<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346964_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Gemeente Etten-Leur 2015 (Verordening artikel 212 Gemeentewet)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-75340.html">Gemeenteblad 2014, nr.75340</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Gemeente Etten-Leur 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=212&amp;g=2015-01-01">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FIN</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening artikel 212 Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28
                        oktober 2014; </al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al><vet>BESLUIT</vet></al><al>de Financiële verordening Gemeente Etten-Leur 2015 vast te stellen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                        gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                        verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="b."><al>agio: het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening
                                        wordt aangegaan en het hogere bedrag dat aan de geldnemer
                                        wordt uitgekeerd;</al></li><li nr="c."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                        verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                        besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen
                                        van) de organisatie van de gemeente Etten-Leur te ten
                                        behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                                        afgelegd;</al></li><li nr="d."><al>disagio: het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening
                                        wordt aangegaan en het lagere bedrag dat aan de geldnemer
                                        wordt uitgekeerd;</al></li><li nr="e."><al>programma: een samenhangend geheel van producten,
                                        activiteiten en geldmiddelen gericht op het bereiken van
                                        vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan
                                        indicatoren gekoppeld zijn.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label> Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke doelstellingen en de
                                maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel> Inrichting begroting en jaarstukken </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting wordt onder elk van de programma’s de begrote
                                lasten en baten weergegeven. Bij de jaarstukken wordt onder elk van
                                de programma’s de gerealiseerde lasten en baten programma
                                weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van het investeringsplan in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks aan de raad een kadernota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien onder de totale lasten
                                opgenomen. De hoogte van deze post maakt onderdeel uit van de
                                kadernota. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van het investeringsplan geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad als ze verwacht dat de lasten en/of
                                baten afwijken van de door de raad vastgestelde baten en lasten per
                                programma. Het college doet daarbij voorstellen voor bijstelling van
                                het budget en/of voor bijstelling van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan de raad voor. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste 4 maanden (1<sup>e</sup> bestuursrapportage) en de eerste
                                8 maanden (2<sup>e</sup> bestuursrapportage) van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages zijn geen afzonderlijke documenten maar maken
                                integraal onderdeel uit van de kadernota (1<sup>e</sup>
                                bestuursrapportage) respectievelijk de begroting (2<sup>e</sup>
                                bestuursrapportage).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussenrapportages wordt op programmaniveau zowel beleidsmatig
                                als financieel, gerapporteerd op afwijkingen van de begroting.
                                Financiele afwijkingen op lasten en/of baten van € 50.000 of hoger
                                dienen in elk geval te worden toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naast de beleidsmatige en financiele afwijkingen op programmaniveau
                                geeft de tussenrapportage ook inzicht in afwijkingen in:</al><lijst><li nr="a."><al>Paragrafen, zoals deze zijn opgenomen in de begroting;</al></li><li nr="b."><al>Financiele positie (schuldpositie en reservepositie);</al></li><li nr="c."><al>Raming van de uitputting van de investeringskredieten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden
                                onder aftrek van bijdragen van derden direct ten laste van de
                                exploitatie gebracht. Indien hiervan bij een raadsbesluit wordt
                                afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                levensduur van het actief of een kortere door de raad aan te geven
                                tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Materiële vaste activa met een economisch nut wordt gewaardeerd
                                tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke
                                investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende
                                investering in mindering gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Materiële vaste activa met een economisch nut worden lineair
                                afgeschreven volgens de termijnen zoals vermeld in de bijlage
                                afschrijvingsbeleid bij deze verordening. Bij raadsbesluit is
                                afwijking van de afschrijvingsmethode en afschrijvingsduur
                                mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar
                                afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften vaststellen, binnen de
                                wettelijke kaders, voor de waardering en afschrijving van activa. De
