<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346719_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiele bekendmakingen, d.d. 23 december
                2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-514613</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;</al><al/><al>gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit
                        Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015;</al><al/><al>BESLUITEN:</al><al>vast te stellen het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                        Apeldoorn 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk zijn de begripsbepalingen opgenomen die aanvullend zijn
                            op de begripsbepalingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,
                            Het Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de
                            Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015.</al><al><vet>aanschafprijs: </vet>de prijs waarvoor een voorziening wordt
                            ingekocht door het college. </al><al><vet>afschrijvingstermijn:</vet> de periode waarover een voorziening
                            economisch wordt afgeschreven.</al><al><vet>bezoekbare woning: </vet>een woning die toegankelijk is en
                            woonkamer bereikbaar en toilet bruikbaar zijn. </al><al><vet>CAK: </vet>Centraal Administratie Kantoor.</al><al><vet>hoofdverblijf: </vet>de plaats waar een persoon feitelijk de meeste
                            nachten per jaar doorbrengt. </al><al><vet>instandhoudingskosten: </vet>kosten van een mogelijk krachtens de
                            wet te verlenen voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie van
                            deze voorziening.</al><al><vet>Nibud</vet>: het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.</al><al><vet>periode: </vet>een vierwekelijkse termijn die gehanteerd wordt door
                            het CAK bij de inning van de eigen bijdrage. Een jaar kent 13 perioden. </al><al><vet>pgb</vet>: persoonsgebonden budget.</al><al><vet>raamovereenkomst: </vet>raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen Wmo
                            2015 en de raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen maatschappelijke
                            opvang en beschermd wonen GGZ 2015.</al><al><vet>roerende voorziening: </vet>voorzieningen die uit hun aard zichzelf
                            kunnen verplaatsen dan wel verplaatst kunnen worden en niet duurzaam met
                            de grond zijn verbonden.</al><al><vet>subsidieregeling: </vet>subsidieregeling algemene voorzieningen Wmo
                            2015.</al><al><vet>Uitvoeringsbesluit</vet>: Besluit van 27 oktober 2014, houdende
                            regels ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
                            (Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015).</al><al><vet>UWV:</vet> Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.</al><al><vet>verordening: </vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Apeldoorn 2015.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>Tegemoetkoming</titel></kop><al>Ongeacht de hoogte van het inkomen kan het college ter ondersteuning van
                            de zelfredzaamheid en de participatie op aanvraag een tegemoetkoming in
                            de kosten verstrekken aan cliënten die als gevolg van een beperking of
                            chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband
                            houden aannemelijke meerkosten hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Beëindiging tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij het overlijden van de cliënt eindigt een periodieke financiële
                            tegemoetkoming op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin
                            de cliënt is overleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>BIJDRAGE VOOR MAATWERKVOORZIENING OF PGB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Bijdrage voor maatwerkvoorziening of pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor alle maatwerkvoorzieningen, met uitzondering van de
                                voorzieningen genoemd in het tweede en derde lid van dit artikel, is
                                de cliënt zowel voor een verstrekking in natura als in de vorm van
                                een pgb een bijdrage verschuldigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage is niet verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de cliënt of de echtgenoot van de cliënt een bijdrage
                                        als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 van het
                                        Uitvoeringsbesluit dan wel een bijdrage ingevolge de
                                        artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>indien de cliënt of zijn echtgenoot gedurende twee of meer
                                        nachten aaneengesloten in de bijdrageperiode in een
                                        instelling voor opvang verblijft;</al></li><li nr="c."><al>de Jeugdwet;</al></li><li nr="d."><al>voor een rolstoel;</al></li><li nr="e."><al>voor een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet
                                        heeft bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is
                                de bijdrage niet verschuldigd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>spoedopvang verpleging en Verzorging &amp;
                                        Gehandicaptenzorg;</al></li><li nr="b."><al>crisisopvang geestelijke gezondheidszorg;</al></li><li nr="c."><al>woningaanpassing ten behoeve van een cliënt die de leeftijd
                                        van achttien jaar nog niet heeft bereikt;</al></li><li nr="d."><al>collectief vraagafhankelijk vervoer;</al></li><li nr="e."><al>kilometerbudget ten behoeve van een (rolstoel)taxi.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Omvang van de bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages
                                die gelden voor de berekening van de bijdrage zijn voor zorg in
                                natura gelijk aan die als bedoeld in artikel 3.1 van het
                                Uitvoeringsbesluit, uitgezonderd de voorzieningen genoemd in het
                                derde en vierde lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kostprijs van de maatwerkvoorziening wordt als volgt
                                bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>voor maatwerkvoorzieningen die tot en met 31 december 2014
                                        onder de Wet maatschappelijke ondersteuning vielen geldt de
                                        (meer)kostprijs van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>voor maatwerkvoorzieningen die met ingang van 1 januari 2015
                                        onder de Wet maatschappelijke ondersteuning vallen wordt
                                        gerekend met een normbedrag van:</al><lijst><li nr="i."><al>€ 14,20 per uur voor individuele begeleiding en
                                                persoonlijke verzorging met uitzondering van regie
                                                op gestructureerd huishouden (HH2 nieuw);</al></li><li nr="ii."><al>€ 14,20 per dagdeel voor dagbesteding.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De berekening voor het bedrag aan bijdragen voor beschermd wonen
                                GGZ, component wonen is gelijk aan die als bedoeld in artikel 3.13
                                in het Uitvoeringsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijdrage pgb is afhankelijk van hierna genoemde percentages:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>27% van het budget voor begeleiding;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>33% van het budget voor persoonlijke verzorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>Looptijd van de bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van
                                een roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische
                                aanpassing van een woning die in eigendom is van de cliënt, kan
                                gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een bijdrage in
                                rekening worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorziening wordt verstrekt voor een bouwkundige of
                                woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de
