<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346459_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Jeugdhulp 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Electronisch gemeenteblad 17 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.9</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 8.1.1, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 12.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verordening Jeugd 2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere Regels Jeugdhulp 2015</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Zie ook de "Nadere regels Jeugdhulp 2015"</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Jeugdhulp 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Grootegast;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                            30-10-2014</al>
          <al/>
          <al>Gezien het advies van de Wmo-adviesraad van 22-10-2014</al>
          <al/>
          <al>Gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12, 8.1.1 vierde lid en 12.4 van de
                            Jeugdwet;</al>
          <al/>
          <al>Overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren
                            van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd,
                            waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond
                            en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de
                            jeugdige zelf ligt; </al>
          <al>dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het
                            college te verlenen van individuele voorzieningen en overige
                            voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de
                            wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele
                            voorziening, over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van
                            een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen, de
                            wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt
                            vastgesteld, voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                            individuele voorziening of een persoonsgebonden budget als mede misbruik
                            en oneigenlijk gebruik van de wet, en regels ter waarborging van een
                            goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de
                            uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en
                            de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;</al>
          <al>overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke
                            voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt,
                            de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale
                            netwerk;</al>
          <al/>
          <al>Besluit vast te stellen de Verordening Jeugdhulp 2015.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="•"><al>Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                    Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                    ondersteuning of werk en inkomen;</al></li>
            <li nr="•"><al>Gesprek: gesprek als bedoeld in artikel 6 van deze
                                    verordening;</al></li>
            <li nr="•"><al>Hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan
                                    jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                    psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3
                                    lid 1 van de wet;</al></li>
            <li nr="•"><al>Individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders
                                    toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2 lid 2 van deze
                                    verordening;</al></li>
            <li nr="•"><al>Jeugdige: een persoon die </al></li>
            <li nr="•"><al>de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:</al></li>
            <li nr="•"><al>de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op
                                    grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is
                                    gedaan overeenkomstig de artikelen 77 g tot en met 77 gg van het
                                    Wetboek van Strafrecht, of</al></li>
            <li nr="•"><al>de leeftijd van 18 jaar doch niet de leeftijd van 23 jaar heeft
                                    bereikt, en voor wie de voortzetting van jeugdhulp, die was
                                    aangevangen, of voor wie het college vóór het bereiken van de
                                    leeftijd van 18 jaar heeft bepaald dat een voorziening op het
                                    gebied van jeugdhulp is of voor wie, na beëindiging van
                                    jeugdhulp die was aangevangen voor het bereiken van de leeftijd
                                    van 18 jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van
                                    de jeugdhulp noodzakelijk is;</al></li>
            <li nr="•"><al>Melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 4 lid
                                    1 van deze verordening;</al></li>
            <li nr="•"><al>Ouder: ouder, stiefouder of een ander die de jeugdige als
                                    behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een
                                    pleegouder;</al></li>
            <li nr="•"><al>Overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel
                                    2 lid 1 van deze verordening;</al></li>
            <li nr="•"><al>Persoonsgebonden budget (pgb): pgb als bedoeld in artikel 8.1.1
                                    van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan de
                                    jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die
                                    tot de individuele voorziening behoort van derden te
                                    betrekken;</al></li>
            <li nr="•"><al>Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere
                                    personen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie
                                    onderhouden; </al></li>
            <li nr="•"><al>wet: Jeugdwet. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Vormen van jeugdhulp</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>De volgende overige voorzieningen zijn onder andere beschikbaar: </al><lijst>
                <li nr="a"><al>Versterken van de sociale omgeving:</al><lijst>
                    <li nr="1)"><al>Algemene (ook digitale) informatieverstrekking
                                                  omtrent ontwikkelingsbehoeften jeugdigen en
                                                  opvoedingsvragen opvoeders;</al></li>
                    <li nr="2)"><al>Activiteiten ter versterking van de sociale
                                                  omgeving, zoals stimuleren en faciliteren van
                                                  initiatieven vanuit de informele netwerken,
                                                  steuncontacten tussen ouders en jongeren en
                                                  intergenerationele contacten die een bijdrage
                                                  leveren aan een gezonde en veilige opgroei- en
                                                  opvoedomgeving, mogelijkheden voor
                                                  ouders/opvoeders om elkaar te ontmoeten;</al></li>
                    <li nr="3)"><al>Laagdrempelige opvoedondersteuningsactiviteiten;
                                                </al></li>
                    <li nr="4)"><al>Maatjesprojecten, vrijwilligersinzet,
                                                  zelforganisaties gericht op ondersteuning van
                                                  opgroeien en opvoeden;</al></li>
                    <li nr="5)"><al>Mantelzorgondersteuning voor kinderen en
                                                  gezinnen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b"><al>Basisondersteuning: </al><lijst>
                    <li nr="1)"><al>Bieden van informatie, advies en consultatie bij
                                                  opgroei en opvoedvragen;</al></li>
                    <li nr="2)"><al>Ondersteuning en lichte hulp voor jeugdigen
                                                  en/of ouders, waaronder vormen van vrij
                                                  toegankelijke hulp, gericht op het creëren van een
                                                  stabiele opvoed- en opgroeisituatie;</al></li>
                    <li nr="3)"><al>Ondersteuning en lichte hulp aansluitend bij de
                                                  onderwijs/ opvangsetting, waarbij ondersteuning