                                voorschriften worden voor kennisneming aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt minimaal:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de nota worden de reserves en voorzieningen bij het
                                opstellen van de kadernota geactualiseerd en aan de raad
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tariefsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van het tarief van goederen, werken en diensten van
                                de gemeente<cursief>,</cursief> die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks
                                samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over
                                de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
                                kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel> Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
                            </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten, leges en
                                erfpachtcanons.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college biedt de raad minimaal eenmaal per jaar herziene
                                exploitatieopzetten aan met daarin opgenomen de kaders voor de
                                grondexploitaties en de richtprijzen voor (bouw)gronden </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de door de raad gestelde kaders
                                vooraf een besluit voor aan de raad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Financieringsfunctie </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beperken van kosten bij het beheren van de geldstromen
                                        en financiële posities.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan voor de uitvoering van de financieringsfunctie
                                nadere richtlijnen vaststellen in overeenstemming met de geldende
                                wet- en regelgeving. Deze richtlijnen worden voor kennisneming aan
                                de raad aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting en de jaarrekening van de gemeente Etten-Leur worden
                                minimaal de verplichte paragrafen opgenomen. De verplichte
                                paragrafen zijn opgenomen in het “Besluit Begroting en
                                Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragrafen wordt een toelichting gegeven en verantwoording
                                afgelegd over het gevoerde beleid. Het college gaat daarbij in op
                                tenminste de verplichte onderdelen per paragraaf zoals deze in het
                                BBV zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien gewenst kan de raad besluiten om (eventueel tijdelijk) over
                                aanvullende zaken in de paragrafen te worden geïnformeerd. Deze
                                aanvulling zal dan vervolgens onderdeel uitmaken van de toelichting
                                en verantwoording in de paragrafen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval dat voor de verplichte paragrafen specifieke
                                beleidsnota’s door het college en/of de raad zijn vastgesteld worden
                                de uitgangspunten en afspraken overgenomen in de begroting. Bij de
                                jaarrekening zal hier mede verantwoording over worden afgelegd.
                                Tevens bereidt het college voorstellen tot aanpassing van de
                                beleidsnota’s voor, indien op grond van gewijzigde omstandigheden of
                                anderszins daar aanleiding toe is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                        schulden, contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor:</al><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; </al><lijst><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                        verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                        informatievoorziening van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                        prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                        frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                        activiteiten en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                        lasten en baten aan de producten van de productenraming en
                                        de productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                        aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                        toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                        en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van
                                        misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen
                                        en eigendommen,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording
                                wordt voldaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere richtlijnen vaststellen in overeenstemming
                                met de geldende wet- en regelgeving. Deze richtlijnen worden voor
                                kennisneming aan de raad aangeboden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vanaf het in het eerste lid genoemde tijdstip wordt de “Financiële
                                verordening gemeente Etten-Leur 2008” ingetrokken, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het
                                jaarverslag en bijbehorende stukken van het verslagjaar 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>De intrekking van de verordening genoemd in artikel 17 lid 2 heeft geen
                            gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening nader
                            vastgestelde voorschriften en/of richtlijnen, voor zover zij niet eerder
                            zijn vervallen of ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Gemeente
                            Etten-Leur 2015.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten MBA. Mw. H. van Rijnbach-de Groot.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel>op de artikelen van de financiële verordening Gemeente Etten-Leur
                        2015</titel></kop><al/><al>Artikel 1. Begripsbepaling</al><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincie en Gemeenten.