                                cliënt, kan gedurende maximaal 39 perioden een met toepassing van de
                                daarvoor geldende regels berekend bedrag in mindering worden
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorziening bestaat uit hulpverlening in natura of in de
                                vorm van een pgb wordt een bijdrage opgelegd over de looptijd van de
                                voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>Beëindiging bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval de cliënt overlijdt, stopt de inning van de bijdrage
                                van rechtswege per eerstvolgende periode tenzij deze periode eindigt
                                na de overlijdensdatum. In dat geval stopt de inning per periode
                                waarvan de einddatum ligt voor de overlijdensdatum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval de cliënt verhuist naar een andere woning, maakt het
                                college hiervan melding bij het CAK en stopt de inning van de
                                bijdrage voor bouwkundige of woontechnische woningaanpassingen per
                                eerstvolgende periode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval het college de maatwerkvoorziening inneemt of
                                beëindigt, maakt zij hiervan melding bij het CAK en stopt de inning
                                van de bijdrage per eerstvolgende periode. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>WONEN</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepalingen betreffende de maatwerkvoorziening woningaanpassing of
                                pgb</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Bepalen van de kostprijs</titel></kop><al>Voor het bepalen van de kostprijs voor </al><lijst><li nr="a."><al>bouwkundige of woontechnische aanpassingen aan een woning
                                        wordt gebruik gemaakt van calculatieprogramma Scio
                                        Calpro+;</al></li><li nr="b."><al>een herplaatsbare losse woonunit bij een woning wordt 3/25
                                        deel van de waarde van deze voorziening inclusief
                                        omzetbelasting (btw) aangehouden, plus de volledige kosten
                                        van plaatsing;</al></li><li nr="c."><al>voor het bepalen van de kostprijs van trapliften,
                                        plafondliften en toiletliften wordt gebruik gemaakt van de
                                        offerte van een leverancier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Kostenposten bouwkundige of woontechnische
                                    woningaanpassing</titel></kop><al>De volgende kostenposten bouwkundige of woontechnische
                                woningaanpassingen kunnen in de berekening van de kostprijs worden
                                meegenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten)
                                        voor het treffen van de voorziening.</al></li><li nr="2."><al>De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met
                                        inachtneming van de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw
                                        1991.</al></li><li nr="3."><al>Het architectenhonorarium tot ten hoogste 2% van de
                                        aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het
                                        maximale honorarium als bepaald in Standaard voorwaarden
                                        (SR) 1997 van de Bond van Nederlandse Architecten. Alleen in
                                        die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor
                                        de woningaanpassing moet worden ingeschakeld komen deze
                                        kosten voor compensatie in aanmerking. </al></li><li nr="4."><al>De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit
                                        noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de
                                        aanneemsom.</al></li><li nr="5."><al>De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen
                                        van de voorziening.</al></li><li nr="6."><al>De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare
                                        omzetbelasting.</al></li><li nr="7."><al>De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet
                                        binnen de oorspronkelijke kavel kan worden gebouwd. </al></li><li nr="8."><al>De door het college (schriftelijk) goedgekeurde
                                        kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten
                                        redelijkerwijs niet voorzien konden worden.</al></li><li nr="9."><al>De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en
                                        adviezen met betrekking tot het verrichten van de
                                        aanpassing.</al></li><li nr="10."><al>De kosten van (her)aansluiting op de openbare
                                        nutsvoorziening.</al></li><li nr="11."><al>Bouwplaatskosten.</al></li><li nr="12."><al>Werkvoorbereidings- en uitvoerderskosten.</al></li><li nr="13."><al>Eventuele constructeurskosten.</al></li><li nr="14."><al>De administratie- en begeleidingskosten die verhuurder maakt
                                        ten behoeve van het treffen van een woonvoorziening, voor
                                        zover de kosten onder 1 t/m 13 minder dan € 1.000,-
                                        bedragen, een vaste vergoeding van € 56,82, voor zover de
                                        kosten onder 1 t/m 13 gelijk zijn aan of meer dan € 1.000,-
                                        bedragen, een vaste vergoeding van € 113,64. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>Aanpassing van gemeenschappelijke ruimten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan onderstaande woningaanpassingen in een
                                    gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex verstrekken, als
                                    zonder deze aanpassing de woning voor de cliënt ontoegankelijk
                                    blijft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het verbreden van toegangsdeuren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het aanbrengen van elektrische toegangsdeuren;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de
                                    toegang van het gebouw.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een woningaanpassing als bedoeld in het eerste lid van dit
                                    artikel is niet mogelijk ten behoeve van wooncomplexen die
                                    specifiek bestemd zijn voor ouderen of personen met een
                                    beperking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.</nr><titel>Begrenzing woningaanpassing bij voorzienbare sloop of
                                    onbewoonbaarverklaring</titel></kop><al>Indien de aan te passen woonruimte binnen vijf jaar niet meer
                                bewoond mag worden of gesloopt gaat worden mag de te verstrekken
                                bouwkundige of woontechnische aanpassing niet meer kosten dan
                                €1.000,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.</nr><titel>Aanvang werkzaamheden en inzicht in de woning</titel></kop><al>Het college verleent slechts een voorziening tot woningaanpassing
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet reeds een begin met de werkzaamheden waarop het pgb of
                                        de tegemoetkoming in de kosten betrekking heeft, is gemaakt
                                        zonder schriftelijke toestemming van het college en indien
                                        van toepassing, voor deze bouwkundige of woontechnische
                                        aanpassing een omgevingsvergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de door het college aangewezen personen toegang is verstrekt
                                        tot de woning waar de bouwkundige of woontechnische
                                        aanpassing wordt verricht;</al></li><li nr="c."><al>aan de onder b. genoemde personen inzicht wordt geboden in
                                        bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de
                                        bouwkundige of woontechnische aanpassing.</al></li><li nr="d."><al>de onder b genoemde personen de gelegenheid wordt geboden