                                                  voor opvoeders en jeugdigen geboden wordt. Het
                                                  betreft activiteiten die in een onderwijssetting
                                                  plaatsvinden waarbij de nadruk ligt op zorg;</al></li>
                    <li nr="4)"><al>Regulier casemanagement: het systematisch
                                                  coördineren, afstemmen en volgen van de benodigde
                                                  hulpverlening aan jeugdigen en/of gezinnen,
                                                  waarbij meerdere hulpverleners betrokken
                                                  zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2"><al>De volgende individuele voorzieningen zijn onder andere
                                    beschikbaar: </al><lijst>
                <li nr="a"><al>Voorzieningen behorend bij flexibele ondersteuning,
                                            waaronder:</al><lijst>
                    <li nr="1)"><al>Specifieke jeugdhulptrajecten gericht op
                                                  jeugdige en/of gezinssysteem; </al></li>
                    <li nr="2)"><al>Het tot stand brengen van een
                                                  familiegroepsplan;</al></li>
                    <li nr="3)"><al>Langdurige ‘leun en steun’ contacten;</al></li>
                    <li nr="4)"><al>Dag- of weekendopvang, respijtzorg;</al></li>
                    <li nr="5)"><al>Deskundigheidsbevordering voor werkers in de
                                                  basisondersteuning en medewerkers in voorzieningen
                                                  als onderwijs, kinderdagcentra,
                                                  peuterspeelzalen;</al></li>
                    <li nr="6)"><al>Specifieke multidisciplinaire interventies
                                                  gecoördineerd uitgevoerd door verschillende
                                                  zorgaanbieders voor gezinnen met meervoudige
                                                  problemen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b"><al>Intensieve ondersteuning:</al><lijst>
                    <li nr="1)"><al>Intensieve en meer langdurige interventies
                                                  gericht op behandeling, herstel en/of
                                                  rehabilitatie;</al></li>
                    <li nr="2)"><al>Intensieve dagbehandeling op maat;</al></li>
                    <li nr="3)"><al>Inzet van (tijdelijke) vervangende
                                                  opvoedsituatie, verblijf (op maat) van cliënten
                                                  buiten de gewone leef/gezinssituatie; </al></li>
                    <li nr="4)"><al>Inzet van spoedzorg en crisisopvang (bij acute
                                                  onveiligheid en/of inzet van crisisplekken vanuit
                                                  verblijfsfuncties;</al></li>
                    <li nr="5)"><al>Gedwongen jeugdhulp en dwang en
                                                  drangtrajecten;</al></li>
                    <li nr="6)"><al>Specialistische diagnostiek.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Toegang jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of
                                jeugdarts</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college draagt zorg voor de inzet van (gecontracteerde)
                                    jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist
                                    en/of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover
                                    genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van
                                    jeugdhulp nodig is.</al></li>
            <li nr="2"><al>Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken legt het college
                                    de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen
                                    daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9 van
                                    deze verordening.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Toegang jeugdhulp via gemeente, melding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Jeugdigen en ouders kunnen een melding doen bij het
                                    college.</al></li>
            <li nr="2"><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk
                                    dan wel mondeling. </al></li>
            <li nr="3"><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk
                                    een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een
                                    machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de
                                    wet.</al></li>
            <li nr="4"><al>Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een
                                    overige voorziening.</al><al/><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Vooronderzoek</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde
                                    en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en
                                    maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor
                                    een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn
                                    ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke
                                    termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom
                                    verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het
                                    opstellen van een familiegroepsplan.</al></li>
            <li nr="2"><al>Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het
                                    college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel
                                    van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij
                                    redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of
                                    zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht
                                    ter inzage. </al></li>
            <li nr="3"><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien
                                    van een vooronderzoek als bedoeld in de leden 1 en 2.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Gesprek</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                    jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover
                                    nodig:</al><lijst>
                <li nr="a"><al>de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid,
                                            ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het
                                            probleem of de hulpvraag; </al></li>
                <li nr="b"><al>het gewenste resultaat van het verzoek om
                                            jeugdhulp;</al></li>
                <li nr="c"><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of
                                            met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing
                                            voor de hulpvraag te vinden;</al></li>
                <li nr="d"><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
                                            voorziening;</al></li>
                <li nr="e"><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met
                                            gebruikmaking van een overige voorziening;</al></li>
                <li nr="f"><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te
                                            verstrekken; </al></li>
                <li nr="g"><al>de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele
                                            voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op
                                            het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                            ondersteuning of werk en inkomen;</al></li>
                <li nr="h"><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
                                            gezindheid, de levensovertuiging en de culturele
                                            achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; en</al></li>
                <li nr="i"><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van
                                            een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders worden
                                            ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2"><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert
                                    het college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en
