<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346020_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Meedoenregeling</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad en Berkelbode, 15 oktober 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Meedoenregeling</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-004815</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Meedoenregeling</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING MEEDOENREGELING 2015 GEMEENTE LOCHEM</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lochem;</al><al>Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; </al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        16 september 2014</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet> “Verordening Meedoenregeling 2015 gemeente Lochem”</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Rechthebbende: de persoon van 18 jaar of ouder, niet zijnde
                                        een student, die</al><lijst><li nr="o"><al>staat ingeschreven in de Basisregistratie
                                                Personen;</al></li><li nr="o"><al>voorafgaand aan de datum van een aanvraag een
                                                inkomen heeft tot 120% van de bijstandsnorm, zoals
                                                vastgelegd in de Participatiewet, en een vermogen
                                                heeft dat minder is dan de vermogensgrens bedoeld in
                                                artikel 34, derde lid, van de Participatiewet.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Kind: de minderjarige van 4 tot en met 17 jaar die staat
                                        ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente
                                        Lochem.</al></li><li nr="c."><al>Inkomen: het netto inkomen uit arbeid, uitkering of
                                        anderszins, met inachtneming van de bepalingen in de
                                        artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet, doch zonder
                                        toepassing van de kostendelersnorm als bedoeld in artikel
                                        22a van de Participatiewet.</al></li><li nr="d."><al>Instelling: een organisatie die opvang biedt aan personen,
                                        die op de locatie van de organisatie ook hun verblijf
                                        hebben, en die begeleiding en/of verzorging leveren aan de
                                        personen die op de locatie verblijven.</al></li><li nr="e."><al>Student: studerende van 18 jaar of ouder die recht heeft op
                                        studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                                        2000 (Wsf) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                        schoolkosten (Wtos).</al></li><li nr="f."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Lochem.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorziening</titel></kop><al>Aan een rechthebbende en aan een kind kan een bijdrage worden verstrekt
                            in de kosten van deelname aan sport, (sociaal-)culturele activiteiten of
                            maatschappelijke deelname in de breedste zin.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte van de bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage bedraagt € 125,00 per persoon per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college heeft de bevoegdheid om de hoogte van de bijdrage te
                                wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvragen om een bijdrage ingevolge deze verordening moeten
                                schriftelijk op het daarvoor bestemde formulier bij het college
                                worden ingediend tijdens het jaar waarin de kosten worden
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een rechthebbende of een kind kan slechts eenmaal per
                                kalenderjaar een bijdrage worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraag door een instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bijdragen toekennen aan een instelling, waar
                                kinderen permanent of langdurig tijdelijk in een aaneengesloten
                                periode hun verblijf hebben, voor zover</al><lijst><li nr="a."><al>deze instelling is gevestigd in de gemeente Lochem, en</al></li><li nr="b."><al>de bijdrage is bedoeld voor kinderen die hun feitelijke
                                        verblijf in de instelling hebben, en</al></li><li nr="c."><al>deze instelling naar de mening van het college een
                                        belangrijke maatschappelijke functie vervult.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt de hoogte van de bijdrage en de voorwaarden van
                                de verstrekking op individuele basis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een instelling kan slechts eenmaal per kalenderjaar een bijdrage
                                worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verificatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De persoon aan wie een bijdrage is verstrekt, evenals de
                                ouder/gemachtigde van een kind aan wie een bijdrage is verstrekt,
                                moet met bewijsstukken kunnen aantonen dat hij de kosten
                                daadwerkelijk heeft gemaakt. De controle zal achteraf
                                steekproefsgewijs plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een instelling die op grond van artikel 5 een bijdrage heeft
                                aangevraagd kan worden verzocht om vooraf of achteraf aan te geven
                                waarvoor de bijdrage is bedoeld dan wel besteed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de
                            aanvrager afwijken van deze verordening, indien de toepassing hiervan
                            leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering nadere regels
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Herziening van het besluit en terugvordering</titel></kop><al>Indien de bijdrage ten onrechte is toegekend kan het college het besluit
                            herzien. Intrekking en wijziging van de bijdrage vindt plaats op de
                            wijze en de gronden als genoemd in artikel 4:49 van de</al><al>Algemene wet bestuursrecht. Terugvordering van onverschuldigd betaalde
                            bijdragen vindt plaats op de wijze en de gronden als genoemd in artikel
                            4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Meedoenregeling”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdige
                            intrekking van de "Verordening subsidie voor deelname aan
                            maatschappelijke activiteiten" van 15 februari 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Lochem op 13 oktober 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.P. Stegeman S.W. van ‘t Erve</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De Meedoenregeling is de opvolger van de regeling voor “Deelname aan
                    Maatschappelijke Activiteiten”, de DMA-regeling. Het algemene doel van de
                    regeling is dan ook hetzelfde: een bijdrage te bieden aan inwoners, waarmee zij
                    kunnen meedoen in de maatschappij. Met de nieuwe naam wordt de nadruk gelegd op
                    het meedoen. We hopen ook, dat deze naam meer aanspreekt bij de inwoners, en
                    eerder geneigd zullen zijn om gebruik te maken van deze regeling.</al><al>De Meedoenregeling is bedoeld voor zowel volwassenen als kinderen. Het betrekken
                    van kinderen is het gevolg van de afschaffing van de categoriale bijzondere
                    bijstand voor kinderen. Deze categoriale bijstand is nu ondergebracht in de
                    Meedoenregeling.</al><al>De regeling is uitgebreid ten opzichte van de DMA-regeling. De bijdrage kan nu
                    ook worden aangevraagd door instellingen, waar kinderen hun verblijf hebben. De
                    instelling kan de bijdrage dan gebruiken om activiteiten te organiseren voor
                    deze kinderen, bijvoorbeeld een uitstapje.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijving</tussenkop><al>In de DMA-verordening gold het criterium, dat de rechthebbende een zelfstandige
                    woonruimte moest bewonen. In deze Meedoen-verordening is geen bepaling meer
                    opgenomen ten aanzien van de soort bewoning. Ook personen, die inwonend zijn
                    (bij familie of vrienden) kunnen aanspraak maken op de bijdrage.</al><al>Het aantal personen, dat geen woonlasten heeft is dermate beperkt, dat dit
                    verwaarloosbaar is.</al><al>Er wordt wel rekening gehouden met verhogingen en verlagingen van de uitkering.
