<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345833_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Moerdijkse Bode week 51, 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015738">Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0007376">Archiefwet 1995</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Overwegingen en besluit</al><al/><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Etten-Leur,
                        Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert</al><al/><al>Overwegende,</al><al>de door de deelnemende colleges genomen besluiten, waarin is ingestemd
                        met de businesscase/Besluitvormingsnotitie “Gezamenlijke werkorganisatie
                        Werk en Inkomen”, waarin is gekozen voor het instellen van een openbaar
                        lichaam;</al><al/><al>dat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben
                        verleend voor het aangaan van deze regeling op grond van artikel 1 lid 2
                        Wet gemeenschappelijke regelingen aan de colleges, in de
                        gemeenteraadsvergaderingen van gemeente Etten-Leur d.d. 29 oktober 2014,
                        gemeente Halderberge d.d. 3 november 2014, gemeente Moerdijk d.d. 6
                        november 2014, gemeente Roosendaal d.d. 29 oktober 2014, gemeente
                        Rucphen d.d. 29 oktober 2014 en de gemeente Zundert d.d. 30 oktober
                        2014;</al><al/><al>dat de gezamenlijke visie van de deelnemers is om op termijn een
                        integrale benadering te realiseren van de doelgroep in de gehele keten
                        van het sociale domein en dat derhalve uitbreiding van taken van het
                        openbaar lichaam in het verschiet ligt. </al><al/><al>Gelet op de Wet werk en bijstand, de Wet gemeenschappelijke regelingen,
                        de Gemeentewet, de Archiefwet 1995 en de Algemene wet bestuursrecht</al><al/><al>besluiten:</al><al/><al>tot het treffen van de: “Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke
                        Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant” en het instellen van een
                        openbaar lichaam “ Werkplein Hart van West-Brabant”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen en afkortingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van
                                        West-Brabant: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2,
                                        verder te noemen “ Werkplein Hart van West-Brabant”;</al></li><li nr="b."><al>de deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders
                                        van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk,
                                        Roosendaal, Rucphen en Zundert;</al></li><li nr="c."><al>de gemeenten: de gemeenten Etten-Leur, Halderberge,
                                        Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert;</al></li><li nr="d."><al>de voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur en het
                                        dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Werkplein Hart
                                        van West-Brabant;</al></li><li nr="e."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="f."><al>Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="g."><al>Gemw: de Gemeentewet;</al></li><li nr="h."><al>Boekjaar: het kalenderjaar;</al></li><li nr="i."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="j."><al>Wwb: Wet werk en bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen, de Gemeentewet, de in artikel 6 genoemde wetten en
                                regelingen of enige andere wet of regeling van overeenkomstige
                                toepassing worden verklaard, dienen in die artikelen in plaats van
                                “de gemeente”, “de raad”, “het college van burgemeester en
                                wethouders” en “de burgemeester” onderscheidenlijk te worden
                                gelezen: “Werkplein Hart van West-Brabant”, “het algemeen bestuur”,
                                “het dagelijks bestuur” en “de voorzitter”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wet- en regelgeving die in plaats treedt van de in deze regeling
                                genoemde wet- en regelgeving, alsmede het ter zake geldende
                                overgangsrecht, is in deze regeling van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wgr, genaamd “
                                Werkplein Hart van West-Brabant”, gevestigd en kantoor houdend te
                                Etten-Leur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het werkgebied van het Werkplein Hart van West-Brabant omvat het
                                grondgebied van de gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Belang en taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Werkterrein</titel></kop><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant is werkzaam op het terrein van werk
                            en inkomen. Indien tijdens de looptijd van deze regeling blijkt dat het
                            wenselijk / noodzakelijk is dat er meer taken en bevoegdheden binnen het
                            sociale domein aan de regeling overgedragen dienen te worden, kunnen de
                            bevoegde bestuursorganen van de gemeenten daartoe besluiten. Alsdan
                            geldt dit als een wijziging in de zin van de artikel 1, lid 3 Wgr.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Belang/missie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant behartigt de belangen van de
                                deelnemers op het gebied van de aan deze gemeenten in medebewind
                                opgedragen wetgeving inzake werk en inkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant zorgt voor een rechtmatige,
                                cliëntgerichte, efficiënte en effectieve uitvoering van de Wet werk
                                en bijstand en aanverwante wetten en regelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant vervult ten behoeve van de in
                                artikel 5 genoemde belangen alle uitvoerende taken en verzorgt of
                                ondersteunt het operationeel beleid, inclusief beleidsvoorbereiding
                                van het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant en de
                                deelnemers inzake de: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet werk en bijstand (Wwb);</al></li><li nr="b."><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw);</al></li><li nr="c."><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);</al></li><li nr="d."><al>Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz);</al></li><li nr="e."><al>Uitvoering van het minimabeleid en bijzondere bijstand, een
                                        en ander zoals vastgesteld door de afzonderlijke deelnemende
                                        gemeente; </al></li><li nr="f."><al>De algemene maatregelen van bestuur, algemeen verbindende
                                        voorschriften en uitvoeringsregelingen, behorende tot de
                                        onder a tot en met e en h genoemde wet- en regelgeving;</al></li><li nr="g."><al>De wet- en regelgeving die in plaats treedt van de onder a
                                        tot en met f genoemde wet- en regelgeving, alsmede het ter
                                        zake geldende overgangsrecht;</al></li><li nr="h."><al>Voor zover dit niet onder a tot en met g valt: de uit de
                                        Participatiewet volgende taken</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het Werkplein Hart van West-Brabant is opgedragen de behandeling
                                van bezwaarschriften en beroep, inclusief het beslissen op
                                bezwaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad van een gemeente dan wel het college, ieder voor wat
                                zijn bevoegdheid betreft, ten aanzien van een bepaald onderwerp
                                beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het beleid van de andere
                                gemeenten, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze
                                gemeente in het meer jaren beleidsplan opgenomen en door het
                                Werkplein Hart van West-Brabant uitgevoerd. Voor de financiële
                                gevolgen van dit lid zijn de artikelen 37, 38 en 39 van toepassing.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De taken genoemd onder lid 1 worden zoveel mogelijk uitgevoerd in
                                samenwerking met (keten)partners en derden die door het Werkplein
                                Hart van West-Brabant worden ingeschakeld bij de activering,
                                reïntegratie en arbeidstoeleiding van cliënten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant vervult hierbij de regiefunctie
                                namens de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant kan de deelnemers adviseren over
                                het te voeren beleid op het terrein van werk en inkomen en de
                                ontwikkelingen op de lokale en regionale arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant vertegenwoordigt de deelnemers
                                in de regio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Basistakenpakket en plustaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant is ten behoeve van de deelnemers