                                    hoe deze bijdrage wordt geïnd. </al></li>
            <li nr="3"><al>Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld
                                    in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college
                                    dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
                                </al></li>
            <li nr="4"><al>Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang
                                    van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
                                    vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun
                                    persoonsgegevens te verwerken. </al></li>
            <li nr="5"><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien
                                    van een gesprek. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Verslag</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college zorgt indien nodig voor een schriftelijke
                                    verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 6 van deze
                                    verordening.</al></li>
            <li nr="2"><al>Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de
                                    jeugdige of zijn ouders een verslag van de uitkomsten van het
                                    onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen.</al></li>
            <li nr="3"><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn
                                    ouders worden aan het verslag toegevoegd. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Aanvraag</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Jeugdigen en ouders en professionals werkzaam binnen
                                    gecontracteerde instellingen kunnen een aanvraag om een
                                    individuele voorziening schriftelijk indienen bij het
                                    college.</al></li>
            <li nr="2"><al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het
                                    college vastgesteld formulier of op een andere door het college
                                    vastgestelde werkwijze. </al></li>
            <li nr="3"><al>Het college kan het ondertekend verslag van het gesprek
                                    aanmerken als een aanvraag als de jeugdige of zijn ouders dat op
                                    het verslag hebben aangegeven. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Toekenning individuele voorzieningen (in natura)</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in
                                    het verslag of uit het gesprek zoals bedoeld in de artikelen 6
                                    en 7 van deze verordening wordt vastgesteld dat de
                                    jeugdige:</al><lijst>
                <li nr="a"><al>op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen
                                            uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn
                                            hulpvraag kan vinden;</al></li>
                <li nr="b"><al>geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al
                                            dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige
                                            voorziening, of</al></li>
                <li nr="c"><al>geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al
                                            dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere
                                            voorziening.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2"><al>Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor
                                    zover met betrekking tot de jeugdige een verwijzing zoals
                                    bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze verordening, is afgegeven. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Toekenning individuele voorzieningen (pgb)</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college verstrekt een persoonsgebonden budget (pgb) in
                                    overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet alleen:</al><lijst>
                <li nr="a"><al>als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit
                                            hun sociale netwerk dan wel van een curator,
                                            bewindvoerder, mentor, of gemachtigde, in staat zijn de
                                            aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te
                                            voeren;</al></li>
                <li nr="b"><al>als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kunnen
                                            motiveren waarom zij de individuele voorziening in
                                            natura niet passend achten;</al></li>
                <li nr="c"><al>als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat
                                            de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen
                                            betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort
                                            tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is;</al></li>
                <li nr="d"><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die
                                            door de jeugdige of zijn ouders zijn aangegeven, waarvan
                                            na te gaan is of de voorziening noodzakelijk is en is
                                            aan te merken als goedkoopst adequaat;</al></li>
                <li nr="e"><al>als de jeugdige of zijn ouders de kosten die uitstijgen
                                            boven de kostprijs van de naar het oordeel van het
                                            college adequate individuele voorziening in natura, zelf
                                            willen bekostigen. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2"><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot een
                                    maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie
                                    goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.</al></li>
            <li nr="3"><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de
                                    hoogte van een pgb wordt vastgesteld.</al></li>
            <li nr="4"><al>Degene aan wie een pgb wordt verstrekt kan de individuele
                                    voorziening uitsluitend betrekken van een persoon die behoort
                                    tot zijn sociale netwerk indien deze persoon:</al></li>
            <li nr="5"><al>voor zijn diensten niet meer betaald krijgt dan 80% van de
                                    goedkoopst adequate individuele voorziening in natura;</al></li>
            <li nr="6"><al>niet heeft aangegeven dat de zorg aan de ontvanger van het pgb
                                    hem te zwaar valt;</al></li>
            <li nr="7"><al>het pgb niet zal gebruiken voor de betaling van tussenpersonen
                                    of belangbehartigers, en</al></li>
            <li nr="8"><al>op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb heeft
                                    uitgeoefend bij diens besluitvorming.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inhoud beschikking</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele
                                    voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in
                                    natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe
                                    bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al></li>
            <li nr="2"><al>Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de
                                    beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst>
                <li nr="a"><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het
                                            beoogde resultaat daarvan is;</al></li>
                <li nr="b"><al>wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking
                                            is;</al></li>
                <li nr="c"><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van
                                            toepassing;</al></li>
                <li nr="d"><al>welke andere voorziening relevant zijn of kunnen
                                            zijn.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3"><al>Bij het verstrekken van voorziening in de vorm van een pgb wordt
                                    in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al><lijst>
                <li nr="a"><al>voor welke resultaat het pgb kan worden aangewend;</al></li>
