<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346256_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening watersysteemheffing waterschap Vechtstromen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vechtstromen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vechtstromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad, 2015, 9492</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening watersysteemheffing waterschap Vechtstromen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 110</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 113</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 117</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B2015/u940</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-23744</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening watersysteemheffing waterschap Vechtstromen 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen;</al>
          <al>Op voordracht van het dagelijks bestuur van 27 oktober 2015;</al>
          <al>gelet op de artikelen 56, 77, 110, 113 en 117 van de Waterschapswet </al>
          <al>
            <vet>BESLUIT</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de Verordening watersysteemheffing waterschap Vechtstromen
                        2015</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Inleidende bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al>
              <vet>Begripsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ingezetene: degene die blijkens de basisregistratie personen bij
                                    het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied
                                    van het waterschap en die aldaar gebruik heeft van
                                    woonruimte;</al></li>
              <li nr="b."><al>heffingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur van GBLT
                                    aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, vijfde lid,
                                    onderdeel a, van de Waterschapswet;</al></li>
              <li nr="c."><al>invorderingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur van GBLT
                                    aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, vijfde lid,
                                    onderdeel b, van de Waterschapswet; </al></li>
              <li nr="d."><al>woonruimte: een ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is
                                    om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en
                                    waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet
                                    bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven;</al></li>
              <li nr="e."><al>Kostentoedelingsverordening: de verordening van het waterschap,
                                    bedoeld in artikel 120, eerste lid, eerste volzin, van de
                                    Waterschapswet;</al></li>
              <li nr="f."><al>buitendijks gelegen onroerende zaken: onroerende zaken als
                                    bedoeld in artikel 4 van de Kostentoedelingsverordening;</al></li>
              <li nr="g."><al>waterbergingsgebieden: onroerende zaken als bedoeld in artikel 5
                                    van de Kostentoedelingsverordening;</al></li>
              <li nr="h."><al>natuurterreinen: ongebouwde onroerende zaken waarvan de
                                    inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam
                                    zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur.
                                    Onder natuurterreinen worden mede verstaan bossen en open
                                    wateren met een oppervlakte van tenminste één hectare; </al></li>
              <li nr="i."><al>ongebouwde onroerende zaken: ongebouwde onroerende zaken die
                                    geen natuurterreinen zijn;</al></li>
              <li nr="j."><al>gebied van het waterschap: het gebied dat is aangegeven op de
                                    bij het provinciaal reglement behorende kaart waarin de zorg
                                    voor het watersysteem aan het waterschap is opgedragen;</al></li>
              <li nr="k."><al>de heffing: de watersysteemheffing als genoemd in artikel 117,
                                    aanhef, Waterschapswet;</al></li>
              <li nr="l."><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor
                                    Lococensus – Tricijn te Zwolle.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <al>
              <vet>Belastbaar feit en
                            heffingsplichtigen</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan de zorg voor
                                    het watersysteem wordt onder de naam watersysteemheffing een
                                    directe belasting geheven.</al></li>
              <li nr="2."><al>De heffing wordt geheven van hen die:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ingezetenen zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel a,
                                            met dien verstande dat gebruik van woonruimte door de
                                            leden van een gezamenlijke huishouding wordt aangemerkt
                                            als gebruik door een door de heffingsambtenaar aan te
                                            wijzen lid van dat huishouden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot
                                            hebben van ongebouwde onroerende zaken in het gebied van
                                            het waterschap;</al></li>
                  <li nr="c."><al>krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot
                                            hebben van natuurterreinen in het gebied van het
                                            waterschap;</al></li>
                  <li nr="d."><al>krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot
                                            hebben van gebouwde onroerende zaken in het gebied van
                                            het waterschap.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Heffingsplichtig in de zin van het tweede lid, onderdelen b, c
                                    en d, is degene die bij het begin van het kalenderjaar als
                                    rechthebbende in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij
                                    blijkt dat hij op dat tijdstip geen rechthebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen b, c en d, is
                                    heffingsplichtig de:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>beperkt gerechtigde en niet de eigenaar, ingeval de
                                            onroerende zaak is onderworpen aan het recht van
                                            beklemming, van erfpacht, van opstal of van
                                            vruchtgebruik;</al></li>
                  <li nr="b."><al>eigenaar voor wat betreft het recht van opstal, indien
                                            dat recht uitsluitend is gevestigd ten behoeve van de
                                            aanleg of het onderhoud, dan wel ten behoeve van de
                                            aanleg en het onderhoud, van ondergrondse dan wel
                                            bovengrondse leidingen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Indien de onroerende zaak is onderworpen aan beperkte rechten
