<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346596_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Coordinatieverordening gemeente Meerssen 2011, eerste wijziging 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geulbode 14 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Coordinatieverordening gemeente Meerssen 2011, eerste wijziging 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>verordening</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Coördinatieverordening Gemeente Meerssen 2011, eerste wijziging
                2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besluit: besluit als bedoeld in artikel 3:30, lid 1 van de Wet
                                    ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="b."><al>coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van
                                    besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de
                                    coördinatieregeling van Afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke
                                    ordening;</al></li><li nr="c."><al>bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet
                                    ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="d."><al>uitwerkingsplan, wijzigingsplan: een uitwerkingsplan
                                    respectievelijk wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de
                                    Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="e."><al>bouwen: bouwen als bedoeld in artikel 1 sub a van de Woningwet
                                    en artikel 1.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="f."><al>omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1
                                    of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="g."><al>aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een
                                    aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening, gebaseerd op artikel 3.30, eerste lid van de Wet
                            ruimtelijke ordening, is alleen van toepassing op het coördineren van de
                            voorbereiding van een besluit om een bestemmingsplan, een
                            uitwerkingsplan of een wijzigingsplan vast te stellen met het besluit
                            over één of meer daarmee samenhangende omgevingsvergunningen, al dan
                            niet met aan de omgevingsvergunning en/of het bestemmingsplan
                            gerelateerde vergunningen en ontheffingen als bedoeld in artikel 3.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Vergunningen en ontheffingen die naast de
                                omgevingsvergunning deel uit kunnen maken van de coördinatie met het
                                besluit om een bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan
                                vast te stellen</titel></kop><al>De voorbereiding van besluiten over onderstaande vergunningen of
                            ontheffingen kunnen gecoördineerd worden met de in artikel 2 genoemde
                            besluiten die de basis vormen voor de toepassing van de
                            coördinatieregeling op grond van deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>een verkeersbesluit als bedoeld in de artikelen 15 en 18, lid 1
                                    van de Wegenverkeerswet en artikel 12 van de Administratieve
                                    Bepalingen voor het Wegverkeer;</al></li><li nr="b."><al>het besluit tot vaststelling van een hogere waarde
                                    (“ontheffing”) als bedoeld in artikel 45, 47, 55, 61, 83, 85 of
                                    100a van de Wet geluidhinder;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning als bedoeld in artikel 11, lid 2 van de
                                    Monumentenwet 1988.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Coördinatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4 Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd</titel></kop><al>In de volgende gevallen en onder de volgende condities kan het college
                            van burgemeester en wethouders overgaan tot een gecoördineerde
                            voorbereiding van besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3:</al><lijst><li nr="a."><al>het besluit over een omgevingsvergunning die op het moment van
                                    indienen alleen op grond van artikel 2.10, lid 1, sub c of
                                    artikel 2.11, lid 1 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht geweigerd zou moeten worden en die slechts op
                                    grond van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend, en het
                                    besluit over het bestemmingsplan, het uitwerkingsplan of het
                                    wijzigingsplan dat de omgevingsvergunning mogelijk maakt, maken
                                    tenminste deel uit van de te coördineren besluiten en;</al></li><li nr="b."><al>een ander besluit dat, als dat bij de coördinatie wordt
                                    betrokken, genoemd is in artikel 3 en verband houdt met de
