<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346397_3</dcterms:identifier><dcterms:title>2e wijziging verordening Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>2e wijziging verordening Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="www.bergeijk.nl">http://wetten.overheid.nl/BWBR0035333/geldigheidsdatum 01-01-2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="www.bergeijk.nl"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>2e wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>75b. 2e wijziging verordening Participatiewet 2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>75b. 2e wijziging verordening Participatiewet 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>2e wijziging verordening Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad der gemeente Bergeijk;</al><al> gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 september
                        2015</al><al/><al> besluit:</al><al> de 2e wijziging verordening Participatiewet 2015 vast te stellen, met
                        terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015</al><al> Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk
                        van 26 november 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreen, hebben dezelfde betekenins als in
                                    de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004.</al></li><li nr="2."><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Bergeijk;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Bergeijk;</al></li><li nr="c."><al>Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen
                                            2004;</al></li><li nr="d."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="e."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere gedeeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. De wet: de
                                            Participatiewet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Individuele inkomenstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al> inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van
                                    de wet en de algemene bijstand;</al></li><li nr="b."><al> peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag
                                    aanvraagt;</al></li><li nr="c."><al> referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al> Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de
                            referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 105%
                            van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte inkomenstoeslag</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per
                                    kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 375,-- voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 500,-- voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 550,-- voor gehuwden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verlagen van de bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende: persoon met een uitkering ingevolge de wet, Bbz
                                    2004, IOAW of IOAZ;</al></li><li nr="b."><al>maatregel: verlaging van de bijstand op grond van artikel 18,
                                    tweede lid van de wet, het verlagen van de IOAW-/IOAZ-uitkering
                                    op grond van artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste
                                    lid IOAZ, het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van
                                    een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW en
                                    artikel 20, tweede lid IOAZ;</al></li><li nr="c."><al>jongere: een meerderjarig persoon jonger dan 27 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan één jaar voor constatering van
                                            gedraging door het college heeft plaatsgevonden; of</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende inmiddels geen bijstand of uitkering meer
                                            ontvangt, tenzij de belanghebbende binnen een periode
                                            van 6 maanden na de datum van de beëindigingsbeschikking
                                            opnieuw bijstand of uitkering gaat ontvangen. In dat
                                            geval wordt een besluit genomen over het alsnog
                                            toepassen dan wel afzien van een maatregel op dat
                                            moment; of</al></li><li nr="d."><al> het college dringende redenen aanwezig acht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                    grond van het bepaalde in het eerste lid onder d, wordt daarvan
                                    aan de belanghebbende schriftelijk mededeling gedaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hoogte van de maatregel</titel></kop><al> De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                            waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                            omstandigheden waarin hij verkeert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De maatregel wordt toegepast:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor de belanghebbende van toepassing zijnde norm,
                                            als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet of de
                                            grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5
                                            IOAW/IOAZ; of</al></li><li nr="b."><al>de bijzondere bijstand als bedoeld in aritkel 12 van de
                                            wet; en/of</al></li><li nr="c."><al>de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 5
                                            onderdeel d van de wet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor zover de bijstand of uitkering nog niet is uitbetaald,
                                    wordt de maatregel toegepast op de betaling van de betreffende
                                    bijstand of uitkering over die maand.</al></li><li nr="2."><al>Indien toepassing van het eerste lid niet mogelijk is, wordt de
                                    maatregel opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand
                                    volgend op de datum waarop eht besluit tot het opleggen van de
                                    maatregel aan de belanghebbende is bekend gemaakt. Daarbij wordt
                                    uitgegaan van de voor die maand geldende norm.</al></li><li nr="3."><al>Een maand wordt over één maand uitgevoerd. Het college kan het
                                    noodzakelijk achten om uitvoering van de maatregel te spreiden
                                    over meerdere maanden.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van de tweede lid wordt, voor zover het een
                                    zelfstandige betreft, die een uitkering voor het levensonderhoud
                                    in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz 2004 heeft
                                    ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht betrokken bij
                                    de definitieve vaststelling van die bijstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenloop van gedragingen en redicive</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van
                                    meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel
                                    opgelegd. Indien voor schendingen van de verplichtingen
                                    maatregelen van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste
                                    maatregel opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending
                                    opleveren van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen,
                                    wordt voor iedere gedraging gelijktijdig een afzonderlijke
                                    maatregel opgelegd.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de maatregel wordt verdubbeld indien
                                    belanghebbende zich binnen 12 maanden, na de datum van de
                                    beschikking waarin de vorige verwijtbaar aangemerkte gedraging
                                    is vastgesteld, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare
                                    gedraging als bedoeld in artikel 11 tot en met 19 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="4."><al>Indien de verdubbeling van de hoogte van de maatregel en/of het
                                    bepaalde in het tweede lid van dit artikel niet
                                    uitvoerbaar/mogelijk is, wordt de duur van de maatregel
                                    verdubbeld.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer dezelfde gedraging binnen de gestelde periode zich meer
