<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346385_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Valkenswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Valkenswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://gvop.overheid.nl"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-08-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Schrappen artikelen 2.29 lid, 2.34a en 2.34b</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                manifestaties daaronder wordt verstaan; </al></li><li nr="b."><al>Weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994 ; </al></li><li nr="c."><al>Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                                wijze toegankelijk zijn; </al></li><li nr="d."><al>Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op
                                grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="e."><al>Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
                                een zakelijk of persoonlijk recht; </al></li><li nr="f."><al>Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening;
                            </al></li><li nr="g."><al>Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                Woningwet ; </al></li><li nr="h."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te
                                dienen. </al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht .</al></li></lijst><al>Artikel 1.2 Beslissingstermijn </al><lijst><li nr="1."><al>Voorzover in deze verordening niet anders is bepaald, beslist het
                                bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing binnen acht weken na de na de datum van ontvangst van de
                                aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Voorzover in deze verordening niet anders bepaald, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan de beslistermijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vijfde lid,
                                artikel 2.11, tweede lid, aanhef en onder a, artikel 4.11 of artikel
                                4.18.</al></li></lijst><al>Artikel 1.3 Te late indiening aanvraag </al><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor evenementen als bedoeld in artikel 2.25 geldt een termijn van
                                twaalf weken. Indien in verband met een evenement een provinciale
                                weg of een rijksweg moet worden afgesloten geldt een termijn van
                                drie maanden.</al></li><li nr="3."><al>Voor bepaalde overige, door het bevoegde bestuursorgaan aan te
                                wijzen vergunningen of ontheffingen, kan de in het eerste lid
                                genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste zes maanden.</al></li></lijst><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</al><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                                krachtens deze verordening anders is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid is de vergunning voor het
                                exploiteren van een terras, zoals bedoeld in artikel 2.28, gebonden
                                aan het betreffende terras. </al></li></lijst><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                                zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt
                                gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                                beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst><al>Artikel 1.7 Termijnen </al><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor
                        onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of
                        de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. </al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden </al><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag of het
                        bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.9</vet></al><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende
                        artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2.6: Ontheffing aanbieden geschreven stukken;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2.67: Vrijstelling verplichting verkoopregister;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5.6: Ontheffing langer dan drie dagen caravan etc. binnen
                                bebouwde kom plaatsen;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5.8: Ontheffing parkeren groot voertuig;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5.13: Collectevergunning;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5.18: Standplaatsvergunning;</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.10</vet></al><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende
                        artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel: 2.25 Vergunning evenementen; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2.28: Exploitatievergunning terras bij een
                                horecabedrijf;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2.28a Exploitatievergunning droge horeca; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2.39: Exploitatievergunning speelgelegenheid; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2.40b: Exploitatievergunning growshop;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3.4: Vergunning seksinrichting; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 4.20: Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf
                                buiten kampeerterreinen. </al></li></lijst><al>2 OPENBARE ORDE</al><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</al><al>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
                                onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven
                                tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor er
                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot
                                toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een
                                daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen,
                                die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de
                                openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li></lijst><al>Afdeling 2 betogingen</al><al>Artikel 2.2 Optochten (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                                houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48
                                uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                burgemeester. </al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                        van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                                tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur
                                op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. </al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                                lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in
                                behandeling nemen. </al></li></lijst><al>Artikel 2.4 Afwijking termijn (vervallen)</al><al>Opgenomen in artikel 2.3</al><al>Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens (gereserveerd)</al><al>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</al><al>Artikel 2.6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                        afbeeldingen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder
                                publiek te verspreiden, dan wel openlijk aan te bieden, aan te
                                bevelen of bekend te maken. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor het
                                verspreiden van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en
                                gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                van de Grondwet. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan
                                huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li></lijst><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</al><al>Artikel 2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.8 Dienstverlening (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.9 Straatartiest</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of
                                        gids op te treden. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>op maandagen tot en met zaterdagen tussen 09.00 uur en 18.00
                                        uur en op koopavonden tot 21.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen koopzondagen tussen 12:00 uur
                                        en 18:00 uur;</al></li><li nr="c."><al>wanneer de straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf,
                                        tekenaar, filmoperateur of gids zich telkens minimaal 100
                                        meter verplaatst, zich niet langer dan 25 minuten op een en
                                        dezelfde plaats ophoudt en zich niet vaker dan tweemaal per
                                        dag op een en dezelfde plaats ophoudt en;</al></li><li nr="d."><al>indien geen overlast wordt veroorzaakt voor winkelend
                                        publiek en overige voetgangers en gebruikers van de openbare
                                        ruimte.</al></li></lijst></li></lijst><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</al><al>Artikel 2.10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                weggedeelte te gebruiken, anders dan overeenkomstig de bestemming
                                daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al></li><li nr="a."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                                geopenbaard;</al></li><li nr="b."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2;</al></li><li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.28, vijfde lid; </al></li><li nr="d."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen, waarvoor onder
                                nader te bepalen algemene voorwaarden, het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet geldt.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden op, in, over of boven de weg een voorwerp of stof
                                waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                brengen of te hebben, indien: </al></li><li nr="a."><al>deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                bevestiging schade toebrengt aan de weg; </al></li><li nr="b."><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, of</al></li><li nr="c."><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                weg.</al><lijst><li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht.</al></li><li nr="6."><al>Onverminderd artikel 1.8 kan de vergunning, zoals bedoeld in
                                        het eerste of vijfde lid, worden geweigerd:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband
                                met de omgeving, niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst><al>7. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                        of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010. </al><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder a, geldt niet voorzover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder b geldt niet voor
                                bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder c geldt niet voorzover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                Milieubeheer.</al></li></lijst><al>Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                        veranderen van een weg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het
                                bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen.
