<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345969_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitale gemeenteblad en Berkelbode 15 oktober 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035333">Participatiewet, artikel 8b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35-1-c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 35-1-c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-10-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-004815</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Participatiewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>HANDHAVINGSVERORDENING 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lochem;</al><al/><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op de Participatiewet, artikel 8b; Wet inkomensvoorziening oudere
                        en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35-1-c,
                        Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen zelfstandigen, artikel 35-1-c;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 16 september 2014</al><al/><al>Overwegende dat het ter voorkoming van oneigenlijk gebruik en misbruik
                        van bijstand, voorzieningen en inkomensvoorzieningen noodzakelijk is om
                        nadere regels op te stellen over de communicatie hierover,
                        fraudepreventie, controle op de rechtmatigheid van en het bestrijden van
                        agressie</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de
                        <vet>Handhavingsverordening</vet><vet>2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begrippen en definities die in deze verordening worden gebruikt en
                                die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in
                                de wetten, genoemd in artikel 2 onder a tot en met d van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Participatiewet: Participatiewet</al></li><li nr="b."><al>Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>Wi: Wet inburgering;</al></li><li nr="e."><al>Bijstand: algemene bijstand, bijstand voor zelfstandigen,
                                        bijzondere bijstand, verstrekkingen in het kader van de
                                        minimaregelingen en langdurigheidstoeslag;</al></li><li nr="f."><al>Voorziening: een door het dagelijks bestuur aangeboden
                                        voorziening in het kader van artikel 7 lid 1 onder a van de
                                        Participatiewet, artikel 34 lid 1 onder a van de Ioaw en
                                        Ioaz, of aanbod op grond van artikel 19 van de Wet
                                        Inburgering;</al></li><li nr="g."><al>inkomensvoorziening: een inkomensvoorziening zoals bedoeld
                                        in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
                                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="h."><al>agressie en geweld: voorvallen waarbij een werknemer van Het
                                        Plein psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of
                                        aangevallen onder omstandigheden, die rechtstreeks verband
                                        houden met het verrichten van arbeid;</al></li><li nr="i."><al>belanghebbende: de aanvrager, degene namens wie aangevraagd
                                        wordt of ontvanger van bijstand, voorziening of
                                        inkomensvoorziening;</al></li><li nr="j."><al>uitvoeringsplan: door het dagelijks bestuur vastgestelde
                                        uitvoeringsegels die betrekking hebben op deze verordening;
                                        ·</al></li><li nr="k."><al>bestuur: het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke
                                        regeling Het Plein;</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Uitvoeringsplan; communicatie, controle, controlemiddelen en agressie
                            in verband met de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Wi</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoeringsplan in verband met communicatie, fraudepreventie,
                                controle op de rechtmatigheid en afstemmen van de bijstand,
                                inkomensvoorziening of voorziening en het voorkomen en bestrijden
                                van agressie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een uitvoeringsplan ten behoeve van Het
                            Plein vast, waarin aandacht wordt besteed aan communicatie,
                            fraudepreventie, controle op de rechtmatigheid van de bijstand,
                            voorziening of inkomensvoorziening. In het uitvoeringsplan wordt
                            eveneens de wijze beschreven waarop de afstemming van de bijstand,
                            voorziening of inkomensvoorziening in verband met misbruik en
                            oneigenlijk gebruik uitgevoerd wordt. Eveneens zijn in het
                            uitvoeringsplan regels opgenomen in verband met agressie:</al><lijst><li nr="a."><al>onderdeel van het uitvoeringsplan is de wijze waarop het
                                    dagelijks bestuur belanghebbenden informeert over de rechten en
                                    plichten die aan het ontvangen van bijstand, voorziening of
                                    inkomensvoorziening zijn verbonden, en over de consequenties van
                                    misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeringsplan beschrijft de handhavingsmethodiek en
                                    handhavingspraktijk. Hierbij is in ieder geval aandacht voor de
                                    rolverdeling tussen de diverse functionarissen die belast zijn
                                    met de handhaving, de inrichting van de bij het handhaven
