<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346938_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kaderverordening Subsidies Delft 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-71459.html">Gemeenteblad 3-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kaderverordening Subsidies Delft 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art.149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kaderverordening Subsidies Delft 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van 7 oktober 2014, inzake de
                        kaderverordening subsidies Delft 2014 en het beleidskader subsidies Delft
                        2014-2018; </al><al>Gelet op het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Vast te stellen de kaderverordening subsidies Delft 2014 en het
                                beleidskader subsidies Delft 2014-2018;</al></li><li nr="b."><al>In te trekken de kaderverordening subsidies Delft 2008.</al></li></lijst><al><vet>KADERVERORDENING SUBSIDIESGEMEENTEDELFT2014</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                    besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van
                                    staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese
                                    Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van
                                    het Verdrag heeft vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze
                                    van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="-"><al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                    800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                    augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                    artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke
                                    markt verenigbaar worden verklaard („de algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later
                                    daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>de-minimisregeling: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de
                                    Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                    betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                                    Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr.
                                    1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20
                                    december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en
                                    88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                    landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr.
                                    875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24
                                    juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88
                                    van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot
                                    wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) ,
                                    dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
                                    regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                                    Unie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kaderverordening subsidies gemeente Delft 2014 is van toepassing
                                op alle subsidieverstrekkingen, zoals bedoeld en omschreven in
                                artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in lid 1 gestelde, kan het college van
                                burgemeester en wethouders, hierna te noemen het college, bepalen
                                dat deze verordening niet van toepassing is voor de onder artikel
                                4:23, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht genoemde
                                gevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is het bevoegde bestuursorgaan voor de toepassing van
                                deze verordening, de daarop gebaseerde deel- en/of bijzondere
                                verordeningen en beleidsregels, alsmede hetgeen ter zake is bepaald
                                in artikel 4:23 lid 3 Awb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de subsidieverlening in een aantal subsidierondes
                                doen plaatsvinden, waarbij het college speciale thema’s of accenten
                                kan benoemen respectievelijk aanbrengen, die passen binnen de doelen
                                van het gemeentelijke subsidiebeleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Grondslag subsidieverstrekking</titel></kop><al>Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten en voorzieningen
                            die tot doel hebben het door de raad vastgesteld gemeentelijk beleid, de
                            beleidsdoelen en gemeentebegroting te realiseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verstrekking aan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies worden verstrekt aan privaatrechtelijke
                                rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in lid 1 gestelde kan het college een subsidie
                                toekennen aan natuurlijke personen, indien doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van de verstrekking zich hiertegen niet verzetten
                                en de te subsidiëren activiteit past in het gemeentelijk beleid,
                                zoals bedoeld en omschreven in artikel 4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het lopend
                                kalenderjaar, wordt op de aanvraag beslist binnen 8 weken na
                                ontvangst van de subsidieaanvraag, tenzij het college een andere
                                termijn heeft vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het kalenderjaar
                                of kalenderjaren volgend op het jaar waarin de aanvraag is
                                ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen 6 weken na de dag
                                waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar door
                                de raad is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van aanvragen, die betrekking hebben op het lopende
                                kalenderjaar en een uiterste indieningsdatum vastgesteld is, beslist
                                het college binnen 8 weken na het verstrijken van deze datum.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag zoals bedoeld in het 1e en 2e lid wordt slechts in
                                behandeling genomen, indien deze aan alle wettelijke voorschriften
                                voldoet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN OP TITEL 4.2 VAN DE ALGEMENE WET
                            BESTUURSRECHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan voor subsidies voor een of meer beleidsterreinen
                                of onderdelen daarvan jaarlijks in de gemeentebegroting een
                                subsidieplafond vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt voor de bekendmaking van het in lid 1 genoemde
                                besluit vast volgens welke verdeelsleutel het beschikbare