                            </al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente of
                                het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke
                                taak.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken, de Verordening wegen Noord-Brabant
                                2010, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of Verordening
                                Ondergrondse Infrastructuur.</al></li></lijst><al>Artikel 2.12 Maken en veranderen van een uitweg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                        uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1.8 wordt de vergunning
                                slechts geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Verordening wegen
                                Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</al><al>Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.14 Winkelwagentjes (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of voorwerp </al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        daarvoor op andere wijze hinder of gevaar oplevert.</al><al>Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                        rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting, die behoort tot een
                        openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                        dekken.</al><al>Artikel 2.17 Kelderingangen, e.d. (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heidegronden of andere
                                natuurterreinen en landschapselementen of binnen een afstand van
                                dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen
                                periode.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heidegronden of andere natuurterreinen
                                en landschapselementen of binnen een afstand van honderd meter
                                daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin
                                ingerichte, erven.</al></li></lijst><al>Artikel 2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen
                                aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat
                                gedeelte van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor: prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de
                                uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een
                                afscheiding zijn aangebracht. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Artikel 2.20 Vallende voorwerpen (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van
                                het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of
                                de Belemmeringenwet Privaatrecht. </al></li></lijst><al>Artikel 2.22 Objecten onder hoogspanningslijn (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.23 Veiligheid op het ijs (gereserveerd)</al><al>Afdeling 7 Toezicht op evenementen</al><al>Artikel 2.24 Algemene begripsomschrijving </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder
                                                h van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.27
                                                van deze verordening. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al></li></lijst></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging op de weg, als bedoeld in
                                artikel 2.3;</al></li><li nr="d."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg.</al></li><li nr="e."><al>een kermis </al></li><li nr="f."><al>een snuffelmarkt</al></li></lijst><al>Artikel 2.25 Evenementen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren. </al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a"><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b"><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c"><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                        goederen;</al></li><li nr="d"><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het tweede lid,
                                onder d, van artikel 2.24 voorziene gevallen, voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Artikel 2.25a Klein evenement </al><al>De vergunningsplicht uit artikel 2.25 geldt niet voor door de Burgemeester
                        te definiëren kleine evenementen. </al><al>Artikel 2.26 Ordeverstoring</al><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al>Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven</al><al>Artikel 2.27 Begripsbepalingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder
                                een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                buurthuis of clubhuis. </al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel
                                van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden
                                en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></li><li nr="c."><al>Paracommerciële rechtspersoon: paracommerciële rechtspersoon zoals
                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst><al>Artikel 2.28 Exploitatievergunning terras bij een horecabedrijf </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een terras bij een horecabedrijf in te richten en te
                                exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid,
                                indien vestiging of de exploitatie van het terras bij een
                                horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een terras bij een
                                horecabedrijf.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk waarin het terras is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van
                                het terras van een horecabedrijf en de spanning waaraan het
                                woonmilieu ter plaatse al blootstaat of bloot zal komen te staan
                                door de exploitatie van het terras </al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.10 beslist de
                                burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking
                                heeft op een of meer bij een horecabedrijf behorende terrassen voor
                                zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die
                                weg ten behoeve van het terras.</al></li><li nr="6."><al>Onverminderd het gestelde in het derde en het vierde lid kan de
                                burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die
                                weg voor een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen
                                weigeren:</al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel
                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig
                                beheer en onderhoud van de weg.</al></li><li nr="7."><al>Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatwerken of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.
                            </al></li></lijst><al>Artikel 2.28a Droge horeca</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder de vergunning van de burgemeester een bedrijf
                                als bedoeld in artikel 2.27, waar enkel alcoholvrije dranken worden
                                geschonken en / of spijzen voor consumptie worden bereid of
                                verstrekt, te exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>indien wordt gehandeld krachtens een vergunning ingevolge de
                                        Drank- en Horecawet tot het uitoefenen van een
                                        horecabedrijf;</al></li><li nr="b."><al>voor middelen van vervoer tijdens hun gebruik als
                                        zodanig.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2.28b Weigeringsgronden</al><al>De vergunning als bedoeld in artikel 2.28a, eerste lid, kan worden geweigerd
                        indien niet voldaan is aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de ondernemer moet een verklaring omtrent het gedrag overleggen,
                                niet ouder dan twee maanden;</al></li><li nr="b."><al>de ondernemer moet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.</al></li></lijst><al>Artikel 2.29 Sluitingstijden </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit
                                        horecabedrijf en het daarbij behorende terras voor bezoekers
                                        geopend te hebben en daar bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur
                                        en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en
                                        07.00 uur. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in lid 1
                                        vervatte verbod. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                        milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al><al/><al>Artikel 2.30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke
                                        sluiting</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer
                                horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.29
                                geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de
                                Opiumwet.</al></li></lijst><al>Artikel 2.31 Aanwezigheid in horecabedrijf</al><al>Het is verboden in een openbare inrichting</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren; </al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens
                                artikel 2.29 of als gevolg van een op grond van artikel 2.30 genomen
                                besluit.</al></li></lijst><al>Artikel 2.32 Handel in horecabedrijven</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. </al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar
                                of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp
                                verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. </al></li></lijst><al>Artikel 2.33 Ordeverstoring (vervallen)</al><al>Opgenomen in artikel 2.31</al><al>Artikel 2.34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in 2.27 geen inrichting is in de zin
                        van artikel 174 Gemeentewet, treedt niet de burgemeester maar het college op
                        als bevoegd bestuursorgaan voor de artikelen 2.28 tot en met 2.31</al><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot verschaffen nachtverblijf</al><al>Artikel 2.35 Begripsomschrijvingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten
                        ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt
                        verschaft.</al><al>Artikel 2.36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het houden van
                        een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan
                        schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.</al><al>Artikel 2.37 Nachtregister</al><al>De houder van een inrichting dan wel ieder ander die bedrijfsmatig kamers
                        verhuurt en/of anderszins overnachting of een voor hem handelend persoon is
                        verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de
                                burgemeester vastgestelde model.</al></li><li nr="b."><al>Het digitale register dagelijks voor 12.00 uur naar een door de
                                gemeente kenbaar gemaakt emailadres te zenden. </al></li></lijst><al>Artikel 2.38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de kampeerder is
                        verplicht onverwijld aan de houder van de inrichting volledig en naar
                        waarheid zijn of haar naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van
                        vertrek te verstrekken. </al><al> Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.39 Speelgelegenheden </al><lijst><li nr=""><al>1.Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                deze bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op:</al></li><li nr="c."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid,
                                onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend.</al></li><li nr="d."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of
                                de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="e."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                                kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                                beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30
                                van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel
                                1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. </al><al>3.De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of
                                        de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid </al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2.40 Speelautomaten </al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de
                                Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder d van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder e van de Wet.</al><al>2.In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                toegestaan;</al></li></lijst><al>Afdeling 10a Toezicht op smart-, head- en growshops</al><al>Artikel 2.40a Begripsomschrijvingen</al><al>In deze paragraaf wordt vertaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Growshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof
                                zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet substanties, voorwerpen
                                of gegevens, waarvan aanwijzingen zijn om te vermoeden dat zij