                                belast met het uitvoeren van het basistakenpakket zoals jaarlijks
                                door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op de taken uit het basistakenpakket kan het Werkplein
                                Hart van West-Brabant, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in
                                de uitvoering van de taken uit het basistakenpakket, op verzoek van
                                één van de deelnemers ook andere adviserende, ondersteunende of
                                uitvoerende werkzaamheden op het werkterrein van het Werkplein Hart
                                van West-Brabant, uitvoeren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Dienstverleningsovereenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in
                                artikel 7 genoemde taken maken het dagelijks bestuur en elk van de
                                deelnemers afzonderlijk, schriftelijke werkafspraken in de vorm van
                                overeenkomsten. De beschrijving van de te leveren dienst, de wijze
                                van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder de
                                diensten worden geleverd, worden vastgelegd in deze
                                dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente(n) en het algemeen
                                bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de beëindiging van de in artikel 7 lid twee
                                genoemde taken worden door het dagelijks bestuur en de deelnemende
                                gemeente die het aangaat, in deze overeenkomsten eveneens
                                schriftelijke afspraken gemaakt over de afwikkeling van de
                                financiële gevolgen alsmede compensatie voor de overige rechten en
                                verplichtingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Inrichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>: Bestuur</titel></kop><al>Het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur,</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur,</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit leden of hun plaatsvervangers die
                                door de deelnemers uit hun midden worden aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Iedere deelnemer benoemt een lid en een plaatsvervangend lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd voor een periode,
                                gelijk aan die van de zittingsduur van het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De colleges beslissen zo spoedig mogelijk aan het begin van elke
                                zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen
                                bestuur en diens plaatsvervangers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aftredende leden en plaatsvervangend leden kunnen opnieuw worden
                                aangewezen, mits zij blijven voldoen aan de vereisten zoals bedoeld
                                in lid 1. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden kunnen te allen tijde schriftelijk ontslag nemen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het betrokken college voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                tussentijdse vacature.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid wordt door het
                                college binnen 8 dagen schriftelijk medegedeeld aan de voorzitter
                                van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen
                                bestuur is, onverlet het bepaalde in de Wgr, onverenigbaar:</al><lijst><li nr="a."><al>met een dienstverband bij het Werkplein Hart van
                                        West-Brabant;</al></li><li nr="b."><al>voor degenen, die op grond van enig wettelijk voorschrift
                                        direct toezicht houden op de uitvoering van de aan het
                                        Werkplein Hart van West-Brabant opgedragen taken;</al></li><li nr="c."><al>voor degenen, die cliënt zijn van het Werkplein Hart van
                                        West-Brabant;</al></li><li nr="d."><al>voor degenen, die in dienst zijn van een andere
                                        gemeenschappelijke regeling waarin een of meer deelnemer(s)
                                        participeren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Einde lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>doordat een lid zijn ontslag indient;</al></li><li nr="b."><al>door ontslag door het college dat hem heeft aangewezen in
                                        geval dit lid niet langer het vertrouwen van het college
                                        heeft, waarbij van het besluit onmiddellijk mededeling wordt
                                        gedaan aan de voorzitter van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>van rechtswege doordat het lid geen deel meer uitmaakt van
                                        het college;</al></li><li nr="d."><al>met ingang van de datum waarop onverenigbaarheid met het
                                        (plaatsvervangend) lidmaatschap ontstaat, zoals bedoeld in
                                        artikel 10, lid 10;</al></li><li nr="e."><al>op de dag waarop de zittingsperiode van het college is
                                        beëindigd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van
                                het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop
                                degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten
                                aftreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen,
                                stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede het college
                                dat hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is
                                onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben
                                genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is
                                voorzien, voor zover voldaan blijft aan het vereiste zoals bedoeld
                                in artikel 10, lid 1 en lid 10 van de regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Bevoegdheden en taken algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle
                                bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn
                                opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot deelnemen aan een
                                andere gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wgr,
                                uitsluitend op het gebied van de bedrijfsvoering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet
                                overdraagbaar:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanwijzen en ontslaan van de voorzitter,
                                        plaatsvervangend voorzitter, alsmede de overige leden van
                                        het dagelijks bestuur; </al></li><li nr="b."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en diens
                                        plaatsvervanger;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van het jaarplan;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van de begroting, respectievelijk
                                        begrotingswijzingen en de jaarrekening;</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van bestuursrapportages;</al></li><li nr="f."><al>het vaststellen van een regeling voor het financieel en
                                        administratief beheer;</al></li><li nr="g."><al>het vaststellen van een bezoldigingsregeling,
                                        organisatieregeling en archiefregeling;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen van een reglement van orde;</al></li><li nr="i."><al>het aanstellen van een vaste commissie van advies voor
                                        bezwaar ex artikel 7:13 Awb en klachten;</al></li><li nr="j."><al>het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding,
                                        uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke
                                        regeling;</al></li><li nr="k."><al>het eenmaal in de vier jaar initiëren van het laten
                                        uitvoeren van een brede evaluatie naar onder meer
                                        doelmatigheid en resultaatgerichtheid van de samenwerking.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt, indien gewenst, een reglement van orde
                                voor zijn vergaderingen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij
                                de wet- en regelgeving unanimiteit van stemmen vereist. Als de
                                stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. In de
                                vergadering heeft elke deelnemende gemeente één stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft
                                besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als
                                de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het
                                algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te
                                behandelen onderwerpen). In het laatste geval vindt de vergadering
                                binnen twee weken na het gedane verzoek plaats conform de bepalingen
                                van de Wgr. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de