                                    als bedoeld in het vorige artikellid, heeft voor de
                                    heffingplicht:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de vruchtgebruiker voorrang boven zowel de opstaller als
                                            de erfpachter, onderscheidenlijk de beklemde meier;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de opstaller voorrang boven de erfpachter,
                                            onderscheidenlijk de beklemde meier.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Heffingsmaatstaf</titel>
            </kop>
            <al>Voor de heffing geldt als heffingsmaatstaf:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ter zake van ingezetenen: de woonruimte;</al></li>
              <li nr="b."><al>ter zake van ongebouwde onroerende zaken en ter zake van
                                    natuurterreinen: de oppervlakte van de onroerende zaak,
                                    uitgedrukt in een aantal hectaren of een gedeelte daarvan;</al></li>
              <li nr="c."><al>ter zake van gebouwde onroerende zaken: de waarde die voor het
                                    kalenderjaar voor de onroerende zaak wordt bepaald op de voet
                                    van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Watersysteemheffing ingezetenen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Tarief ingezetenen</titel>
            </kop>
            <al>Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de
                            Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor de
                            categorie ingezetenen € 54,50 per woonruimte. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Watersysteemheffing ongebouwde onroerende zaken</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Belastingobject</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van artikel 2, lid 2,
                                onderdeel b en artikel 9, derde lid van deze verordening, wordt als
                                één ongebouwde onroerende zaak aangemerkt een kadastraal perceel of
                                een gedeelte daarvan, met dien verstande dat buiten aanmerking wordt
                                gelaten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>hetgeen ingevolge artikel 9, eerste en tweede lid, wordt
                                        aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak;</al></li>
                <li nr="b."><al>een natuurterrein.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de heffing worden openbare land- en waterwegen en banen voor
                                openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van
                                kunstwerken, alsmede waterverdedigingswerken die worden beheerd door
                                organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken
                                die dienen als woning, aangemerkt als ongebouwde onroerende zaken.
                            </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Tarief ongebouwde onroerende zaken</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor
                                ongebouwde onroerende zaken € 53,10 per hectare.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming
                                van het bepaalde dienaangaande in artikel 4 van de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief voor buitendijks
                                gelegen ongebouwde onroerende zaken € 13,28 per hectare.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming
                                van het bepaalde dienaangaande in artikel 5 van de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor
                                waterbergingsgebieden € 13,28 per hectare.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming
                                van het bepaalde dienaangaande in artikel 6 van de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor
                                verharde openbare wegen € 106,20 per hectare.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming
                                van het bepaalde dienaangaande in artikel 7 van de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor
                                verharde openbare wegen in waterbergingsgebieden € 26,55 per
                                hectare.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Watersysteemheffing natuurterreinen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Belastingobject</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van artikel 2, tweede lid,
                            onderdeel c van deze verordening, wordt als één natuurterrein aangemerkt
                            een kadastraal perceel of gedeelte daarvan, met dien verstande dat
                            buiten aanmerking wordt gelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>hetgeen ingevolge artikel 9, eerste en tweede lid wordt
                                    aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak;</al></li>
              <li nr="b."><al>hetgeen ingevolge artikel 5 wordt aangemerkt als een ongebouwde
                                    onroerende zaak.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Tarief natuurterreinen</titel>
            </kop>
            <al>Met inachtneming dienaangaande van het bepaalde in de
                            Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor
                            natuurterreinen € 3,26 per hectare.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Watersysteemheffing gebouwde onroerende zaken</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Belastingobject</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van artikel 2, tweede lid,
                                onderdeel d van deze verordening, wordt als één gebouwde onroerende
                                zaak aangemerkt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een gebouwd eigendom;</al></li>
                <li nr="b."><al>een gedeelte van een gebouwd eigendom dat blijkens zijn
                                        indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                        gebruikt; </al></li>
                <li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a
                                        bedoelde gebouwde eigendommen of van in onderdeel b bedoelde
                                        gedeelten daarvan die bij dezelfde heffingsplichtige in
                                        gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij
                                        elkaar behoren;</al></li>
                <li nr="d."><al>het binnen het gebied van een gemeente gelegen deel van een
                                        in onderdeel a bedoelde eigendom, van een in onderdeel b
                                        bedoeld gedeelte of van een in onderdeel c bedoeld
                                        samenstel;</al></li>
                <li nr="e."><al>het binnen het gebied van het waterschap gelegen deel van
                                        een in onderdeel a bedoelde eigendom, van een in onderdeel b
                                        bedoeld gedeelte, van een in onderdeel c bedoeld samenstel
                                        of van een in onderdeel d bedoeld deel.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van het eerste lid maken de ongebouwde
