<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346148_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Beschermd wonen en Opvang gemeente Zederik 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zederik</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zederik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-81271.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenWeek%26spd%3d20141222%26epd%3d20141229%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dZederik%26pnr%3d1%26rpp%3d10%26_page%3d2%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=13&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">GVOP, 24 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Beschermd wonen en Opvang gemeente Zederik 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikelen 2.1.3, eerste tot en met vierde lid, 2.1.4, derde en zevende lid en 2.6.6, eerste lid </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.8232</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Beschermd wonen en Opvang gemeente Zederik 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>De Raad der gemeente Zederik;</vet>
          </al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november
                        2014</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat van de gemeente verwacht mag worden dat zij ondersteuning
                        biedt aan burgers die onvoldoende redzaam zijn of onvoldoende in staat zijn
                        tot participatie;</al>
          <al/>
          <al>dat het noodzakelijk is regels vast te stellen ter uitvoering van het
                        beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de
                        ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van
                        personen met een beperking of met psychische of psychosociale problemen,
                        beschermd wonen en opvang;</al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikelen 2.1.3, eerste tot en met vierde lid, 2.1.4, derde en
                        zevende lid en 2.6.6, eerste lid</al>
          <al>van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>de Verordening Beschermd wonen en Opvang gemeente Zederik 2015 vast te
                        stellen.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>INLEIDING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>24-uursopvang: tijdelijke opvang, bestaande uit verblijf en
                                        begeleiding.</al></li>
                <li nr="b."><al>algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                        speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die
                                        algemeen verkrijgbaar is en die niet – aanzienlijk – duurder
                                        is dan vergelijkbare producten.</al></li>
                <li nr="c."><al>algemene voorziening: maatschappelijke voorziening zoals
                                        bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet, die is gericht op
                                        beschermd wonen en opvang.</al></li>
                <li nr="d."><al>bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4
                                        van de wet.</al></li>
                <li nr="e."><al>budgetplan: een door of namens de cliënt opgesteld plan over
                                        het persoonsgebonden budget, waarin onder andere is
                                        opgenomen welke maatwerkvoorziening met welk te bereiken
                                        resultaat de cliënt wil inkopen met een persoonsgebonden
                                        budget.</al></li>
                <li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="g."><al>crisisopvang: tijdelijke voltijd verblijfsopvang in een
                                        crisissituatie door een opvanginstelling.</al></li>
                <li nr="h."><al>maatwerkvoorziening: maatwerkvoorziening als omschreven in
                                        artikel 1.1.1 van de wet, die is gericht op beschermd wonen
                                        en opvang, en te verstrekken als voorziening in natura of in
                                        de vorm van een persoonsgebonden budget.</al></li>
                <li nr="i."><al>mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van
                                        artikel 1.1.1 van de wet biedt.</al></li>
                <li nr="j."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van
                                        de wet.</al></li>
                <li nr="k."><al>persoonlijk plan: persoonlijk plan als bedoeld in artikel
                                        2.3.2 tweede lid van de wet.</al></li>
                <li nr="l."><al>vervolgopvang vrouwenopvang: vrouwenopvang, die volgt op
                                        crisisopvang en die een tussenstap is tussen crisisopvang en
                                        zelfstandig wonen.</al></li>
                <li nr="m."><al>voorliggende voorziening: voorziening op grond van een
                                        andere wettelijke bepaling.</al></li>
                <li nr="n."><al>voorziening in natura; maatwerkvoorziening die in eigendom,
                                        in bruikleen of in de vorm van persoonlijke dienstverlening
                                        wordt verstrekt.</al></li>
                <li nr="o."><al>wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li>
                <li nr="p."><al>Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het
                                Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Reikwijdte</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening regelt de algemene voorzieningen en
                            maatwerkvoorzieningen met betrekking tot beschermd wonen en opvang.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>HOOFSTUK 2 MAATWERKVOORZIENING</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>PROCEDUREREGELS</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel>Melding</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De melding wordt gedaan door of namens de cliënt bij het
                                    college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De melding vindt plaats op de wijze zoals door het college is
                                    voorgeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk
                                    en geeft de cliënt zeven dagen de tijd een persoonlijk plan in
                                    te leveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college wijst de cliënt op de mogelijkheid om een
                                    persoonlijk plan in te dienen en wijst de cliënt erop dat hij
                                    zeven dagen de tijd heeft om het persoonlijk plan in te leveren.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2</nr>
                <titel>Cliëntondersteuning</titel>
              </kop>
              <al>Het college wijst cliënten die een melding doen en hun mantelzorgers
                                op de mogelijkheid zich gedurende de procedure desgewenst te laten
                                bijstaan door een onafhankelijke cliëntondersteuner.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3</nr>
                <titel>Onderzoek en gesprek</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college verzamelt alle bekende en voor het onderzoek nodige
                                    gegevens over de cliënt en maakt vervolgens een afspraak voor
                                    een gesprek. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het gesprek maakt deel uit van het onderzoek en wordt gevoerd
                                    met de cliënt, en/of degene die namens de cliënt de melding
                                    heeft gedaan, en/of de vertegenwoordiger van de cliënt, waar
                                    mogelijk de mantelzorger(s), en/of desgewenst personen uit het