                                        tot het controleren van de bouwkundige of woontechnische
                                        aanpassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.</nr><titel>Opstalverzekering</titel></kop><al>Bij het vergroten van de woning wordt verlangd dat de eigenaar van
                                de woning zijn opstalverzekering aan de hogere herbouwwaarde van de
                                woning aanpast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.</nr><titel>Gereedmelding van de woningaanpassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk
                                    binnen 12 maanden na het verlenen van de voorziening tot
                                    woningaanpassing verklaart de eigenaar of de cliënt door middel
                                    van een gereedmeldingsformulier dat de bedoelde werkzaamheden
                                    zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en
                                    uitbetaling van de voorziening of het pgb.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gereedmelding bedoeld in het eerste lid van dit artikel, gaat
                                    vergezeld van een gereedmeldingsformulier dat bij het treffen
                                    van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de
                                    aanpassing is verleend alsmede afschriften van alle rekeningen
                                    en, indien van toepassing, een afschrift van de aangepaste
                                    opstalverzekering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8.</nr><titel>Terugbetaling kosten woningaanpassing</titel></kop><al>1.De eigenaar-bewoner die krachtens de wet een woningaanpassing
                                heeft ontvangen welke meer bedraagt dan € 20.000, -, dient bij
                                verkoop van deze woning binnen de periode van 15 jaar na
                                gereedmelding van de aanpassing, deze verkoop van de woning aan het
                                college te melden.</al><al>2.De eigenaar-bewoner, als genoemd in het eerste lid van dit
                                artikel, dient de kosten van deze aanpassing bij verkoop van deze
                                woning aan de gemeente terug te betalen minus de afschrijving.</al><al>3.De terugbetaling wordt bepaald door de formule: (jaarlijks 6,66 %
                                afschrijving erbij).</al><al>3. 93,34 % van de kosten bij verkoop na 1 jaar; </al><al>3. 86,86 % van de kosten bij verkoop na 2 jaar;</al><al>3. 80,02 % van de kosten bij verkoop na 3 jaar;</al><al>3. 73,36 % van de kosten bij verkoop na 4 jaar; </al><al>3. 66,7 % van de kosten bij verkoop na 5 jaar; </al><al>3. 60,04 % van de kosten bij verkoop na 6 jaar; </al><al>3. 53,38 % van de kosten bij verkoop na 7 jaar; </al><al>3. 46,72 % van de kosten bij verkoop na 8 jaar; </al><al>3. 40,06 % van de kosten bij verkoop na 9 jaar; </al><al>3. 33,4 % van de kosten bij verkoop na 10 jaar; </al><al>3. 26,74 % van de kosten bij verkoop na 11 jaar; </al><al>3. 20,08 % van de kosten bij verkoop na 12 jaar; </al><al>3. 13,42 % van de kosten bij verkoop na 13 jaar; </al><al>3. 6,67 % van de kosten bij verkoop na 14 jaar; </al><al>3. 0 % van de kosten bij verkoop na 15 jaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9.</nr><titel>Bezoekbare woning</titel></kop><al>De voorziening tot woningaanpassing of het pgb voor het bezoekbaar
                                maken van één woning wordt bepaald door het programma van eisen en
                                de goedkoopst compenserende beschikbare aanpassing hiervoor. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10.</nr><titel>Roerende voorzieningen voor wonen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de kostprijs per periode voor roerende
                                        voorzieningen voor wonen wordt de aanschafprijs vermeerderd
                                        met instandhoudingskosten, eventuele verzekering en kosten
                                        voor depotbeheer en wordt dit totaalbedrag gedeeld door de
                                        afschrijvingstermijn;</al></li><li nr="2."><al>Roerende voorzieningen worden in 104 perioden afgeschreven
                                        (hulpmiddelen geleverd door een gecontracteerde leverancier
                                        en trapliften).</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepalingen betreffende een tegemoetkoming in de kosten
                                wonen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11.</nr><titel>Vergoeding meerkosten</titel></kop><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. wordt in
                                ieder geval gehanteerd bij de verstrekking van:</al><lijst><li nr="a."><al>vloerbedekking en gordijnen en bankstel voor het nog niet
                                        afgeschreven deel van de te vervangen voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een eenhendel mengkraan in bijzondere uitvoering naar de
                                        richtprijs van een algemeen gebruikelijke eenhendel
                                        mengkraan;</al></li><li nr="c."><al>aanpassingen aan keukens en badkamers voor het nog niet
                                        afgeschreven deel van de te vervangen voorziening;</al></li><li nr="d."><al>onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen
                                        tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="e."><al>het beschikbaar houden van een aangepaste woning;</al></li><li nr="f."><al>het verwijderen van woonvoorzieningen;</al></li><li nr="g."><al>verhuis- en inrichtingskosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12.</nr><titel>Onderhoud, keuring en reparatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent slechts een tegemoetkoming in de kosten als
                                    bedoeld in artikel 2.1. voor onderhoud, keuring en reparatie van
                                    woonvoorzieningen indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een woonvoorziening in het kader van de wet, Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning de Wet voorzieningen
                                    gehandicapten danwel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting
                                    Gehandicapten of de Beschikking Geldelijke Steun Gehandicapten
                                    is verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de cliënt ten tijde van het onderhoud, de keuring of de
                                    reparatie de woning als hoofdverblijf bewoont.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag voor onderhoud, keuring en reparatie wordt
                                    vastgesteld op het niveau van de door het college geaccepteerde
                                    kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13.</nr><titel>Tijdelijke huisvesting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. voor
                                    tijdelijke huisvesting kan worden verleend voor de periode dat
                                    de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van
                                    de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de cliënt als
                                    gevolg daarvan voor noodzakelijke dubbele woonlasten komt te
                                    staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van deze tijdelijke huisvesting gemaakt worden in
                                    verband met het tijdelijk betrekken van een zelfstandige of
                                    niet-zelfstandige woning of het langer moeten aanhouden van de
                                    te verlaten woning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan voor de duur van maximaal zes maanden een
                                    voorziening voor tijdelijke huisvesting treffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college verleent slechts een tegemoetkoming in de kosten als
                                    bedoeld in artikel 2.1. van tijdelijke huisvesting als door de
                                    betreffende cliënt redelijkerwijs niet kan worden voorkomen dat
                                    dubbele woonlasten ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De cliënt redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien dat hij deze
                                    dubbele woonlasten heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.
