<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR346018_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad en Berkelbode, 15 oktober 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035333">Participatie, artikel 6, tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-004815</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Participatiewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening</vet><vet>loonkostensubsidie</vet><vet>Participatiewet</vet><vet>2015</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Lochem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september
                        2014; </al><al/><al>gelet op artikel 6, tweede lid van de Participatiewet en artikel 147
                        Gemeentewet; </al><al/><al>gelet op het Beleidsplan Participatiewet;</al><al/><al>gelet op het advies van de Cliëntenraad;</al><al/><al>besluit vast te stellen de navolgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening</vet><vet>loonkostensubsidie</vet><vet>Participatiewet</vet><vet>2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definitie</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>Het Plein: de gemeenschappelijke regeling Het Plein;</al></li><li nr="b."><al>bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke
                                    regeling Het Plein;</al></li><li nr="c."><al>Uwv: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het bestuur de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven
                                        in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                        Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
                                        wettelijk minimumloon te verdienen; en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot
                                        arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Uwv adviseert het bestuur met betrekking tot het oordeel of een
                                persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het Uwv neemt
                                daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur neemt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde
                                van een persoon vast te stellen in acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur kan in verband met het bepaalde in dit artikel
                                beleidsregels vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening
                                    loonkostensubsidie Participatiewet 2015”</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 oktober 2014. </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij artikel 3 Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015
                        - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld</titel></kop><al>Om de loonwaarde vast te stellen, maakt het bestuur gebruik van een
                    gecertificeerde en daarmee geobjectiveerde methode en applicatie.</al><al>Het bestuur zal via beleidsregels de wijze waarop de loonwaarde wordt
                    vastgesteld (verder) in overeenstemming brengen met lagere regelgeving, bedoeld
                    in artikel 10 e van de Participatiewet die naar verwachting november 2014 via
                    een Algemene Maatregel van Bestuur gepubliceerd wordt evenals met afspraken in
                    de arbeidsmarktregio.</al><tussenkop>Toelichting Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. In overeenstemming met deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het bestuur kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Heeft het bestuur vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het bestuur in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het bestuur vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. Eventueel kan - voorafgaande aan
                    de dienstbetrekking - een persoon gedurende maximaal drie maanden met behoud van
                    uitkering ( “onbeloonde werkzaamheden”, zie artikel 10d, derde lid
                    Participatiewet) bij de werkgever aan de slag gaan. Deze periode kan gewenst
                    zijn met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde.</al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de
                    vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de” Re-integratieverordening
                    Participatiewet 2015”. De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze
                    verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot
                    de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel
                    e, van de Participatiewet: mensen</al><al>met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per
                    definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere periode worden
                    ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente werkgevers voor de
                    verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33
                    161, nr. 107, blz. 60).</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid is een aantal belangrijke
                    wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="·"><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="·"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="·"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder
                    behandeld.</al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan bestuur is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al>Bij de vaststelling op iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie laat
                    het bestuur zich adviseren door het Uwv. Het bestuur draagt personen voor die
                    zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, het Uwv adviseert en
                    neemt daarbij eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op
                    basis van het advies beslist het bestuur of iemand tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige
                    totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet te
                    volgen.</al><tussenkop>Artikel 3. Vaststelling loonwaarde</tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het bestuur de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                    loonwaarde legt het bestuur vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                    persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                    instellen.</al><al>In de bijlage bij artikel 3 wordt de methode die het bestuur gebruikt om de
                    loonwaarde van die persoon te bepalen globaal omschreven. Het bestuur is op
                    grond van deze verordening bevoegd om nadere regels in verband met artikel 3 te
                    stellen. Lagere regelgeving, bedoeld in artikel 10 e van de Participatiewet en
                    afspraken in de arbeidsmarktregio zullen daar aanleiding toe geven.</al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het bestuur loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>