                                    sociale netwerk. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college vraagt voor het gesprek aan de cliënt alle overige
                                    gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en
                                    waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, te
                                    verschaffen. Hiertoe behoort in ieder geval een
                                    identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    identificatieplicht, tenzij het college daarover al
                                    beschikt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4</nr>
                <titel>Het onderzoeksverslag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college verstrekt de cliënt of diens vertegenwoordiger een
                                    schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het
                                    verslag toegevoegd en het aangepaste verslag wordt aan de cliënt
                                    of diens vertegenwoordiger verstrekt. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5</nr>
                <titel>De aanvraag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt door of namens de
                                    cliënt schriftelijk ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een schriftelijke aanvraag wordt ingediend door middel van een
                                    door het college vastgesteld aanvraagformulier of een
                                    ondertekend onderzoeksverslag.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6</nr>
                <titel>Medewerking cliënt</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college is, onverminderd artikel 2.3.8 van de wet, in ieder
                                    geval bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                                    beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de cliënt op te roepen in persoon te verschijnen op een
                                            door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                            bevragen.</al></li>
                  <li nr="b."><al>de cliënt op een door het college te bepalen plaats en
                                            tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen
                                            te laten bevragen en/of onderzoeken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De cliënt is verplicht medewerking te verlenen aan de oproep als
                                    bedoeld in het eerste lid onder a en de bevraging en/of
                                    onderzoek als bedoeld in het eerste lid onder b.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien de cliënt geen gehoor kan geven aan de oproep om op een
                                    door het college te bepalen plaats en tijdstip te verschijnen,
                                    dan kan een huisbezoek plaatsvinden, waaraan de cliënt verplicht
                                    zijn medewerking moet verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7</nr>
                <titel>Advisering</titel>
              </kop>
              <al>Het college is bevoegd om, indien dit van belang kan zijn voor de
                                beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, zich te
                                laten adviseren door een daartoe geschikte instantie.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>BEOORDELING AANSPRAAK OP MAATWERKVOORZIENING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.8</nr>
                <titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college neemt het onderzoeksverslag als uitgangspunt bij de
                                    beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor zover deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te
                                            stellen tot het zich handhaven in de samenleving;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor zover deze als de goedkoopst passende voorziening
                                            aan te merken is.</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien deze een passende bijdrage levert aan het
                                            voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                                            wonen en opvang en aan het realiseren van een situatie
                                            waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel
                                            mogelijk weer op eigen kracht, of indien dit niet
                                            mogelijk is voor cliënt, met een toenemende mate van
                                            zelfredzaamheid,te handhaven in de samenleving.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor zover de
                                    cliënt met psychische of psychosociale problemen de problemen
                                    bij het zich handhaven in de samenleving niet kan verminderen of
                                    wegnemen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op eigen kracht; </al></li>
                  <li nr="b."><al>met gebruikelijke hulp; </al></li>
                  <li nr="c."><al>met mantelzorg; </al></li>
                  <li nr="d."><al>met hulp van andere personen uit het sociale
                                            netwerk;</al></li>
                  <li nr="e."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                            activiteiten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor zover de
                                    cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in
                                    verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van
                                    huiselijk geweld, de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving niet kan verminderen of wegnemen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op eigen kracht; </al></li>
                  <li nr="b."><al>met gebruikelijke hulp; </al></li>
                  <li nr="c."><al>met mantelzorg; </al></li>
                  <li nr="d."><al>met hulp van andere personen uit het sociale
                                            netwerk;</al></li>
                  <li nr="e."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                            activiteiten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen inzake de toegang tot
                                    maatwerkvoorzieningen en de aard, inhoud en omvang van de te
                                    verstrekken maatwerkvoorzieningen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.9</nr>
                <titel>Algemene weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <al>Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor zover de voorziening voor de persoon van de cliënt
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor zover de cliënt een beroep kan doen op een voorliggende
                                        voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor
                                        de cliënt toereikend en passend te zijn of die de kosten van
                                        de voorziening als niet noodzakelijk heeft aangemerkt;</al></li>
                <li nr="c."><al>indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de
                                        cliënt niet of onvoldoende voldoet aan de verplichtingen als
                                        bedoeld in artikel 2.3.8 lid 1 en 3 van de wet of van de
                                        verordening;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>PERSOONSGEBONDEN BUDGET</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.10</nr>
                <titel>Hoogte persoonsgebonden budget</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De hoogte van een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen
                                    en opvang wordt, indien sprake is van beschermd wonen en opvang
                                    door professionele hulpverleners conform de geldende
                                    kwaliteitsstandaarden, bepaald aan de hand van en op ten hoogste
                                    de prijs waarvoor het college deze beschermd wonen en opvang
                                    heeft gecontracteerd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan, onverminderd het eerste lid, nadere regels
                                    stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.11</nr>
                <titel>Tarief persoonsgebonden budget in sociaal netwerk</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden
                                betreffende het tarief waaronder een cliënt de mogelijkheid heeft
                                een persoonsgebonden budget te besteden bij een persoon die behoort
                                tot zijn sociale netwerk.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.12</nr>
                <titel>Criteria persoonsgebonden budget</titel>
              </kop>
              <al>Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de kosten van het persoongebonden budget hoger zijn dan de
                                        kosten van de maatwerkvoorziening;</al></li>
                <li nr="b."><al>het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel
                                        2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d en e van de wet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>PERIODIEKE HEROVERWEGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.13</nr>
                <titel>Periodieke heroverweging</titel>
              </kop>
              <al>Het college beoordeelt de bestaande aanspraak op een
                                maatwerkvoorziening periodiek opnieuw, met een eventueel ongunstiger
                                besluit tot gevolg, onder toepassing van een overgangstermijn.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>BEEINDIGING, HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.14</nr>
                <titel>Beëindiging</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan, onverminderd artikel 2.3.10 van de wet, een </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening geheel
                                            of gedeeltelijk beëindigen of opschorten, indien: </al></li>
                  <li nr="b."><al>de cliënt wordt opgenomen in een instelling in de zin
                                            van de Wet toelating zorginstellingen of in een
                                            ziekenhuis;de cliënt zich niet houdt aan de
                                            verplichtingen van het gebruik, verantwoording en
                                            administratie van de voorziening; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de cliënt is overleden. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.15</nr>
                <titel>Herziening en intrekking</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan, onverminderd artikel 2.3.10 van de wet, een besluit
                                tot toekenning van een aanspraak op een maatwerkvoorziening geheel
                                of gedeeltelijk herzien of intrekken indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat
                                        die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                        gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                        genomen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening binnen zes maanden na
                                        toekenning niet heeft aangewend voor het resultaat waarvoor
                                        de maatwerkvoorziening is getroffen. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>BIJDRAGE IN DE KOSTEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Maatwerkvoorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor 24-uursopvang en
                                vervolgopvang vrouwenopvang.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor beschermd wonen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bijdrage als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld en geïnd door de
                                instelling waar de cliënt verblijft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld op het
                                toegestane maximumbedrag in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, met
                                dien verstande dat de bijdrage niet meer bedraagt dan de
                                kostprijs.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen inzake de verschuldigdheid,
                                inhoud en hoogte van de bijdrage.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Algemene voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor crisisopvang.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bijdrage voor crisisopvang wordt vastgesteld op het toegestane
                                maximumbedrag in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, met dien verstande
                                dat de bijdrage niet meer bedraagt dan de kostprijs.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen inzake de verschuldigdheid,
                                inhoud en hoogte van de bijdrage.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.3</nr>
              <titel>Kostprijs</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De kostprijs van een voorziening in natura is gelijk aan de prijs
                                waarvoor het college de voorziening in natura betrekt van een
                                aanbieder.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het
                                bedrag van het persoonsgebonden budget.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan, onverminderd het eerste en tweede lid, nadere
                                regels stellen over (het bepalen van) de kostprijs.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.1</nr>
              <titel>Fraudepreventie</titel>
            </kop>
            <al>Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit
                            beleid is dat het college cliënten informeert over de rechten en
                            plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn
                            verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik
                            daarvan. Ter controle van het beroep op algemene- en
                            maatwerkvoorzieningen wordt onder meer gebruik gemaakt van
                            bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen
                            die daaruit voortkomen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.2</nr>
              <titel>Controle</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de
                                maatwerkvoorziening en kan daarbij onder meer gebruikmaken van
                                huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de
                                samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college kan daarnaast
                                overige signalen en tips die relevant zijn voor de aanspraak op een
                                maatwerkvoorzieningonderzoeken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van
                                de aanspraak op een maatwerkvoorziening en op basis daarvan
                                besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de
                                maatwerkvoorziening en de wederzijds tussen het college en de cliënt
                                resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.3</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit hoofdstuk nadere
