<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345976_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-72636.html">Gemeenteblad 2014, nr. 72636</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting Etten-Leur 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=art. 228">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MID</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemeen bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening precariobelasting Etten-Leur 2014. Datum van ingang heffing 01-01-2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-71918</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-71919</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30
                        september 2014; </al><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet,</al><al><vet>BESLUIT</vet>: </al><al>vast te stellen de : </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting
                        </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>dag</vet>: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur,
                                of een gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al><vet>week</vet>: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="c."><al><vet>maand</vet>: een kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al><vet>jaar</vet>: een kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al><vet>vergunning</vet>: een door het gemeentebestuur verleende en in
                                een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan
                                een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij
                            blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                            voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al> De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
                                voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
                                eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
                                privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
                                gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie
                                Noord-Brabant en/of de gemeente, noodzakelijk voor de uitoefening
                                van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst;</al></li><li nr="d."><al>aanplakbiljetten van politiekpropagandistische strekking op daartoe
                                van gemeentewege aangeboden aanplakgelegenheden, in verband met
                                verkiezingen van publiekrechtelijke lichamen;</al></li><li nr="e."><al>wegwijzers, verkeersaanwijzingen en praatpalen van de Koninklijke
                                Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige
                                instellingen;</al></li><li nr="f."><al>brievenbussen;</al></li><li nr="g."><al>voorwerpen en werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift
                                moeten worden gedoogd;</al></li><li nr="h."><al>borden -niet groter dan 0,50 m²- welke de naam en verdere
                                bijzonderheden vermelden van beroep of bedrijf van de persoon, welke
                                woont in de woning, het pand of bedrijfsgebouw op het perceel
                                waartegen die borden plat zijn aangebracht of waar het beroep of
                                bedrijf wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="i."><al>buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoud- of
                                hemelwater;</al></li><li nr="j."><al>voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan
                                wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden en welke niet worden
                                geëxploiteerd tegen betaling;</al></li><li nr="k."><al>borden tot verhuur of verkoop van woningen en percelen, mits deze
                                borden aan de te verhuren of te verkopen woningen of percelen zijn
                                bevestigd;</al></li><li nr="l."><al>rijwielrekken, rijwielparkeertegels of rijwielklemmen, zonder
                                reclame of handelsnaam;</al></li><li nr="m."><al>buizen, kabels of draden, welke rechtstreeks aansluiten op die van
                                de gemeente;</al></li><li nr="n."><al>voorwerpen die verband houden met het organiseren van een evenement
                                als bedoeld in afdeling 7 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                Etten-Leur 2012, mits het evenement plaatsvindt op voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond, maximaal vier aaneengesloten dagen
                                duurt en niet meer dan tweemaal per jaar wordt gehouden, één en
                                ander met uitzondering van het innemen van gemeentegrond voor het
                                gebruik als terras door een horecaondernemer.</al></li><li nr="o."><al>Hardstenen stoeppalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                        opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
                            in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte
                            daarvan als een volle eenheid aangemerkt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                            precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                            projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
                            het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp
                            geplaatste denkbeeldige rechthoek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
                            tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
                            heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij
                            het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
                            tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
                            voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van
                            de precariobelasting: </al><lijst><li nr="a."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief,
                                    maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week
                                    gelijkgesteld met een week; </al></li><li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                    maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
                                    gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief
                            of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode
                            dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze
                            tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het
                            belastingtijdvak. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij
                            een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode
                            gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
                            voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Wijze van heffing</label></kop><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later
                            is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
                            is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                            belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
                            nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
                            precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                            verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing
                            van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde
                            aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            de precariobelasting die wordt geheven op de wijze als bedoeld in
                            artikel 8, tweede lid, worden voldaan binnen één maand na de dagtekening
                            van de kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al> Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere
                        regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'Verordening precariobelasting Etten-Leur 2014’, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 4 november 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in
                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <cursief>'Verordening
                            precariobelasting Etten-Leur</cursief><cursief> 2015’. </cursief></al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 29 oktober 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad vernoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Mw. H. van Rijnbach-de Groot, W.C.M. Voeten </ondertekening><ondertekening>Raadsvoorzitter, Raadsgriffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Tarieventabel behorende bij de "Verordening precariobelasting Etten-Leur 2015"</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Etten-Leur/i246111.pdf">Tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting Etten-Leur 2015</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Etten-Leur/i246110.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>