                                    omvat de werkelijke kosten gedurende maximaal 6 maanden en
                                    bedraagt voor de genoemde huisvesting, maximaal € 454,- per
                                    maand als het een zelfstandige woning betreft en maximaal €
                                    226,- als het een niet-zelfstandige woning betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14.</nr><titel>Huurderving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woning, die voor
                                    € 6.807,00 of meer is aangepast, kan het college een
                                    tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. verlenen
                                    aan de eigenaar/verhuurder van de woning in verband met derving
                                    van huurinkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in
                                    artikel 2.1. voor huurderving is gelijk aan de bruto huur van de
                                    woonruimte en bedraagt maximaal € 454,00 per maand en wordt voor
                                    maximaal zes maanden verleend, echter niet voor de eerste
                                    maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.
                                    wordt in het geval van het eerste lid van dit artikel
                                    uitsluitend verleend indien de woning opnieuw verhuurd zal
                                    worden aan een belanghebbende met een beperking en wordt voor
                                    maximaal zes maanden verleend. De eerste maand is voor rekening
                                    van de verhuurder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15.</nr><titel>Verwijderen woonvoorzieningen</titel></kop><al>Het college verleent slechts een voorziening voor het verwijderen
                                van woonvoorzieningen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de woning langer dan zes maanden leeg staat en wanneer de
                                        woning voor € 6.807,00 of meer in het kader van de wet is
                                        aangepast, tenzij bekend is dat binnen een periode van drie
                                        maanden na het verstrijken van de termijn van zes maanden
                                        een cliënt in aanmerking voor de woning zal komen.</al></li><li nr="b."><al>de woningaanpassingen zo specifiek zijn dat het door de
                                        aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de
                                        woning een niet-cliënt te verhuren.</al></li><li nr="c."><al>de voorziening een traplift of plafondlift betreft welke in
                                        eigendom is verstrekt aan de woningeigenaar en deze verzoekt
                                        de voorziening te verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16.</nr><titel>Verhuis- en inrichtingskosten</titel></kop><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. voor
                                verhuis- en inrichtingskosten bedraagt de werkelijk te maken kosten
                                met een maximum van € 2.500,00. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.17.</nr><titel>Tegemoetkoming in de kosten vervanging vloerbedekking en
                                    raambedekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in
                                        artikel 2.1. ter vervanging van vloer- en raambedekking
                                        wordt berekend aan de hand van de benodigde oppervlakte, de
                                        richtprijs voor vinyl van het Nibud en wat reeds is
                                        afgeschreven. De hoogte van een tegemoetkoming in de kosten
                                        als bedoeld in artikel 2.1. ter vervanging van een bankstel
                                        wordt berekend aan de hand van de richtprijs van het
                                        Nibud.</al></li><li nr="2."><al>Vloer- en raambedekking en een bankstel worden beschouwd als
                                        algemeen gebruikelijke voorzieningen die over een periode
                                        van acht jaar worden afgeschreven. De tegemoetkoming in de
                                        kosten wordt berekend over dat deel van de voorziening dat
                                        op moment van vervanging nog niet is afgeschreven:</al><lijst><li nr="·"><al>minder dan twee jaar 100% van het normbedrag</al></li><li nr="·"><al>twee tot vier jaar 75% van het normbedrag</al></li><li nr="·"><al>vier tot zes jaar 50% van het normbedrag</al></li><li nr="·"><al>zes tot acht jaar 25% van het normbedrag</al></li></lijst><al>Voor vloer- en raambedekking en een bankstel ouder dan acht
                                        jaar wordt geen tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in
                                        artikel 2.1. verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>Er wordt geen tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in
                                        artikel 2.1. verstrekt voor woningsanering vanwege
                                        verhuizing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.18.</nr><titel>Tegemoetkoming in de kosten van vervangen keuken of
                                    badkamer</titel></kop><al>Keukens en badkamers worden over een periode van 20 jaar
                                afgeschreven. Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel
                                2.1. wordt berekend over dat deel van de voorziening dat op moment
                                van vervanging nog niet is afgeschreven. Voor keukens en badkamers
                                ouder dan 20 jaar wordt geen tegemoetkoming in de kosten als bedoeld
                                in artikel 2.1. verstrekt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>HULPVERLENING</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepaling betreffende de maatwerkvoorziening hulpverlening of
                                pgb</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Bepalen van de kostprijs</titel></kop><al>Voor het bepalen van de kostprijs voor de maatwerkvoorziening
                                hulpverlening wordt verwezen naar de tarieven van de
                                raamovereenkomst.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERVOER</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepalingen betreffende de maatwerkvoorziening vervoer of
                                pgb</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Ritbijdrage en voorwaarden collectief vraagafhankelijk
                                    vervoer (CVV)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het CVV worden de volgende ritbijdragen
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>de ritbijdrage, die gekoppeld is aan de Wmo-pas voor het
                                            CVV voor de cliënt, bedraagt € 0,60 per OV-zone binnen
                                            de gemeentegrenzen plus € 0,60 voor één opstapzone per
                                            rit. </al></li><li nr="b."><al>buiten de gemeentegrenzen tot en met maximaal vijf
                                            OV-zones bedraagt de ritbijdrage een commercieel tarief
                                            van € 3,90 per zone, zijnde de kostprijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een medische of sociale indicatie reist de tijdens
                                    de reis benodigde begeleider gratis mee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het verstrekken van een Wmo-pas voor het CVV wordt een
                                    bedrag van € 7,50 in rekening gebracht, ook bij vervanging