                                subsidiebedrag wordt verdeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld, wordt zij verleend onder de uitdrukkelijke
                            voorwaarde dat voldoende gelden door de raad ter beschikking worden
                            gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Regel(s) subsidieverlening</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                            subsidieverlening indien deze regels bevorderen:</al><lijst><li nr="a."><al>de rechtmatige, doelgerichte en doelmatige verstrekking van
                                    subsidies; en/of</al></li><li nr="b."><al>deze regels anderszins leiden tot verwezenlijking van het doel
                                    van de subsidieverstrekking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                                steunkader noodzakelijk is, kan het college bij de in artikel 9
                                genoemde nadere regels afwijken van deze verordening en deze
                                aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de in het eerste lid genoemde nadere regels waarbij is bepaald
                                dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader,
                                verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                komen alleen de doelstellingen, activiteiten, resultaten en kosten
                                in aanmerking die voldoen aan het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ondernemingen komen alleen in aanmerking voor een subsidie waarop de
                                de-minimisregeling van toepassing is, wanneer voldaan wordt aan de
                                betreffende voorwaarden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijn indienen subsidieaanvraag en overleggen van voor
                                de</titel></kop><al> aanvraag tot subsidieverlening relevante documenten</al><al>Het college kan nadere regels stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>over de termijn waarbinnen een aanvraag tot subsidieverlening
                                    moet zijn ingediend.</al></li><li nr="b."><al>over de aard en omvang van relevante documenten, door de
                                    subsidieaanvrager te overleggen, die tot beoordeling van de
                                    aanvraag tot subsidieverlening dienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>1.De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van
                            de in de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen in ieder geval
                            worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat:</al><al>a) de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente dan
                            wel niet</al><al>aanwijsbaar ten goede komen aan de burgers van de gemeente;</al><al>b) de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het
                            doel waarvoor subsidie is aangevraagd;</al><al>c) de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die
                            in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;</al><al>d) de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden –
                            hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden – kan
                            beschikken om de kosten van de activiteiten te financieren;</al><al>e) subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de
                            gemeente;</al><al>f) er sprake is van het geval en de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                            van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                            bestuur, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 3 van die
                            wet in deze verordening mede wordt verstaan degene die op grond van
                            feiten en omstandigheden redelijkerwijs met een aanvrager van subsidie
                            gelijk kan worden gesteld.</al><al>g) de subsidieverlening niet is toegestaan totdat de Europese Commissie
                            met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft
                            vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt. </al><al>2.Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, onderdeel f, kan
                            het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het college om een
                            advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob worden gevraagd.</al><al>3 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene
                            wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar
                                    is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                    terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de
                                    Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar
                                    met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al></li></lijst><al>4 Het college kan afwijken van het bepaalde in het eerste lid onder a
                            tot en met e, wanneer er sprake is van subsidieverlening voor
                            zustersteden van Delft, of steden waar Delft nauwe banden mee
                            heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekkings-/ wijzigingsgronden</titel></kop><al>Naast de in artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde
                            gevallen kan de</al><al>subsidieverlening worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger
                            worden gewijzigd op grond van de in het eerste lid onder a tot en met g
                            en het derde lid genoemde gevallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Het college vordert een uitbetaalde subsidie met rente terug als dit
                            nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese
                            Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nadere verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek
                                van de rekenkamer van de gemeente als het college van burgemeester
                                en wethouders hier om verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet
                                bestuursrecht bedoelde verplichtingen nadere regels of
                                verplichtingen opleggen bij de subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast kunnen bij de subsidieverlening aanvullende verplichtingen
                                worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                                subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt jaarlijks de subsidiebeschikkingen bekend op de
                                website van de gemeente Delft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>Het college kan zo nodig voorschotten op de subsidie verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Regels inzake overschotten en tekorten</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van toegestane
                            overschotten en tekorten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Periodieke evaluatie en toetsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college toetst ten minste eenmaal per jaar subsidies op
                                rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid, zowel wat betreft
