<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346828_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad van 18 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.1.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.1.4, lid 1,2,3 en 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.1.5, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.1.6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.1.7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.3.6, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 art. 2.6.6 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verordening WMO 2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Grootegast;</al>
          <al> Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                            30-10-2014;</al>
          <al> Gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 eerste, tweede, derde en zevende
                            lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste
                            lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al>
          <al> Gezien het advies van de Wmo-adviesraad 22-10-2014; </al>
          <al>Overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de
                            wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het
                            maatschappelijk leven;</al>
          <al>dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen
                            bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun
                            omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot
                            participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de
                            gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen
                            blijven wonen; </al>
          <al>dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het
                            beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot
                            de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en
                            participatie van personen met een beperking of met chronische psychische
                            of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang en </al>
          <al>dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen,
                            diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en
                            daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve
                            samenleving;</al>
          <al/>
          <al>Besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Grootegast 2015. </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende
                                bepalingen wordt verstaan onder:</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="•"><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet
                                    speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking en die
                                    algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan
                                    vergelijkbare producten;</al></li>
            <li nr="•"><al>Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat,
                                    zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                    persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers,
                                    toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li>
            <li nr="•"><al>Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 eerste lid van
                                    de wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening
                                    of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is
                                    verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                    artikel 2.3.2 eerste lid van de wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                                    beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien
                                    van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                                    Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
                                    personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in
                                    het kader van een hulpverlenend beroep;</al></li>
            <li nr="•"><al>Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2
                                    eerste lid van de wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden,
                                    bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid, sub a t/m g van de wet,
                                    beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar
                                    zijn mening het meest is aangewezen;</al></li>
            <li nr="•"><al>Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                    wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere
                                    voorziening (niet zijnde een maatwerkvoorziening) waarmee aan de
                                    hulpvraag wordt tegemoetgekomen;</al></li>
            <li nr="•"><al>Wet: wet maatschappelijke ondersteuning 2015. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Melding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een melding kan door of namens een cliënt vormvrij bij het
                                    college worden gedaan;</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk
                                    dan wel mondeling;</al></li>
            <li nr="3."><al>In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet
                                    treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke
                                    maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het
                                    onderzoek. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Cliëntondersteuning</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college zorgt er voor dat ingezetenen een beroep kunnen doen
                                    op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de
                                    cliënt het uitgangspunt is.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het
                                    onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet, op de
                                    mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
                                </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in
                                    artikel 2.3.2 eerste lid van de wet, van belang zijnde en
                                    toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt
                                    zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. </al></li>
            <li nr="2."><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige
                                    gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor
                                    het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs
                                    beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een
                                    identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    identificatieplicht ter inzage. </al></li>
            <li nr="3."><al>Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het
                                    college in overeenstemming met de cliënt afzien van een
                                    vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></li>
            <li nr="4."><al>Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om
                                    een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2 tweede lid van
                                    de wet op te stellen en stelt hem gedurende 7 dagen na de
                                    melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Gesprek</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                    degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens
                                    vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of
                                    mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor
                                    zover nodig:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                            cliënt;</al></li>
                <li nr="b."><al>Het gewenste resultaat van het verzoek om
                                            ondersteuning;</al></li>
                <li nr="c."><al>De mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke
                                            hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn
                                            zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te
                                            verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd
                                            wonen of opvang of te voorkomen dat hij een beroep moet
                                            doen op een maatwerkvoorziening;</al></li>
                <li nr="d."><al>De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere
                                            personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot
                                            verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                            participatie of te voorzien in zijn behoefte aan
                                            beschermd wonen of opvang of te voorkomen dat hij een
                                            beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;</al></li>
                <li nr="e."><al>De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                            mantelzorger van de cliënt; </al></li>
                <li nr="f."><al>De mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                            voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld
                                            in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                            maatschappelijke nuttige activiteiten te komen tot