                                    vanwege verlies of diefstal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.</nr><titel>Vervoer van en naar dagbesteding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vervoer van en naar de dagbesteding georganiseerd door een
                                    aanbieder wordt ingezet indien dit de goedkoopst compenserende
                                    oplossing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien noodzakelijk is dat de aanbieder ook het vervoer van en
                                    naar de dagbesteding organiseert, wordt voor het bepalen van de
                                    kostprijs verwezen naar de tarieven in de raamovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3.</nr><titel>Kilometerbudget ten behoeve van de (rolstoel) taxi</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt die is aangewezen op individueel rolstoeltaxivervoer
                                    voor vervoer anders dan naar dagbesteding kan in aanmerking
                                    komen voor een (rolstoel)taxikilometerbudget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het taxikilometerbudget als genoemd in het eerste lid van dit
                                    artikel is gebaseerd op 1.500 tot maximaal 2.000 taxikilometers
                                    per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de gebruikers geldt hiervoor een ritbijdrage van € 0,22 per
                                    kilometer plus een opstaptarief van € 0,60 per rit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ritbijdrage als genoemd in het derde lid van dit artikel
                                    wordt achteraf en maandelijks via automatische incasso
                                    geïnd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het budget voor samenwonende partners, die een ten dele
                                    samenvallende vervoersbehoefte hebben, bestaat uit maximaal
                                    anderhalf maal het taxikilometerbudget dat individueel
                                    geldt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het budget als genoemd in het vijfde lid van dit artikel wordt
                                    door twee gedeeld en individueel toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4.</nr><titel>Vervoersvoorzieningen (hulpmiddelen)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de kostprijs per periode voor
                                        vervoersvoorzieningen wordt de aanschafprijs vermeerderd met
                                        instandhoudingskosten, eventuele verzekering en kosten voor
                                        depotbeheer en wordt dit totaalbedrag gedeeld door de
                                        afschrijvingstermijn</al></li><li nr="2."><al>Vervoersvoorzieningen worden in 104 perioden
                                        afgeschreven</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepalingen betreffende een tegemoetkoming in de kosten in geval
                                van vervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5.</nr><titel>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.
                                    wordt in ieder geval gehanteerd bij de verstrekking van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een auto in bijzondere uitvoering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voorzieningen in bijzondere uitvoering, zoals een fiets,
                                    elektrische fiets, brommer, fietszitje en autozitje.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezit van een fiets, elektrische fiets, brommer, een fiets-
                                    en autozitje wordt bij alle inkomensgroepen algemeen
                                    gebruikelijk geacht, zodat uitsluitend meerkosten van een
                                    dergelijke voorziening in bijzondere uitvoering in aanmerking
                                    komen voor verstrekking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het bepalen van de hoogte van de aanschafprijs van een auto
                                    welke algemeen gebruikelijk wordt geacht wordt de aanschafprijs
                                    referentieauto uit de normenlijst van het UWV aangehouden, zodat
                                    uitsluitend meerkosten van een auto in bijzondere uitvoering in
                                    aanmerking komen voor verstrekking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het bepalen van de hoogte van het algemeen gebruikelijke
                                    deel van voorzieningen in bijzondere uitvoering, worden de
                                    richtlijnen van het Nibud aangehouden. Waar het Nibud geen
                                    richtprijs heeft opgenomen, wordt een tegemoetkoming in de
                                    kosten als bedoeld in artikel 2.1. vastgesteld naar de prijs van
                                    de goedkoopst compenserende algemeen gebruikelijke
                                    voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6.</nr><titel>Gebruik van eigen auto of vervoer door derden voor lokale
                                    verplaatsingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. voor
                                    het gebruik van eigen auto of vervoer door derden, is afgeleid
                                    van het bedrag dat het UWV hanteert voor de kilometervergoeding
                                    eigen auto. Dit is een vergoeding van € 0,38 per kilometer (€
                                    0,48 per kilometer minus € 0,10 per kilometer voor algemeen
                                    gebruikelijke vervoerskosten).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt voor maximaal 1.500 tot 2.000 kilometer
                                    per jaar toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegemoetkoming als genoemd in het eerste lid van dit artikel
                                    wordt in maandelijkse termijnen en bij vooruitbetaling
                                    uitgekeerd (bij 1.500 kilometer is dit € 47,50).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De maandelijkse financiële tegemoetkoming voor samenwonende
                                    partners, die een ten dele samenvallende vervoersbehoefte
                                    hebben, bestaat uit maximaal anderhalf maal het normbedrag dat
                                    individueel geldt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De tegemoetkoming als genoemd in het vierde lid van dit artikel
                                    wordt door twee gedeeld en maandelijks individueel
                                    uitgekeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7.</nr><titel>Gebruik van eigen auto of vervoer door derden voor
                                    bovenlokale verplaatsingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. voor
                                    gebruik van eigen auto of vervoer door derden voor bovenlokale
                                    verplaatsingen is afgeleid van het bedrag dat het UWV hanteert
                                    voor de kilometervergoeding eigen auto. Dit is een vergoeding
                                    van € 0,38 per kilometer (€ 0,48 per kilometer minus € 0,10 per
                                    kilometer voor algemeen gebruikelijke vervoerskosten).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming als genoemd in het eerste lid van dit artikel
                                    wordt in maandelijkse termijnen en bij vooruitbetaling
                                    uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maandelijkse tegemoetkoming voor samenwonende partners, die
                                    een ten dele samenvallende vervoersbehoefte hebben, bestaat uit
                                    maximaal anderhalf maal het normbedrag dat individueel