                                vergadering op.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en
                                plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de
                                daarbij behorende voorstellen – met uitzondering van de in
                                Gemeentewet artikel 25, lid 2 (stukken waaromtrent geheimhouding is
                                opgelegd), bedoelde stukken – worden tegelijkertijd met de oproep en
                                op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage
                                gelegd conform de bepalingen van de Wgr.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergadering vindt doorgang indien blijkens de presentielijst meer
                                dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                                opgekomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer tenminste één van de aanwezige
                                leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt
                                vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De bepalingen, die omtrent het houden van vergaderingen opgenomen
                                zijn in de Wgr en Gemeentewet, zijn op de regeling eveneens van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                Openbaarheid van Bestuur over de geheimhouding van de inhoud van
                                stukken is het bepaalde in de Wgr over het opleggen van
                                geheimhouding van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen
                                besluiten genomen over het jaarplan, de begroting,
                                begrotingswijzigingen, de jaarrekening, de kadernota, het
                                meerjarenbeleidsplan, het liquidatieplan, toetreding en uittreding,
                                wijziging van de regeling en ontslag en benoeming van de voorzitter
                                en leden van het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Inlichtingenplicht lid van het algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is gehouden
                                aan het college dat dit lid heeft aangewezen, de door één of
                                meerdere leden van dit college en/of raad gevraagde inlichtingen te
                                verschaffen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ter kennis gebracht
                                van het door dit college aangewezen lid van het algemeen
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                verstrekt, zo mogelijk binnen vier weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij het lid van het algemeen bestuur overwegende bezwaren
                                bestaan tegen het verstrekken van de gevraagde inlichtingen, wordt
                                daarvan met redenen omkleed mededeling gedaan overeenkomstig het lid
                                3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Inlichtingenplicht algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle
                                informatie aan de deelnemers en (één of meer leden van) de
                                gemeenteraden van de gemeenten, die voor een juiste beoordeling van
                                het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is gehouden aan de deelnemers, de gemeenteraad
                                of een of meer leden van de gemeenteraad van de gemeenten de
                                gevraagde inlichtingen te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan
                                het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verstrekt. Een
                                afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt vanwege het algemeen
                                bestuur gezonden aan de voorzitters van de deelnemers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Verantwoording aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door
                                het college die het lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden
                                geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerd beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen
                                lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet
                                meer het vertrouwen van het college geniet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen
                                bestuur en twee leden van het algemeen bestuur. Het dagelijks
                                bestuur wordt bijgestaan door de directeur in de functie van
                                secretaris/adviseur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door het
                                algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van
                                het algemeen bestuur nadat overeenkomstig artikel 10 de leden van
                                het algemeen bestuur zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van
                                plaatsen die openvallen, vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch
                                uiterlijk binnen een maand na de melding van de opengevallen
                                plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt de plaatsvervanging van de leden met
                                uitzondering van die van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Einde lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het lid
                                ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de
                                zittingsperiode afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het
                                moment dat het algemeen bestuur nieuwe leden voor het dagelijks
                                bestuur heeft aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur
                                worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het
                                algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in de
                                artikelen 49 en 50 Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake
                                onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Bevoegdheden dagelijks bestuur</titel></kop><al>Binnen de kaders van artikel 6 worden aan het dagelijks bestuur door de
                            deelnemers de volgende bevoegdheden overgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter
                                    overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die
                                    voorbereiding niet aan anderen is opgedragen;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten
                                    rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van
                                    verjaring en het verlies van recht of bezit;</al></li><li nr="d."><al>het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de
                                    exploitatie van het Werkplein Hart van West-Brabant, alsmede op
                                    al wat het Werkplein Hart van West-Brabant aangaat, waaronder de
                                    zorg voor de archiefbescheiden;</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van het directiestatuut en een algemeen mandaat-
                                    en volmachtbesluit, zoals bedoeld in artikel 30, lid 2 van de
                                    regeling;</al></li><li nr="f."><al>het behartigen van de belangen van het Werkplein Hart van
                                    West-Brabant bij andere overheidslichamen en instellingen,
                                    diensten of personen, waarmee contact voor het Werkplein Hart
                                    van West-Brabant van belang is;</al></li><li nr="g."><al>de behandeling van bezwaar- en beroepschriften zoals genoemd in
                                    artikel 6, alsmede het nemen van besluiten op bezwaar;</al></li><li nr="h."><al>het nemen van besluiten of het doen van een
                                    uitvoeringshandeling, waaronder begrepen besluiten en
                                    handelingen naar aanleiding van een uitspraak van een
                                    bestuursrechter;</al></li><li nr="i."><al>het besluiten tot het voeren van rechtsgedingen,
                                    bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures of
                                    handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het,
                                    algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat,
                                    in voorkomende gevallen anders beslist. Het ingestelde beroep of
                                    het gemaakte bezwaar wordt ingetrokken, indien het algemeen
                                    bestuur de beslissing van het dagelijks bestuur tot het
                                    instellen van beroep of het maken bezwaar, niet in zijn
                                    eerstvolgende vergadering bekrachtigt;</al></li><li nr="j."><al>het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van het Werkplein
                                    Hart van West-Brabant;</al></li><li nr="k."><al>het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen van het
                                    openbaar lichaam binnen de door het algemeen bestuur
                                    vastgestelde kaders met uitzondering van de oprichting van en de
                                    deelneming in private rechtspersonen of instellingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een