                                    aanvraag of met het bestemmingsplan als bedoeld onder a en;</al></li><li nr="c."><al>door of namens het college van burgemeester en wethouders is
                                    vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b gecoördineerd
                                    kan worden voorbereid en;</al></li><li nr="d."><al>door of namens het college van burgemeester en wethouders is
                                    vastgesteld dat zich geen belemmering voordoet, waarbij de
                                    gevallen genoemd in artikel 5 in ieder geval als een dergelijke
                                    belemmering gelden en;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
                                    gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de
                                    aanvrager heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze
                                verordening plaatsvindt</titel></kop><al>In de volgende gevallen is een gecoördineerde voorbereiding op grond van
                            deze verordening niet mogelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>er moet op grond van artikel 7, lid 2 van de Wet milieubeheer
                                    een milieueffectrapport (MER) worden opgesteld en het betreft
                                    geen deelproject van een grotere ontwikkeling waarvoor al een
                                    milieueffectrapport is opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>er moet op grond van artikel 6.12, lid 1 van de Wet ruimtelijke
                                    ordening een exploitatieplan worden opgesteld en er kan geen
                                    toepassing worden gegeven aan artikel 6.12, lid 2 van de Wet
                                    ruimtelijke ordening; </al></li><li nr="c."><al>indien mogelijkerwijs als gevolg van de gecoördineerde
                                    besluitvorming schade kan ontstaan als bedoeld in artikel 6.1
                                    van de Wet ruimtelijke ordening en de aanvrager is niet bereid
                                    deze schade voor zijn rekening te nemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Procedurebepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Procedureregeling</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een
                                    procedureregeling vaststellen ten behoeve van een goede
                                    uitvoering van de coördinatieregeling.</al></li><li nr="b."><al>De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke
                                    periode aanvragen ingediend moeten worden om voor coördinatie in
                                    aanmerking te kunnen komen; de procedure kan bepalen hoe het
                                    college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan
                                    artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="c."><al>Zolang het college van burgemeester en wethouders geen regeling
                                    als bedoeld in lid a heeft vastgesteld, is, aanvullend op de
                                    artikelen 3.30 tot en met 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening
                                    en op deze verordening, § 3.5.3 van Afdeling 3.5 "Samenhangende
                                    besluiten" van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met
                                    uitzondering van de artikelen 3.28 en 3.29 van die wet.</al></li><li nr="d."><al>Bij de toepassing van lid c is het college van burgemeester en
                                    wethouders het aangewezen coördinerend orgaan als bedoeld in
                                    artikel 3.22 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="e."><al>Als de gemeenteraad besloten heeft dat het wenselijk is dat de
                                    coördinatieregeling wordt toegepast in een of meer andere
                                    gevallen dan de gevallen die op grond van deze verordening
                                    mogelijk zijn, dan zijn de leden a tot en met d van toepassing
                                    op de voorbereiding van de besluiten die behoren bij die
                                    gevallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt de dag na de dag van bekendmaking in
                                    werking.</al></li><li nr="2."><al>Op procedures die zijn gestart voor inwerkingtreding van deze
                                    verordening is deze verordening niet van toepassing, tenzij door
                                    of namens het bevoegd gezag en met schriftelijke instemming van
                                    de aanvrager anders is besloten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Coördinatieverordening Gemeente
                            Meerssen 2011, eerste wijziging 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de Gemeente
                        Meerssen, gehouden op 8 november 2012.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><titel>Toelichting Artikel 1</titel></kop><al>In artikel 1 worden de belangrijkste begrippen beschreven.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Artikel 2 benadrukt dat de coördinatieregeling ziet op het coördineren van