                                    betrokken werkprocessen, waarin begrepen het gebruik van
                                    formulieren;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeringsplan beschrijft de wijze waarop en frequentie
                                    waarmee onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand,
                                    voorziening of inkomensvoorziening wordt gedaan;</al></li><li nr="d."><al>in het uitvoeringsplan is opgenomen op welke wijze Het Plein
                                    agressie en geweld voorkomt en bestrijdt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Communicatie en controle bij de aanvraag om bijstand,
                                voorziening, inkomensvoorziening en communicatie en controle tijdens
                                en na de periode dat aanspraak gemaakt wordt op de bijstand,
                                voorziening of inkomensvoorziening.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beschrijft in het uitvoeringsplan de wijze van
                                communicatie en controle bij de aanvraag, de handelwijze bij
                                inconsistenties in de aanvraag, evenals het gebruik van
                                risicoprofielen bij de beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beschrijft in het uitvoeringsplan de wijze van
                                communicatie en controle, de handelwijze bij inconsistenties in
                                onderzoeken tijdens en na de periode dat aanspraak gemaakt wordt op
                                de bijstand, voorziening of inkomensvoorziening..</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het uitvoeringsplan staan bepalingen opgenomen met betrekking tot
                                het gebruik van risicoprofielen in het kader van onderzoeken tijdens
                                en na de periode dat aanspraak gemaakt wordt op de bijstand,
                                voorziening of inkomensvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voert tijdens en na de periode dat aanspraak
                                gemaakt wordt op de bijstand, inkomensvoorziening of voorziening
                                (her)onderzoeken uit om de rechtmatigheid te controleren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tevens worden onderzoeken verricht naar de wederzijdse
                                verplichtingen na beëindiging van de bijstand, voorziening of
                                inkomensvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De onderzoeken worden uitgevoerd binnen door het dagelijks bestuur
                                in het uitvoeringsplan nader te bepalen termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Controlemiddelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voert bestandsvergelijkingen uit. Op grond
                                hiervan kunnen de bijstand, voorziening of inkomensvoorziening na
                                verificatie aan veranderde omstandigheden worden aangepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur onderzoekt overige signalen, waaronder tips,
                                die relevant zijn voor het recht op bijstand, voorziening of
                                inkomensvoorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Gevolgen bij fraude</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afstemming van de bijstand, inkomensvoorziening of
                                voorziening</titel></kop><al>Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                            inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de
                            hoogte, de duur of de voortzetting van de bijstand, inkomensvoorziening
                            of voorziening, stemt het dagelijks bestuur de bijstand,
                            inkomensvoorziening of voorziening af conform wat hierover is bepaald in
                            de Maatregelenverordening 2015, de verordening Wet inburgering en het
                            uitvoeringsplan, onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de
                            eventueel ten onrechte ontvangen bijstand, inkomensvoorziening of
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aangifte bij het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 5 van
                            deze verordening leidt tot benadeling van de gemeente, doet het
                            dagelijks bestuur, onverminderd de mogelijkheid de bijstand,
                            inkomensvoorziening of de voorziening af te stemmen en de ten onrechte
                            ontvangen bijstand, inkomensvoorziening of voorziening terug te
                            vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met
                            de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde
                            uitgangspunten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking
                            tot het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen, die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Evaluatie en verantwoording</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur evalueert driejaarlijks het uitvoeringsplan, past
                            het op grond daarvan zo nodig aan en rapporteert daarover aan de
                            gemeenteraad. Zwaarwegende omstandigheden kunnen ertoe leiden dat deze
                            frequentie wordt verhoogd, een en ander ter beoordeling van het
                            dagelijks bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening en het
                            uitvoeringsplan, indien toepassing van de verordening en het
                            uitvoeringsplan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Handhavingsverordening wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Handhavingsverordening 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 oktober