                            regels stellen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>KWALITEIT</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Kwaliteitseisen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanbieder van een voorziening zorgt voor een goede kwaliteit van
                                de voorziening, wat in ieder geval betekent dat:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht
                                        is;</al></li>
                <li nr="b."><al>de voorziening is afgestemd op de persoonlijke situatie van
                                        de cliënt;</al></li>
                <li nr="c."><al>de voorziening is afgestemd op andere vormen van zorg of
                                        hulp die de cliënt ontvangt;</al></li>
                <li nr="d."><al>de beroepskracht die een voorziening levert, handelt in
                                        overeenstemming met de professionele standaard;</al></li>
                <li nr="e."><al>de voorziening voldoet aan de door de aanbieder en het
                                        college overeengekomen kwaliteitseisen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen over welke verdere eisen
                                worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                                betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Prijs-kwaliteitverhouding</titel>
            </kop>
            <al>Het college houdt bij de inkoop van beschermd wonen en opvang door
                            derden en het vaststellen van de tarieven daarvan in ieder geval
                            rekening met:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken en/of de te leveren
                                    voorzieningen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de vereiste deskundigheid en vaardigheden van de
                                    beroepskrachten;</al></li>
              <li nr="c."><al>de arbeidsvoorwaarden passend bij de vereiste deskundigheid en
                                    vaardigheden van de beroepskrachten en de zwaarte van de
                                    functie;</al></li>
              <li nr="d."><al>de kwaliteitseisen van de beschermd wonen en opvang;</al></li>
              <li nr="e."><al>de reële marktprijs van de beschermd wonen en opvang.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>KLACHTENAFHANDELING EN MEDEZEGGENSCHAP</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Regeling voor klachtenafhandeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Iedere aanbieder van een voorziening heeft een regeling voor
                                afhandeling van klachten van cliënten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd andere handhavings bevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Regeling voor medezeggenschap</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college regelt indien nodig dat de aanbieder een regeling voor
                                medezeggenschap van cliënten heeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>BURGERPARTICIPATIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.1</nr>
              <titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                                geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van
                                het beleid betreffende beschermd wonen en opvang, overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                voorstellen voor het beleid betreffende beschermd wonen en opvang te
                                doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen
                                en beleidsvoorstellen betreffende beschermd wonen en opvang, en
                                voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen
                                vervullen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college stelt nadere regels ter uitvoering van het tweede en
                                derde lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.2</nr>
              <titel>Wmo adviesraad</titel>
            </kop>
            <al>De Wmo adviesraad adviseert het college over het beleid betreffende
                            beschermd wonen en opvang.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.1</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan in bijzondere gevallen bij de verstrekking van
                            maatwerkvoorzieningen op verzoek van de cliënt ten gunste van de cliënt
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.2</nr>
              <titel>Evaluatie</titel>
            </kop>
            <al>Evaluatie van het door het college gevoerde beleid vindt plaats via de
                            reguliere bestuursrapportages van het college.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.3</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De Verordening eigen bijdrage Maatschappelijke Opvang en
                                Vrouwenopvang gemeente Dordrecht wordt door de gemeenteraad
                                Dordrecht ingetrokken met ingang van 1 januari 2015, met dien
                                verstande dat deze blijft gelden ten aanzien van besluiten genomen
                                op grond van de Wmo totdat het college, onder intrekking van het op
                                grond van de Wmo genomen besluit, een nieuw besluit op grond van de
                                wet en deze verordening heeft genomen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het nieuwe besluit als bedoeld in het eerste lid, treedt niet eerder
                                in werking dan 1 januari 2016.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de
                                inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond
                                van de wet en deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen op grond van de Wmo en de
                                daaronder vastgestelde verordening(en) genomen besluiten over
                                opvang, worden afgehandeld op grond van de Wmo en de daaronder
                                vastgestelde verordening(en).</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt op 1 januari 2015 in werking. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.5</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Beschermd wonen en
                            Opvang gemeente Zederik 2015”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zederik, gehouden op 15 december 2014.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>De griffier,De voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting verordening BESCHERMD WONEN EN OPVANG gemeente
                        ZEDERIK</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop>
        <al>Deze door de gemeenteraad vastgestelde verordening bevat de regels over
                    beschermd wonen en opvang. Formeel gezien kent de Wmo 2015 geen onderscheid
                    tussen centrumgemeenten en regiogemeenten en ziet de verplichting van de wet
                    t.a.v. beschermd wonen en opvang dus op alle gemeenten. Echter, voor opvang en
                    beschermd wonen is tussen het Rijk en de VNG afgesproken de huidige materiële
                    situatie, dus de constructie met de centrumgemeenten, voorlopig te handhaven
                    (zie Kamerstukken II, 2013 – 2014, 33 841, nr. 34). De middelen voor opvang en
                    beschermd wonen zullen dus voorlopig worden uitgekeerd aan de centrumgemeenten
                    (i.c. Dordrecht). Wel blijft het zo dat regiogemeenten een schriftelijk mandaat
                    moeten geven aan de centrumgemeente wanneer zij de bevoegdheid tot het bepalen
                    van de toegang, het afgeven van de beschikkingen en het daadwerkelijk
                    verstrekken van opvang en beschermd wonen mandateren aan de centrumgemeente. Als
                    – zoals de bedoeling is – na verloop van tijd de centrumgemeentenconstructie
                    wordt afgeschaft, kunnen gemeenten ook een ander samenwerkingsverband mandaat
                    geven.</al>