                        de procedure van de omgevingsvergunning met de bestemmingsplanprocedure of
                        de procedure van een uitwerkingsplan of van een wijzigingsplan. Dat is de
                        basis.</al><al>Daarbij kunnen vergunningen die een relatie hebben met de
                        omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en het bestemmingsplan
                        ook betrokken worden bij de coördinatie. Dat kunnen vergunningen zijn op
                        basis van bijzondere wetten of op basis van gemeentelijke
                        verordeningen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Artikel 3 geeft een opsomming van de vergunningen en ontheffingen die in
                        combinatie met de bestemmingsplanherziening / uitwerkingsplan /
                        wijzigingsplan en de omgevings-vergunning gecoördineerd kunnen worden
                        voorbereid. Aangezien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht veel
                        toestemmingen als zijn geïntegreerd in de omgevings-vergunning, is het
                        lijstje van de coördinatieverordening relatief kort.</al><al>In de verordening is in 2011 niet de mogelijkheid geboden tot coördinatie
                        van de omgevingsvergunning met een vergunning als bedoeld in artikel 11, lid
                        2 van de Monumenteenwet 1988 (slopen, verstoren, verplaatsen of in enig
                        opzicht wijzigen van een archeologisch monument). Ten behoeve van het plan
                        Markt dient vanwege de samenhang tussen de besluiten een coördinatie van de
                        vergunningprocessen plaats te vinden. Om die reden is lid c toegevoegd aan
                        artikel 3.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>In artikel 4 wordt aangegeven in welke gevallen het wenselijk is om de
                        coördinatie-regeling toe te passen. Elk lid wordt afgesloten met het woordje
                        “en” om duidelijk te maken dat de coördinatieregeling alleen toegepast mag
                        worden als aan alle voorwaarden is voldaan.</al><al>Onderdeel a vormt de basis van de coördinatieverordening: coördinatie op
                        grond van de coördinatieverordening is alleen mogelijk als tenminste het
                        besluit over een bestemmings-plan of over een uitwerkingsplan of over een
                        wijzigingsplan en het besluit over een omgevingsvergunning tot de te
                        coördineren besluiten behoren. De omgevingsvergunning moet een (bouw)plan
                        betreffen dat in strijd is met het geldende bestemmings-, uitwerkings of
                        wijzigingsplan in de zin van artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevings-recht. Het bestemmingsplan dat meedoet in de coördinatieregeling
                        moet die strijdigheid opheffen, zodat de vergunning verleend kan
                        worden.</al><al>Voor alle duidelijkheid: de coördinatieregeling mag op grond van deze
                        verordening dus niet toegepast worden als de bouwaanvraag past in het
                        geldende bestemmingsplan. In dat geval zou coördinatie met alleen een nieuw
                        bestemmingsplan neerkomen op het omzeilen van de gewone procedure van een
                        omgevingsvergunning.</al><al>Onderdeel b houdt in dat, als aan de voorwaarde van onderdeel a voldaan is,
                        er meer besluiten in de gecoördineerde voorbereiding mogen meedoen. Die
                        besluiten moeten dan wel genoemd zijn in artikel 3 van de verordening.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders is het coördinerende orgaan dat
                        controleert of aan de wettelijke voorwaarden en aan de voorwaarden van de
                        verordening voldaan is.</al><al>Onderdeel c moet ruim geïnterpreteerd worden. Het gaat hier niet alleen om
                        de vaststelling dat aan de eisen van artikel 4 is voldaan, maar het college
                        ziet ook of aan de procedureeisen voldaan is. Het college kan ook afzien van
                        coördinatie, bijvoorbeeld wanneer het college constateert dat de gemeente
                        geen bestemmingswijziging wil.</al><al>Uit artikel 3.31 van de Wet ruimtelijke ordening blijkt dat het college niet
                        verplicht is om de coördinatieregeling toe te passen. De wet stelt dat het
                        college tot coördinatie “kan overgaan”. Uitgangspunt is dus dat het college,
                        waar dat op grond van deze verordening mogelijk is, een gecoördineerde
                        besluitvorming voorstaat.</al><al>Een ruime uitleg van onderdeel c kan er niet toe leiden dat het college
                        gevallen coördineert die niet onder de verordening vallen en waartoe de raad
                        niet expliciet heeft besloten. De wet staat delegatie van de
                        raadsbevoegdheid om te besluiten dat gecoördineerde besluitvorming wenselijk
                        is niet toe.</al><al>Op grond van onderdeel d stelt het college van burgemeester en wethouders
                        vast of artikel 5 geen belemmering is voor het toepassen van de
                        coördinatieregeling. Onderdeel d moet beperkt uitgelegd worden: als er een
