet><vet> beschikbaar te zijn buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden. Voor het, </vet></al><al><vet> g</vet><vet>edurende onbepaalde tijd periodiek verrichten van deze beschikbaarheids-diensten </vet></al><al><vet>wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen, indien deze diensten ten minste op </vet></al><al><vet>gemiddeld zestig kalenderdagen in een periode van twaalf maanden zullen moeten </vet></al><al><vet>worden verricht, hetgeen uit de schriftelijke aanwijzing moet blijken.</vet></al><al><vet>3.</vet><vet> Wanneer de ambtenaar meent, dat in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden de </vet></al><al><vet>in het tweede lid bedoelde werkzaamheden redelijkerwijs niet van hem kunnen worden </vet><vet>gevergd, geeft hij – onverminderd zijn verplichting om die werkzaamheden terstond aan te </vet><vet>vangen – daarvan door tussenkomst van het hoofd van dienst terstond kennis aan het college, </vet><vet>dat zo spoedig mogelijk een beslissing ter zake neemt.</vet></al><al><vet>Aanstelling; onderzoek naar bekwaamheid en geschiktheid </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr></kop><al><vet>1</vet><vet> Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij van wie - na een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegd bestuursorgaan gehouden onderzoek - kan worden aangenomen, dat hij in voldoende mate beschikt over de hoedanigheden tot het verrichten van de hem op te dragen werkzaamheden. </vet></al><al><vet>2</vet><vet> Het college treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid van de gegevens, ontvangen op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, te allen tijde wordt gegarandeerd. </vet></al><al><vet>3</vet><vet> Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld, dat betrokkene in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële </vet><vet>en strafvorderlijke </vet><vet>gegeven</vet><vet>s</vet><vet>. </vet></al><al><vet>4 </vet><vet> De vreemdeling, zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000 kan slechts voor een aanstelling in aanmerking komen indien hij beschikt over een tewerkstellingsvergunning tenzij hij van deze verplichting is uitgesloten krachtens artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen. </vet></al><al><vet>Aanstelling; geneeskundig onderzoek </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr></kop><al><vet>1</vet><vet> Onverminderd artikel 2:2, kan het college bepalen dat voor bepaalde functies, waarbij aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld, aanstelling alleen mogelijk is na een geneeskundig onderzoek gericht op de te vervullen van de betrekking uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan. Het geneeskundig onderzoek wordt ingesteld door de geneeskundige(n), daartoe aangewezen door het college.</vet></al><al><vet>2</vet><vet> De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de gemeente. </vet></al><al><vet>Duur van de aanstelling </vet></al><al><vet>Duur van de aanstelling </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr></kop><al><vet>1.</vet><vet> De aanstelling geschiedt voor bepaalde of onbepaalde tijd. </vet></al><al><vet>2.</vet><vet> Vanaf de dag dat een reeks van twee of drie tijdelijke aanstellingen, die elkaar opvolgen met tussenpozen van ten hoogste 6 maanden, een periode van 24 maanden overschrijdt (de tussenpozen inbegrepen), geldt de laatste aanstelling met ingang van die dag als vaste aanstelling. </vet></al><al><vet>3.</vet><vet> Vanaf de dag dat meer dan drie tijdelijke aanstellingen elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden, geldt de laatste aanstelling als vaste aanstelling. </vet></al><al><vet>4.</vet><vet> Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende aanstellingen en arbeidsovereenkomsten tussen een ambtenaar en verschillende werkgevers, die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid of geschiktheid van de ambtenaar, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.</vet></al><al><vet>Bericht van aanstelling </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4:1</nr></kop><al>1 De ambtenaar ontvangt voor zijn indiensttreding kosteloos het bericht van aanstelling. Dit bericht vermeldt: </al><al>a de gegevens genoemd in artikel II, tweede lid, onderdeel a tot en met j, van de wet van 2 december 1993 (Stb. 1993, 635); </al><al>b de geboortedatum en geboorteplaats van de ambtenaar; </al><al>c de aanstellingsgrond, indien de ambtenaar is aangesteld: </al><al>I in een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd; </al><al>II voor vervulling van een betrekking bij wijze van proef; </al><al>III voor een project met een eenmalig en uniek karakter; </al><al>IV hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming; </al><al>V als vakantiekracht; </al><al>VI voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen;</al><al>VII als werkzoekende in tijdelijke dienst.</al><al>2 Een wijziging bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de ambtenaar kosteloos meegedeeld.</al><al>3 De mededeling als bedoeld in het zesde lid van artikel II van de wet van 2 december 1993 geschiedt kosteloos. </al><al><vet>Vacatures</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4:2</nr></kop><al>1 De vervulling van een vacature geschiedt bij voorkeur uit het personeel van de gemeente, tenzij naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegde bestuursorgaan het dienstbelang zich daartegen verzet. </al><al>2 Het bepaalde in het vorige lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op degenen die een uitkering krachtens hoofdstuk 10a en 10d genieten ten laste van de gemeente. </al><al><vet>Arbeidsovereenkomst </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr></kop><al>1 Door het college kan met een persoon slechts een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht worden aangegaan voor het bij oproep verrichten van werkzaamheden van een in aard en omvang wisselend karakter.