                                ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder
                                opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats
                                binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden gehouden met
                                gesloten deuren, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten worden met meerderheid van stemmen genomen. Als de stemmen
                                staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting
                                tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn
                                opgenomen in de Gemeentewet voor het college van burgemeester en
                                wethouders van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks
                                bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks
                                bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen
                                bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Verantwoordings- en inlichtingenplicht aan algemeen
                                bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overeenkomstig het bepaalde in de Wgr is het dagelijks bestuur
                                verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde
                                beleid. Het dagelijks bestuur en één of meer leden daarvan geven
                                gevraagd en ongevraagd alle informatie aan het algemeen bestuur, die
                                voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur
                                gevoerde en te voeren beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur verstrekt aan het algemeen bestuur, door één
                                of meer leden daarvan, gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die
                                het algemeen bestuur nodig heeft voor de uitoefening van zijn
                                taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingezonden aan de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de
                                verzoeker. Een afschrift van de inlichtingen wordt gezonden aan de
                                overige leden van het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Inlichtingenplicht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle
                                informatie aan de deelnemers, die voor een juiste beoordeling van
                                het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van een deelnemende gemeente dan wel een of meer leden
                                van het college kunnen aan het dagelijks bestuur inlichtingen
                                vragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingediend bij de
                                voorzitter van het dagelijks bestuur door tussenkomst van de
                                voorzitter van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk gezonden aan
                                het college dat de inlichtingen gevraagd heeft alsmede aan de
                                overige colleges.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks
                                bestuur, of één of meer leden van het dagelijks bestuur, ter
                                verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur
                                onderscheidenlijk door dat orgaan gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van
                                het algemeen bestuur. Het reglement van orde van het algemeen
                                bestuur kan voorschriften geven over de wijze waarop de
                                verantwoording wordt afgelegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>Aanwijzing en ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van het bestuur en diens plaatsvervanger worden in de
                                eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen
                                bestuur uit zijn midden aangewezen, voor de duur van de
                                zittingsperiode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze
                                het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, waarbij het
                                bepaalde in artikel 49 en 50 Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake
                                onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Bevoegdheden en taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het
                                dagelijks bestuur uitgaan. De voorzitter kan de ondertekening van de
                                stukken van het dagelijks bestuur opdragen aan een door hem aan te
                                wijzen gemachtigde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het Werkplein Hart van West-Brabant
                                in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging
                                opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde. Bij de
                                uitoefening van de wettelijke bevoegdheden wordt de voorzitter, in
                                geval de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die
                                partij is in een geding waarbij het Werkplein Hart van West-Brabant
                                is betrokken, wordt het Werkplein Hart van West-Brabant door een
                                ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid
                                vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij is belast met het toezicht op de uitvoering van de besluiten van
                                het algemeen en dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27:</nr><titel>Informatieplicht en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van de informatieplicht is het bepaalde in artikel 15
                                voor leden van het algemeen bestuur en het bepaalde in artikel 22
                                voor leden van het dagelijks bestuur van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van het afleggen van verantwoording is het bepaalde in
                                artikel 16 voor leden van het algemeen bestuur en het bepaalde in
                                artikel 23 voor leden van het dagelijks bestuur van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>De directeur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>De Directeur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft een ambtelijk apparaat,
                                aan het hoofd waarvan een directeur staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directeur wordt benoemd en ontslagen door het algemeen
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegdheid tot schorsing van de directeur ligt bij het algemeen
                                bestuur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuursorganen van het Werkplein Hart van West-Brabant worden
                                bijgestaan door de directeur aan wie in het dagelijks bestuur en het
                                algemeen bestuur een adviserende stem toekomt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directeur vervult in het algemeen bestuur en in het dagelijks
                                bestuur de secretarisfunctie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directeur is belast met de dagelijkse leiding van het Werkplein
                                Hart van West-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en
                                dagelijks bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden
                                vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het
                                algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de
                                Ondernemingsraden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de directeur bij zijn
                                afwezigheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30:</nr><titel>Mandaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van de bedrijfsvoering in de organisatie draagt het
                                dagelijks bestuur zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk over in
                                mandaat aan de directeur. In een door het algemeen bestuur vast te
                                stellen directiestatuut worden de taken en bevoegdheden van de
                                directeur, alsmede de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op
                                de uitvoering en naleving daarvan, nader omschreven. Op deze
                                bepaling is hoofdstuk 10 van de Awb van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt, uit een oogpunt van doelmatig en
                                doeltreffend bestuur en de uitoefening van bevoegdheden binnen de
                                organisatie, een algemeen mandaat- en volmachtbesluit vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8:</nr><titel>Het personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Personeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft een ambtelijke organisatie
                                met aan het hoofd een directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bepaalt welke sectorale
                                arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is</al><al> op het personeel van het Werkplein Hart van West-Brabant, voor
                                zover al niet bepaald bij CAO. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op
