<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346487_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschapppelijke ondersteuning Diemen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Nieuwa 11 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschapppelijke ondersteuning Diemen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 2.1.3, 2.1.4,[eerste, tweede,]derde enzevende lid, [2.1.5, eerste lid,] 2.1.6, [2.1.7, 2.3.6, vierde lid,] en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschapppelijke ondersteuning Diemen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Diemen</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14
                        oktober; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4,[<cursief>eerste,
                            tweede,</cursief>]derde enzevende lid<cursief>,
                            </cursief>[<cursief>2.1.5, eerste lid,</cursief>] 2.1.6,
                            [<cursief>2.1.7, 2.3.6, vierde lid,</cursief>] en 2.6.6, eerste lid, van
                        de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al>overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze
                        waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven;
                        dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen
                        bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving
                        onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie,
                        een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij
                        zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; dat het
                        noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan
                        als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de ondersteuning
                        bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met
                        een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen,
                        beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid
                        van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te
                        bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve
                        samenleving;</al><al>besluit vast te stellen de <vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning
                            </vet><vet>Diemen</vet><vet> 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="-"><al>algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is
                                bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar
                                is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;</al></li><li nr="-"><al>algemene voorziening: laagdrempelige diensten of faciliteiten die
                                bedoeld zijn voor alle burgers of voor iedereen die tot een bepaalde
                                doelgroep behoort.</al></li><li nr="-"><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al>bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de
                                wet;</al></li><li nr="-"><al>college:college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld
                                in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2,
                                eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>PGB: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet;- wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden
                            gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding
                            schriftelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op
                            kostenloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt
                            uitgangspunt is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek,
                            bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid
                            gebruik te maken van kostenloze cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2,
                            eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over
                            de cliënt en zijn/ haar situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem of
                            haar een afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens
                            en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek
                            nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De
                            cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in
                            artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in
                            overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld
                            in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een
                            persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op
                            te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de
                            gelegenheid het plan te overhandigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek met de cliënt en/ of diens
                            vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger(s) en desgewenst
                            familie of betrokken hulpverleners, zo spoedig mogelijk en voor zover
                            nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                    cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of
                                    zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien
                                    in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen
                                    uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn
                                    zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn
                                    behoefte aan beschermd wonen of opvang;</al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan voorzieningen ter ondersteuning van de
                                    mantelzorger van de cliënt;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                    voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in
                                    artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                    maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering
                                    van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in
                                    zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van samenwerking met
                                    zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de
                                    Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke
                                    gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en
                                    inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde
                                    dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van
                                    zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen
                                    of opvang;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;</al></li><li nr="i."><al>welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het
                                    bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd
                                    zal zijn, en</al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een PGB,
                                    waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht
                                    over de gevolgen van die keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid,
                            aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het
                            onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek,
                            diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt
                            toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het
                            bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien
                            van een breed gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                            onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen zes weken na de melding verstrekt het college aan de cliënt een
                            verslag van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag
                            toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om
                            een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als
                            aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van
                            een aanvraag om een maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
                                    participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze
                                    beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen
                                    kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van
                                    andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met
                                    gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage
                                    aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
                                    wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang
                                    mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven,of</al></li><li nr="b."><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale
                                    problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                    dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg
                                    van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar
                                    het oordeel van het college niet op eigen kracht, met
                                    gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere
                                    personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage
                                    aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                                    wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de
                                    cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op
                                    eigen kracht te handhaven in de samenleving, en</al></li><li nr="c."><al>indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
                            zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een
                            maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot
                            ondersteuning:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b.