                        2014</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen.</tussenkop><al>In artikel 8 b van de Participatiewet, artikel 35-1-c Ioaw en artikel 35-1-c
                    Ioaz is de verplichting opgenomen om bij verordening regels te stellen voor de
                    bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand c.a. alsmede van
                    misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten. Met deze verordening wordt daar
                    op hoofdlijnen de invulling aangegeven. Details worden in het door het dagelijks
                    bestuur vast te stellen uitvoeringsplan opgenomen.</al><al>De effectiviteit van de in deze verordening opgenomen regels die het onterecht
                    ontvangen, misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstand, de inkomensvoorziening
                    of de voorziening moeten voorkomen en bestrijden, wordt verhoogd door die regels
                    in een brede context te plaatsen. Allereerst door ze mede van toepassing te
                    laten zijn op de Wi. Daarnaast door in deze verordening op te nemen dat
                    uitvoeringsvoorschriften die direct én indirect betrekking hebben op -de in deze
                    verordening gestelde- handhavingsbepalingen in het uitvoeringsplan opgenomen
                    worden. Vanzelfsprekend stelt het uitvoeringsplan nadere regels ten aanzien van
                    de handhavingsmethodiek en –praktijk. Maar ook wordt in het uitvoeringsplan
                    ingegaan op -het voorkomen van- agressie en geweld. De definitie van agressie en
                    geweld is overgenomen uit het door de gemeente Lochem gehanteerde
                    agressieprotocol:” Handboek Maatregelen bij Agressie en Geweld”. Tevens staat in
                    het uitvoeringsplan de onderzoeksplanning voor de onderscheidenlijke wetten
                    opgenomen.</al><al>Voor terugvordering en verhaal zijn aparte beleidsregels geformuleerd.</al><tussenkop>Informatie per hoofdstuk</tussenkop><al><vet>Hoofdstuk</vet><vet>1 </vet>Zie hierboven
                        <vet>Hoofdstuk</vet><vet>2</vet></al><al>Hierin gaat het over fraudepreventie en controle. Vanuit het oogpunt: ‘Beter
                    voorkomen dan genezen’ heeft het bestrijden van fraude zich meer en meer verlegd
                    naar het moment waarop de burger, cq. potentiële klant een beroep doet op de
                    bijstand, voorziening of inkomensvoorziening. Een goede controle op de aanvraag,
                    maar tevens voorafgaande aan de betaal- of verstrekkingsmomenten voorkomt dat
                    klanten ten onrechte de bijstand, inkomensvoorziening of voorziening verstrekt
                    wordt. De controle wordt voorafgegaan door een heldere communicatie over het
                    handhavingsbeleid van Het Plein.</al><al>Controle wordt onder andere vorm gegeven door huisbezoeken en het gebruik van
                    het Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI)-net, waarin actuele
                    gegevens staan van (potentiële) klanten, onder andere met betrekking tot inkomen
                    uit loon of bijstand. Ook gaat het in dit hoofdstuk over de controle gedurende
                    het tijdvak waarin de bijstand, inkomensvoorziening of voorziening verstrekt
                    wordt. Tot slot is er aandacht voor de periode na het eindigen van het recht op
                    bijstand of inkomensvoorziening of voorziening. In het uitvoeringsplan zullen de
                    termijnen waarbinnen deze onderzoeken moeten worden verricht en de voorwaarden
                    waaronder, worden beschreven.</al><al>Dit hoofdstuk gaat ook nader in op het kader waarbinnen gehandhaafd wordt
                    tijdens de periode waarin de bijstand, inkomensvoorziening of voorziening
                    verstrekt wordt. Middelen die hiervoor worden ingezet, zijn de
                    bestandkoppelingen zoals met het Inlichtingenbureau. Tevens wordt gebruik
                    gemaakt van de diensten en projecten die het Regionaal Coördinatiepunt
                    Fraudebestrijding.</al><al>Ook worden bij de bestrijding risicoprofielen ingezet. Zodoende kunnen voor de
                    koppeling klanten worden geselecteerd die passen binnen een risicoprofiel. Deze
                    aspecten worden in het uitvoeringsplan van de afdeling opgenomen. Dit sluit nauw
                    aan bij de keuze voor het concept van het Hoogwaardig Handhaven die in Lochem is
                    gemaakt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3</tussenkop><al>Dit regelt de afstemming van de bijstand, inkomensvoorziening of voorziening,
                    conform de Maatregelenverordening 2015, als betrokkene niet aan verplichtingen
                    voldoet of ten onrechte bijstand ontvangt of heeft ontvangen. Daarnaast wordt
                    aangifte van fraude gedaan bij het Openbaar Ministerie. De voorwaarden voor
                    aangifte zijn in overleg met het Openbaar Ministerie door de landelijke overheid
                    vastgesteld. Een noviteit is de mogelijkheid om gelden die in verband met
                    re-integratie en inburgering zijn verstrekt, af te stemmen en terug te vorderen.
                    Door in deze verordening de mogelijkheid te openen om, in het geval van flagrant
                    oneigenlijk gebruik of misbruik van de voorziening de rechtstreeks met de
                    verstrekking samenhangende gelden terug te kunnen vorderen wordt aangesloten bij
                    de opvatting, dat niet (kunnen) terugvorderen voorbij gaat aan het rechtsgevoel.
                    In het uitvoeringsplan worden nadere regels hiervoor gesteld.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4</tussenkop><al>Het uitvoeringsplan wordt 1 keer per drie jaar geëvalueerd en zo nodig
                    aangepast. Indien er aanleiding toe is, zal dat vaker gebeuren.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>