                                    geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De tegemoetkoming als genoemd in het derde lid van dit artikel
                                    wordt door twee gedeeld en maandelijks individueel
                                    uitgekeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.8.</nr><titel>Autoaanpassing</titel></kop><al>Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1. voor een
                                autoaanpassing, wanneer gebruik van het collectief vraagafhankelijk
                                vervoer wel mogelijk is, bedraagt de werkelijk te maken kosten met
                                een maximum van € 2.200,-.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>ROLSTOEL</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepaling betreffende de maatwerkvoorziening rolstoel of
                                pgb</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.</nr><titel>Rolstoel (hulpmiddelen)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de kostprijs voor rolstoelen wordt de
                                        aanschafprijs vermeerderd met instandhoudingskosten,
                                        eventuele verzekering en kosten voor depotbeheer en wordt
                                        dit totaalbedrag gedeeld door de afschrijvingstermijn</al></li><li nr="2."><al>Rolstoelen worden in 104 perioden afgeschreven.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepaling betreffende een tegemoetkoming in de kosten in geval van
                                een sportrolstoel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>Sportrolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de verstrekking van een door spierkracht voortbewogen
                                    sportrolstoel geldt een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld
                                    in artikel 2.1. van maximaal € 2.750,00, die bedoeld is voor de
                                    aanschaf en het onderhoud van een sportrolstoel voor een periode
                                    van minimaal drie jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de verstrekking van een elektrisch voortgedreven
                                    sportrolstoel geldt een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld
                                    in artikel 2.1. van maximaal € 10.000,00, die bedoeld is voor de
                                    aanschaf en het onderhoud van een sportrolstoel voor een periode
                                    van minimaal drie jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na de periode van drie jaar worden onderhoudskosten vergoed,
                                    indien de voorziening technisch is gekeurd en is
                                    goedgekeurd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>coordinatie</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Bepaling betreffende de maatwerkvoorziening coördinatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.</nr><titel>Bepalen van de kostprijs</titel></kop><al>Voor het bepalen van de kostprijs voor de maatwerkvoorziening
                                coördinatie wordt verwezen naar de tarieven van de
                                raamovereenkomst.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond
                            van het Besluit maatschappelijke ondersteuning 2014 en de daarbij
                            behorende beleidsregels zijn opgenomen, dan wel op tegen deze besluiten
                            in de stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg
                            als in verdere instantie de regels van toepassing die golden voor de
                            intrekking van dit Besluit en de daarbij behorende beleidsregels.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1.</nr><titel>Normbedragen</titel></kop><al>In dit Besluit zijn normbedragen opgenomen. Hiervan kan beargumenteerd
                            worden afgeweken door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere omstandigheden kan het college ten gunste van de cliënt
                            afwijken van de bepalingen in dit Besluit, indien toepassing van het
                            Besluit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit Besluit treedt in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdige
                            intrekking van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Apeldoorn 2014, vastgesteld d.d. 20 december 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Apeldoorn 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders d.d. 15
                        december 2014</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE
                        APELDOORN 2015</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Het Besluit is bedoeld om bedragen in op te nemen. Dit is van belang omdat
                    bedragen tenminste één maal per jaar gewijzigd worden doordat zij trendmatig
                    worden aangepast. Het Besluit wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders. </al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN</tussenkop><al>In dit hoofdstuk zijn de begripsbepalingen opgenomen die aanvullend zijn op de
                    begripsbepalingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de
                    Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2015.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2. TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.1. Tegemoetkoming</tussenkop><al>Wanneer een voorziening wordt verstrekt waarmee een algemeen gebruikelijke
                    voorziening wordt vervangen of kan worden vervangen zal bij een tegemoetkoming
                    in de kosten alleen vergoeding van aannemelijke meerkosten aan de orde zijn. Dit
                    betekent dat het algemeen gebruikelijke deel niet vergoed zal worden. Het
                    algemeen gebruikelijke deel zal door de cliënt zelf moeten worden bijgelegd. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 3. BIJDRAGE VOOR MAATWERKVOORZIENING OF PGB</tussenkop><tussenkop>Artikel 3.1. Bijdrage voor maatwerkvoorziening of pgb</tussenkop><al>Voor maatwerkvoorzieningen Wmo is het uitgangspunt dat een bijdrage wordt
                    geheven. Stapeling van bijdragen wordt voorkomen door cliënten die een bijdrage
                    betalen in het kader van de Wet langdurige zorg of cliënten die Zorg met
                    Verblijf hebben uit te sluiten van bijdrage. Jeugdigen zijn vrijgesteld van
                    bijdrage, ook voor woningaanpassingen. Spoedopvang en crisisopvang zijn van
                    tijdelijke aard en zijn uitgesloten van bijdrage. </al><tussenkop>Artikel 3.2. Omvang van de bijdrage</tussenkop><al>Apeldoorn hanteert de maximaal mogelijke bijdrage op grond van het
                    Uitvoeringsbesluit.</al><al>Voor begeleiding, persoonlijke verzorging (uitgezonderd HH2) en dagbesteding
                    worden normtarieven (14 euro) in plaats van daadwerkelijke kostprijzen als
                    uitgangspunt voor berekening van bijdrage gehanteerd. Berekening van bijdrage
                    voor budgethouders geschiedt op basis van genoemde percentages. De bijdrage mag
                    op grond van het Uitvoeringsbesluit de (meer)kostprijs nimmer te boven gaan. Ook
                    als de bijdrage de kostprijs naar verwachting benadert kan het in het belang van
                    de cliënt zijn om de aanvraag door te zetten omdat de bijdrage meetelt voor
                    cumulatie van bijdragen die door het CAK wordt bewaakt.</al><tussenkop>Artikel 3.4. Beëindiging bijdrage</tussenkop><al>Bij beëindiging van een voorziening waarvoor een bijdrage wordt geïnd, wordt de
                    inning hiervan beëindigd per eerstvolgende periode. In veel gevallen betekent
                    dit dat er nog een bijdrage wordt betaald terwijl er geen voorziening meer is.