                    Overige begrippen uit de verordening zijn in artikel 1 van de verordening
                    gedefinieerd.</al><al/><al>Artikel 2. Programma-indeling</al><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                    raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat
                    het college de producten aan de programma’s toewijst. </al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor
                    op de begroting zijn gebracht (derde lid artikel 189 Gemeentewet). </al><al/><al>Het tweede lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat op
                    voorstel van het college de raad niet-financiële indicatoren per programma
                    vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Het derde lid van
                    artikel 8 BBV stelt namelijk dat per programma wordt aangegeven wat de
                    doelstelling – in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten – is en hoe
                    er naar wordt gestreefd deze effecten te bereiken. </al><al>Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele
                    begroting en jaarstukken moeten worden herzien. In de meeste gevallen is dat
                    niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige raadsperiode
                    goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In
                    andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal
                    voldoende.</al><al/><al>Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt
                    de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt,
                    geïnformeerd. Het derde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt
                    dat de raad bij aanvang een nieuwe raadsperiode kan aangeven welke paragrafen
                    hij nog meer wenst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf
                    subsidies of een paragraaf duurzaamheid. </al><al/><al>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</al><al>In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Het artikel schrijft een autorisatieniveau op het
                    niveau van programma’s voor en bevat de bepaling dat de lasten en baten onder de
                    programma’s worden weergegeven. </al><al>In het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de
                    begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te
                    bepalen dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van
                    de investeringen wordt gegeven. In het derde lid wordt dit geregeld voor de
                    jaarrekening.</al><al/><al>Artikel 4. Kaders begroting</al><al>Artikel 4 van de financiële verordening biedt de kaders voor het opstellen van
                    de begroting en de meerjarenraming. Hierin staan een aantal uitgangspunten die
                    het college bij het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit in
                    aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 Gemeentewet en het BBV. </al><al/><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het
                    opstellen van de begroting een kadernota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor
                    het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De
                    kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en de
                    meerjarenraming. </al><al/><al>Artikel 8 van het BBV zegt dat het bedrag voor onvoorzien moet zijn opgenomen in
                    het programmaplan. In het tweede lid van artikel 4 wordt een nadere invulling
                    aan deze wettelijke verplichtingen gegeven.</al><al/><al>Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten </al><al>Artikel 5 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie
                    van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten.
                    Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van
                    programma’s. Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Voor de
                    autorisatie van deze investeringskredieten is gekozen deze bij de
                    begrotingsbehandeling mee te nemen (tweede lid). Wel kan de raad bij de
                    begrotingsbehandeling aangegeven welke investeringskredieten hij op een later
                    tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek
                    belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant
                    van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft
                    wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de
                    uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de
                    investering aan te gaan. </al><al/><al>Het college dient afwijkingen van de geautoriseerde baten, lasten en
                    investeringskredieten bij het bekend worden aan de raad te melden, zodat de raad
                    kan besluiten of het budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden
                    bijgesteld. Voor het behandelen van de daadwerkelijke begrotingswijzigingen en
                    bijstellingen van beleid is het uitgangspunt dat deze meegenomen worden bij de
                    behandeling van de tussenrapportages (derde lid). </al><al/><al>Het vierde lid van het artikel regelt de autorisatie van de
                    investeringskredieten anders dan bij vaststelling van de begroting. Dus ook voor
                    investeringen die pas in de loop van het begrotingsjaar worden voorzien.</al><al/><al>Artikel 6. Tussentijdse rapportage</al><al>Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd
                    over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de
                    uitvoering van het beleid (eerste lid). In het kader van de “vereenvoudiging van
                    de P&amp;C-cyclus” zijn de tussenrapportages geen apart document maar maken deze
                    deel uit van de begroting of jaarrekening (tweede lid).</al><al/><al>Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het
                    college in de tussenrapportages moet toelichten. Afwijkingen die lager zijn dan
                    € 50.000 maar wel politiek relevant dienen ook te worden toegelicht.</al><al/><al>Het vierde lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage. </al><al/><al>Artikel 7. EMU-saldo</al><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze</al><al> aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook
                    zijn dat de overschrijding niet erg is. </al><al/><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk
                    aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt
                    te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is
                    gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel
                    EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts
                    bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. </al><al/><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                    overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop
                    actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen
                    van de begroting.</al><al/><al>Artikel 8. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</al><al>In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de
                    financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving
                    van activa bevat. Hieraan is in artikel 8 invulling gegeven. Voor de bepalingen
                    over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de materiële vaste
                    activa wordt in de verordening verwezen naar een bijlage. </al><al/><al>In de bijlage zijn de afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën
                    materiële vaste activa met economisch nut opgenomen. Daarbij is gekozen voor een
                    huidige en maximale termijn. Bij vaststelling van de verordening worden de
                    afschrijvingstermijnen in de kolom “huidig” gehanteerd. Het college heeft de
                    mogelijkheid om de termijnen te verhogen naar de termijnen die in de kolom
                    “maximaal” zijn opgenomen. Reden hiervoor is dat door technologische
                    ontwikkelingen de economische levensduur van bijvoorbeeld nieuwe riolering
                    langer is dan die van huidige riolering. Door het opnemen van de maximale
                    afschrijvingstermijn kan voor nieuwe riolering een langere afschrijvingstermijn
                    worden toegepast zonder dat deze in strijd is met de verordening.</al><al/><al>Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf
                    vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen.