                                            verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                            participatie of de mogelijkheden om met gebruikmaking
                                            van een algemene voorziening te voorzien in zijn
                                            behoefte aan beschermd wonen of opvang of te voorkomen
                                            dat hij een beroep moet doen op een
                                            maatwerkvoorziening;</al></li>
                <li nr="g."><al>De mogelijkheden om door middel van voorliggende
                                            voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en
                                            zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en
                                            andere partijen op het gebied van publieke gezondheid,
                                            jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen te
                                            komen tot een zo goed mogelijk afgestemde
                                            dienstverlening met het oog op de behoefte aan
                                            verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                            participatie of aan beschermd wonen of opvang. </al></li>
                <li nr="h."><al>De mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te
                                            verstrekken;</al></li>
                <li nr="i."><al>Welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing
                                            van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de
                                            wet verschuldigd zal zijn, en</al></li>
                <li nr="j."><al>De mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van
                                            een pgb, waarbij de cliënt wordt ingelicht over de
                                            gevolgen van die keuze. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Als de cliënt het persoonlijk plan, als bedoeld in artikel 4
                                    vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het
                                    college dat plan bij het onderzoek bedoeld in het eerste
                                    lid.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het
                                    gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en
                                    vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te
                                    verwerken. </al></li>
            <li nr="4."><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2. van de wet, in
                                    overleg met de cliënt afzien van een gesprek. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Verslag/uitkomsten van het onderzoek</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college zorgt indien nodig voor een schriftelijk
                                    verslaglegging van het onderzoek.</al></li>
            <li nr="2."><al>Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college
                                    schriftelijk aan de cliënt de uitkomsten van het onderzoek.
                                </al></li>
            <li nr="3."><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan de
                                    uitkomsten van het onderzoek toegevoegd. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Aanvraag</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan
                                    nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is
                                    uitgevoerd binnen 6 weken na de ontvangst van de melding.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een
                                    aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij
                                    het college. </al></li>
            <li nr="3."><al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het
                                    college vastgesteld aanvraagformulier.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college neemt het verslag (van het onderzoek) als
                                    uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een
                                    maatwerkvoorziening.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid
                                            of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de
                                            cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college
                                            niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
                                            mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                                            sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen
                                            gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen
                                            kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening
                                            levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in
                                            artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan
                                            het realiseren van een situatie waarin de cliënt in
                                            staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie
                                            en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                                            blijven, of</al></li>
                <li nr="b."><al>Ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven
                                            in de samenleving van de cliënt met psychische of
                                            psychosociale problemen en de cliënt die de
                                            thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met
                                            risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk
                                            geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het
                                            oordeel van het college niet op eigen kracht, met
                                            gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van
                                            andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met
                                            gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen
                                            of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening
                                            houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde
                                            onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de
                                            behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en
                                            aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in
                                            staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen
                                            kracht te handhaven in de samenleving. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
                                    zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor
                                    een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt
                                            redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en</al></li>
                <li nr="b."><al>de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt niet
                                            verwacht kon worden maatregelen te treffen die de
                                            hulpvraag overbodig hadden gemaakt.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="4."><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van
                                    een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze
                                    alleen verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch
                                    is afgeschreven:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is
                                            gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de
                                            cliënt zijn toe te rekenen;</al></li>
                <li nr="b."><al>Tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in
                                            de veroorzaakte kosten, of</al></li>
                <li nr="c."><al>Als de eerder verstrekte voorziening niet langer een
                                            oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
                                            maatschappelijke ondersteuning. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het
                                    college de goedkoopst compenserende voorziening. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Advisering</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn
                                    voor het onderzoek, degene door of namens wie een aanvraag is
                                    ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante
                                    huisgenoten:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                            college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                            bevragen.</al></li>
                <li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip
                                            door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                            bevragen en/of te onderzoeken. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Het college kan een daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
                                    vragen indien:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die