                                het verlenen als het besteden daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor de wijze waarop deze
                                toetsing plaatsvindt</al><al> en op welke subsidies de toetsing betrekking heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Het college wijst ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de
                            naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen tot subsidieverlening ingediend voor de inwerkingtreding van
                            deze verordening worden in behandeling genomen conform de dan geldende
                            verordeningen en regelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Kaderverordening Subsidies Delft 2008 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Kaderverordening Subsidies Delft
                            2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 november
                            2014.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>A.P. Oostdijk ,plv.griffier.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt 3 december 2014.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING KADERVERORDENING SUBSIDIES GEMEENTE DELFT 2008</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Met deze kaderverordening wordt beoogd samen met het Beleidskader Subsidies tot
                    een uniform en transparant subsidiebeleid te komen. In artikel 4:21 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt een subsidie als volgt gedefinieerd: “De
                    aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog
                    op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het
                    bestuursorgaan geleverde goederen en diensten”.</al><al>De derde uitbreiding (tranche) van de Awb bevat een uitgebreide regeling over
                    het fenomeen “subsidie”. Deze uitgebreide regeling is ondergebracht in titel 4.2
                    van de Awb. We noemen dat “het subsidierecht”. Het subsidierecht bevat onder
                    andere veel procedureregels. Met de
                        <cursief>Kaderverordening</cursief><cursief>Subsidies</cursief><cursief>Gemeente</cursief><cursief>Delft</cursief><cursief>2014</cursief>
                    zijn de diverse verordeningen op grond waarvan subsidie werd verleend in één
                    verordening gebundeld. Gekozen is voor een Kaderverordening die zich richt op
                    alle subsidies die door de gemeente Delft worden verstrekt. Door een algemeen
                    kader in het leven te roepen, en door de beleidsregels te stroomlijnen, beogen
                    wij de subsidieverlening transparanter en efficiënter te maken. De intentie
                    daarbij is om de administratieve verplichting voor de aanvrager tot het strikt
                    noodzakelijke te beperken. Wij vragen alleen wat voor de beoordeling van een
                    subsidieaanvraag noodzakelijk is. Dat geldt ook voor de stukken die voor het
                    vaststellen van subsidie van essentieel belang zijn.</al><al>Het is niet mogelijk om alle subsidieverstrekkingen onder één Kaderverordening
                    te vangen. Er zijn wettelijke voorschriften die een eigen, specifieke
                    verordening vergen. Met name geldt dit voor de verordening financiele
                    gelijkstelling onderwijs. Daarbij wordt echter wel de gemeentelijke
                    subsidiesystematiek gevolgd. </al><al>Feitelijk heeft ook bedoeling en strekking van het duaal stelsel de keuze voor
                    een Kaderverordening bepaald. Een subsidieverordening die slechts algemene
                    uitgangspunten aangeeft en regelt waarvoor subsidie wordt verstrekt. Het
                    Beleidskader Subsidies is samen met deze Kaderverordening kaderstellend voor het
                    subsidiebeleid. Dit beleid wordt dan ook vastgesteld door de gemeenteraad. Het
                    college van burgemeester en wethouders voeren het subsidiebeleid zoals door de
                    raad is vastgesteld uit. De uitvoering van het beleid wordt ingevuld door
                    beleidsregels.</al><al>Er is nog een derde reden waarom gekozen is voor een Kaderverordening. Hetgeen
                    al in de Awb is bepaald hoeft niet weer in een subsidieverordening te worden
                    opgenomen. In een subsidieverordening, dus ook in onze Kaderverordening, geven
                    we alleen aan, op welke wijze wij de Awb een lokale inkleuring geven. Een
                    Kaderverordening noemen we dan ook “regelend recht” of “aanvullend recht”.</al><al>De subsidievormen zijn opgenomen in het Beleidskader Subsidies, mede om nogmaals
                    te benadrukken dat subsidie wordt ingezet om gemeentelijk beleid
                    (hoofddoelstellingen/ beleidsdoelen) te realiseren.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al>Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen</al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al>Vanwege het belang van voldoen aan regelgeving van Europese staatssteun is een
                    aantal Europese staatssteunrechtelijke begrippen toegevoegd. Op 1 januari 2014
                    is de nieuwe de-minimisverordening in werking getreden. Het steunplafond is niet
                    gewijzigd. Dit betekent dat decentrale overheden ook onder de nieuwe
                    de-minimisverordening ondernemingen tot 200.000 euro aan steun kunnen verlenen
                    zonder dat er sprake is van staatssteun. Evenals onder de oude
                    de-minimisverordening geldt dit bedrag per onderneming over een periode van drie
                    belastingjaren. Er dient van uitgegaan te worden dat steun is verleend op het
                    moment van ontstaan van de wettelijke aanspraak op steunverlening (bijvoorbeeld
                    een subsidiebeschikking) en niet pas op het moment van uitbetaling (van de
                    toegekende subsidie). Wat de periode van drie jaar betreft mag er niet worden
                    geknipt.</al><al>Artikel 2 Reikwijdte</al><lijst><li nr="1."><al>De reikwijdte – het van toepassing zijn op alle verstrekkingen – kent
                            een begrenzing. In die gevallen waar specifieke wetgeving een eigen
                            verordening vereist, vindt het verlenen van subsidies op grond van die
                            verordening plaats.</al></li><li nr="2."><al>De Awb en met name titel 4.2 (het subsidierecht) staat in zeer
                            specifieke gevallen toe af te wijken van procedureregels zoals de wet
                            (Awb), deze verordening en het beleidskader subsidieverstrekking
                            voorschrijft. De Awb biedt dus zelf die mogelijkheid. Zo kan in een zeer
                            specifiek geval - indien er geen (toepasbare) regeling bestaat - op
                            grond van een begrotingspost opgenomen in de gemeentebegroting, subsidie
                            worden verleend.</al></li></lijst><al>Artikel 3 Beslissingsbevoegdheid</al><lijst><li nr="1."><al>In het kader van het duaal stelsel, zoals in de algemene toelichting is
                            verwoord, is het college belast met de
                                <cursief>uitvoering</cursief>van
                            het door de raad vastgestelde subsidiebeleid, en derhalve bevoegd deze
                            verordening en de daarop gebaseerde beleidsregels uit te voeren.