        <tussenkop>Hoofdstuk 1 INLEIDING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat de begripsomschrijvingen. Daarbij is ervoor gekozen om de
                    (meeste) wettelijke begripsbepalingen niet over te nemen. De begrippen
                    maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget zijn wel opgenomen in artikel 1.1
                    om te verduidelijken dat een maatwerkvoorziening twee leveringsvormen kent
                    (natura en pgb) en dat een persoonsgebonden budget dus een leveringsvorm van een
                    maatwerkvoorziening is.</al>
        <tussenkop>Lid 1 onder a 24-uursopvang</tussenkop>
        <al>Bij 24-uursopvang gaat het om het bieden van tijdelijke opvang, bestaande uit
                    verblijf en begeleiding. Het betreft een doorstroomvoorziening op weg naar een
                    meer passende en perspectief biedende woonvorm. </al>
        <tussenkop>Lid 1 onder b Algemeen gebruikelijke voorziening</tussenkop>
        <al>Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt
                    af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Het
                    begrip “algemeen gebruikelijk” is al geconcretiseerd in de Wmo
                    2007-jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Om duidelijk te maken wat
                    in de wet verstaan wordt onder dit begrip is de begripsomschrijving vanuit de
                    jurisprudentie in de verordening opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende
                    voorzieningen die: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>in de reguliere handel verkrijgbaar zijn;</al></li>
          <li nr="-"><al>niet speciaal voor personen met een beperking bedoeld zijn;</al></li>
          <li nr="-"><al>die niet duurder is dan vergelijkbare producten.</al></li>
        </lijst>
        <al>Er moet altijd in het individuele geval worden bekeken of de voorziening ook
                    voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. </al>
        <tussenkop>Lid 1 onder c Algemene voorziening</tussenkop>
        <al>Voor de duidelijkheid is aangegeven dat de algemene voorziening, voor zover in
                    deze verordening is geregeld, alleen betrekking hebben op opvang en beschermd
                    wonen (zie ook0)</al>
        <tussenkop>Lid 1 onder l Vervolgopvang vrouwenopvang</tussenkop>
        <al>Dit is vrouwenopvang waar naartoe vrouwen doorstromen na de crisisopvang. De
                    vervolgopvang is dan een tussenstap tussen de crisisopvang en zelfstandig wonen. </al>
        <tussenkop>Artikel 1.2 Reikwijdte</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt de reikwijdte van deze verordening. Deze verordening heeft
                    alleen betrekking op de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen met
                    betrekking tot beschermd wonen en opvang.</al>
        <al>Voor de overige maatwerkvoorzieningen en voor de algemene voorzieningen zijn of
                    worden aparte verordeningen opgesteld. </al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 2 MAATWERKVOORZIENING</tussenkop>
        <tussenkop>Paragraaf 2 Procedureregels</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2.1 Melding</tussenkop>
        <al>Dit artikel beschrijft wie de melding kan doen en hoe de melding kan worden
                    gedaan. In principe kan iedereen een signaal afgeven dat iemand behoefte heeft
                    aan maatschappelijke ondersteuning. Echter de melding in de zin van artikel
                    2.3.2 van de wet, waarop een onderzoek moet volgen, kan alleen worden gedaan
                    door of namens de cliënt. Dat hoeft dus niet de cliënt zelf te zijn, maar kan
                    bijvoorbeeld ook een mantelzorger of familielid zijn.</al>
        <al>De cliënt heeft na bevestiging van de melding zeven dagen de tijd een
                    persoonlijk plan in te leveren. Het gaat hier om zeven dagen, niet om zeven
                    werkdagen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.2 Cliëntondersteuning</tussenkop>
        <al>Dit artikel bepaalt overeenkomstig artikel 2.3.2 lid 3 van de wet dat het
                    college de cliënt na de melding inlicht over de mogelijkheid van
                    cliëntondersteuning. Voor deze cliëntondersteuning is geen bijdrage
                    verschuldigd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.3 Onderzoek en gesprek</tussenkop>
        <al>Het onderzoek en de inhoud daarvan is al uitgebreid omschreven in de wet. Daarom
                    is bewust gekozen de wijze van toegang summier in de verordening op te nemen.
                    Wel bepaalt het tweede lid dat een gesprek altijd deel uitmaakt van het
                    onderzoek. Bij voorkeur vindt het gesprek mondeling bij de cliënt thuis plaats
                    (daarbij kan een familielid, hulpverlener of onafhankelijke cliëntondersteuner
                    aanwezig zijn). Is een gesprek thuis niet mogelijk, dan wordt uitgeweken naar
                    een spreekuur bij de gemeente of bij een dienstverlener. Tot slot kan in sommige
                    gevallen ook een telefoongesprek volstaan (bv bij aanpassing van een reeds
                    bestaande voorziening). Afhankelijk van de melding en de situatie wordt daarmee
                    bepaald hoe het gesprek vorm wordt gegeven.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.4 Het onderzoeksverslag</tussenkop>
        <al>Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en
                    een zorgvuldige procedure en is overeenkomstig artikel 2.3.2 lid 7 van de wet
                    opgenomen. Het eerste lid borgt dat altijd een schriftelijke weergave van de
                    uitkomsten van het onderzoek wordt verstrekt. Dit wordt het onderzoeksverslag
                    genoemd. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.5 De aanvraag</tussenkop>
        <al>Dit artikel beschrijft wie de aanvraag kan doen en hoe de aanvraag kan worden
                    gedaan. Een aanvraag kan alleen schriftelijk worden gedaan door of namens de
                    cliënt. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.6 Medewerking cliënt en huisgenoten</tussenkop>
        <al>Dit artikel is grotendeels een nadere uitwerking van de medewerkingsplicht van
                    artikel 2.3.8 van de wet. Het tweede lid bevat de verplichting voor de cliënt om
                    medewerking te verlenen. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.7 Advisering</tussenkop>
        <al>Het kan noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de gevraagde voorziening een
                    beroep te doen op een (medisch) adviseur. Als daar aanleiding voor is biedt dit
                    artikel daartoe de mogelijkheid. </al>
        <tussenkop>PARAGRAAF 2 BEOORDELING AANSPRAAK OP MAATWERKVOORZIENING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2.8 Criteria voor een maatwerkvoorziening</tussenkop>
        <tussenkop>Lid 2 </tussenkop>
        <tussenkop>Onder a</tussenkop>
        <al>Lid 2 onder a bepaalt dat een voorziening langdurig noodzakelijk is. Wat
                    langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie, maar ook een te
                    bereiken resultaat voor een cliënt die terminaal is, dient gerekend te worden
                    tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers iemands gehele verdere
                    leven noodzakelijk zijn. De gebruikelijke regel is dat een voorziening, naar
                    inschatting, langer dan 6 maanden</al>
        <al>noodzakelijk moet zijn. Dit sluit aan bij de maximale uitleentermijn van 6
                    maanden waarvan de kosten, zolang de huidige regels van toepassing zijn, voor
                    rekening van de AWBZ komen.</al>
        <tussenkop>Onder b</tussenkop>
        <al>De voorzieningen die in het kader van deze verordening worden verstrekt, dienen
                    naar objectieve maatstaven gemeten zowel passend als de meest goedkope te zijn.