                                bestemd zijn voor de productie van een middel zoals bedoeld in
                                artikel 3 van de Opiumwet (onder andere: de teelt van hennep), als
                                hoofdactiviteit of als belangrijke nevenactiviteit te koop worden
                                aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of
                                voorhanden zijn.</al></li><li nr="b."><al>Smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de
                                hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope
                                stoffen.</al></li><li nr="c."><al>Headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de
                                hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die
                                samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes en
                                vloeitjes.</al></li><li nr="d."><al>Inrichting: een growshop, smartshop of headshop zoals hiervoor
                                genoemd. </al></li><li nr="e."><al>Houder: degene die een inrichting ingevolge artikel 2.40b
                                exploiteert.</al></li><li nr="f."><al>Leidinggevende:</al></li><li nr="a."><al>de natuurlijke persoon of bestuurders van een rechtspersoon of hun
                                gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                uitgeoefend;</al></li><li nr="b."><al>de natuurlijke persoon die de algemene leiding geeft aan een
                                onderneming waarin de inrichting wordt uitgeoefend in een of meer
                                inrichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de natuurlijke persoon die de onmiddellijke leiding geeft aan de
                                uitoefening van de inrichting.</al></li><li nr="g."><al>Bezoeker: een ieder die in de inrichting aanwezig is, met
                                uitzondering van:</al></li><li nr="a."><al>directe gezinsleden van de houder;</al></li><li nr="b."><al>personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438
                                van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="c."><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                                noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 2.40b Exploitatie inrichting</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van
                                de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is
                                        met het geldende bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar niet heeft
                                        bereikt;</al></li><li nr="c."><al>de leidinggevende(n) in enigerlei opzicht van slecht
                                        levensgedrag is;</al></li><li nr="d."><al>de leidinggevende(n) onder curatele staat of is ontzet uit
                                        de ouderlijke macht of voogdij;</al></li><li nr="e."><al>de houder binnen vijf jaar voor de aanvraag om een
                                        vergunning als bedoeld in eerste lid een inrichting heeft
                                        geëxploiteerd die op grond van verstoring van de openbare
                                        orde, veiligheid, dan wel op grond van artikel 13b van de
                                        Opiumwet, gesloten is geweest. </al></li><li nr="f."><al>er geen verklaring omtrent gedrag door de leidinggevende(n)
                                        of de houder(s) is overgelegd, die uiterlijk drie maanden
                                        voor de datum waarop de vergunning is aangevraagd is
                                        afgegeven.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2.40c Vergunningaanvraag</al><al>Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.40b moeten ten
                        minste de volgende gegevens worden ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>een origineel en recent uittreksel uit het handelsregister,
                                verenigingen- of stichtingenregister van de Kamer van
                                Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>kopie geldig legitimatiebewijs van de leidinggevende(n);</al></li><li nr="c."><al>verklaring omtrent gedrag van de leidinggevende(n);</al></li><li nr="d."><al>een kopie van het arbeidscontract van de leidinggevende(n);</al></li><li nr="e."><al>koop- of huurakte van het pand waarin de inrichting zal zijn
                                gevestigd;</al></li><li nr="f."><al>plattegrondtekeningen (schaal 1:100) van het pand waarin de
                                inrichting zal zijn gevestigd;</al></li><li nr="g."><al>situatietekening van de kadastrale ligging van het pand waarin de
                                inrichting zal zijn gevestigd;</al></li><li nr="h."><al>een ingevuld door de burgemeester vastgesteld formulier ten behoeve
                                van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                bestuur met bijbehorende bescheiden.</al></li></lijst><al>Artikel 2.40d Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid, of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meerdere
                                inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of
                                tijdelijke sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van
                                de Opiumwet van toepassing is. </al></li></lijst><al>Artikel 2.40e Aanwezigheid in gesloten inrichting</al><al>Het is bezoekers van een inrichting verboden gedurende de tijd dat de
                        inrichting ingevolge het bij of krachtens de Winkeltijdenwet bepaalde of op
                        grond van een ingevolge artikel 2.3.4.4 genomen besluit gesloten dient te
                        zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al>Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet
                                        gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal
                                        of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten
                                        woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal, een bij
                                        die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                        toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van de in het in het eerste en tweede lid
                                bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></li></lijst><al> Artikel 2.42 Plakken en kladden </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een
                                                onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te
                                                bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van
                                                de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van
                                                een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar
                                                is:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding, aan te plakken, te doen aanplakken of op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                                toepassing indien gehandeld wordt krachtens
                                                wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het
                                                aanbrengen van meningsuitingen en
                                                bekendmakingen.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst><al>Artikel 2.43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar
                                water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                aanplakdoek, plakgereedschap, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2.42.</al></li></lijst><al>Artikel 2.44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                vervoeren of bij zich te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet
                                zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang
                                tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
                                openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te
                                vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. </al></li></lijst><al>Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2.46 Rijden over bermen e.d. (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al></li><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan
                                bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig
                                overlast of hinder berokkent.</al></li><li nr="2"><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Artikel 2.47a (Nacht)verblijf op of aan de weg </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, al dan niet in een voertuig, te
                                overnachten, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent,
                                caravan of soortgelijk ander onderkomen te plaatsen met het
                                kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                                overnachten, dan wel gelegenheid daarvoor te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li></lijst><al>Artikel 2.47b Verblijfsontzegging </al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan degene van wie mag worden aangenomen dat hij
                                hetzij alleen, hetzij in groepsverband, door het plegen van stafbare
                                feiten, door baldadig of hinderlijk gedrag of anderszins personen
                                lastig valt of schade toebrengt, uit een oogpunt van het handhaven
                                van de openbare orde het bevel geven zich te verwijderen en zich
                                verwijderd te houden van of uit een door de burgemeester bij het
                                bevel genoemde plaats of gebied, gedurende de tijd, bij het bevel
                                genoemd.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich op een plaats of in een gebied te bevinden in
                                strijd met een krachtens het eerste lid gegeven bevel.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid genoemde bevel geldt niet voor zover de
                                persoon tot wie het bevel is gericht:</al><lijst><li nr="a."><al>op de plaats of in het gebied blijkens opgave in de
                                        gemeentelijke basisadministratie woonachtig is;</al></li><li nr="b."><al>aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied
                                        werkzaam is;</al></li><li nr="c."><al>zich in een middel van openbaar vervoer bevindt; </al></li><li nr="d."><al>of anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend
                                        belang heeft zich op die plaats of in dan gebied te
                                        bevinden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel heeft een geldigheidsduur van
                                ten hoogste 14 dagen.</al></li></lijst><al>Artikel 2.47c Vechten </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in het openbaar te vechten. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover artikel 424 of artikel 426 bis van
                                het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></li></lijst><al>Artikel 2.48 Hinderlijk drankgebruik </al><lijst><li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                bereikt verboden om op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                alcoholhoudende drank bij zich te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in liet eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
                                        a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank en Horecawet. </al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2.49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van een zodanig gebouw.</al></li></lijst><al>Artikel 2.50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal,
                        telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                        rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke
                        ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                        waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al><al>Artikel 2.51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of bromfiets en dergelijke te
                        plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                        gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat gebouw of portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst><al>Artikel 2.52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d. </al><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en
                        plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een terrein waar een
                        markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die
                        publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het
                        terrein.</al><al>Artikel 2.52a Fietswrakken (vervallen)</al><al>Artikel 2.53 Bespieden van personen (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.54 Bewakingsapparatuur (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.55 Nodeloos alarmeren (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.56 Alarminstallaties (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie </al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al></li><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere
                                door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                aangelijnd;</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een