                                eigendommen voor zover die een samenstel vormen met een gebouwd
                                eigendom als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e,
                                deel uit van de gebouwde onroerende zaak.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het vorige artikellid maken de
                                ongebouwde eigendommen, voor zover de waarde daarvan bij de
                                waardebepaling op de voet van hoofdstuk III van de Wet waardering
                                onroerende zaken op basis van het bepaalde krachtens artikel 18,
                                vierde lid, van die wet buiten aanmerking wordt gelaten, geen deel
                                uit van de gebouwde onroerende zaak.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Tarief</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met inachtneming dienaangaande van het bepaalde in de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor
                                gebouwde onroerende zaken 0,0409 % van de heffingsmaatstaf als
                                bedoeld in artikel 3, onderdeel c van deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming
                                van het bepaalde dienaangaande in artikel 4 van de
                                Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief voor buitendijks
                                gelegen gebouwde onroerende zaken 0,0102 % van de heffingsmaatstaf
                                als bedoeld in artikel 3, onderdeel c van deze verordening; </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>VI</nr>
            <titel>Heffing en invordering</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De heffing wordt bij wege van aanslag geheven. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Tenaamstelling en invordering belastingaanslag bij meer
                                heffingsplichtigen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien ter zake van hetzelfde voorwerp van de belasting of hetzelfde
                                belastbare feit twee of meer personen heffingsplichtig zijn, stelt
                                de heffingsambtenaar de aanslag ten name van een van hen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de heffingplicht, bedoeld in het eerste lid, voortvloeit uit
                                het genot van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht en de aanslag ten name van een van de
                                heffingsplichtigen is gesteld, kan de invorderingsambtenaar de
                                belastingaanslag op de gehele onroerende zaak verhalen op degene op
                                wiens naam de aanslag ingevolge het eerste lid is gesteld, zonder
                                rekening te houden met de rechten van de overige heffingsplichtigen.
                            </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Niet opleggen van aanslagen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aanslag van minder dan € 5,00 wordt niet opgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Vrijstellingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De watersysteemheffing ongebouwde onroerende zaken wordt niet
                                geheven ter zake van ongebouwde onroerende zaken waarvan het
                                waterschap genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De watersysteemheffing natuurterreinen wordt niet geheven ter zake
                                van natuurterreinen waarvan het waterschap genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De watersysteemheffing gebouwde onroerende zaken wordt niet geheven
                                ter zaken van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>straatmeubilair, waaronder alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen - niet zijnde gebouwen- worden begrepen die zijn
                                        geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten
                                        dienste van het verkeer of ter verfraaiing van een in het
                                        waterschapsgebied gelegen gemeente, zoals lichtmasten,
                                        verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                        banken, abri’s, hekken en palen.</al></li>
                <li nr="b."><al>gebouwde onroerende zaken waarvan het waterschap
                                        genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
                                    </al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Betaaltermijnen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belastingaanslagen moeten, met in achtneming van het overigens in
                                dit artikel bepaalde, worden betaald in één termijn die vervalt twee
                                maanden na de dagtekening van de aanslag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De belastingaanslagen waarvoor de heffingschuldige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse
                                termijnen als er na de dagtekening van de aanslagen nog in het
                                desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke
                                kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal
                                maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Op het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel geldt als restrictie
                                dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag van het
                                desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Kwijtschelding</titel>
            </kop>
            <al>Van de watersysteemheffing natuurterreinen, de watersysteemheffing
                            ongebouwd en de watersysteemheffing gebouwd wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking
                            tot de heffing en de invordering van de heffing. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Intrekking, inwerkingtreding, tijdstip van ingang van de heffing
                                en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ‘Verordening watersysteemheffing waterschap Vechtstromen
                                    2015’, vastgesteld bij besluit van 26november 2014 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing. De verordening blijft van toepassing
                                    op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan,
                                    met uitzondering van het bepaalde in artikel 15 van die
                                    verordening. </al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    haar bekendmaking<vet>.</vet></al></li>
              <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
              <li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    watersysteemheffing waterschap Vechtstromen 2016.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 november 2015,</ondertekening>
        <ondertekening>Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen,</ondertekening>
        <ondertekening>dr.S.M.M. Kuks, watergraaf drs. O. Dijkstra, secretaris</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Toelichting</titel>
        </kop>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Waterschap Vechtstromen/i262528.pdf">Watersysteemheffing 2016 - toelichting</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>