<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346077_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonwaarde subsidie Participatiewet Diemen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemernieuws 11-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonwaardesubsidie Participatiewet Diemen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonwaarde subsidie Participatiewet Diemen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014
                        nummer 14;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening loonwaardesubsidie Participatiewet
                        Diemen 2015.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonwaardesubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonwaardesubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een externe organisatie kan het college adviseren met betrekking tot het
                            oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonwaardesubsidie. Deze
                            externe organisatie neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde
                            criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de loonwaarde vast van een persoon behorend tot de
                                doelgroep loonwaardesubsidie als bedoeld in artikel 1.3, indien een
                                werkgever voornemens is met deze een dienstbetrekking aan te gaan.
                                De loonwaarde wordt vastgesteld als een percentage van het wettelijk
                                minimumloon. </al></li><li nr="2."><al>Bij de vaststelling van de loonwaarde betrekt het college in elk
                                geval opgaven en inlichtingen van de beoogde werknemer en van of
                                namens de werkgever op basis van hun praktijkervaringen,
                                bijvoorbeeld tijdens een participatieplaats of proefplaatsing. </al></li><li nr="3."><al>Het college besluit na samenspraak met de colleges in de
                                arbeidsmarktregio en het UWV welke methode wordt gehanteerd voor de
                                vaststelling van de loonwaarde en draagt zorg voor de bekendmaking
                                van een actuele beschrijving van deze methode. Het college stelt de
                                raad binnen vier weken in kennis van zijn besluit en van de
                                beschrijving van de methode van loonwaardebepaling. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel3. Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leiden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                loonwaardesubsidie Participatiewet Diemen 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november 2014.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonwaardesubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonwaardesubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonwaardesubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonwaardesubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonwaardesubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonwaardesubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonwaardesubsidie dan de
                    vorm van loonwaardesubsidie zoals omschreven in de Re-integratieverordening
                    Participatiewet gemeente Diemen 2015. De loonwaardesubsidie zoals beschreven in
                    deze verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie
                    behoort tot de doelgroep loonwaardesubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste
                    lid, onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze
                    nieuwe vorm van loonwaardesubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan
                    indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument
                    compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de
                    werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="-"><al>doelgroep loonwaardesubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="-"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoort;</al></li><li nr="-"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonwaardesubsidie
                    behoort</tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonwaardesubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoren en of
                    loonwaardesubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonwaardesubsidie vastgelegd.</al><al>Bij de vaststelling of iemand hoort tot de doelgroep loonwaardesubsidie kan het
                    college zich laten adviseren door een externe organisatie. Het college draagt
                    dan personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonwaardesubsidie.
                    De externe organisatie adviseert en neemt daarbij eveneens de in het tweede lid
                    neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies beslist het college of
                    iemand tot de doelgroep loonwaardesubsidie behoort. Als sprake is van een
                    onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet
                    te volgen.</al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde</tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonwaardesubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                    loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                    persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonwaardesubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al><al>De methode die het college hanteert voor het bepalen van de loonwaarde wordt
                    gekozen in samenspraak met vertegenwoordigers van het UWV en de regiogemeenten
                    binnen de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam, zoals afgesproken in de zogenoemde
                    Werkkamer waar de afspraken uit het sociaal akkoord van 11 april 2013 nader zijn
                    uitgewerkt. De methode moet voldoen aan de landelijke regels; hij kan worden
                    ingekocht of door de gemeente zelf worden ontwikkeld. Het is van belang dat een
                    zorgvuldige, zo objectief mogelijke vaststelling van de loonwaarde plaatsvindt.
                    De loonwaarde moet de prestatie van de werknemer weergeven. Belangrijke aspecten
                    hierbij zijn de kwaliteit van de productie, werktempo en de productieve tijd van
                    de werknemer, vergeleken met een gemiddelde werknemer in een functie die qua
                    samenstelling van de werkzaamheden het dichtst bij de werkzaamheden van de
                    potentiële werknemer ligt.</al><al>De keuze van het college voor een bepaalde methodiek om de loonwaarde te bepalen
                    wordt samen met een beschrijving van de methodiek bekendgemaakt. Ook stelt het
                    college de raad hiervan in kennis. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>