                                ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                kennen; of</al></li><li nr="d."><al>buiten de bebouwde kom zonder dat die hond aangelijnd is in voor het
                                publiek toegankelijke parken, plantsoenen, groenstroken, bossen of
                                andere natuurgebieden tenzij is aangeduid dat het niet aangelijnd
                                zijn ter plaatse wel geoorloofd is;</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn
                                        niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                                of sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                                geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2.58 Verontreiniging door honden</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond of diegene aan wiens zorg een
                                hond kennelijk is toevertrouwd is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></li><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom: op de weg als bedoeld in artikel 1, eerste
                                lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom: op het gedeelte van de weg dat bestemd is of
                                mede bestemd is voor het verkeer van voetgangers en fietsers;</al></li><li nr="c."><al>op een voor publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of een andere
                                door het college aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven indien hij die zorg heeft voor de
                                hond dan wel hij die de hond onder zijn hoede heeft, er zorg voor
                                draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van
                                een hond, die zich vanwege zijn handicap door een geleidenhond of
                                sociale hulphond laat begeleiden.</al></li></lijst><al>Artikel 2.59 Gevaarlijke honden</al><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                                hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover
                                die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein
                                van een ander. </al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van
                                hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. </al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                        beide stoffen; </al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                        is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                        niet mogelijk is; en </al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.57, eerste lid onder c, dient
                                een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door
                                de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer
                                door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
                            </al></li></lijst><al>Artikel 2.60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren)</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
                                        Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                                        dieren:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven; of te voeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats
                                een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te
                                hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot
                                een groter aantal dan door hen is aangegeven.</al></li></lijst><al>Artikel 2.61 Wilde dieren (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.62 Loslopend vee </al><al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland
                        of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke
                        veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen
                        worden, dat dit vee of pluimvee die weg niet kan bereiken.</al><al>Artikel 2.63 Rupsen(nesten) </al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, hetzij bij openbare kennisgeving voor het gehele
                                gebied van de gemeente of van bepaalde delen daarvan, hetzij bij
                                persoonlijke kennisgeving aan de rechthebbende van een of meer
                                bepaalde percelen, meedelen dat hij het noodzakelijk acht, dat
                                aldaar in bomen of ander houtgewas voorkomende rupsen en
                                rupsennesten verwijderd en vernietigd worden voor een bij die
                                kennisgeving bepaalde datum.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbenden op de in het eerste lid bedoelde percelen zijn
                                verplicht aan de kennisgeving voor de daarin genoemde datum gehoor
                                te geven.</al></li></lijst><al>Artikel 2.64 Bijen (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.65 Bedelarij</al><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of
                        in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere
                        zaken.</al><al>Afdeling 12 Bestrijding van heling van goederen</al><al>Artikel 2.66 Begripsomschrijvingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                        artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al>Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al><al>1.De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of
                        ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                        doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en
                        daarin vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat
                                mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al><al>2.De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                verplichtingen.</al></li></lijst><al>Artikel 2.68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                        Strafrecht</al><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="1."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: </al><lijst><li nr="a."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging; </al></li><li nr="b."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                        adressen; </al></li><li nr="c."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
                                    </al></li><li nr="d."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan; </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register
                                ter inzage te geven; </al></li><li nr="3."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop
                                zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
                            </al></li><li nr="4."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is. </al></li></lijst><al>Artikel 2.69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                        (gereserveerd)</al><al>Artikel 2.70 Handel in horecabedrijf </al><al>Is opgenomen in artikel 2.32</al><al>Afdeling 13 Vuurwerk </al><al>Artikel 2.71 Begripsomschrijving </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                        Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe
                        regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                        (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al><al>Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                        verkoopdagen (vervallen)</al><al>Artikel 2.73 Bezigen van vuurwerk tijdens de jaarwisseling </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor
                                publiek toegankelijke plaats te gebruiken indien dat gevaar, schade
                                of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 429, aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 2.73a Opslag vuurwerk in voertuigen (vervallen)</al><al>Afdeling 14 Drugsoverlast</al><al>Artikel 2.74 Drugshandel op straat </al><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg
                        post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen
                        in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden,
                        indien redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat dit gebeurt om middelen als
                        bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar,
                        dan wel slaap- of kalmeringsmiddelen of daarop gelijkende waar, al dan niet
                        tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                        behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. </al><al>Artikel 2.75 Verbod gebruik drugs in het openbaar</al><al>Het is verboden op of aan de weg of op een voor publiek toegankelijke plaats
                        of gebouw middelen als vermeld op lijst I en lijst II van de Opiumwet te
                        gebruiken of ten behoeve van gebruik stoffen en/of voorwerpen voorhanden te
                        hebben.</al><al>Artikel 2.76 Verbod zich te bevinden op aangewezen plaatsen </al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene
                                die zich gedraagt in strijd met artikel 2.74, artikel 2.75 of
                                artikel 3.9, nadat eerder het in het tweede lid van artikel 3.9
                                genoemde bevel tot onmiddellijke verwijdering is gegeven, een verbod
                                opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van 24
                                uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
                                nabijheid waarvan de genoemde gedraging heeft plaatsgehad.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene
                                aan wie eerder een verbod als in het eerste lid is opgelegd en ten
                                aanzien van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod
                                wordt vastgesteld dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in
                                het eerste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich
                                gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 14 dagen
                                te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
                                nabijheid waarvan de genoemde gedraging heeft plaatsgehad.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester beperkt het in het eerste of tweede lid genoemde
                                verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste of tweede
                                lid.</al></li></lijst><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2.77 Bestuurlijke ophouding</al><al>De burgemeester kan in overeenstemming met artikel 154a van de Gemeentewet
                        besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen
                        van personen op een door hem aangewezen plaats, indien deze personen het
                        bepaalde in één of meer na deze volzin genoemde artikelen van deze
                        verordening groepsgewijs niet naleven.</al><lijst><li nr="2."><al>1 (samenscholingsverbod)</al></li><li nr="2."><al>10 (voorwerpen of stoffen op, aan boven de weg)</al></li><li nr="2."><al>11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg)</al></li><li nr="2."><al>16 (openen van straatkolken en dergelijke)</al></li><li nr="2."><al>19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp)</al></li><li nr="2."><al>25 (evenement)</al></li><li nr="2."><al>25a (klein evenement)</al></li><li nr="2."><al>47 (hinderlijk gedrag op of aan de weg)</al></li><li nr="2."><al>47a ((nacht)verblijf op of aan de weg)</al></li><li nr="2."><al>47b (verblijfsontzegging)</al></li><li nr="2."><al>47c (vechten)</al></li><li nr="2."><al>48 (hinderlijk drankgebruik)</al></li><li nr="2."><al>49 (hinderlijk gedrag in of bij gebouwen)</al></li><li nr="2."><al>50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten)</al></li><li nr="2."><al>73 (bezigen van vuurwerk)</al></li><li nr="5."><al>34 (verbod om vuur te stoken).</al></li></lijst><al>Artikel 2.78 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                        verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                        ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                        daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                        erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al><al>Artikel 2.79 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke
                                plaatsen.</al></li></lijst><al>3 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</al><al>Afdeling 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen en nadere regels</al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf<cursief>:</cursief> de natuurlijke persoon, groep van
                                personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant<cursief>:</cursief> de natuurlijke persoon of personen of
                                rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot
                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder<cursief>:</cursief> de natuurlijke persoon of personen die
                                de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting
                                of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker<cursief>:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college
                        of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester.</al><al>Artikel 3.3 Nadere regels </al><al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college over de