                    Dit is een ongewenst, nadelig gevolg voor de cliënt. Om dit te voorkomen stopt
                    de inning niet per eerstvolgende periode volgend op de beëindiging maar wordt de
                    inning een periode eerder gestopt. We handelen hierdoor ten gunste van de
                    cliënt; hij betaalt een aantal dagen tot maximaal vier weken geen bijdrage
                    terwijl de voorziening nog niet is beëindigd.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4. WONEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.4. Begrenzing woningaanpassing bij voorzienbare sloop of
                    onbewoonbaarverklaring</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om kapitaalvernietiging te voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 4.8. Terugbetaling kosten woningaanpassing</tussenkop><al>Deze artikelen geven het afschrijvingsschema aan volgens welk schema de kosten
                    van aanpassingen bij verkoop van de woning binnen 20 jaar aan het college moet
                    worden terugbetaald. Dit geldt alleen voor eigenaar-bewoners.</al><tussenkop>Artikel 4.15. Huurderving</tussenkop><al>In de exploitatie van een woning wordt rekening gehouden met een bepaald
                    percentage huurderving. Om deze reden is het te verantwoorden dat de
                    eigenaar/verhuurder het normale risico van leegstand loopt. De eerste maand dat
                    de woning leegstaat mag dit als normaal beschouwd worden. Het is daarentegen
                    niet onredelijk dat de gemeente enigszins tegemoet komt in de extra risico's die
                    een verhuurder loopt als gevolg van het feit dat er sprake van een aangepaste
                    woning is. </al><al>Het vinden van een geschikte huurder voor een aangepaste woning zal in veel
                    gevallen langer duren dan het vinden van een huurder van een niet aangepaste
                    woning. Er wordt slechts huurderving toegekend indien de gemeente verwacht dat
                    de woning binnen een termijn van zes maanden voor een belanghebbende
                    herinzetbaar is.</al><al>Door de eigenaar van de woning een tegemoetkoming in de kosten van gederfde
                    huurinkomsten te verlenen kan bevorderd worden dat de aangepaste woonruimte
                    beschikbaar blijft voor personen met beperkingen. De duur van de tegemoetkoming
                    kan afhankelijk gesteld worden van de situatie ter plaatse. Een algemene termijn
                    die redelijk geacht kan worden is zes maanden. In bepaalde gevallen kan echter
                    ook geconcludeerd worden dat een kortere periode ook redelijk is. Dit is
                    afhankelijk van de situatie op de woningmarkt. </al><al>Reeds aangepaste woningen worden op deze manier voor de doelgroep langer
                    beschikbaar gehouden. </al><tussenkop>Artikel 4.17. Tegemoetkoming in de kosten vervanging vloerbedekking en
                    raambedekking</tussenkop><al>Bij deels afgeschreven materialen worden uitsluitend de meerkosten vergoed. Het
                    wordt algemeen gebruikelijk geacht vloer- en raambedekking eens in de acht jaar
                    te vervangen. De tegemoetkoming in de kosten is een meerkostenvergoeding voor
                    het eerder dan voorzien te vervangen van vloerbedekking en gordijnen vanwege een
                    medische dringende noodzakelijkheid. Dit kan zich voordoen bij dringend
                    noodzakelijk geworden woningsanering en bij vervanging van vloerbedekking bij
                    een eerste rolstoelgebruik c.q. als de cliënt voor het eerst structureel gebruik
                    moet maken van een rolstoel binnenshuis en de aanwezige vloerbedekking niet
                    rolstoelbestendig is.</al><al>De levensduur van een voorziening wordt vastgesteld aan de hand van de nota.