                        belemmering is, dan is een gecoördineerde besluitvorming niet mogelijk.</al><al>Uit onderdeel e blijkt dat de aanvrager en de gemeente samen de
                        coördinatieregeling moeten willen toepassen. Een aanvrager kan niet
                        gedwongen worden om mee te werken aan een gecoördineerde besluitvorming. Dat
                        zou namelijk inhouden dat de aanvrager gedwongen zou kunnen worden om een
                        vergunning aan te vragen. De aanvrager kan natuurlijk goede redenen hebben
                        om af te zien van coördinatie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de aanvrager
                        eerst zeker wil weten dat de bestemmingsplanwijziging doorgevoerd is,
                        voordat hij kosten wil maken voor het maken van een bouwtekening.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>In dit artikel staat in welke gevallen coördinatie niet mogelijk is. De
                        onderdelen a en b sluiten uit dat besluiten gecoördineerd worden voorbereid,
                        terwijl de uitkomst van de voorbereiding nog onzeker is.</al><al>Zolang geen MER is opgesteld, is ook niet duidelijk welke locatievariant of
                        welke inrichtingsvariant de voorkeur heeft. Ook de noodzaak tot het
                        opstellen van een exploitatieplan maakt de procedure ingewikkelder. Het feit
                        dat een exploitatieplan nodig is, betekent dat er met partijen geen
                        overeenstemming is over de financiering, wat geen goede basis is voor een
                        gecoördineerde voorbereiding. Er is tijd nodig om in zo’n geval te proberen
                        om alsnog met partijen overeenkomsten te sluiten, wat niet past bij de
                        voortvarendheid waarmee via de coördinatieregeling uitvoering kan worden
                        voorbereid.</al><al>Bij mogelijke planschade moet de aanvrager zich bereid verklaren de kosten
                        voor zijn rekening te willen nemen. Als de aanvrager dat niet wil, dan zou
                        het financiële risico van het vaststellen van het bestemmingsplan bij de
                        gemeente liggen. De gemeente is in beginsel niet bereid tot een dergelijk
                        risico. Gecoördineerde besluitvorming is in zo’n geval dan ook niet
                        wenselijk.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>De wet geeft geen aanwijzingen over de manier waarop de coördinatieregeling
                        uitgevoerd moet worden. Het is wel wenselijk dat de gemeente duidelijkheid
                        geeft over de uitvoering. Daarom draagt de gemeenteraad het college in dit
                        artikel op om een procedureregeling vast te stellen. Daarin kan bijvoorbeeld
                        worden aangegeven hoeveel tijd de aanvrager heeft om de te coördineren
                        vergunningen aan te vragen.</al><al>Ter zake heeft de wetgever hulp geboden met de Wet samenhangende besluiten
                        Awb die een coördinatieprocedure toevoegt aan de Algemene wet bestuursrecht.
                        Dit nieuwe onderdeel van de Algemene wet bestuursrecht (met name: § 3.5.3)
                        werkt pas als een wet of een gemeentelijke verordening de procedure van
                        toepassing verklaart.</al><al>Zolang het college nog geen procedureregeling heeft vastgesteld is op grond
                        van lid c de procedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dat
                        is handig, omdat het ook aan te bevelen is om die regeling pas op te stellen
                        nadat ervaring is opgedaan met het toepassen van de coördinatieregeling. Als
                        het college een procedureregeling vaststelt en bekend maakt, blijft lid c
                        buiten toepassing.</al><al>De Wet samenhangende besluiten Awb verplicht het college van burgemeester en
                        wethouders om een aanvrager in kennis te stellen van alle vergunningen die
                        de aanvrager voor zijn project nodig heeft.</al><al>Lid b geeft aan dat het wenselijk is dat het college in de procedureregeling
                        aangeeft hoe aan die verplichting vorm wordt gegeven.</al><al>Lid d is opgenomen voor alle duidelijkheid. Dat het college het
                        “coördinerend orgaan” is, blijkt ook al uit artikel 3.31, eerste lid Wro,
                        dus feitelijk is dit lid overbodig.</al><al>De procedureregeling moet uiteraard ook gelden als de raad in een bepaald
                        geval dat niet onder de coördinatieverordening valt heeft besloten tot
                        coördinatie. Lid 5 ziet hierop.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Dit artikel bevat onder meer de bepaling waardoor procedures die voor
                        inwerkingtreding van de verordening zijn gestart, rechtsgeldig voortgezet
                        kunnen worden. Heeft ter inzage legging nog niet plaats gevonden, dan kunnen
                        aanvrager en gemeente overeenkomen alsnog te coördineren.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich en behoeft daarom geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>