                <li nr="b"><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteden van het
                                            pgb;</al></li>
                <li nr="c"><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is
                                            gekomen;</al></li>
                <li nr="d"><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                            bedoeld, en</al></li>
                <li nr="e"><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                            pgb. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="4"><al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de
                                    jeugdige of zijn ouders daarover in de beschikking geïnformeerd. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn
                                    ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het
                                    college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan
                                    hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding
                                    kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een
                                    individuele voorziening. </al></li>
            <li nr="2"><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een
                                    beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel
                                    intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst>
                <li nr="a"><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige
                                            gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste
                                            of volledige gegevens tot een andere beslissing zou
                                            hebben geleid:</al></li>
                <li nr="b"><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                            voorziening of het pgb zijn aangewezen;</al></li>
                <li nr="c"><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer
                                            toereikend is te achten;</al></li>
                <li nr="d"><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de
                                            voorwaarden van een individuele voorziening of het pgb,
                                            of</al></li>
                <li nr="e"><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of
                                            het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan wel
                                            hebben gebruikt dan waarvoor het is bestemd. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3"><al>Als het college een beslissing op grond van lid 2 sub a heeft
                                    ingetrokken, kan het college van degene die onjuiste of
                                    onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de
                                    geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele
                                    voorziening of het ten onrechte genoten pgb.</al></li>
            <li nr="4"><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken
                                    als blijkt dat het pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is
                                    aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                    verlening heeft plaatsgevonden. </al></li>
            <li nr="5"><al>Het college onderzoekt uit oogpunt van kwaliteit van de
                                    geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen
                                    van de pgb’s. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                                kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel>
          </kop>
          <al>Het college kan in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen
                            jeugdreclassering rekening houden met:</al>
          <lijst>
            <li nr="a"><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li>
            <li nr="b"><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                                    zwaarte van de functie;</al></li>
            <li nr="c"><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li>
            <li nr="d"><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                    personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                    werkoverleg;</al></li>
            <li nr="e"><al>kosten voor bijscholing van het personeel; en</al></li>
            <li nr="f"><al>het gemeentelijk kwaliteitsbeleid.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Vertrouwenspersoon</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college zorgt er voor dat jeugdigen, ouders en pleegouders
                                    een beroep kunnen doen op een onafhankelijke
                                    vertrouwenspersoon.</al></li>
            <li nr="2"><al>Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich
                                    desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                    vertrouwenspersoon. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Klachtregeling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>De gemeentelijke klachtregeling is ook van toepassing op de
                                    afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op
                                    de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld
                                    in deze verordening. </al></li>
            <li nr="2"><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van
                                    cliënten ten aanzien van alle door hen verstrekte of te
                                    verstrekken voorzieningen.</al></li>
            <li nr="3"><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe
                                    op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door
                                    periodieke overleggen met de aanbieders en indien nodig een
                                    periodiek cliënttevredenheidsonderzoek.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                    voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de
                                    besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                                    betreffende jeugdhulp en voorziet hen van ondersteuning om hun
                                    rol effectief te kunnen vervullen.</al></li>
            <li nr="2"><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                    periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                    aanmelden en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                    deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
                                </al></li>
            <li nr="3"><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het
                                    tweede en derde lid. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Controle</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de
                                    verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve
                                    van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.</al></li>
            <li nr="2"><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                    controle op de besteding.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Evaluatie</titel>
          </kop>
          <al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar
                            geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens tweejaarlijks na de
                            inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over
                            de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Nadere regels en hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend,
                                    waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></li>
            <li nr="2"><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van
                                    deze verordening.</al></li>
            <li nr="3"><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt
                                    afwijken van de bepalingen van deze verordening indien
                                    toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                    aard leidt. </al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1"><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li>
            <li nr="2"><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp
                                    2015. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18
                                    november 2014</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>