                                    dan twee keer voordoet, vindt geen verdubbeling van de hoogte of
                                    duur meer plaats, maar wordt de maatregel afgestemd op basis van
                                    individualisering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Niet verschijnen op uitnodiging gesprek</titel></kop><al> Indien belanghebbende, zonder tegenbericht, niet verschijnt op een
                            schriftelijke uitnodiging in verband met re-integratie om op gesprek te
                            komen wordt een maatregel opgelegd van 10%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Jongeren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een jongere in de 4 weken na melding geen of onvoldoende
                                    inspannningen heeft gedaan om geaccepteerde arbeid en/of
                                    mogelijkheden in regulier bekostigd onderwijs te verkrijgen,
                                    wordt een maatregel opgelegd van 40%.</al></li><li nr="2."><al>Indien een jongere onvoldoende meewerkt aan het opstellen of
                                    uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak, wordt een
                                    maatregel opgelegd van 40%.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemeen geaccepteerde arbeid trachten te verkrijgen</titel></kop><al> Indien belanghebbende niet naar vermogen tracht algemeen geaccepteerde
                            arbeid te verkrijgen, wordt een maatregel opgelegd van 40%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zelfstandige</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien een zelfstandige niet of onvoldoende meewerkt aan
                                    begeleiding door een door het college aangewezen derde, wordt
                                    een maatregel opgelegd van 40%.</al></li><li nr="2."><al>Indien een zelfstandige de administratie, als bedoeld in artikel
                                    38 lid 2 Bbz 2004 niet naar behoren heeft gevoerd, wordt een
                                    maatregel opgelegd van 20%.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Tegenprestatie</titel></kop><al> Indien belanghebbende niet of onvoldoende uitvoering geeft aan een door
                            het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in
                            artikel 9 eerste lid onderdeel c van de wet, wordt een maatregel
                            opgelegd van 40%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien belanghebbende een tekortschietend besef van
                                    verantwoordelijkheid</al><al> voor de voorziening in het bestaan, als bedoeld in artikel 18,
                                    tweede lid van de wet, heeft betoond, wordt een maatregel van
                                    20% opgelegd gedurende een periode overeenkomstig onderstaande
                                    tabel:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>onverantwoord besteed/periode eerder of</al><al>langer in de uitkering</al></entry><entry><al>duur maatregel</al></entry></row><row><entry><al>tot € 1.500,-- / 0-2 maanden</al></entry><entry><al> 1 maand</al></entry></row><row><entry><al>van € 1.500,-- tot € 5.000,-- / 2-4
                                                  maanden</al></entry><entry><al> 3 maanden</al></entry></row><row><entry><al>van € 5.000,-- tot € 10.000,-- / 4-8
                                                  maanden</al></entry><entry><al>6 maanden</al></entry></row><row><entry><al>van € 10.000,-- tot € 20.000,-- / 8-16
                                                  maanden</al></entry><entry><al>9 maanden</al></entry></row><row><entry><al>van € 20.000,-- tot € 40.000,-- / 16-32
                                                  maanden</al></entry><entry><al>12 maanden</al></entry></row><row><entry><al>vanaf € 40.000,-- / vanaf 32 maanden</al></entry><entry><al>18 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></li><li nr="2."><al>Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval begrepen op
                                    onverantwoorde wijze besteden van vermogen, waarbij inbegrepen
                                    het doen van een schenking of het geen aanspraak maken op of het
                                    niet te gelde maken van voorliggende voorzieningen, voorafgaand
                                    aan of tijdens de bijstandsverlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al> Indien een belanghebbende zich ernstig misdraagt tegenover personen en
                            instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet, de IOAW, IOAZ
                            en Bbz 2004, wordt een maatregel opgelegd van 100% gedurende een periode
                            van 1 maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al> Indien aan belanghebbende één of meerdere verplichtingen zoals bedoeld
                            in de artikelen 55 van de wet en 38, eerste lid Bbz 2004 zijn opgelegd
                            en deze niet in voldoende mate worden nagekomen, wordt een maatregel
                            opgelegd van 20%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Geüniformeerde verplichtingen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien een belanghebbende een verplichting als bedoeld in
                                    artikel 18, vierde lid, onderdeel a tot en met h van de wet niet
                                    of onvoldoende nakomt wordt een maatregel opgelegd van 100%
                                    gedurende een periode van een maand.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de verlaging zoals bedoeld in het eerste lid kan
                                    worden toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en
                                    de volgende twee maanden indien bijzondere omstandigheden dit
                                    rechtvaardigen.</al></li><li nr="3."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt aan de
                                    eerste maand in ieder geval 1/3 van de verlaging
                                    toebedeeld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verrekening bestuurlijke boete bij recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verrekenen bestuurlijke boete bij recidive</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 60b, eerste en tweede lid van de wet
                                    kan het college de recidiveboete, met inachtneming van de
                                    beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met
                                    475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verrekenen
                                    indien er sprake is van dringende redenen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de
                                    verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 8a,
                                    eerste lid, van de wet, indien en voor zover deze boete nog niet
                                    is betaald op het moment van verrekening van de
                                    recidiveboete.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bestrijding misbruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt in het kader van de bestrijding van het ten
                                    onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de wet, zorg voor handhaving.</al></li><li nr="2."><al>In het in het eerste lid genoemde handhaving komt op zijn minst
                                    tot uitdrukking in een visie op handhaving en de aanpak van
                                    fraudepreventie en frauderepressie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2 van deze verordening kan het
                            college ten behoeve van de uitvoering van deze verordening beleidsregels
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al> Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, met uitzondering van hoofdstuk 3, indien toepassing
                            ervan leidt tot onblillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al> In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerking</titel></kop><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015, onder
                            intrekking van:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>Verorodening Langdurigheidstoeslag 2009, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit per 28.09.2009</al></li><li nr="b."><al> Verordening afstemming handhaving WWB 2007, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit per 29.01.2007</al></li><li nr="c."><al> Verordening maatregelen en handhaving IOAW en IOAZ 2010,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit per 16.12.2010</al></li><li nr="d."><al> Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit per 28.02.2013</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening Participatiewet
                            2015, 2e wijziging'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>