                            Alhoewel de subsidiesystematiek bestaat uit de drie samenhangende
                            onderdelen: beleidskader, kaderverordening, beleidsregels is besloten de
                            mogelijkheid om deel- en/of bijzondere verordeningen in het leven te
                            roepen, niet uit te sluiten. Echter wel met de aantekening dat het hier
                            een uitzondering betreft, en alleen wordt benut indien een wet dit
                            voorschrijft of een rechtmatige verlening van subsidie in voorkomende
                            gevallen hiertoe dwingt.</al></li><li nr="2."><al>Subsidierondes zijn zowel voor het college als voor subsidieaanvragers
                            een nuttig instrument uit een oogpunt van planning, budgettering en
                            evenwichtige verdeling van beschikbare subsidiebudgetten. De bevoegdheid
                            voor het college om speciale thema’s of accenten te benoemen
                            respectievelijk aan te brengen heeft zijn nut wanneer er sprake is van
                            meerdere subsidieaanvragers die alle aan diverse subsidiecriteria
                            voldoen en er, binnen het beschikbare budget, door het college toch een
                            keuze gemaakt moet worden aan wie uiteindelijk wel en aan wie geen
                            subsidie verleend zal worden.</al></li></lijst><al>Artikel 4 Grondslag subsidieverstrekking</al><al>Dit artikel is bedoeld om een belangrijk uitgangspunt vast te leggen, te weten
                    dat subsidie bedoeld is als instrument om gemeentelijk beleid te realiseren. In
                    het beleidskader zijn de hoofddoelstellingen/ beleidsdoelen van het gemeentelijk
                    beleid geformuleerd en in specifieke beleidsterreinen neergeslagen. De
                    hoofddoelstellingen/beleidsdoelen wijken niet af van staand beleid, maar zijn
                    wel zodanig geformuleerd, dat gewijzigd en/of nieuw beleid binnen de
                    doelstelling past. In die gevallen waar nieuwe inzichten en beleid niet in een
                    van de hoofddoelen/beleidsdoelen passen, kan een daartoe strekkende beleidsnota,
                    vast te stellen door de gemeenteraad, het verlenen van subsidie rechtmatig
                    maken. Bij aanpassingen van het beleidskader bijv. in verband met een
                    nieuwe/andere samenstelling van de raad wordt het nieuwe beleid dan
                    ingevoegd.</al><al>Artikel 5 Subsidie verstrekken aan:</al><lijst><li nr="1."><al>Privaatrechtelijke rechtspersonen; dat zijn bijvoorbeeld Stichtingen en
                            Verenigingen, maar ook B.V.’s en N.V.’s. Formeel is een V.O.F.(=
                            Vennootschap onder Firma) geen privaatrechtelijke rechtspersoon. Ook een
                            V.O.F. zal als aanvrager van een subsidie functioneel aangemerkt worden
                            als ware deze een privaatrechtelijke rechtspersoon. Het zijn van oudsher
                            organisatievormen die een doel of doelen nastreven en deze doelen door
                            middel van activiteiten realiseren. Gemeenten verstrekken subsidies
                            wanneer deze doelen passen in het gemeentelijk beleid. Een van de
                            voorwaarden is, en daar gaat dit artikel over – dat stichtingen en
                            verenigingen etc. zich aan het “rechtspersonenrecht” dienen te houden.