                        uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                        vaststellen.</al><al> Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d</al><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen en escortbedrijven </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een
                                seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen in het
                                door het college aangewezen gebied of deel van de gemeente als
                                bedoeld in artikel 3.4a.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in andere gebieden
                                of delen van de gemeente dan het in het eerste lid bedoelde.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen.</al></li><li nr="4."><al>In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval, al dan niet in
                                een bijlage, vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf; </al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting
                                        door middel van een situatietekening met een schaal van ten
                                        minste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de seksinrichting door middel van een
                                        tekening met een schaal van ten minste 1:100 met daarop
                                        aangegeven waartoe de onderscheidenlijke ruimten dienen of
                                        welke functie deze hebben; </al></li><li nr="g."><al>een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                        Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="h."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                        tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting
                                        of het escortbedrijf.</al></li><li nr="i."><al>Bedrijfsplan</al></li><li nr="j."><al>de sluitingstijden </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In de vergunning worden in ieder geval vermeld, de gegevens zoals
                                bedoeld onder a, b, c en d in het vorige lid.</al></li></lijst><al>Artikel 3.4a Concentratiegebied – Maximumstelsel</al><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst een gebied of deel van de gemeente aan, met
                                uitsluiting van alle andere gebieden of delen van de gemeente,
                                waarbinnen het is toegestaan een seksinrichting exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Binnen het aangewezen gebied kan door het bevoegd bestuursorgaan,
                                met uitsluiting van alle andere seksinrichtingen, voor de
                                exploitatie van ten hoogste één seksautomatenhal dan wel
                                seksbioscoop en ten hoogste één prostitutiebedrijf vergunning worden
                                verleend, met dien verstande dat geen vergunning wordt verleend voor
                                de exploitatie van een raamprostitutiebedrijf. </al></li></lijst><al>Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                                beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                                psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a
                                van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire,
                                Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door
                                een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                        249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                        417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld: </al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                                beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3.4, eerste en derde lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk
                                is dat hem terzake geen verwijt treft. </al></li></lijst><al>Artikel 3.6 Sluitingsuur</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 07.00 uur;
                                    </al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 07.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voorzover
                                in de daarin geregelde onderwerpen is voorzien door de op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst><al>Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting </al><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 3.9 Straatprostitutie </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></li></lijst><al>Artikel 3.10 Sekswinkels </al><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                        sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare
                        orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                        gemeente.</al><al>Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                        heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                        aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                        woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
                                        in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.</al></li></lijst><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn en weigeringsgronden</al><al>Artikel 3.12 Beslissingstermijn</al><al>Het bevoegde bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning
                        bedoeld in artikel 3.4 binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag
                        ontvangen is.</al><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                        verdagen.</al><al>Artikel 3.13 Weigeringsgronden</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4 wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3.5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li><li nr="d."><al>de vergunning wordt aangevraagd voor de vestiging of
                                        exploitatie van een seksinrichting gelegen buiten het door
                                        het college aangewezen concentratiegebied als bedoeld in
                                        artikel 3.4a lid 1.</al></li><li nr="e."><al>vergunningverlening zou leiden tot overschrijding van de in
                                        artikel 3.4a lid 2 vermelde maxima.</al></li><li nr="f."><al>de vergunning wordt aangevraagd voor de vestiging of
                                        exploitatie van een seksinrichting gelegen op een afstand
                                        van minder dan 100 meter tot kerken, schoolgebouwen,
                                        peuterspeelzalen en andere voor kinderopvang in gebruik
                                        zijnde gebouwen.</al></li><li nr="g."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
                                        toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
                                        overeenstemming zal zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4 kan worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                prostituee(s).</al></li></lijst><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></li></lijst><al>Artikel 3.15 Wijziging beheer</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.4 het beheer in de
                                seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft
                                de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging
                                van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien
                                het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft
                                besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.13, eerste lid, aanhef
                                en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></li></lijst><al>4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUUrSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK
                        AANZIEN VAN DE GEMEENTE</al><al>Afdeling 1 Geluid- en lichthinder</al><al>Artikel 4.1 Begripsbepalingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
                                ; </al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit ;
                            </al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                beheerder of anderszins een inrichting drijft; </al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is
                                aan één of een klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van
                                de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen
                                met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                inrichting; </al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
                            </al></li></lijst><al>Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 , 2.19 en 2.20 van
                                het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan
                                te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                wijzen dagen en tijden. </al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het
                                college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van
                                de volgende delen: Valkenswaard, Dommelen en Borkel en Schaft. </al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin
                                van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. </al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door inrichtingen,
                                bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige
                                gebouwen.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                onversterkte muziek. De strafcorrectie voor muziekgeluid wordt
                                buiten beschouwing gelaten.</al></li></lijst><al>Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal twee incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen
                                als bedoeld in de artikelen 2.17 , 2.19 en 2.20 van het Besluit niet
                                van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                kennis heeft gesteld. </al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal twee incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij artikel 4.113 ,
                                eerste lid van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder
                                van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het
                                formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd
                                op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaan.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting,
                                bedraagt tijdens festiviteiten als bedoeld in het eerste lid,
                                gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen, niet meer dan: 70 dB(A)
                                van 07:00 uur tot 19:00 uur; 60 dB(A) van 19:00 uur tot 23:00 uur;
                                50 dB(A) van 23:00 uur tot 01:00 uur.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                onversterkte muziek. De strafcorrectie voor muziekgeluid wordt
                                buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                brengen van extra muziek – hoger dan de geluidnorm als bedoeld in de
                                artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
                                verordening – uiterlijk om 1:00 uur beëindigd.</al></li><li nr="9."><al>De geluidsnorm wordt gemeten overeenkomstig de “Handleiding meten en
                                rekenen Industrielawaai 1999”.Bij het ten gehore brengen van
                                muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het
                                onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.</al></li></lijst><al>Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten (gereserveerd)</al><al><vet>Artikel 4.5 Onversterkte muziek (gereserveerd)</vet></al><al>Artikel 4.6 Overige geluidhinder </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                Milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet, voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het
                                Vuurwerkbesluit, de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant
                                2010.</al></li></lijst><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</al><al>Artikel 4.7 Straatvegen (vervallen)</al><al>Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke
                        behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.</al><al>Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en
                        putten buiten gebouwen</al><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen
                        mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de
                        veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de
                        gebouwen of voor anderen.</al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</al><al>Artikel 4.10 Begripsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
                                    </al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die
                                de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                gevolge kunnen hebben. </al></li></lijst><al>Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van bomen</al><lijst><li nr="1."><al>Het vellen of te doen vellen van houtopstand is vergunningvrij.</al></li><li nr="2."><al>Het gestelde bij lid 1 geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>Bomen met een omtrek groter dan 100 cm op een hoogte van 1.30 meter.