                                arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd, geschorst
                                en ontslagen door het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging vast van de directeur en
                                het overige personeel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft ten behoeve van de
                                medezeggenschap van de werknemers een georganiseerd overleg als mede
                                een ondernemingsraad op basis van de Wet op de
                                ondernemingsraden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant verplicht zich alle diensten
                                betrekking hebbend op uitvoerings- en organisatiekosten zoals
                                gedefinieerd in artikel 39, voor zover daar intern niet in kan
                                worden voorzien, af te nemen bij gemeenten, tenzij dit niet mogelijk
                                is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9:</nr><titel>De cliëntenraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32:</nr><titel>Cliëntenparticipatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het organiseren en
                                uitvoeren van cliëntenparticipatie volgens op zijn voorstel bij
                                verordening vast te stellen regels met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>De samenstelling van de cliëntenvertegenwoordiging
                                        (platform, cliëntenraad);</al></li><li nr="b."><al>De bevoegdheden, waaronder het informatierecht, het
                                        adviesrecht en het initiatiefrecht;</al></li><li nr="c."><al>De activiteiten en de begroting van de cliëntenparticipatie
                                        in enig jaar;</al></li><li nr="d."><al>Het periodiek overleg met het bestuur en de directie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de cliëntenvertegenwoordiging wordt voorafgaand aan de
                                besluitvorming in elk geval overleg gevoerd over:</al><lijst><li nr="a."><al>het concept meerjaren beleidsplan;</al></li><li nr="b."><al>wijzigingen van beleid, verordeningen e.d.;</al></li><li nr="c."><al>wijzigingen in de dienstverlening;</al></li><li nr="d."><al>onderwerpen die door de cliëntenvertegenwoordiging worden
                                        ingebracht.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>: Meerjaren beleidsplan en jaarplan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Beleidsontwikkeling en vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli het meerjaren
                                beleidsplan vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het meerjaren beleidsplan omvat binnen de taken en bevoegdheden
                                zoals omschreven in deze regeling:</al><lijst><li nr="a."><al>een strategische visie op basis van landelijke, regionale en
                                        lokale ontwikkelingen op het terrein van werk &amp; inkomen,
                                        sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, die mede richting
                                        geeft aan het te voeren beleid;</al></li><li nr="b."><al>een samenhangend geheel aan beleidskeuzes waarmee de
                                        deelnemers hun doelstelling kunnen bereiken;</al></li><li nr="c."><al>afgestemd met de overige beleidsterreinen van de deelnemers
                                        zoals welzijn, economische zaken en onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het jaarlijks opstellen van
                                een ontwerp meerjaren beleidsplan als onderdeel van de
                                ontwerpbegroting en zend deze uiterlijk op 15 april van het jaar
                                voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het betrekking heeft,
                                aan de raden van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden als bedoeld in lid 3 kunnen binnen acht weken na toezending
                                van het meerjaren beleidsplan het dagelijks bestuur hun zienswijzen
                                aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de
                                zienswijzen van de raden zijn vervat, bij het meerjaren beleidsplan,
                                zoals dat aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval de raad dan wel het college van de gemeenten ten aanzien
                                van een bepaald onderwerp afwijkend beleid wenst te laten uitvoeren
                                is daarop artikel 6, lid 3 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van
                                wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling
                                toegezonden aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met verwijzing naar artikel 36 vindt de behandeling van het
                                meerjaren beleidsplan gelijktijdig plaats met de behandeling van de
                                meerjaren begroting.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren begroting
                                gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als
                                taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van
                                West-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stuurt het beleidsplan en de begroting binnen 2
                                weken na vaststelling toe aan de deelnemers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34:</nr><titel>Het jaarplan Werkplein Hart van West-Brabant</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op basis van het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren
                                begroting stelt het dagelijks bestuur het jaarplan op, waarin tevens
                                is opgenomen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De concreet te realiseren taakstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een hoofdstuk betreffende het te voeren personeelsbeleid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een hoofdstuk betreffende automatisering;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Een hoofdstuk betreffende de organisatieontwikkeling, inclusief uit
                                te voeren projecten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De programma- en productenbegroting voor het komende kalenderjaar,
                                waarin is opgenomen de bijdrage per afzonderlijke gemeente voor de
                                uitvoering van het beleid, zoals opgedragen aan het Werkplein Hart
                                van West-Brabant, alsmede de bijdrage in de uitvoeringskosten per
                                deelnemende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van het jaarplan wordt door het dagelijks bestuur het
                                managementcontract opgesteld met de directeur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11:</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35:</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het rijk aan de gemeenten verstrekte uitkeringen in het
                                kader van de Wet werk en bijstand (inkomensdeel en werkdeel),
                                alsmede de andere fondsen, doeluitkeringen en algemene uitkeringen
                                bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee het Werkplein Hart van
                                West-Brabant is belast, worden door het Werkplein Hart van
                                West-Brabant beheerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij regeling vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de
                                        regels voor het financiële beheer en de inrichting van de
                                        financiële organisatie van het Werkplein Hart van
                                        West-Brabant, een en ander conform artikel 212 Gemw. De
                                        regeling waarborgt, dat aan de eisen van rechtmatigheid,
                                        verantwoording en controle wordt voldaan;</al></li><li nr="b."><al>regels voor de controle op het financieel beheer en op de
                                        inrichting van de financiële organisatie van het Werkplein
                                        Hart van West-Brabant, een en ander conform artikel 213 en
                                        artikel 213a Gemw. De regeling waarborgt onder meer dat de
                                        rechtmatigheid van het financiële beheer, de inrichting van
                                        de financiële organisatie, doelmatigheid en doeltreffendheid
                                        worden getoetst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regeling als bedoeld in lid 2 wordt door het dagelijks bestuur,
                                binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur,
                                toegezonden aan de raden van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Minimaal drie maal per jaar zal aan de deelnemers een
                                bestuursrapportage worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36:</nr><titel>Begrotingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting voor
                                het volgende jaar vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting en meerjarenraming
                                met toelichting op en zendt deze acht weken voordat zij aan het
                                algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de raden van de gemeenten.