                                    voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet
                                    verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de
                                    hulpvraag overbodig had gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
                            eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts
                            verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is
                            afgeschreven,</al><lijst><li nr="a."><al>tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als
                                    gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                    rekenen of</al></li><li nr="b."><al>als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing
                                    biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke
                                    ondersteuning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de
                            goedkoopst adequate voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
                        vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om
                        een maatwerkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in
                            ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als PGB
                            wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de
                            beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de
                            beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                    resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing,
                                    en</al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB
                            wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het PGB kan worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het PGB;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het PGB is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het PGB is bedoeld,
                                    en</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het PGB.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de
                            beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Regels voor PGB</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een PGB in overeenstemming met artikel 2.3.6 van
                            de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt
                            het college geen PGB voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten
                            die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft
                            gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening
                            noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van een PGB wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum
                            van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate
                            voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en
                            wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en
                            verzekering. 4. Het college kan nadere regels stellen over de wijze
                            waarop de hoogte van een PGB wordt vastgesteld en onder welke
                            voorwaarden betreffende het tarief, een cliënt aan wie een PGB wordt
                            verstrekt de mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen,
                            woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon
                            die behoort tot het sociaal netwerk<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerk- en algemene
                            voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                        cliëntondersteuning, en,</al></li><li nr="b."><al>voor een maatwerkvoorziening dan wel PGB, zolang hij van de
                                        maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode
                                        waarvoor het PGB wordt verstrekt, en afhankelijk van het
                                        inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot en/ of
                                        financieel partner.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt bij nadere regeling:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                        cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                        verschuldigd;</al></li><li nr="b."><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze
                                        bijdrage is; en</al></li></lijst></li></lijst><al>c: </al><lijst><li nr="c."><al>voor welke groep personen een korting op de bijdrage van toepassing
                                is, en</al></li><li nr="d."><al>dat de bijdrage voor maatwerkvoorzeiningen of pgb’s overeenkomstig
                                3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt verlaagd,
                                waarbij wordt bepaald welke afwijkende bedragen, percentages en
                                inkomensbedragen worden gehanteerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                            betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen,
                            door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van
                                    de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden
                                    in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                    overeenstemming met de professionele standaard;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden
                            gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                            deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders,
                            een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met
                            de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                            geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een
                            aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden calamiteiten en geweldsincidenten die zich hebben
                            voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de
                            toezichthoudend ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet
                            onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het
                            college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden
                            van geweld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden
                            voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een
                            voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op
                            verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en
                            omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                            aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld
                            in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing
                            als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel
                            intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het PGB is
                                    aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening of het PGB niet meer toereikend is te
                                    achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het
                                    PGB verbonden voorwaarden, of</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het PGB niet of voor een
                                    ander doel gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken als
                            blijkt dat het PGB binnen de in de beschiking gestelde termijn na
                            uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening
                            waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                            heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
                            college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking
                            heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de
                            ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten
                            PGB.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van PGB’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                        waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval
                                rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken; b. een
                                        redelijke toeslag voor overheadkosten; c. een voor de sector
                                        reële mate van non-productiviteit van het personeel als
                                        gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; d.
                                        kosten voor bijscholing van het personeel, en</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in
                                ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en b. de eventuele extra
                                        taken die in verband met de voorziening van de leverancier
                                        worden gevraagd, zoals:</al></li></lijst></li></lijst><al>1<sup>o</sup>. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;
                        2<sup>o</sup>. instructie over het gebruik van de voorziening;
                        3<sup>o</sup>. onderhoud van de voorziening, en</al><al>4°. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. sociaal
                        wijkteams). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van
                            cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen
                            en aanvragen als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten
                            van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                            overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                            ondersteuning</titel></kop><al>1.Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten
                        over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van
                        belang zijn ten aanzien van alle maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd
                        andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de
                        medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de
                        aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt ingezetenen van de gemeente vroegtijdig in de
                                gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                ondersteuning te doen, gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen
                                bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                                betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van
                                ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het
                                college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek
                                overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en
                                dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het
                                overleg benodigde informatie.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste
                                en tweede</al></li></lijst><al>lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leiden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt in ieder geval eenmaal
                        per 4 jaar geëvalueerd en beschreven in een meerjarenbeleidplan. Het college
                        zendt daarnaast 2 jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de
                        gemeenteraad een verslag over de effecten van de verordening in de
                        praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Wmo verordening Diemen 2013 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van
                            de Wmo verordening Diemen 2013, totdat het college een nieuw besluit
                            heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt,
                            wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Wmo verordening Diemen 2013 en
                            waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze
                            verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Wmo verordening
                            Diemen 2013, wordt beslist met inachtneming van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november 2014.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>Inhoud</al><al>Artikel 1. Begrippen 3</al><al>Artikel 2. Melding hulpvraag 4</al><al>Artikel 3. Cliëntondersteuning 4</al><al>Artikel 4. Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan 4</al><al>Artikel 5. Gesprek 4</al><al>Artikel 6. Verslag 5</al><al>Artikel 7. Aanvraag 5</al><al>Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening 5</al><al>Artikel 9. Advisering 6</al><al>Artikel 10. Inhoud beschikking 7</al><al>Artikel 11. Regels voor PGB 7</al><al>Artikel 12. Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerk- en algemene
                    voorzieningen 7</al><al>Artikel 13. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 8</al><al>Artikel 14. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 8</al><al>Artikel 15. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                    terugvordering 9</al><al>Artikel 16. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 9</al><al>Artikel 17. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
                    10</al><al>Artikel 18. Klachtregeling 10</al><al>Artikel 19. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
                    10</al><al>Artikel 20. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 11</al><al>Artikel 21. Hardheidsclausule 11</al><al>Artikel 22. Evaluatie 11</al><al>Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 11</al><al>Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 12</al></bijlage></regeling></body></cvdr>