                                b. Bomen in rijbeplantingen die in de groenstructuurvisie zijn
                                aangemerkt als ‘ontwikkelen bomenstructuur’. c. Houtopstanden waar
                                de Boswet danwel de Natuurbeschermingswet van kracht is.</al></li><li nr="3."><al>Indien een houtopstand als bedoeld in lid 2 in het voortbestaan
                                ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, danwel
                                aan degene, die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen, binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="b."><al>een Bomen Effect Analyse op te stellen en over te
                                        leggen</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 4.12 Aanvraag vergunning (vervallen)</al><al>Artikel 4.13 Weigeringsgronden</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de recreatie en de leefbaarheid van de
                                        houtopstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften
                                verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering
                                hanteren.</al></li></lijst><al>Artikel 4.14 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Aan een vergunning wordt de voorwaarde verbonden van feitelijk
                                niet-gebruik tot twee weken na het verlenen van de vergunning, ofwel
                                tot twee weken tot het moment datin die periode een verzoek om
                                voorlopige voorziening is ingediend tot op het moment dat op het
                                verzoek om voorlopige voorziening een beslissing is genomen</al></li><li nr="4."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
                                behoren het voorschrift dat ten behoeve van herplanting een bijdrage
                                wordt voldaan aan de Groenreserve van de gemeente. Deze bijdrage is
                                gelijk aan de boomwaarde van de houtopstand die op grond van de
                                vergunning kan worden geveld of van dat gedeelte van de boomwaarde
                                dat niet door herplant kan worden gecompenseerd.</al></li></lijst><al>Artikel 4.15 Herplant- / instandhoudingspicht</al><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is
                                geveld, dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de
                                zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond
                                dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem
                                te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt
                                bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                                anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven
                                aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te
                                treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
                                derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></li></lijst><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</al><al>Artikel 4.16 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast
                                dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,
                                in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                        onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                        daarvan;</al></li><li nr="c."><al>c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                        vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                        ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                        metalen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens
                                de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 of de
                                afvalstoffenverordening Valkenswaard</al></li></lijst><al>Artikel 4.17 Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen
                        (gereserveerd)</al><al>Artikel is komen te vervallen </al><al>Artikel 4.18 Vergunningplicht handelsreclame </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                onroerende zaak handelsreclame, waaronder ook wordt begrepen het
                                aankondigen van een evenement, te maken of te voeren met behulp van
                                een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die
                                vanaf de weg zichtbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                        zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of
                                        andere constructies, aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                        langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                        op:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of
                                verpachting van een onroerende zaak, voor zolang zij feitelijke
                                betekenis hebben;</al></li><li nr="2."><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;</al><lijst><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                        aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt voorts niet voor opschriften of aankondigingen van
                                kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis
                                hebben, mits:</al></li><li nr="a."><al>van het aanbrengen tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan
                                het college;</al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving
                                van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de
                                onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in
                                gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                veroorzaken. </al></li><li nr="5."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
                                de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst><al> De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor
                        bouwwerken;</al><al> De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voorzover in het
                        daarin </al><al> geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al><lijst><li nr="7."><al>Het college is bevoegd nadere regels te geven met betrekking tot
                                aard, plaats, afmetingen, vormgeving, kleur en intensiteit van
                                verlichting van handelsreclames.</al></li><li nr="8."><al>In de in het 7<sup>e</sup> lid bedoelde nadere regels kan
                                onderscheid worden gemaakt tussen verschillende gebieden van de
                                gemeente, tussen soorten van bebouwing en tussen soorten van gebruik
                                van bebouwing, erven en terreinen.</al></li></lijst><al>Artikel 4.18a Ongeadresseerde handelsreclame (vervallen)</al><al>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4.19 Begripsomschrijving</al><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of
                        voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van
                            <onderstreept>artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> is vereist, dat bestemd of
                        opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                        nachtverblijf.</al><al>Artikel 4.20 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of
                                mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het eerste
                                lid. </al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8. kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht </al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 4.21 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:20, eerste lid is niet van toepassing op
                                door het college aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                                gronden, genoemd in artikel 4.20. vierde lid.</al></li></lijst><al>5 ANDERE ONDERWERPEN over DE HUISHOUDING van de GEMEENTE</al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen</al><al>Artikel 5.1 Begripsbepalingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en
                                rolstoelen; </al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). </al></li></lijst><al>Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><lijst><li nr=""><al>1.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen,
                                te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op
                                de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met
                                als middelpunt een dezer voertuigen dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                                betaling. </al></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze
                                werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste
                                lid genoemde persoon.</al></li></lijst><al>Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen </al><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of weggedeelten een
                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                        verhandelen.</al><al>Artikel 5.4 Defecte voertuigen </al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                        verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                        achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al><al>Artikel 5.5 Voertuigwrakken</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                verkeert op de weg te parkeren. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst><al>Artikel 5.6 Woonwagens, caravans e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen,
                                aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan
                                verkeersdoeleinden wordt gebezigd:</al></li><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te doen staan of te laten
                                staan op een weg;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar
                                zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Verordening wegen
                                Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst><al>Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                        handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                        handelsreclame te maken.</al><al>Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar
                                dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het
                                college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze
                                voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg
                                worden geplaatst of gehouden. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen. </al></li></lijst><al>Artikel 5.9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                        (gereserveerd)</al><al>Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door,
                                dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of
                                een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van
                                werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is ingenomen op
                                terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst><al>Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets </al><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien
                        van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming
                        van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of
                        bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te
                        laten staan.</al><al>Artikel 5.12a Onbeheerde voertuigen (vervallen)</al><al>Artikel 5.12b Parkeerverbod bij kermissen, markten e.d. </al><al>Het is verboden een voertuig te parkeren of geparkeerd te hebben of enig
                        ander voorwerp te plaatsen of te laten staan op weggedeelten, indien ter
                        plaatse is bekend gemaakt dat op die weggedeelten een kermis, markt of een
                        evenement als bedoeld in artikel 2.25 plaatsvindt, dan wel dat die
                        weggedeelten tijdelijk tot parkeerplaats voor woon- of parkwagens zijn
                        bestemd, gedurende de tijden als bij die bekendmaking is aangegeven.</al><al>Afdeling 2 Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</al><al>Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen waartoe ook gedrukte of geschreven
                                stukken worden gerekend, dan wel bij het aanbieden van diensten,
                                aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt
                                gegeven of de indruk wordt gewekt, dat de opbrengst geheel of ten
                                dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling
                                verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen
                                die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.</al></li></lijst><al>Afdeling 3 Venten</al><al>Artikel 5.14 Venten</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht
                                gelegen plaats of aan huis.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van
                                goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van
                                zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet of een
                                horecabedrijf; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en
                                markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                Gemeentewet of tijdens evenementen als bedoeld in artikel 2.24. c.