                            Belangrijk is hierbij dat (na toestemming van de gemeente) een batig
                            saldo alleen mag worden aangewend voor het realiseren van het doel van
                            de rechtspersoon. Voor de gemeente telt in dit verband, dat er altijd
                            een bestuur is waarmee de gemeente overeenkomsten kan afsluiten, en in
                            rechte kan aanspreken op het nakomen van verplichtingen en
                            tekortkomingen. Boek 2 Burgerlijk Wetboek (Stichting art. 2:285 – 304 BW
                            en Vereniging art. 2:26 – 52 BW) geven de gemeente de mogelijkheid
                            rechtspersonen aan te spreken.</al></li><li nr="2."><al>Een natuurlijk persoon of personen is/zijn drager(s) van rechten en
                            plichten. Maar het zijn geen rechtspersonen in de zin dat zij als
                            organisatie geen bestuur hebben die op grond van het
                            “rechtspersonenrecht” overeenkomsten kunnen afsluiten en op het nakomen
                            daarvan aanspreekbaar zijn. In voorkomende gevallen zijn zij slechts als
                            “individu” aanspreekbaar. Houdt dit dan in, dat particulier initiatief
                            onmogelijk is door het gestelde in lid 1 van dit artikel. Allerminst! De
                            gemeente onderschrijft het belang van particuliere initiatieven die
                            daadwerkelijk bijdragen aan het realiseren van gemeentelijk beleid. Een
                            van de vele voorbeelden zijn de straatfeesten, een bijdrage aan de
                            “samenhang en leefbaarheid” van de straat of de buurt. Daarnaast is de
                            gemeente verplicht het verstrekken van subsidies, rechtmatig,
                            doelgericht en doelmatig te maken en te houden. Daarom geeft lid 2 van
                            dit artikel de mogelijkheid om bestaande en nieuwe initiatieven (mits
                            zij passen in het gemeentelijk beleid) eenmalig mogelijk te maken, en
                            dan in goed overleg tussen gemeente – initiatiefnemers naar een
                            structurele oplossing te zoeken, waardoor enerzijds gewaarde
                            initiatieven in stand blijven, maar ook anderzijds de rechtmatige,
                            doelgerichte en doelmatige subsidieverstrekking gewaarborgd is. Ook kan
                            gedacht worden aan de mogelijkheid om bijvoorbeeld via de
                            buurtvereniging een subsidie als bedoeld aan te vragen. De genoemde
                            eenmalige mogelijkheid ziet op dezelfde soort subsidie. Voor een ander
                            soort subsidie kan zonder meer een nieuwe aanvraag ingediend
                            worden.</al></li></lijst><al>Artikel 6 Termijn</al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om subsidie voor het lopend subsidiejaar betekent dat de
                            subsidieaanvrager behoefte heeft op een zo snel mogelijk antwoord, zodat
                            gepland en georganiseerd kan worden. Acht weken is een termijn die ter
                            zake in de jurisprudentie als redelijk wordt aangemerkt. Het college kan
                            een andere termijn bepalen, indien de aard van het initiatief van de
                            subsidieaanvrager en diens tijdplanning dat noodzakelijk maakt.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidieaanvraag voor het komende jaar of jaren kan binnen 6 weken
                            worden beantwoord, hetzij door een “voortgangsbericht”, hetzij door
                            hetgeen in artikel 8 wordt bepaald. In het algemeen wordt een aanvraag
                            van een nieuwe subsidieaanvrager beantwoord door middel van een
                            voortgangsbericht; voor een bestaande subsidierelatie kan artikel 8 van
                            de verordening worden toegepast.
                                <onderstreept>Voortgangsbericht</onderstreept>
                            (de juridisch betekenis): het antwoord op een subsidieaanvraag waarin
                            wordt aangegeven dat het besluit op de aanvraag niet binnen de gestelde
                            termijn gegeven kan worden en de reden daarvan motiveren.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag om subsidie niet voldoet aan alle wettelijke
                            voorschriften wordt de subsidieaanvrager in de gelegenheid gesteld dit
                            te herstellen, en wel binnen een redelijke te stellen termijn.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 2 Aanvullende bepalingen op Titel 4:2 Awb</al><al>Artikel 7 Subsidieplafond</al><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift
                            worden vastgesteld. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door
                            verstrekking van subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.
                            Het subsidieplafond is geregeld en vastgelegd in de Kaderverordening.