                    Indien deze er niet is, wordt een inschatting gemaakt op grond van de verkregen
                    gegevens van de cliënt en/of de woonduur op het adres op basis van de
                    Gemeentelijke Basis Administratie. Bij verhuizing wordt geen voorziening
                    toegekend omdat bij verhuizing de woning opnieuw moet worden ingericht en bij de
                    aanschaf van materialen dan rekening gehouden kan worden met de ondervonden
                    klachten. Bij een aanbouw kan wel een tegemoetkoming in de kosten voor
                    woningsanering worden verstrekt.</al><tussenkop>Artikel 4.18. Tegemoetkoming in de kosten van vervangen keuken of
                    badkamer</tussenkop><al>Keukens en badkamer worden in 20 jaar afgeschreven. Naar rato wordt voor het
                    niet-afgeschreven deel een tegemoetkoming in de kosten verstrekt.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 6. VERVOER</tussenkop><tussenkop>Artikel 6.1. Ritbijdrage en voorwaarden collectief vraagafhankelijk
                    vervoer (CVV)</tussenkop><al>De ritbijdrage is niet te beschouwen als een bijdrage in de zin van de Wmo
                    2015.</al><al>Lid 1.</al><al>De prijs van € 0,60 is afgeleid van het OV-chipkaart tarief.</al><al>Lid 2.</al><al>sociale indicatie: de rolstoelgebonden cliënt is niet in staat zich zelfstandig
                    voort te bewegen (hoepelen/trippelen) op de plaats van bestemming De cliënt is
                    afhankelijk van een begeleider die hem/haar duwt. Een sociale indicatie kan
                    eveneens worden gegeven aan een blinde cliënt die gedesoriënteerd is in ruimte
                    en dit niet kan compenseren, al dan niet met gebruik van voorliggende
                    voorzieningen en/of hulpmiddelen (hulphond, blindenstok etc.). </al><al>medische indicatie: op medische gronden is tijdens het reizen hulp of
                    begeleiding nodig.</al><tussenkop>Artikel 6.3. Kilometerbudget ten behoeve van de
                    (rolstoel)taxi</tussenkop><al>De hoogte van het km-budget is gebaseerd op maximaal 1.500 kilometer, met een
                    bandbreedte tot 2.000 km. Opplussen naar 2.000 kilometer, het maximum van de
                    door de Centrale Raad van Beroep uitgesproken bandbreedte, is afhankelijk van de
                    effectieve sociale vervoersbehoefte en de mate waarin men de beschikking heeft
                    over andere Wmo-vervoersvoorzieningen zoals een scootmobiel of een aangepaste
                    fiets.</al><tussenkop>Artikel 6.6. Gebruik van eigen auto of vervoer door derden voor lokale
                    verplaatsingen</tussenkop><al>Artikel 6.6. legt een aantal normbedragen vast voor een tegemoetkoming in de
                    kosten voor gebruik van (eigen) auto of vervoer door derden. Deze bedragen zijn
                    afgeleid van de gehanteerde vergoedingen door het UWV. De hoogte van de
                    tegemoetkoming en het km-budget is gebaseerd op maximaal 1.500 kilometer, met
                    een bandbreedte tot 2.000 km. Opplussen naar 2.000 kilometer, het maximum van de
                    door de Centrale Raad van Beroep uitgesproken bandbreedte, is afhankelijk van de
                    effectieve sociale vervoersbehoefte en de mate waarin men het in de beschikking
                    heeft over andere Wmo-vervoersvoorzieningen zoals een scootmobiel of een
                    aangepaste fiets.</al><tussenkop>Artikel 6.7. Gebruik van eigen auto of vervoer door derden voor
                    bovenlokale verplaatsingen</tussenkop><al>In eerste instantie wordt er van uitgegaan dat het sociale verkeer plaatsvindt
                    in de directe woon- en leefomgeving. Een tegemoetkoming in de kosten voor
                    vervoer wordt verstrekt omdat de cliënt geen gebruik kan maken van het
                    collectief vraagafhankelijk vervoer. Valys wordt beschouwd als een voorliggende
                    vervoersvoorziening die verstrekt wordt vanuit het Rijk. Valys voorziet in het
                    algemeen in de bovenlokale vervoersbehoefte. Uitsluitend bij dreigende
                    vereenzaming en wanneer Valys of het CVV buiten de gemeentegrenzen geen
                    oplossing biedt, kan tegemoet worden gekomen aan een bovenlokale
                    vervoersbehoefte van een klant. Bijvoorbeeld in geval van weekendvervoer naar de
                    ouders van een in een instelling verblijvend gehandicapt kind. Ook dan kan het
                    km-budget of een financiële tegemoetkoming per kilometer worden verstrekt.</al><al>Een andere uitzondering die gemaakt zou kunnen worden is het vergoeden van
                    noodzakelijk bovenlokaal medisch vervoer, indien hiervoor geen voorliggende
                    regelingen zijn en de behandeling niet lokaal kan plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 6.8. Autoaanpassing</tussenkop><al>Wanneer gebruik van CVV mogelijk is, maar cliënt geeft de voorkeur aan het
                    gebruik van de eigen aan te passen auto, kan eventueel een tegemoetkoming in de
                    kosten worden verstrekt voor het aanpassen van de eigen auto. Gebruik van het
                    CVV wordt dan afgekocht (voor maximaal vijf jaar). De maximale vergoeding
                    hiervoor is gebaseerd op het gemiddeld gebruik van een actieve CVV-reiziger en
                    bedraagt € 2.200,00 voor vijf jaar (€ 36,66 per maand). Zijn de kosten van de
                    autoaanpassing lager, dan wordt de tegemoetkoming naar rato aangepast. De
                    tegemoetkoming kan uitsluitend besteed worden aan noodzakelijke aanpassingen en
                    niet voor de aanschaf van een reeds aangepaste auto.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7. ROLSTOEL</tussenkop><tussenkop>Artikel 7.2. Sportrolstoel</tussenkop><al>De sportrolstoel is een voorziening die meegenomen is vanuit de Wvg. De
                    sportrolstoel is een bovenwettelijke voorziening, destijds in de Wvg opgenomen
                    naar aanleiding van een verzoek van de Tweede Kamer. De sportrolstoel wordt
                    verstrekt als een tegemoetkoming in de kosten voor de duur van drie jaar. Deze
                    tegemoetkoming voor een sportrolstoel hoeft niet kostendekkend te zijn. </al><al>De sportvoorziening kan niet eerder dan na drie jaar van de voorgaande
                    verstrekking worden toegekend. Bij een vervolgaanvraag na drie jaar wordt de
                    technische staat van het middel herbeoordeeld. Komt de voorziening door de
                    keuring, dan worden de onderhoudskosten voor een nieuwe periode,
                    gecontinueerd.</al><al>Lid 2.</al><al>Het college heeft besloten naast een tegemoetkoming in de kosten voor een door
                    spierkracht voortgedreven sportrolstoel tevens een tegemoetkoming in de kosten
                    voor een elektrisch voortgedreven sportrolstoel op te nemen. Ingeval een cliënt
                    een sport als rolstoelhockey wenst te beoefenen is het bedrag als genoemd in dit
                    artikel meer toereikend.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>