                                het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel
                                5.17.</al></li></lijst><al>Artikel 5.15 Ventverbod</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen vóór 12:00 uur en na 21:00 uur
                                en op maandagen tot en met zaterdagen vóór 09:00 uur en na 21:00
                                uur. </al></li><li nr="3."><al>de verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid gelden niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                5 van de Wegenverkeerswet. </al></li></lijst><al>Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid geldt niet voor
                                venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en
                                gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                van de Grondwet. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van
                                gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet
                                verboden: </al></li><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>op voor het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst><al>Afdeling 4 Standplaatsen</al><al>Artikel 5.17 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten,
                                gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of
                                een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt eveneens verstaan via een loket of
                                automatiek goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze
                                te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan
                                publiek.</al></li><li nr="3."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel
                                160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet ;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.24.</al></li></lijst><al>Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan </al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden
                                geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de
                                omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in
                                een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het
                                verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst><al>Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende</al><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                        zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al><al>Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5.18, eerste lid geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer,
                                de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen
                                Noord-Brabant 2010. </al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5.18, derde lid, onder a, geldt niet
                                voor bouwwerken. </al></li></lijst><al>Artikel 5.21 Aanhoudingsplicht</al><al>[gereserveerd]</al><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten (vervallen)</al><al>Artikel 5.22 Snuffelmarkten (vervallen)</al><al>Afdeling 6 Openbaar water (vervallen) </al><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden</al><al>Artikel 5.32 Crossterreinen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels
                                stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
                                    </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
                                    </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                        publiek. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                geluidproductie sportmotoren. </al></li></lijst><al>Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                paard.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels
                                stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en
                                van andere krachtens artikel 29, eerste lid van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangewezen
                                hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie
                                van de door het college aangewezen plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van percelen
                                gelegen binnen de door het college aangewezen plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de
                                onder d. bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening
                                aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of
                                krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst><al>Artikel 5.34 Overlast van ruiters </al><lijst><li nr="1."><al>Behoudens de daartoe aangewezen ruiterpaden is het verboden zich met
                                een paard te bevinden in voor publiek toegankelijke plantsoenen,
                                wandelpaden, wandelplaatsen, parken, groenstroken, grasperken,
                                bossen, natuurterreinen en andere voor recreatief gebruik
                                beschikbare terreinen met inbegrip van de daarin gelegen
                                brandgangen, paden, niet openbare wegen als bedoeld in de
                                Wegenwet.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                1990 of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst><al> Afdeling 5 Verbod vuur te stoken</al><al>Artikel 5.35 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht of de Milieuverordening Noord-Brabant.</al></li></lijst><al>Afdeling 6 Verstrooiing van as</al><al>Artikel 5.36 Begripsomschrijving</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                        verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op een door de
                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                        bestemd terrein.</al><al>Artikel 5.37 Verbod asverstrooiing </al><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                asverstrooiing plaatsvindt </al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de
                                asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van
                                het verbod uit het eerste lid onder a en het tweede lid.</al></li></lijst><al>Artikel 5.38 Verbod wegens hinder en overlast</al><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                        wordt veroorzaakt voor derden.</al><al>6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling </al><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, wordt
                        gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                        tweede categorie zoals bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht
                        en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                        uitspraak.</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders </al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de als zodanig bij de gemeentelijke
                                organisatie aangewezen personen en de bevoegde ambtenaren van
                                politie en de Koninklijke marechaussee.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de
                                burgemeester aangewezen personen.</al></li></lijst><al>Artikel 6.2a Aanwijzing leden PCT (vervallen)</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al>Artikel 6.3a Binnentreden woningen in noodsituaties</al><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een
                        door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld
                        algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een
                        woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip wordt de Algemene Plaatselijke Verordening
                                Valkenswaard 2008 ingetrokken.</al></li></lijst><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling </al><lijst><li nr="1."><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop
                                beslist volgens de toepasselijke verordening bedoeld in artikel 6.4,
                                tweede lid.</al></li><li nr="3."><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing: a. gedurende 4 weken na het in werking treden van deze
                                verordening; b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover
                                degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze
                                termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze
                                aanvraag is beslist.</al></li></lijst><al>Artikel 6.6 Citeertitel</al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene Plaatselijke
                        Verordening Valkenswaard 2013” (APV Valkenswaard 2013).</al></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Valkenswaard op 30 mei 2013.</ondertekening><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Valkenswaard op 27 november 2014.</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. C. Miedema drs. A.B.A.M. Ederveen </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>ALGEMENE</vet></al><al><vet>PLAATSELIJKE</vet></al><al><vet>VERORDENING</vet></al><al><vet>VALKENSWAARD</vet></al><al><vet>2013</vet></al><al>(APV 2013 zoals deze luidt na wijziging d.d. 27 11 2014)</al><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen 6</al><al>Artikel 1.2 Beslissingstermijn 6</al><al>Artikel 1.3 Te late indiening aanvraag 6</al><al>Artike l 1.4 Voorschriften en beperkingen 6</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1.7 Termijnen 7</al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden 7</al><al><onderstreept>Artikel</onderstreept><onderstreept> 1.9
                        </onderstreept><onderstreept>P</onderstreept><onderstreept>ositieve
                        fictieve</onderstreept><onderstreept>
                        b</onderstreept><onderstreept>eschikking</onderstreept>7</al><al>Artikel 1.10Positieve fictieve beschikking 8 </al><al>2 OPENBARE ORDE 9</al><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden 9</al><al>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden 9</al><al>Afdeling 2 betogingen 9</al><al>Artikel 2.2 Optochten (gereserveerd) 9</al><al>Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 9</al><al>Artikel 2.4 Afwijking termijn (vervallen) 9</al><al>Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens (gereserveerd) 10</al><al>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken 10</al><al>Artikel 2.6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen 10</al><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg 10</al><al>Artikel 2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (gereserveerd) 10</al><al>Artikel 2.8 Dienstverlening (gereserveerd) 10</al><al>Artikel 2.9 Straatartiest 10</al><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg 10</al><al>Artikel 2.10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg 10</al><al>Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg 11</al><al>Artikel 2.12 Maken en veranderen van een uitweg 12</al><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg 12</al><al>Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid (gereserveerd) 12</al><al>Artikel 2.14 Winkelwagentjes (gereserveerd) 12</al><al>Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of voorwerp 12</al><al>Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d. 12</al><al>Artikel 2.17 Kelderingangen, e.d. (gereserveerd) 12</al><al>Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 12</al><al>Artikel 2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 13</al><al>Artikel 2.20 Vallende voorwerpen (gereserveerd) 13</al><al>Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 13</al><al>Artikel 2.22 Objecten onder hoogspanningslijn (gereserveerd) 13</al><al>Artikel 2.23 (gereserveerd) 13</al><al>Afdeling 7 Toezicht op evenementen 13</al><al>Artikel 2.24 Algemene begripsomschrijving 13</al><al>Artikel 2.25 Evenementen 14</al><al>Artikel 2.25a Klein evenement 14</al><al>Artikel 2.26 Ordeverstoring 14</al><al>Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven 14</al><al>Artikel 2.27 Begripsbepalingen 14</al><al>Artikel 2.28 Exploitatievergunning terras bij een horecabedrijf
                        14<onderstreept>4</onderstreept></al><al>Artikel 2.28a Droge horeca 15</al><al>Artikel 2.28b Weigeringsgronden 15</al><al>Artikel 2.29 Sluitingstijden 15<onderstreept>5</onderstreept></al><al>Artikel 2.30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 16</al><al>Artikel 2.31 Aanwezigheid in horecabedrijf 16</al><al>Artikel 2.32 Handel in horecabedrijven 16</al><al>Artikel 2.33 Ordeverstoring (vervallen) 16</al><al>Artikel 2.34 Het college als bevoegd bestuursorgaan 16</al><al>Afdeling 8A bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de drank-
                    en horecawet 16</al><al>Artikel 2.34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen 16</al><al>Artikel 2.34b schenktijden paracommerciële rechtspersonen 17</al><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot verschaffen nachtverblijf 17</al><al>Artikel 2.35 Begripsomschrijvingen 17</al><al>Artikel 2.36 Kennisgeving exploitatie 17</al><al>Artikel 2.37 Nachtregister 17</al><al>Artikel 2.38 Verschaffing gegevens nachtregister 17</al><al>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden 18</al><al>Artikel 2.39 Speelgelegenheden 18</al><al>Artikel 2.40 Speelautomaten 18</al><al>Afdeling 10a Toezicht op smart-, head- en growshops 18</al><al>Artikel 2.40a Begripsomschrijvingen 18</al><al>Artikel 2.40b Exploitatie inrichting 19</al><al>Artikel 2.40c Vergunningaanvraag 19</al><al>Artikel 2.40d Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting 20</al><al>Artikel 2.40e Aanwezigheid in gesloten inrichting 20</al><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid 20</al><al>Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal 20</al><al>Artikel 2.42 Plakken en kladden 20</al><al>Artikel 2.43 Vervoer plakgereedschap e.d. 21</al><al>Artikel 2.44 Vervoer inbrekerswerktuigen 21</al><al>Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen) 21</al><al>Artikel 2.46 Rijden over bermen e.d. (gereserveerd) 21</al><al>Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op of aan de weg 21</al><al>Artikel 2.47a (Nacht)verblijf op of aan de weg 21</al><al>Artikel 2.47b Verblijfsontzegging 21</al><al>Artikel 2.47c Vechten 22</al><al>Artikel 2.48 Hinderlijk drankgebruik 22</al><al>Artikel 2.49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen 22</al><al>Artikel 2.50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten 22</al><al>Artikel 2.51 Neerzetten van fietsen e.d. 23</al><al>Artikel 2.52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d.
