<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346188_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 16 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening staangeld 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art 156, tweede lid, onderdeel h en art 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/11417</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening vervangt de verordening 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        11 november 2014;</al><al>gelet op artikel 156, tweede lid, onderdeel h en artikel 229, eerste
                        lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                    onderdeel f, van de Huisvestingswet;</al></li><li nr="b."><al>standplaats : een standplaats op een centrum als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, onderdeel e van de Huisvestingswet;</al></li><li nr="c."><al>maand : een kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>huurovereenkomst : de overeenkomst tussen de huurder en de
                                    verhuurder van de standplaats met toebehoren, waarin de
                                    huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van
                            een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die
                            met de standplaats verband houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt geheven van degene die de
                            standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt
                            de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt
                            wordt naar de omstandigheden beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de
                            standplaats een huurovereenkomst geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2, bedraagt per standplaats per maand
                            of gedeelte daarvan voor:</al><lijst><li nr="-"><al>woonwagensubcentrum Berkendonk € 128,37;</al></li><li nr="-"><al>woonwagensubcentrum Abdijlaan € 130,55.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke
                            kennisgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt verschuldigd op het moment
                            dat een standplaats wordt ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet het recht worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van
                                de schriftelijke kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                voorgaande lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nadere regels door het College van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening staangeld 2014 wordt ingetrokken met ingang van
                                    de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                    met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                    staangeld 2015'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2014</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>