                                Bij deze ontwerpbegroting en meerjarenraming wordt aangegeven welke
                                vastgestelde of verwachte (landelijke) beleidswijzigingen van
                                invloed zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpbegroting en meerjarenraming, alsmede de eventuele nota
                                van wijzigingen, worden voor een ieder ter inzage gelegd en tegen
                                betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde
                                in de Wgr en de Gemw is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden als bedoeld in lid 2 kunnen binnen acht weken na toezending
                                van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze
                                aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de
                                zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals
                                deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van
                                wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling
                                toegezonden aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met verwijzing naar artikel 33 vindt de behandeling van de begroting
                                gelijktijdig plaats met de behandeling van het meerjaren
                                beleidsplan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vastgestelde meerjaren begroting en het meerjaren beleidsplan
                                gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als
                                taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant.
                            </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stuurt de begroting en meerjarenraming binnen 2
                                weken na vaststelling toe aan de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
                                binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 1 augustus
                                van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient,
                                aan Gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het bepaalde in voorgaande leden is mede van toepassing op besluiten
                                tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de wijzigingen
                                die geen invloed hebben op de bijdrage van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Jaarlijks worden in overleg met de deelnemers de termijnen
                                vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken alsmede
                                de behandeling daarvan, zodat aansluiting wordt gemaakt tussen de
                                planning &amp; control- cyclus van de gemeenten met die van het
                                Werkplein Hart van West-Brabant. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37:</nr><titel>Bijdragen van de gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is
                                voor alle kosten van het Werkplein Hart van West-Brabant,
                                onderscheiden naar directe produktkosten en uitvoerings- en
                                organisatiekosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers betalen bij wijze van voorschot op de eerste dag van
                                het kwartaal een kwart van de in lid 1 bedoelde bijdrage
                                uitvoerings- en organisatiekosten. De deelnemers betalen bij
                                voorschot maandelijks 1/12 deel van de in lid 1 bedoelde directe
                                produktkosten. De deelnemers dragen er zorg voor dat het Werkplein
                                Hart van West-Brabant over voldoende middelen beschikt om aan zijn
                                verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemers staan garant voor de betaling van de rente en
                                aflossingen van de door het Werkplein Hart van West-Brabant te
                                sluiten of afgesloten geldleningen voor zover ter zake door andere
                                overheden geen garanties worden of zijn verstrekt. De kosten die het
                                Werkplein Hart van West-Brabant aan de deelnemers toerekent bestaan
                                uit directe kosten en uitvoerings- en organisatiekosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38:</nr><titel>Directe produktkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directe produktkosten worden rechtstreeks toegerekend aan de
                                gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de directe produktkosten behoren:</al><lijst><li nr="a."><al>De kosten van uitkeringen en verstrekte leningen, onder
                                        aftrek van de ontvangsten, alsmede de kosten van de
                                        reïntegratie en activering van cliënten.</al></li><li nr="b."><al>De kosten van verstrekte inkomensondersteuning in het kader
                                        van het minimabeleid en verstrekkingen in het kader van de
                                        bijzondere bijstand, alsmede de verstrekkingen in het kader
                                        van de overige door de deelnemers aan het Werkplein Hart van
                                        West-Brabant opgedragen uitvoering van wet- en
                                        regelgeving.</al></li><li nr="c."><al>Alle kosten van het Werkplein Hart van West-Brabant die
                                        voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering door
                                        (een van) de deelnemers van wet- en regelgeving als bedoeld
                                        in artikel 6, in de periode vóór inwerkingtreding van deze
                                        regeling.</al></li><li nr="d."><al>Alle kosten verband houdende met rechterlijke
                                        procedures.</al></li><li nr="e."><al>De kosten van de vooraf en op basis van individuele
                                        afspraken met de desbetreffende gemeente vastgestelde
                                        plustaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na vaststelling van de begroting blijkt dat de geraamde
                                directe productkosten de bij de gemeenten beschikbare rijksbijdragen
                                overstijgen, is het dagelijks bestuur verplicht maatregelen te
                                treffen om de geraamde directe productkosten zo veel mogelijk in
                                overeenstemming te brengen met de beschikbare rijksbedragen en
                                hiertoe de nodige voorstellen aan het Algemeen bestuur voor te
                                bereiden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39:</nr><titel>Uitvoerings- en organisatiekosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de uitvoerings- en organisatiekosten behoren alle kosten van het
                                Werkplein Hart van West-Brabant die niet behoren tot de directe
                                produktkosten, zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>De personeelskosten van het Werkplein Hart van
                                        West-Brabant;</al></li><li nr="b."><al>De kosten van huisvesting, de werkplekinrichting en de
                                        overige inrichtingskosten;</al></li><li nr="c."><al>De kosten van automatisering;</al></li><li nr="d."><al>De kosten voor inhuur van derden;</al></li><li nr="e."><al>Advieskosten;</al></li><li nr="f."><al>Accountantskosten;</al></li><li nr="g."><al>Alle extra uitvoeringskosten van het Werkplein Hart van
                                        West-Brabant die worden veroorzaakt door gemeentelijk
                                        bijstandsbeleid dat afwijkt van het gezamenlijke beleid van
                                        het Werkplein Hart van West-Brabant</al></li><li nr="h."><al>Overige uitvoeringskosten, waaronder vergoedingen voor leden
                                        van commissies, representatiekosten, kosten
                                        Cliëntenraad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitvoerings- en organisatiekosten worden onderscheiden naar
                                kosten basistakenpakket en plustaken. De kosten voor uitvoering van
                                het vooraf vastgestelde basistakenpakket worden aan elke deelnemende
                                gemeente toegerekend op basis van een vastgestelde verdeelsleutel
                                zijnde het gewogen gemiddelde van het aantal WWB-klanten en