                    Datgene wat de cliënt als een meest passende oplossing voor zijn beperkingen
                    beschouwt wordt meegewogen in de beoordeling van het verantwoord zijn van de
                    voorziening. Ook het criterium inzake de kosten van de voorziening, speelt een
                    rol bij de uiteindelijke beoordeling van het al dan niet verantwoord zijn van
                    een voorziening. Voorzieningen die kostenverhogend werken zonder dat zij de
                    voorziening passender maken, komen in beginsel niet voor vergoeding in
                    aanmerking. </al>
        <tussenkop>Lid 3</tussenkop>
        <al>Lid 3 benadrukt, voor wat betreft het beschermd wonen, dat het verstrekken van
                    een maatwerkvoorziening in het kader van de wet nadrukkelijk de hekkensluiter
                    is. Alleen wanneer iemand echt niet zelf of met hulp van zijn omgeving, of met
                    algemene voorzieningen of door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                    activiteiten in staat is tot zelfredzaamheid of participatie, moet er een
                    maatwerkvoorziening worden verstrekt. Het college zal dus zorgvuldig onderzoeken
                    wat de cliënt op eigen kracht of met hulp van personen uit zijn sociale netwerk
                    (gebruikelijke hulp, mantelzorg of anderszins) kan doen om de problematiek te
                    verkleinen of op te lossen en wat gebruikmaken van algemene voorzieningen
                    daaraan kan bijdragen. </al>
        <tussenkop>Lid 4</tussenkop>
        <al>Lid 4 benadrukt, voor wat betreft opvang, dat verstrekken van een
                    maatwerkvoorziening is in het kader van de wet nadrukkelijk de hekkensluiter.
                    Alleen wanneer iemand echt niet zelf of met hulp van zijn omgeving, of met
                    algemene voorzieningen of door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                    activiteiten in staat is tot zelfredzaamheid of participatie, moet er een
                    maatwerkvoorziening worden verstrekt. Dus het college zal zorgvuldig onderzoeken
                    wat de cliënt op eigen kracht of met hulp van personen uit zijn sociale netwerk
                    (gebruikelijke hulp, mantelzorg of anderszins) kan doen om de problematiek te
                    verkleinen of op te lossen en wat gebruikmaken van algemene voorzieningen
                    daaraan kan bijdragen. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.9 Algemene weigeringsgronden</tussenkop>
        <tussenkop>Onder a</tussenkop>
        <al>Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt indien de voorziening voor de persoon
                    van de cliënt algemeen gebruikelijk is. Voor het begrip algemeen gebruikelijk
                    wordt verwezen naar de toelichting op artikel 1.1.</al>
        <tussenkop>Onder b</tussenkop>
        <al>De wet bevat geen bepaling, zoals artikel 2 Wmo, die regelt dat een aanspraak op
                    grond van een andere wet voorgaat. Daarom is een dergelijke bepaling in de
                    verordening opgenomen. Ook regelt de verordenings bepaling, vergelijkbaar aan
                    artikel 15 van de Wet werk en bijstand, dat kosten die in de voorliggende
                    voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet voor vergoeding in
                    aanmerking komen. </al>
        <tussenkop>Onder c</tussenkop>
        <al>In artikel 2.3.8 van de wet is de medewerkingplicht van de cliënt opgenomen. En
                    in artikel 2.6 van deze verordening is voor de cliënt een specifieke
                    medewerkingplicht neergelegd. Verleent de cliënt geen medewerking dan kan de
                    aanspraak op een maatwerkvoorziening niet worden vastgesteld en volgt een
                    afwijzende beschikking.</al>
        <tussenkop>PARAGRAAF 3 PERSOONSGEBONDEN BUDGET</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2.10 Hoogte persoonsgebonden budget</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat de hoofdregel voor het bepalen van de hoogte van het
                    persoonsgebonden budget. Kern van de hoofdregel is dat het persoonsgebonden
                    budget nooit meer bedraagt dan de prijs die het college betaalt bij verstrekking
                    in natura. Het college kan, met inachtneming van de hoofdregel, nadere regels
                    stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget. Daarbij zijn er diverse
                    mogelijkheden, zoals tariefdifferentiatie en rekening houden met de
                    overheadkosten die zijn verdisconteerd in de prijzen die met aanbieders worden
                    overeengekomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.11 Tarief persoonsgebonden budget in sociaal
                    netwerk</tussenkop>
        <al>Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden betreffende het tarief
                    waaronder een cliënt de mogelijkheid heeft een persoonsgebonden budget te
                    besteden bij een persoon die behoort tot het sociaal netwerk. Een cliënt mag
                    diensten betrekken van personen die behoren tot het sociale netwerk. Die
                    vrijheid mag de gemeente niet beperken. De gemeente mag alleen voorwaarden
                    stellen ten aanzien van het tarief. In dit artikel is daarvan gebruik gemaakt in
                    die zin dat het aan het college wordt overgelaten om nadere regels te
                    stellen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.12 Criteria persoonsgebonden budget</tussenkop>
        <al>Een aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt geweigerd voor zover de
                    kosten van het persoonsgebonden budget hoger zijn dan de kosten van de
                    maatwerkvoorziening (artikel 2.3.6, vijfde lid, onder a, van de wet). Daarnaast
                    weigert de gemeente een cliënt een persoonsgebonden budget als de gemeente in de
                    drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een beslissing om een maatwerkvoorziening
