<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 17 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB 14-47 - 1209638</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Afvalstoffenheffing 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Kenmerk F&amp;I/1209638 </al><al>Nummer RB 14-47 Agendapunt </al><al>De raad der gemeente Soest; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 september 2014,
                        nr. RV 14-47;</al><al>gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet><onderstreept>Verordening op de heffing en de invordering van
                                afvalstoffenheffing
                                201</onderstreept></vet><vet><onderstreept>5</onderstreept></vet><vet><onderstreept>.</onderstreept></vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                            afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van
                            een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22
                            van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                            huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de
                                artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting
                                tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al></li></lijst><al>a degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens
                        eigendom, bezit, </al><al> beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het
                        perceel;</al><al>b ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die
                        dat gedeelte </al><al> ten gebruike heeft afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor het gebruik
                                van één restafvalcontainer, maximaal twee GFT-containers en één of
                                meerdere papiercontainers:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik daarvan door één persoon € 174,00</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik daarvan door meer dan één persoon</al><al> doch minder dan tien personen € 195,00</al></li><li nr="c."><al>per elk vol aantal van tien personen € 404,00</al><al> Voor het in bezit/gebruik hebben van meer dan één
                                        restafval-</al></li></lijst></li></lijst><al>container, voor elke container boven het aantal van één € 90,00</al><al> Voor het in bezit/gebruik hebben van meer dan twee</al><al>GFT-containers, voor elke container boven het aantal van twee € 45,00</al><lijst><li nr="2."><al>Het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel wordt
                                beoordeeld naar de situatie op 1 januari van het belastingjaar of
                                indien later het tijdstip van het ontstaan van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4 lid 1, bedraagt de belasting
                                voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen
                                per aanvraag € 30,00.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 3, bedraagt de belasting voor
                                het achterlaten van meer dan een halve kubieke meter per 2 weken van
                                de volgende afvalstromen op een daartoe door de gemeente aangewezen
                                plaats:</al></li></lijst><al>per 1000 kilo voor:</al><al>asbest € 100,00 grond € 10,00</al><al>puin (schoon) € 6,00</al><al>hout (schoon) € 5,00</al><al>bouw- en sloopafval (vuil puin, vervuild hout, PVC) € 72,00</al><al>dakbedekking € 84,00 </al><al>Het werkelijk achtergelaten gewicht in kilo’s wordt in rekening gebracht met
                        dien verstande dat het in rekening te brengen bedrag nimmer minder bedraagt
                        dan € 10,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 4, lid 1, wordt bij wege van aanslag
                            geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 4, lid 3 en 4, wordt geheven door middel
                            van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is
                            vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingsplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 4, lid 3, is verschuldigd bij de aanvang
                            van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het totaal van de op het aanslagbiljet verenigde bedragen minder
                            dan € 10,00 bedraagt zal geen aanslag worden opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in één termijn binnen twee maanden na
                            de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaal bedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder
                            dan € 45.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in 9 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een
                            maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld
                            moet worden betaald, op het moment van het doen van de
                            kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                            tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verlenen kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt, in afwijking van de
                        uitvoeringsregeling invorderingswet 1990, het percentage van de berekening
                        van de kosten van bestaan vastgesteld op 100%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening op de heffing en de invordering van
                                afvalstoffenheffing 2014", vastgesteld bij raadsbesluit van 7
                                november 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                afvalstoffenheffing 2015".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Soest, 6 november 2014</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.van Vliet MPM AA R.T. Metz</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>