</al><al>2 De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan, in tweevoud opgemaakt en door beide partijen ondertekend. </al><al>3 Artikel 125h van de Ambtenarenwet is van overeenkomstige toepassing op de persoon met wie een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5:1</nr></kop><al>Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2:5 zijn de artikelen 2:1 tot en met 2:4:2 van overeenkomstige toepassing. </al><al><vet>Minimum-urengarantie bij oproepkrachten</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5:2</nr></kop><al>De overeenkomst kent een minimum-urengarantie. Per oproep wordt een minimum van 2 uur gegarandeerd en op maandbasis wordt uitbetaling van minimaal 15 uur gegarandeerd. De middeling van gewerkte uren vindt per kwartaal plaats indien in de maanden van het betreffende kwartaal meer of minder uren wordt gewerkt. </al><al><vet>Inhoud oproepovereenkomst</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5:3</nr></kop><al>De overeenkomst dient de volgende afspraken te bevatten: </al><al>a de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaamheden voordoen die een beroep op de arbeid van de oproepkracht rechtvaardigen, het verrichten van deze werkzaamheden aan de oproepkracht aan te bieden; </al><al>b de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden - na daartoe opgeroepen te zijn - te verrichten; </al><al>c een oproep door de werkgever dient ten minste 24 uur voor de aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht kenbaar gemaakt te worden. Daarbij dient de werkgever de omvang van de werkzaamheden zo nauwkeurig mogelijk aan te geven; </al><al>d de werkgever verbindt zich in de overeenkomst de tijden te vermelden, waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden verricht; </al><al>e een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de oproepkracht worden geweigerd, indien de afzeg nging respectievelijk de weigering uiterlijk twaalf uur voor de aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de wederpartij kenbaar wordt gemaakt. Indien afzegging plaatsvindt zonder de termijn van twaalf uur in acht te nemen, is de werkgever gehouden loon te betalen als ware de werkzaamheden feitelijk vervuld. Indien weigering plaatsvindt zonder de termijn van twaalf uur in acht te nemen, maakt de oproepkracht zich schuldig aan plichtsver nzuim; </al><al>f indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet heeft gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht ten minste een omschreven aantal malen daartoe heeft opgeroepen, en de oproepkracht alsdan niet verhinderd was werkzaam te zijn wegens ziekte, kan genoemde omstandigheid gelden als grond voor ontslag van de oproepkracht op grond van artikel 8:13. </al><al><vet>Bezoldiging en betaling bij ziekte van de oproepkracht </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5:4</nr></kop><al>1 De gemeente verbindt zich de bezoldiging van de oproepkracht te baseren op de minimum afspraken zoals geformuleerd in artikel 2:5:2. </al><al>2 De bezoldiging die de oproepkracht geniet, daaronder begrepen de vakantietoelage, wordt uitgedrukt in een bezoldiging per uur. </al><al>3 Ingeval de oproepkracht aanspraak maakt op een uitkering ingevolge hoofdstuk 7, wordt als berekeningsbasis voor de uitkering uitgegaan van het inkomen dat gemiddeld is genoten gedurende het kalenderkwartaal, voorafgaand aan het tijdstip waarop de ziekte is ontstaan. Ingeval het arbeidspatroon in bedoeld kalenderkwartaal in belangrijke mate afwijkt van het arbeidspatroon in een voorafgaand kwartaal, wordt uitgegaan van het inkomen dat is genoten gedurende een kalenderkwartaal dat een getrouw beeld geeft van het gemiddelde arbeidspatroon van de oproepkracht. </al><al><vet>Overgangsrecht </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr></kop><al><vet>Op aanstellingen die op 1 juli 2015 voldoen aan de voorwaard</vet><vet>en van artikel 2:4 (oud), wordt </vet></al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2:4</nr><titel>(nieuw) pas van toepassing indien een volgende aanstelling wordt aangegaan binnen</titel></kop><al><vet>een periode van ten hoogste zes maanden na het einde van de laatste aanstelling.</vet></al><al><vet>Aanpassing arbeidsduur</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr></kop><al><vet>1</vet><vet> Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. </vet></al><al><vet>2 </vet><vet> Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht op de formele arbeidsduur per week te uit te breiden tot het aantal uren van een volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. </vet></al><al><vet>3</vet><vet> Het college kan afwijken van het gestelde in het tweede lid ten aanzien van personen die werkzaam zijn in het kader van het Besluit in- en doorstroombanen, indien dit zou leiden tot een verlies van subsidie. </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7a</nr></kop><al><vet>1.</vet><vet> Op verzoek van het college kan de arbeidsduur van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van 36 uur per week, worden verruimd naar maximaal 40 per week.</vet></al><al><vet>2</vet><vet> Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een vooraf te bepalen periode;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> het salaris evenredig wordt verhoogd;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> de minimum vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3, tweede lid, sub a, evenredig wordt verhoogd;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> de minimale eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 6:3, eerste lid, evenredig wordt verhoogd;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> instemming van de ambtenaar is vereist;</vet></al><al><vet>-</vet><vet> artikel 4a:2 in de bepaalde periode niet van toepassing is.</vet></al><al>3<vet>Wanneer het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, meldt het college dit vooraf aan de OR.</vet></al><al>4 Het college rapporteert jaarlijks in het sociaal jaarverslag over het gebruik van de uitbreidingsmogelijkheid van de arbeidsduur naar maximaal 40 uur. Deze rapportage wordt ter bespreking voorgelegd aan de OR.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>