                    of een persoonsgebonden budget te verstrekken, heeft herzien of ingetrokken
                    omdat de cliënt toen onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt (artikel
                    2.3.10, onderdeel a van de wet), niet voldeed aan de gestelde voorwaarden
                    (artikel 2.3.10, onderdeel dvan de wet) of de maatwerkvoorziening of het
                    persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikte (artikel 2.3.10,
                    onderdeel e van de wet). </al>
        <tussenkop>PARAGRAAF 5 BEEINDIGING, HERZIENING, INTREKKING EN
                    TERUGVORDERING</tussenkop>
        <al>De wettelijke bepalingen over met name terugvordering zijn summier en artikel
                    2.3. 10 van de wet maakt geen duidelijk onderscheid tussen enerzijds beëindiging
                    en anderzijds intrekking en herziening. Van beëindiging is sprake indien de
                    aanspraak op een maatwerkvoorziening wordt aangetast met ingang van het heden of
                    naar de toekomst toe. Het ongedaan maken van de aanspraak op een Wmo-voorziening
                    over een periode in het verleden, wordt intrekken genoemd. Herzien is het over
                    een periode in het verleden afwijkend vaststellen van de aanspraak op een
                    maatwerkvoorziening.</al>
        <al>Beëindiging heeft dus, in tegenstelling tot intrekking en herziening, geen
                    terugwerkende kracht. Het college moet, voordat het collegebesluit tot
                    intrekking van een voorziening wordt genomen, een afweging maken tussen alle bij
                    het te nemen besluit betrokken belangen, waarbij het belang van belanghebbende
                    om te participeren zwaar dient te wegen.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 3 BIJDRAGE IN DE KOSTEN</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 3.1 Maatwerkvoorziening</tussenkop>
        <al>Het eerste lid van dit artikel regelt dat een cliënt een bijdrage is
                    verschuldigd voor twee opvangvoorzieningen: 24-uursopvang en vervolgopvang
                    vrouwenopvang. Deze bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door de instelling waar
                    de cliënt verblijft. Ook is een bijdrage verschuldigd voor beschermd wonen (lid
                    2), die wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. </al>
        <al>Voor de hoogte wordt aansluiting gezocht bij maxima in de landelijke regeling
                    (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). Overigens mag de bijdrage niet meer bedragen dan
                    de kostprijs. De cliënt betaalt dus niet meer dan de gemeente kwijt is aan
                    kosten voor het verstrekken van de voorziening.</al>
        <tussenkop>Artikel 3.2 Algemene voorzieningen</tussenkop>
        <al>Alleen voor de algemene voorziening ‘crisisopvang’ is een bijdrage verschuldigd.
                    Voor de hoogte wordt aansluiting gezocht bij maxima in de landelijke regeling
                    (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). Overigens mag de bijdrage niet meer bedragen dan
                    de kostprijs. De cliënt betaalt dus niet meer dan de gemeente kwijt is aan
                    kosten voor het verstrekken van de voorziening.</al>
        <tussenkop>Artikel 3.3 Kostprijs</tussenkop>
        <al>In dit artikel is de wijze van berekening van de kostprijs weergegeven. De
                    kostprijs is bij een voorziening in natura de prijs die de gemeente aan de
                    leverancier/aanbieder betaalt, inclusief kosten als onderhoud, reparatie en
                    verzekering. Bij een persoonsgebonden budget is de kostprijs gelijk aan het
                    bedrag van het persoonsgebonden budget. </al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 4 BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK</tussenkop>
        <al>In dit hoofdstuk is aangegeven op welke wijze het ten onrechte ontvangen van
                    maatwerkvoorzieningen alsmede het misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
                    wordt bestreden. Belangrijk is om de cliënt bij de verstrekking van een
                    maatwerkvoorziening nadrukkelijk te wijzen op zijn rechten en plichten en te
                    wijzen op de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het college
                    controleert de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening en bij het vermoeden
                    van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Het college kan bij de controle
                    onder meer gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en
                    bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 5 KWALITEIT</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 5.1 Kwaliteitseisen</tussenkop>
        <al>Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3
                    lid 2 onder c van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval
                    wordt bepaald welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen,
                    eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                    begrepen.</al>
        <al>De regering legt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen bij
                    de gemeente en de aanbieder. Het is aan de gemeente om te bepalen welke
                    kwaliteitseisen worden gesteld aan aanbieders van voorzieningen. Die eisen
                    zullen ook betrekking kunnen hebben op de deskundigheid van het in te schakelen
                    personeel. De regering benadrukt in de memorie van toelichting op artikel 2.1.3
                    lid 2 onder c van de wet (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3) dat de
                    kwaliteitseisen die zijn vervat in de artikelen 3.1 en verder van de wet en die
                    zich rechtstreeks tot aanbieders richten, daarbij uitgangspunt zijn. De eis dat
                    een voorziening van goede kwaliteit wordt verleend, biedt veel ruimte voor de
                    gemeenten om in overleg met organisaties van cliënten en aanbieders te werken