                    De norm voor een inwonende meerderjarige is lager dan voor een zelfstandig
                    wonende meerderjarige, omdat hij de kosten kan delen. Door rekening te houden
                    met de verhogingen en verlagingen wordt dan al in voldoende mate rekening
                    gehouden met de lagere bestaanskosten van de aanvrager.</al><tussenkop>Artikel 2. Voorziening</tussenkop><al>In de DMA-regeling werd nog gesteld, dat het college bepaalt voor welke
                    activiteiten de bijdrage is bedoeld. Dit is nu vervallen. De regeling kan voor
                    elke activiteit worden aangevraagd, zolang er maar een maatschappelijk element
                    aan verbonden is. Dit betekent bijvoorbeeld, dat “boodschappen doen” geen
                    maatschappelijke activiteit is. Maar een dagje shoppen met vrienden of
                    vriendinnen in b.v. Amsterdam dan weer wel. </al><al>De bijdrage kan ook worden besteed aan de kosten van een internetverbinding. Via
                    het internet, met name via de sociale media, komen mensen ook in contact met
                    elkaar en kan de maatschappelijke betrokkenheid vergroten. Bovendien is het
                    internet behulpzaam bij de zelfredzaamheid van mensen met een
                    mobiliteitsbeperking en bij het zoeken naar werk.</al><tussenkop>Artikel 3. Hoogte van de bijdrage</tussenkop><al>Het bedrag van € 125,00 is gelijk aan de bedragen volgens de DMA-regeling en de
                    categoriale bijzondere bijstand. </al><al>Het college kan besluiten om dit bedrag te wijzigen.</al><tussenkop>Artikel 4. Aanvraag</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 5. Aanvraag door een instelling</tussenkop><al>Instellingen, waar kinderen hun feitelijke verblijf hebben, kunnen als
                    instelling een aanvraag indienen. De bijdrage is dan bedoeld om een activiteit
                    voor deze kinderen te kunnen organiseren. Met een langdurig tijdelijk verblijf
                    moet worden gedacht aan periode van gemiddeld minstens drie maanden. Het kan
                    voorkomen, dat sommige kinderen korter verblijven, en andere kinderen weer
                    langer.</al><al>Het verblijf moet ook ononderbroken zijn. Wanneer de kinderen eens een weekend
                    elders verblijven, bijvoorbeeld bij hun eigen ouders, dan kan daar aan worden
                    voorbijgegaan. Maar als er sprake is van hoofdzakelijk een weekendverblijf, of
                    alleen gedurende (school)vakanties, of structureel slechts enkele dagen per week
                    in de instelling verblijven, dan kan er geen sprake zijn een ononderbroken
                    verblijf.</al><al>Het college bepaalt op individuele basis de hoogte en de voorwaarden van de
                    verstrekking.</al><al>Ten aanzien van de hoogte wordt in beginsel uitgegaan van het gemiddelde aantal
                    kinderen dat in de instelling verblijft. Het is ook mogelijk dat wordt uitgegaan
                    van de maximale opvangcapaciteit van de instelling, wanneer deze capaciteit een
                    groot deel van het jaar volledig wordt benut.</al><al>De hoogte van de bijdrage bedraagt dan de bijdrage voor één kind maal het aantal
                    kinderen.</al><al>Vanwege de verscheidenheid in soorten opvang worden geen vaste voorwaarden
                    opgenomen. Het college bepaalt daarom per geval welke voorwaarden voor die
                    bepaalde instellingen zullen gelden. Het kan dan gaan om voorwaarden ten aanzien
                    van de verificatie of de inlichtingen die de instelling moet verstrekken. De
                    voorwaarden worden in de (toekennings)beschikking benoemd.</al><tussenkop>Artikel 6. Verificatie</tussenkop><al>Aanvragen worden achteraf en steekproefsgewijs gecontroleerd.</al><tussenkop>Artikel 7. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Op basis van deze bepaling kan het college alsnog een bijdrage toekennen,
                    wanneer een weigering onredelijkheid zou zijn. Het moet wel gaan om een
                    verregaande onredelijkheid. Het hebben van een laag inkomen in samenloop met een
                    vermogen, dat vastzit in een woning, is b.v. geen omstandigheid om de
                    hardheidsclausule toe te passen. </al><al>Bij het beoordelen van de toepassing van de hardheidsclausule wordt aansluiting
                    en motivering gezocht bij het begrip “dringende reden” als bedoeld in artikel 16
                    van de Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 8. Uitvoering</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 9. Herziening van het besluit en terugvordering</tussenkop><al>Wanneer uit de steekproefcontrole blijkt, dat de aanvrager geen recht op de
                    bijdrage blijkt te hebben, is herziening en terugvordering aan de orde. Met het
                    terugvorderingbesluit ontstaat een bestuurlijke schuld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>