                                            niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie
                                            niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 5 is
                                            gevoerd.</al></li>
                <li nr="b."><al>Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die
                                            wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek
                                            zoals bedoeld in artikel 5 heeft gevoerd, maar waarvan
                                            de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat
                                            die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een
                                            voorziening of de soort van voorziening kunnen
                                            beïnvloeden.</al></li>
                <li nr="c."><al>Het college dat gewenst vindt. </al><al/></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Weigeringsgronden</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Voor zover met betrekking tot de problematiek die in het
                                            gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot
                                            ondersteuning, een voorziening op grond van een andere
                                            wettelijke bepaling bestaat;</al></li>
                <li nr="b."><al>Voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke
                                            hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit
                                            zijn sociale netwerk de beperkingen weg kan nemen;</al></li>
                <li nr="c."><al>Voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene
                                            voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;</al></li>
                <li nr="d."><al>Indien de voorziening voor een persoon als cliënt
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li>
                <li nr="e."><al>Indien het een voorziening betreft die de cliënt na de
                                            melding en voor de datum van besluit heeft gerealiseerd
                                            of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor
                                            schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak
                                            achteraf nog kan worden vastgesteld;</al></li>
                <li nr="f."><al>Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een
                                            voorziening die aan een cliënt al eerder is verstrekt in
                                            het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en
                                            de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog
                                            niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of
                                            verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                            omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                            rekenen, of ten zij cliënt geheel of gedeeltelijk
                                            tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;</al></li>
                <li nr="g."><al>Voor zover deze niet in overwegende mate op het individu
                                            is gericht;</al></li>
                <li nr="h."><al>Indien de cliënt tekortschietend besef van
                                            verantwoordelijkheid heeft betoond;</al></li>
                <li nr="i."><al>Indien er een negatief medisch of ergonomisch advies aan
                                            ten grondslag ligt.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en
                                    participatie wordt verstrekt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Als deze niet langdurig noodzakelijk is;</al></li>
                <li nr="b."><al>Indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente
                                            Grootegast.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Geen woonvoorziening wordt verstrekt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van
                                            de in de woning gebruikte materialen;</al></li>
                <li nr="b."><al>Ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
                                            kloosters, tweede woningen, vakantie- en
                                            recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde
                                            kamers met uitzondering van een voorziening voor
                                            verhuizing en inrichting;</al></li>
                <li nr="c."><al>Voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke
                                            ruimten betreft, anders dan toegangsdeuren, het
                                            aanbrengen van automatische deuropeners, hellingbanen,
                                            het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het
                                            aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het
                                            aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van
                                            een gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een
                                            voorziening voor verhuizing en inrichting;</al></li>
                <li nr="d."><al>Indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing
                                            waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van
                                            beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er
                                            geen belangrijke reden voor de verhuizing aanwezig
                                            is;</al></li>
                <li nr="e."><al>Indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of
                                            haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning,
                                            tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is
                                            verleend door het college. `</al><al/></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inhoud beschikking</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening
                                    wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in
                                    natura of persoonsgebonden budget wordt verstrekt en tevens
                                    wordt aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden
                                    gemaakt. </al></li>
            <li nr="2."><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt
                                    in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Welke maatwerkvoorziening wordt verstrekt en wat het
                                            beoogde resultaat daarvan is;</al></li>
                <li nr="b."><al>Wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking
                                            is;</al></li>
                <li nr="c."><al>Hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van
                                            toepassing, </al></li>
                <li nr="d."><al>Welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen
                                            zijn;</al></li>
                <li nr="e."><al>Of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de
                                            daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten,
                                            zoals de kostprijs van de voorziening.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van
                                    een persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder
                                    geval:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Aan welk resultaat het persoonsgebonden budget kan
                                            worden besteed;</al></li>
                <li nr="b."><al>Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van een
                                            persoonsgebonden budget;</al></li>
                <li nr="c."><al>Wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe
                                            dit tot stand is gekomen;</al></li>
                <li nr="d."><al>Wat de duur is van de verstrekking waarop het
                                            persoonsgebonden budget ziet;</al></li>
                <li nr="e."><al>De wijze van verantwoording van de besteding van het
                                            persoonsgebonden budget, en</al></li>
                <li nr="f."><al>Of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de
                                            daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten,
                                            zoals de kostprijs van de voorziening. </al><al/></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Persoonsgebonden budget</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college verstrekt een persoonsgebonden budget in
                                    overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.</al></li>
            <li nr="2."><al>De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de
                                    hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de
                                    desbetreffende situatie goedkoopst compenserende voorziening in
                                    natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan en wordt indien
                                    nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en
                                    verzekering. </al></li>
            <li nr="3."><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening
                                    is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals
                                    bijvoorbeeld salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen
                                    en reiskosten.</al></li>
            <li nr="4."><al>Een cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt
                                    verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en
                                    andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het
                                    tarief betrekken van een persoon die behoort tot het sociale
                                    netwerk:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn
                                            diensten dan door het college in het Besluit
                                            vastgestelde tarief;</al></li>
                <li nr="b."><al>tussenpersonen en belangenbehartigers mogen niet uit het
                                            persoonsgebonden budget worden betaald.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van een
                                    persoonsgebonden budget. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Controle</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de
                                    verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve
                                    van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                    controle op de besteding.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Bijdrage in de kosten</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet
                                            zijnde cliëntondersteuning, en</al></li>
                <li nr="b."><al>voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden
                                            budget, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik
                                            maakt of gedurende de periode waarvoor het
                                            persoonsgebonden budget wordt verstrekt overeenkomstig
                                            het Besluit maatschappelijke ondersteuning en
                                            afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en
                                            zijn echtgenoot</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de
                                    voorziening.</al></li>
            <li nr="3."><al>De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de
                                    kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in
                                    het Financieel Besluit. </al></li>
            <li nr="4."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                            cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                            verschuldigd;</al></li>
                <li nr="b."><al>Wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze
                                            bijdrage is, en</al></li>
                <li nr="c."><al>Dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of
                                            persoonsgebonden budget ten behoeve van een minderjarige
                                            is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders,
                                            daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 1:394
                                            van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen,
                                            en degene die anders dan als ouder samen met de ouder
                                            het gezag uitoefent over een cliënt.</al></li>
                <li nr="d."><al>In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen
                                            bijdrage verschuldigd indien de ouders uit het gezag
                                            over de cliënt zijn ontheven of ontzet.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>Het college bepaalt bij nadere regeling:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening
                                            en persoonsgebonden budget wordt bepaald, en</al></li>
                <li nr="b."><al>Door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen
                                            bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, de bijdragen voor
                                            een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt
                                            vastgesteld en geïnd. </al><al/></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Gecontracteerde aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van
                                    voorzieningen, deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                    begrepen, door:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke
                                            situatie van de cliënt;</al></li>
                <li nr="b."><al>Het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                            zorg;</al></li>
                <li nr="c."><al>Erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                            werkzaamheden in het kader van het leveren van
                                            voorzieningen handelen in overeenstemming met de
                                            professionele standaard. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen over de verdere eisen aan
                                    de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                                    deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. </al></li>
            <li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe
                                    op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                    aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo
                                    nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de
                                    geleverde voorzieningen.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                                derden</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan in het belang van een goede
                                    prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven
                                    die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder
                                    geval rekening houden met:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>De aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li>
                <li nr="b."><al>De voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie
                                            tot de zwaarte van de functie;</al></li>
                <li nr="c."><al>Een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li>
                <li nr="d."><al>Een voor de sector reële mate van non-productiviteit van
                                            het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                            werkoverleg;</al></li>
                <li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van personeel.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Het college kan in het belang van een goede
                                    prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven
                                    die het hanteert voor door derden te leveren overige
                                    voorzieningen, in ieder geval rekening houden met:</al></li>
            <li nr="3."><al>De marktprijs van de voorziening, en </al></li>
            <li nr="4."><al>De eventuele extra taken die in verband met de voorziening van
                                    de leverancier worden gevraagd, zoals:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;</al></li>
                <li nr="b."><al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al></li>
                <li nr="c."><al>onderhoud van de voorziening, en</al></li>
                <li nr="d."><al>verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. </al><al/><al/></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een regeling voor het melden van calamiteiten en
                                    geweldsincidenten treffen bij de verstrekking van een
                                    voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend
                                    ambtenaar aan. </al></li>
            <li nr="2."><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat
                                    zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening
                                    onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.</al></li>
            <li nr="3."><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet,
                                    doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en
                                    adviseert het college over het voorkomen van verdere
                                    calamiteiten en het bestrijden van geweld.</al></li>
            <li nr="4."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                    gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de
                                    verstrekking van een voorziening. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel>
          </kop>
          <al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                            waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Tegemoetkoming meerkosten als gevolg van beperking of chronische
                                problemen</titel>
          </kop>
          <al>Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in
                            artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of
                            chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband
                            houdende aannemelijke meerkosten hebben en die een inkomen hebben tot
                            een bepaald percentage van de bijstandsnorm, een tegemoetkoming
                            verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.