                    aan kwaliteitsstandaarden voor de ondersteuning. In het eerste lid zijn een
                    aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen uitgewerkt. </al>
        <al>Aandachtspunt is dat er geen tegenstrijdigheden mogen bestaan tussen de
                    kwaliteitseisen die bij het contracteren van aanbieders worden gesteld en de
                    kwaliteitseisen in de Verordening en het Besluit.</al>
        <tussenkop>Artikel 5.2 Prijs-kwaliteitverhouding</tussenkop>
        <al>Het college kan de uitvoering van de wet, met uitzondering van de vaststelling
                    van de rechten en plichten van de cliënt, door aanbieders laten verrichten
                    (artikel 2.6.4 van de wet). Met het oog op gevallen waarin dit ten aanzien van
                    een voorziening gebeurt, moeten bij verordening regels worden gesteld ter
                    waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een
                    voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel
                    2.6.6 lid 1 van de wet). Daarbij dient in ieder geval rekening gehouden te
                    worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden. Om
                    te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de uitvoering
                    worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het college bij
                    het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening dient te houden. Hiermee
                    wordt bereikt dat een beter beeld ontstaat van reële kostprijs voor de
                    activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren. Uitgangspunt is dat
                    de aanbieder kundig personeel inzet tegen de arbeidsvoorwaarden die passen bij
                    de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten minste een beeld nodig van de vereiste
                    activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die daarbij horen. Dit biedt een waarborg
                    voor werknemers dat hun werkzaamheden aansluiten bij de daarvoor geldende
                    arbeidsvoorwaarden.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 6 KLACHTENAFHANDELING EN MEDEZEGGENSCHAP</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 6.1 Regeling voor klachtenafhandeling</tussenkop>
        <al>Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 2 onder e van de wet. Dit
                    artikel legt aan iedere aanbieder de verplichting op om een klachtenregeling te
                    hebben. Het Drechtstedenbestuur zal toezien op de naleving daarvan.</al>
        <tussenkop>Artikel 6.2 Regeling voor medezeggenschap</tussenkop>
        <al>Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 2 onder f van de wet. Het
                    collegemoet ervoor zorgen dat de aanbieder, indien het college dat noodzakelijk
                    vindt, over een regeling voor medezeggenschap beschikt. In dat geval ziet het
                    college ook toe op de naleving ervan.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 7 BURGERPARTICIPATIE</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 7.1 Betrekken van ingezetenen bij het beleid </tussenkop>
        <al>Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet, dat
                    bepaalt dat een aantal onderwerpen ten aanzien van de wijze waarop ingezetenen
                    en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                    betrokken, in de verordening moeten worden geregeld.</al>
        <al>In het eerste lid is verwezen naar de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet
                    vastgestelde inspraakverordening. Op deze manier wordt gewaarborgd dat er
                    eenzelfde inspraakprocedure geldt voor het Wmo 2015-beleid als op andere
                    terreinen. De inspraak geldt voor alle ingezetenen. Dit is uitdrukkelijk de
                    bedoeling van de wetgever, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op
                    ondersteuning. Met het vierde lid wordt het aan het college overgelaten om de
                    exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 8.1 Hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>Dit artikel geeft aan dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de
                    cliënt kan afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van
                    de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Juist omdat het in
                    de wet om maatwerk gaat zal het college er niet aan ontkomen om, ook al is er
                    een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze
                    afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal
                    minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te verwachten is, immers,
                    bij de afwegingen gaat het al om een individuele beoordeling. Als desondanks bij
                    die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet billijke situatie
                    is de hardheidsclausule een vangnet. </al>
        <tussenkop>Artikel 8.3 Overgangsrecht</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat het overgangsrecht voor opvangvoorzieningen op basis van de
                    vervallen Wmo 2007. Een cliënt behoudt zijn aanspraak op een voorziening die is
                    verstrekt op grond van de Wmo 2007 totdat het college een nieuw besluit heeft
                    genomen op grond van de Wmo 2015 (waarbij het besluit op grond van de Wmo 2007
                    wordt ingetrokken). Het nieuwe besluit treedt niet eerder in werking dan 1
                    januari 2016.</al>
        <al>Het tweede lid bepaalt dat aanvragen die voor de inwerkingtreding van deze
                    nieuwe verordening zijn ingediend maar waarop bij de inwerkingtreding nog niet
                    is beslist, worden afgedaan op grond van de nieuwe verordening. In het derde lid
                    is voor lopende bezwaarschriften bepaald dat deze volgens de Wmo 2007 en de
                    daaronder geldende verordening worden afgedaan.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>