                    23</al><al>Artikel 2.52a Fietswrakken (vervallen) 23</al><al>Artikel 2.53 Bespieden van personen (gereserveerd) 23</al><al>Artikel 2.54 Bewakingsapparatuur (gereserveerd) 23</al><al>Artikel 2.55 Nodeloos alarmeren (gereserveerd) 23</al><al>Artikel 2.56 Alarminstallaties (gereserveerd) 23</al><al>Artikel 2.57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie 23</al><al>Artikel 2.58 Verontreiniging door honden 24</al><al>Artikel 2.59 Gevaarlijke honden 24</al><al>Artikel 2.60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 24</al><al>Artikel 2.61 Wilde dieren (gereserveerd) 25</al><al>Artikel 2.62 Loslopend vee 25</al><al>Artikel 2.63 Rupsen(nesten) 25</al><al>Artikel 2.64 Bijen (gereserveerd) 25</al><al>Artikel 2.65 Bedelarij 25</al><al>Afdeling 12 Bestrijding van heling van goederen 25</al><al>Artikel 2.66 Begripsomschrijvingen 25</al><al>Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 25</al><al>Artikel 2.68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                    Strafrecht 26</al><al>Artikel 2.69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (gereserveerd)
                    26</al><al>Artikel 2.70 Handel in horecabedrijf 26</al><al>Afdeling 13 Vuurwerk 26</al><al>Artikel 2.71 Begripsomschrijving 26</al><al>Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen (vervallen) 26</al><al>Artikel 2.73 Bezigen van vuurwerk tijdens de jaarwisseling 26</al><al>Artikel 2.73a Opslag vuurwerk in voertuigen (vervallen) 26</al><al>Afdeling 14 Drugsoverlast 27</al><al>Artikel 2.74 Drugshandel op straat 27<onderstreept>7</onderstreept></al><al>Artikel 2.75 Verbod gebruik drugs in het openbaar 27</al><al>Artikel 2.76 Verbod zich te bevinden op aangewezen plaatsen 27</al><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht
                    op openbare plaatsen 27</al><al>Artikel 2.77 Bestuurlijke ophouding 27</al><al>Artikel 2.78 Veiligheidsrisicogebieden 28</al><al>Artikel 2.79 Cameratoezicht op openbare plaatsen 28</al><al>3 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. 29</al><al>Afdeling 1 Begripsomschrijvingen 29</al><al>Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen en nadere regels 29</al><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan 29</al><al>Artikel 3.3 Nadere regels 29</al><al>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d 30</al><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen en escortbedrijven 30</al><al>Artikel 3.4a Concentratiegebied – Maximumstelsel 30</al><al>Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder 30</al><al>Artikel 3.6 Sluitingsuur 31</al><al>Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting 32</al><al>Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 32</al><al>Artikel 3.9 Straatprostitutie 32</al><al>Artikel 3.10 Sekswinkels 32</al><al>Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen, afbeeldingen en dergelijke 33</al><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn en weigeringsgronden 33</al><al>Artikel 3.12 Beslissingstermijn 33</al><al>Artikel 3.13 Weigeringsgronden 33</al><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer 34</al><al>Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie 34</al><al>Artikel 3.15 Wijziging beheer 34</al><al>4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUUrSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK
                    AANZIEN VAN DE GEMEENTE 35</al><al>Afdeling 1 Geluid- en lichthinder 35</al><al>Artikel 4.1 Begripsbepalingen 35</al><al>Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 35</al><al>Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 35</al><al>Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten (gereserveerd) 36</al><al>Artikel 4.6 Overige geluidhinder 36</al><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging 36</al><al>Artikel 4.7 Straatvegen (vervallen) 36</al><al>Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen 37</al><al>Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen 37</al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden 37</al><al>Artikel 4.10 Begripsbepalingen 37</al><al>Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van bomen 37</al><al>Artikel 4.12 Aanvraag vergunning (vervallen) 37</al><al>Artikel 4.13 Weigeringsgronden 37</al><al>Artikel 4.14 Bijzondere vergunningsvoorschriften 38</al><al>Artikel 4.15 Herplant- / instandhoudingspicht 38</al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast 38</al><al>Artikel 4.16 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, e.d. 38</al><al>Artikel 4.17 Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen (gereserveerd)
                    39</al><al>Artikel 4.18 Vergunningplicht handelsreclame 39</al><al>Artikel 4.18a Ongeadresseerde handelsreclame (vervallen) 40</al><al>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen 40</al><al>Artikel 4.19 Begripsomschrijving 40</al><al>Artikel 4.20 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 40</al><al>Artikel 4.21 Aanwijzing kampeerplaatsen 40</al><al>5 ANDERE ONDERWERPEN over DE HUISHOUDING van de GEMEENTE 41</al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen 41</al><al>Artikel 5.1 Begripsbepalingen 41</al><al>Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 41</al><al>Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen 41</al><al>Artikel 5.4 Defecte voertuigen 41</al><al>Artikel 5.5 Voertuigwrakken 41</al><al>Artikel 5.6 Woonwagens, caravans e.d. 42</al><al>Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen 42</al><al>Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen 42</al><al>Artikel 5.9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen 42</al><al>Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    (gereserveerd) 42</al><al>Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 43</al><al>Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets 43</al><al>Artikel 5.12a Onbeheerde voertuigen (vervallen) 43</al><al>Artikel 5.12b Parkeerverbod bij kermissen, markten e.d. 43</al><al>Afdeling 2 Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten 43</al><al>Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen 43</al><al>Afdeling 3 Venten 44</al><al>Artikel 5.14 Venten 44</al><al>Artikel 5.15 Ventverbod 44</al><al>Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting 44</al><al>Afdeling 4 Standplaatsen 44</al><al>Artikel 5.17 Begripsbepaling 44</al><al>Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 45</al><al>Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende 45</al><al>Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen 45</al><al>Artikel 5.21 Aanhoudingsplicht 45</al><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten (vervallen) 45</al><al>Artikel 5.22 Snuffelmarkten (vervallen) 45</al><al>Afdeling 6 Openbaar water (vervallen) 45</al><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
                    45</al><al>Artikel 5.32 Crossterreinen 45</al><al>Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden 46</al><al>Artikel 5.34 Overlast van ruiters 46</al><al>Afdeling 5 Verbod vuur te stoken 47</al><al>Artikel 5.35 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken 47</al><al>Afdeling 6 Verstrooiing van as 47</al><al>Artikel 5.36 Begripsomschrijving 47</al><al>Artikel 5.37 Verbod asverstrooiing 47</al><al>Artikel 5.38 Verbod wegens hinder en overlast 47</al><al>6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN 48</al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling 48</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders 48</al><al>Artikel 6.2a Aanwijzing leden PCT (vervallen) 48</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen 48</al><al>Artikel 6.3a Binnentreden woningen in noodsituaties 48</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding 48</al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling 48</al><al>Artikel 6.6 Citeertitel 49</al></bijlage></regeling></body></cvdr>