                            E.e.a. wordt uitgewerkt in nadere regels. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het
                                    college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling
                                    van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs
                                    duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot
                                    heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of
                                    2.3.6 van de wet. </al></li>
            <li nr="2."><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
                                    beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet
                                    herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                            verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                            gegevens tot een andere beslissing zou hebben
                                            geleid;</al></li>
                <li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het
                                            persoonsgebonden budget is aangewezen;</al></li>
                <li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget
                                            niet meer toereikend is te achten;</al></li>
                <li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de maatwerkvoorziening of het
                                            persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, of</al></li>
                <li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden
                                            budget niet of voor een ander doel gebruikt.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan
                                    worden ingetrokken als dat het persoonsgebonden budget binnen 6
                                    maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van
                                    de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. </al></li>
            <li nr="4."><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid onder
                                    a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of
                                    onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft
                                    plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die
                                    daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of
                                    gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten
                                    maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden
                                    budget. </al></li>
            <li nr="5."><al>In het geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening
                                    is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
                                </al></li>
            <li nr="6."><al>In het geval dat het recht op een in bruikleen verstrekte
                                    voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden
                                    teruggevorderd.</al></li>
            <li nr="7."><al>Het college onderzoekt uit oogpunt van kwaliteit van de
                                    geleverde zorg al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van
                                    de persoonsgebonden budgetten. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21</nr>
            <titel>Klachtregeling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De gemeentelijke klachtregeling is ook van toepassing op de
                                    afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op
                                    de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld
                                    in deze verordening. </al></li>
            <li nr="2."><al>Gecontracteerde aanbieders stellen een regeling vast voor de
                                    afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle door
                                    hen verstrekte of te verstrekken voorzieningen.</al></li>
            <li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe
                                    op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door
                                    periodieke overleggen met de gecontracteerde aanbieders en
                                    indien nodig een periodiek cliënttevredenheidsonderzoek.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22</nr>
            <titel>Medezeggenschap bij aanbieders</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Gecontracteerde aanbieders kunnen een regeling vaststellen voor
                                    de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van
                                    de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten
                                    aanzien van alle door hen verstrekte of te verstrekken
                                    voorzieningen. </al></li>
            <li nr="2."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe
                                    op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van
                                    gecontracteerde aanbieders door periodieke overleggen en indien
                                    nodig met een periodiek cliëntervaringsonderzoek. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>23</nr>
            <titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in
                                    ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de
                                    voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning, overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet
                                    gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak
                                    wordt verleend. </al></li>
            <li nr="2."><al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                    voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de
                                    besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                                    betreffende maatschappelijke ondersteuning en voorziet hen van
                                    ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                    periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                    aanmelden en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                    deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
                                </al></li>
            <li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het
                                    tweede en derde lid. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>24</nr>
            <titel>Evaluatie</titel>
          </kop>
          <al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar
                            geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens tweejaarlijks na de
                            inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over
                            de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>25</nr>
            <titel>Nadere regels en hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend,
                                    waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van
                                    deze verordening.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt
                                    afwijken van de bepalingen van deze verordening indien
                                    toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                    aard leidt. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>26</nr>
            <titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De Verordening Wmo Grootegast 2013 wordt ingetrokken.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op
                                    grond van de Verordening Wmo Grootegast 2013, totdat het college
                                    een nieuw besluit heeft genomen. </al></li>
            <li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Wmo Grootegast
                                    2013 en waarop nog niet is beslist bij het inwerking treden van
                                    deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze
                                    verordening.</al></li>
            <li nr="4."><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de
                                    Verordening Wmo Grootegast 2013 wordt beslist met inachtneming
                                    van die verordening.</al></li>
            <li nr="5."><al>Van het gestelde in de leden 3 en 4 kan ten gunste van de cliënt
                                    worden afgeweken. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>27</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Deze verordening treedt inwerking op 1 januari 2015.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning Grootegast 2015. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18
                                    september 2014</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>