                    Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de
                    afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen
                    op de verwachte levensduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe beeld
                    van de jaarrekening aangetast. </al><al/><al>Het college kan nadere voorschriften vaststellen voor de waardering en</al><al> afschrijving van vaste activa. Uiteraard binnen de wettelijke kaders. Het
                    college biedt deze nadere voorschriften voor kennisgeving aan de raad aan (lid
                    zes)</al><al/><al>Artikel 9. Reserves en voorzieningen</al><al>Het eerste lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar een nota over de
                    reserves en voorzieningen aan de raad aanbiedt. Met het vaststellen van deze
                    nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en
                    voorzieningen.</al><al/><al>Jaarlijks worden de reserves en voorzieningen bij het opstellen van de kadernota
                    geactualiseerd op basis van het beleidskader (lid 2).</al><al/><al>Artikel 10. Tariefsberekening</al><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de opbouw van de
                    kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening
                    worden gebracht. In artikel 10 van de verordening staan de kaders voor de
                    bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten die worden geleverd
                    aan derden. Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit
                    de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst samenhangen.
                    Het tweede lid bepaalt dat bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing onder de
                    kosten ook worden verstaan bijdragen aan voorzieningen, de compensabele BTW en
                    de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. </al><al/><al>Het derde lid geeft aan dat in de kostprijs ook de kosten van de financiering
                    van materiële activa moet worden meegenomen in de vorm van een rente over het
                    eigen vermogen en over het vreemd vermogen. Kaders voor de kostprijzen staan
                    voor heffingen, rechten en leges in artikel 229b Gemeentewet en voor prijzen in
                    de artikelen 25i, 25j en 25m van de Mededingingswet. </al><al/><al>Artikel 11. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen </al><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel
                    156 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven
                    voor de belastingen, rioolheffingen, afvalstoffenheffing, rechten, leges en
                    erfpachtcanons jaarlijks vaststelt. </al><al/><al>Het tweede lid bepaalt dat het college aan de raad minimaal een keer per jaar
                    herziene exploitatieopzetten aanbiedt, met daarin opgenomen de kaders voor de
                    grondexploitaties en de richtprijzen voor (bouw)gronden. De raad stelt deze
                    exploitatieopzetten vast. </al><al/><al>Het derde lid bepaalt dat het college bij afwijkingen van de vastgestelde kaders
                    dit ter besluitvorming aan de raad voorlegt.</al><al/><al>Artikel 12. Financieringsfunctie </al><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk
                    geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen</al><al> en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 12 geeft invulling aan
                    deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders
                    voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel
                    24.</al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en
                    daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het tweede lid een aantal
                    aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële
                    derivaten.</al><al/><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële
                    participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet
                    Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. </al><al/><al>Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen, garanties
                    en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico
                    waaraan de gemeente bloot komt te staan te verminderen. </al><al/><al>Het vierde lid bepaalt dat het college de bevoegdheid wordt gegeven om nadere
                    richtlijnen op te stellen (treasurystatuut). Deze aanvullende richtlijnen worden
                    ter informatie aan de raad aangeboden.</al><al/><al>Artikel 13. Paragrafen</al><al>Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de
                    artikelen 16 tot en met 21 aan wat er in de paragrafen moet staan. De verplichte
                    paragrafen zijn momenteel:</al><lijst><li nr="a)"><al>Lokale heffingen</al></li><li nr="b)"><al>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</al></li><li nr="c)"><al>Onderhoud kapitaalgoederen</al></li><li nr="d)"><al>Financiering</al></li><li nr="e)"><al>Bedrijfsvoering</al></li><li nr="f)"><al>Verbonden partijen</al></li><li nr="g)"><al>Grondbeleid</al></li></lijst><al/><al>Artikel 14. Administratie</al><al>Onder artikel 14 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de
                    vastlegging er van moeten voldoen. </al><al/><al>Artikel 15. Financiële organisatie</al><al>Artikel 15 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het
                    college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160
                    Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze
                    bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie,
                    blijkt uit het advies van de Raad van State en het Nader rapport uit 2003 over
                    de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. </al><al/><al>Artikel 15 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie
                    het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te
                    geven ligt het voor de hand dat het college een organisatiebesluit en een
                    treasurystatuut (zie ook artikel 12, lid 4) vaststelt en dat het college de
                    volmachten en mandaten alsook de</al><al> kostenverdeelsleutels voor de kostentoerekening vastlegt. </al><al/><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht
                    worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. </al><al/><al>Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking
                    gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels
                    voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet bestuursrecht en
                    de gemeentelijke subsidieverordening waarborgen.</al><al/><al>In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld het
                    treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een
                    aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk
                    worden verstrekt aan rechthebbenden. </al><al/><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                    financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                    verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                    controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                    rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening. </al><al/><al>Artikel 16. Interne controle</al><al>De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft
                    van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die
                    eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 16 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten,
                    de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><al/><al>Het tweede lid bepaalt dat jaarlijks wordt gecontroleerd of de administratie van
                    waardepapieren e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit.
                    Het lid gebiedt daarbij dat minimaal eens in de 4 jaar wordt gecontroleerd of de
                    administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het
                    daadwerkelijke bezit.</al><al/><al>In lid drie is geregeld dat het college nadere richtlijnen op het gebied van
                    interne controle kan vaststellen welke ter kennisname aan de raad worden
                    aangeboden. </al><al/><al>Artikel 17. Inwerkingtreding</al><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212 van de
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het begrotingsjaar 2015 en later. De
                    jaarstukken van het begrotingsjaar 2014 moeten nog voldoen aan de bepalingen uit
                    de oude verordening.</al><al/><al>Artikel 18. Overgangsbepalingen</al><al>Op basis van de oude verordening zijn door het college nadere richtlijnen en/of
                    voorschriften gesteld (bv. treasurystatuut). Om ervoor te zorgen dat deze
                    richtlijnen/voorschriften van kracht blijven is dit artikel opgenomen.</al><al/></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>afschrijvingsbeleid bij artikel 8 </titel></kop><al>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut</al><al/><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000
                    worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen
                    worden altijd geactiveerd.</al><al/><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. </al><al/><al>In onderstaande tabel staan de afschrijvingstermijnen genoemd. In de kolom
                    “huidig” is de termijn opgenomen die geldt bij vaststelling van deze
                    verordening. De kolom “maximaal” betreft de termijn die maximaal gehanteerd kan
                    worden gedurende de looptijd van deze verordening</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="68*"/><colspec colname="col2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Activa</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huidig</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Maximaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Riolering</al></entry><entry colname="col2"><al>40 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nieuwbouw woonruimten</al><al>Kantoren</al><al>Bedrijfsgebouwen</al><al>Schoolgebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>40 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>50 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, kantoren,
                                        bedrijfsgebouwen en schoolgebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>25 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>40 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Technische installaties in bedrijfsgebouwen</al><al>Zoutstrooiers</al><al>Sneeuwploegen</al></entry><entry colname="col2"><al>15 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>20 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen</al><al>Telefooninstallaties</al><al>Kantoormeubilair</al><al>Schoolmeubilair</al><al>Aanleg tijdelijke terreinwerken</al><al>Nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>10 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kantoor- en schoolmeubilair</al><al>Vrachtwagens</al><al>Tractor</al><al>Zware transportmiddelen zoals rioolmachine,
                                        bladruimmachines</al></entry><entry colname="col2"><al>10 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkbussen</al><al>Aanhangers</al><al>Veegwagens</al><al>Lichte motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>8 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Automatiseringsapparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>5 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>5 jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>