<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345844_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Schagen, 12 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-32</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belasting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schagen,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober
                        2014;</al><al>gezien het advies van de commissie Bestuur d.d. 12 november 2014;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de :</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van
                        rioolheffing2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                            verder te noemen: gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met </al><al>dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één
                        geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar
                            voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of
                            opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
                            van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                            kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                            afvalwater is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>tot en met 99.750 m3 waterverbruik een tarief van € 150,- per
                                eenheid van 350 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 350 m3 als een
                                volle eenheid wordt aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>vanaf 99.751 m3 waterverbruik een tarief van € 150,- per eenheid van
                                750 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 750 m3 als een volle
                                eenheid wordt aangemerkt<vet>. </vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingen zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel van de belastingen in de loop van het belastingjaar
                            aanvangt, is het gebruikersdeel verschuldigd voor zoveel twaalfde
                            gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in
                            dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel van de belastingen in de loop van het belastingjaar
                            eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                            na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                            10,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven, met dien
                            verstande dat het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            wordt aangemerkt als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 150,00, doch minder
                            dan € 2.500,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening rioolheffing 2014”, vastgesteld op 17 december 2013
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                                2015”.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van 25 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Schagen,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mevrouw E. Zwagerman Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>