                            Dat betekent dat wanneer het beschikbare budget (het door de raad
                            vastgestelde subsidieplafond) uitgegeven is, dit een wettelijke grond
                            oplevert om geen subsidie te verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Subsidieverdeelsleutels zijn verdelingscriteria door het college van
                            burgemeester en wethouders vastgelegd in beleidsregels en afgeleid van
                            de door de raad vastgestelde subsidieplafond(s), teneinde
                            “onoverzichtelijke ontwikkelingen” in subsidieaanvragen te beteugelen en
                            tot een behoorlijk en rechtmatige verdeling van de middelen te komen.
                            Ook hier is het duaal stelsel toegepast. De raad stelt het
                            subsidieplafond vast, en het college geeft invulling aan de uitvoering
                            daarvan.</al></li></lijst><al>Artikel 8 Begrotingsvoorbehoud</al><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks in het kader van de begrotingsbehandeling de
                    budgetten vast die voor de subsidieverstrekking beschikbaar zijn. Daarom dient
                    een beschikking subsidieverlening – indien de subsidie wordt verleend voor een
                    jaar of periode die ten laste komt van een begroting die nog niet is
                    vastgesteld, dit voorbehoud in de beschikking te zijn vastgelegd.</al><al>Artikel 9 Regel(s) subsidieverlening</al><al>De regels die gesteld zijn of nader gesteld kunnen worden zijn beleidsregels.
                    Het vierde lid van artikel 1:3 Awb omschrijft een beleidsregel “als een bij
                    besluit vastgestelde regel, een informele richtlijn voor overheidsorganen
                    teneinde te komen tot het hanteren van
                        <onderstreept>vaste</onderstreept></al><al><onderstreept>gedragsregels</onderstreept>
                    bij de uitoefening van hun bevoegdheden”. Een beleidsregel is primair intern
                    gericht. Daarmee wordt bedoeld, dat de gedragsregels gelden voor de politieke en
                    ambtelijke organisatie. Bestuursorganen hebben vaak een bepaalde
                    beslissingsruimte. Door het instellen van beleidsregels wordt duidelijk hoe met
                    deze beslissingsruimte wordt omgegaan. Door publicatie wordt het burgers en
                    belanghebbenden duidelijk op welke wijze het bestuursorgaan inhoud en vorm geeft
                    aan haar (subsidie) beleid en beslissingsruimte. Daar kan het gemeentebestuur in
                    rechte vervolgens aan worden gehouden.</al><al>Artikel 9a Europees steunkader </al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat
                    afgeweken wordt van de kaderverordening, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste
                    lid maakt het college daartoe bevoegd. Het tweede en derde lid zijn een
                    uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en
                    -beschikkingen die gebruik maken van het Europese steunkader, het toepasselijke
                    kader expliciet wordt vermeld. Als sprake is van steun die valt onder een
                    Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de doelstellingen,
                    activiteiten,</al><al>resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen
                    aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader als genoemd in het
                    vierde lid. Evenzeer als dat bij subsidies waarop de de-minimisregeling van
                    toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking komen voor subsidies die
                    voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisregeling als genoemd in het vijfde
                    lid.</al><al>Artikel 10 Termijn indiening aanvraag tot subsidieverlening en voor deze
                    aanvraag te overleggen documenten.</al><lijst><li nr="a."><al>In beleidsregels zijn de gestelde termijnen aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>Met relevante documenten wordt bedoeld dat alleen die documenten worden
                            gevraagd die noodzakelijk zijn om de aanvraag tot subsidieverlening te
                            beoordelen.</al></li></lijst><al>Artikel 11 Weigeringsgronden.</al><al>De Awb geeft in artikel 4:25 en artikel 4:35 deze weigeringsgronden aan: Artikel
                    4:25 gaat over het subsidieplafond (zie artikel 6 van de Kaderverordening en
                    deze toelichting).</al><al>Artikel 4:35 luidt:</al><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een
                            gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>De aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>De aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichtte activiteiten
                                    en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze
                                    voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd, indien
                            de aanvrager: </al><lijst><li nr="a."><al>In het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                    onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of</al></li><li nr="b."><al>Failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is
                                    verleend of ten aanzien van hem de schuldsanering natuurlijke
                                    personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek
                                    daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 4:35 bevat een niet limitatieve opsomming van de gronden waarop een
                    subsidie geweigerd kan worden. De weigeringsgronden genoemd in a tot en met e
                    zijn een door de Awb toegestane aanvulling.</al><al>Het Europeesrechtelijke staatsteunkader dient opgenomen te zijn als
                    toetsingskader voor subsidieverlening.</al><al>Sinds 2003 is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                    bestuur (Wet Bibob) in werking. Het doel van deze wet is overheidsinstanties die
                    te maken hebben met vergunningen, subsidies en aanbestedingen een
                    instrumentarium te geven waarmee ze de integriteit van betrokkenen beter kunnen
                    beoordelen. Inmiddels zijn de fasen horeca, aanbestedingen en subsidies (via de
                    derde tranche) doorgevoerd. De Bibob-toets is er op gericht om te voorkomen dat
                    de gemeente aan aanvragers van subsidies, die op de een of andere manier
                    betrokken zijn bij of verantwoordelijk zijn voor niet-integere activiteiten, een
                    dergelijke subsidie verstrekt. </al><al>Het Delftse beleid houdt in dat ook subsidie verleend kan worden aan
                    zustersteden van Delft of steden waar Delft een nauwe band mee heeft. </al><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college
                    overgaan tot weigering. In aanvulling daarop wordt in onderdeel b bepaald dat
                    ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen
                    voor subsidie. </al><al>Artikel 12 Intrekkings- weigeringsgronden</al><al>De Awb geeft in artikel 4:50 de gronden voor intrekking en wijzigingen (ten
                    nadele van de ontvanger) aan. Dit artikel luidt:</al><lijst><li nr=""><al>1.Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het bestuursorgaan de
                            subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken
                            of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>Voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
                                    zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van de subsidie verzetten; of</al></li><li nr="c."><al>In andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al><lijst><li nr="2."><al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid,
                                            onderdeel a of b, vergoedt het bestuursorgaan de schade
                                            die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen
                                            op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder
                                            subsidie zou hebben gedaan.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 13 Terugvordering</al><al>Deze bepaling houdt met name verband met het Europeesrechtelijk steunkader.</al><al>Artikel 14 Nadere verplichtingen subsidieontvanger</al><al>Hier is sprake van dwingend recht. Toegevoegd is een bepaling ten aanzien van
                    het jaarlijks bekend maken van subsidiebeschikkingen. Het motief hierbij is
                    transparantie inzake het verdelen van overheidsgelden in de vorm van
                    subsidies.</al><al>Artikel 15 Voorschotten</al><al>De jarenlange subsidiepraktijk wijst uit dat het onder omstandigheden
                    noodzakelijk is, op verzoek van de aanvrager een voorschot te verstrekken om een
                    begin te maken met een activiteit of om een activiteit te kunnen doen
                    plaatsvinden.</al><al>Artikel 16 Regels inzake overschotten en tekorten</al><al>Deze basis is nodig wanneer het college desgewenst nadere beleidsregels wil
                    vaststellen op deze punten.</al><al>Artikel 17 Periodieke evaluatie en toetsing</al><al>Het periodiek evalueren geschiedt aan de hand van een jaarlijkse toetsing.
                    Hiervoor is een toetsingskader opgesteld.</al><al>Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 18 Hardheidsclausule</al><al>Gebruikelijk uit een oogpunt van regelgevingstechniek is dat een verordening een
                    zogeheten hardheidsclausule bevat. Dat geldt ook voor de Kaderverordening
                    subsidies. De betreffende bepaling biedt het college de mogelijkheid met name op
                    ondergeschikte punten van de verordening af te wijken wanneer daar redenen toe
                    bestaan. Veelal zal het daarbij gaan om praktische zaken. Voor substantiële
                    zaken is deze bepaling niet bedoeld.</al><al>Artikel 19 Toezicht</al><al>Toezichthoudende ambtenaren moeten onder omstandigheden door het college ingezet
                    kunnen worden.</al><al>Artikel 20 Overgangsrecht</al><al>Het betreft hier een algemene basisbepaling. Per beleidsregel kan door het
                    college een specifiek overgangsrechtelijk regiem vastgesteld worden.</al><al>Artikel 21 Inwerkingtreding intrekking</al><al>Dit artikel geeft aan wanneer de verordening in werking treedt. Gekozen is voor
                    een nieuw vast te stellen verordening en het intrekken van de bestaande, die
                    inmiddels enkele keren tussentijds gewijzigd is. </al><al>Artikel 22 Citeertitel</al><al>Dit artikel bevat de naam waarmee de verordening formeel dient te worden
                    aangeduid.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>