                                inwoneraantal. Voor de eerste vier kalenderjaren na inwerkingtreding
                                van de regeling met een verhouding 85 procent-15 procent. Na afloop
                                van de periode van vier jaar wordt de verdeelsleutel voor het
                                basistakenpakket vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor
                                besluiten tot vaststellen van de verdeelsleutel is een tweederde
                                meerderheid vereist. Deze vaststelling maakt onderdeel uit van het
                                meerjarenbeleidsplan. De kosten voor uitvoering van de vooraf
                                vastgestelde plustaken worden op basis van individuele afspraken aan
                                de betreffende gemeente toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid worden de personeelskosten als
                                bedoeld in het eerste lid, sub a, de eerste vier kalenderjaren na
                                inwerkingtreding van de regeling niet via de vastgestelde
                                verdeelsleutel berekend. Gedurende deze periode worden aan de
                                deelnemers de loonkosten in rekening gebracht van de door de
                                betreffende gemeente op de datum van inwerkintreding ingebrachte
                                personele formatie. De bespaarde personeelskosten in deze periode
                                vloeien terug naar de deelnemers op basis van de verdeelsleutel
                                zoals bedoeld in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40:</nr><titel>Verrekening</titel></kop><al>Het Werkplein Hart van West-Brabant brengt de kosten, zoals genoemd
                            onder artikel 38 en 39, bij de deelnemers in rekening en betaalt
                            eventuele jaarlijkse overschotten direct na vaststelling van de
                            jaarrekening binnen het boekjaar volgend op het jaar waarop de
                            jaarrekening betrekking heeft terug.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41:</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het
                                algemeen bestuur over de inkomsten en uitgaven over het afgelopen
                                begrotingsjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarrekening,
                                het jaarverslag met de daarbij behorende bescheiden en de berekening
                                van de door de deelnemers verschuldigde bijdrage, alsmede het
                                rapport van bevindingen naar aanleiding van het onderzoek naar de
                                getrouwheid en rechtmatigheid van de baten en lasten door een
                                daartoe overeenkomstig het bepaalde in artikel 213 Gemw bevoegde
                                accountant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 1 april in het jaar volgend op het jaar waarover
                                verantwoording wordt afgelegd, levert de regeling inzake het
                                onderdeel SiSa (verantwoording bijdragen van andere overheden) door
                                een daartoe bevoegd accountant gecertificeerde gegevens aan bij de
                                deelnemers ten behoeve van de accountantscontrole bij die
                                gemeenten</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur controleert de jaarrekening over het afgelopen
                                jaar en stelt haar vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag
                                uiterlijk 1 april aan de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na
                                vaststelling, vergezeld van de daarbij behorende documenten zoals
                                omschreven in lid 1, ter kennisneming toe aan de raden van de
                                gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na
                                vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgende op
                                het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan Gedeputeerde
                                staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12:</nr><titel>Het archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42:</nr><titel>Archief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het
                                Werkplein Hart van West-Brabant overeenkomstig een door het algemeen
                                bestuur vast te stellen regeling, die ter kennisneming aan
                                Gedeputeerde staten wordt gezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de Archiefwet en de daaruit voortvloeiende
                                uitvoeringsregelingen voor zover betrekking hebbend op de
                                archiefbescheiden van organen ingesteld bij een regeling als bedoeld
                                in de Wet gemeenschappelijke regelingen, zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en de bewaring van
                                de archiefbescheiden van het Werkplein Hart van West-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, doch
                                kan dit in mandaat overdragen aan een andere medewerker.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13:</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43:</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van de gemeente die wenst toe te treden tot de regeling,
                                richt het verzoek daartoe aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in lid 1 binnen
                                drie maanden door aan de deelnemers onder overlegging van zijn
                                advies omtrent de toetreding en de daaraan te verbinden voorwaarden,
                                inclusief toetredingskosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toetreding vindt plaats indien de raden van de gemeenten daarmee
                                instemmen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemers besluiten over de toetreding, inclusief de voorwaarden
                                en gevolgen, binnen drie maanden van de toezending door het algemeen
                                bestuur zoals bedoeld in lid 2.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toetreding gaat in op 1 januari volgend op het jaar waarin het
                                verzoek om toetreding is ontvangen, tenzij het besluit een latere
                                datum noodzaakt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Terstond na de toetreding worden door het college van de toetredende
                                gemeente de leden van het algemeen bestuur aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44:</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van een deelnemende gemeente die wenst uit te treden,
                                deelt dit schriftelijk mee aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de uittreding worden door het algemeen bestuur voorwaarden en
                                gevolgen verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt de in lid 1 bedoelde mededeling binnen
                                drie maanden na ontvangst aan de deelnemers voor het nemen van een
                                besluit over de aan de uittreding te verbinden voorwaarden en
                                gevolgen zoals bedoeld in lid 2, onder overlegging van zijn
                                advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alle deelnemers besluiten over de voorwaarden en gevolgen van
                                uittreding binnen een termijn van drie maanden na de toezending door
                                het algemeen bestuur als bedoeld in lid 3.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het
                                jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit
                                genoemd in lid 1 in kennis is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De nadelige financiële gevolgen voor het Werkplein Hart van
                                West-Brabant, die veroorzaakt worden door de uittreding, inclusief
                                de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, worden bij de
                                uittredende gemeente in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor de vaststelling van de financiële gevolgen als bedoeld in lid 6
                                wordt door het algemeen bestuur en de uittredende gemeente
                                gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe
                                deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen
                                bindend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45:</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur, alsmede de bestuursorganen van de gemeenten
                                kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van
                                de regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk
                                acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur
                                vastgestelde voorstel ter besluitvorming toekomen aan de
                                deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regeling wordt gewijzigd zodra de meerderheid van de deelnemers
                                tot de wijziging hebben besloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de kennisgeving aan
                                Gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wijziging wordt van kracht zodra is voldaan aan de vereisten
                                zoals bepaald in de Wgr (opname in registers).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46:</nr><titel>Liquidatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven wanneer de meerderheid van deelnemers
                                daartoe besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het
                                algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de noodzakelijke
                                regels op.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de
                                gemeenten gehoord, vastgesteld, Een zodanig besluit wordt met
                                tweederde meerderheid genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten
                                tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het verkrijgen van een
                                gecertificeerde verklaring inzake de liquidatiebalans van een
                                daartoe bevoegde accountant</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft
                                voor het personeel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de
                                liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het
                                tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is
                                voltooid.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De opheffing van de regeling gaat niet eerder in dan nadat is
                                voldaan de vereisten zoals die zijn opgenomen in de Wgr.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47:</nr><titel>Geschillen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat over een geschil als bedoeld in de Wgr de beslissing van
                                gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het
                                geschil voor aan een geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt
                                aangewezen door het algemeen bestuur en een lid wordt aangewezen
                                door de betrokken gemeente(n). Deze twee leden wijzen gezamenlijk
                                een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de commissie
                                optreedt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken
                                besturen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden
                                partijen tot overeenstemming te brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>14:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48:</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op alle uitvoerende zaken die voor de inwerkingtreding van deze
                                regeling in behandeling waren bij een van de aan deze regeling
                                deelnemers en volgens artikel 6 van deze regeling tot het
                                takenpakket van het Werkplein Hart van West-Brabant behoren, wordt
                                beslist door het Werkplein Hart van West-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verrekening vindt plaats overeenkomstig de artikelen 38 en 39. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49:</nr><titel>Titel</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling van
                            de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van
                            West-Brabant”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50:</nr><titel>Toezending regeling aan Gedeputeerde staten</titel></kop><al>Het toezenden van de regeling, wijzigingen en andere handelingen tussen
                            de deelnemers die voortvloeien uit de Wgr worden namens de deelnemende
                            gemeenten opgedragen aan de gemeente Etten-Leur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet beslist het algemeen
                            bestuur.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door</ondertekening><ondertekening>Gemeente Etten-Leur</ondertekening><ondertekening>het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….……………………</ondertekening><ondertekening>Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door</ondertekening><ondertekening>Gemeente Halderberge</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….……………………</ondertekening><ondertekening>Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door</ondertekening><ondertekening>Gemeente Moerdijk</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….……………………</ondertekening><ondertekening>Aldus besloten d.d. 18 november 2014 door</ondertekening><ondertekening>Gemeente Roosendaal</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….……………………</ondertekening><ondertekening>Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door</ondertekening><ondertekening>Gemeente Rucphen</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….……………………</ondertekening><ondertekening>Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door</ondertekening><ondertekening>Gemeente Zundert</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….……………………</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1: Begripsomschrijvingen en afkortingen</al><al>Artikel 2: Openbaar lichaam</al><al>Artikel 3: Duur van de regeling</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2: Belang en taken</vet></al><al>Artikel 4: Werkterrein</al><al>Artikel 5: Belang/missie</al><al>Artikel 6: Taken en bevoegdheden</al><al>Artikel 7: Basistakenpakket en plustaken</al><al>Artikel 8: Dienstverleningsovereenkomsten</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3: Inrichting</vet></al><al>Artikel 9: Bestuur</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4: Het algemeen bestuur</vet></al><al>Artikel 10: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur</al><al>Artikel 11: Einde lidmaatschap</al><al>Artikel 12: Bevoegdheden en taken algemeen bestuur</al><al>Artikel 13: Werkwijze</al><al>Artikel 14: Besloten vergadering</al><al>Artikel 15: Inlichtingenplicht lid van het algemeen bestuur</al><al>Artikel 16: Inlichtingenplicht algemeen bestuur</al><al>Artikel 17: Verantwoording aan het college</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5: Het dagelijks bestuur</vet></al><al>Artikel 18: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur</al><al>Artikel 19: Einde lidmaatschap</al><al>Artikel 20: Bevoegdheden dagelijks bestuur</al><al>Artikel 21: Werkwijze</al><al>Artikel 22: Inlichtingenplicht aan algemeen bestuur</al><al>Artikel 23: Inlichtingenplicht aan het college</al><al>Artikel 24: Verantwoording</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6: De voorzitter</vet></al><al>Artikel 25: Aanwijzing en ontslag</al><al>Artikel 26: Bevoegdheden en taken</al><al>Artikel 27: Informatieplicht en verantwoording</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7: De directeur </vet></al><al>Artikel 28: Directeur</al><al>Artikel 29: Taken en bevoegdheden</al><al>Artikel 30: Mandaat</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 8: Het personeel</vet></al><al>Artikel 31: Personeel</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 9: De cliëntenraad</vet></al><al>Artikel 32: Cliëntenparticipatie</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 10: Meerjaren beleidsplan en jaarplan</vet></al><al>Artikel 33: Beleidsontwikkeling en vaststelling</al><al>Artikel 34: Het jaarplan Werkplein Hart van West-Brabant</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen</vet></al><al>Artikel 35: Financiële administratie</al><al>Artikel 36: Begrotingsprocedure</al><al>Artikel 37: Bijdragen van de gemeenten </al><al>Artikel 38: Directe produktkosten</al><al>Artikel 39: Uitvoerings- en organisatiekosten</al><al>Artikel 40: Verrekening</al><al>Artikel 41: Jaarrekening</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 12: Het archief</vet></al><al>Artikel 42: Archief</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 13: Toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en opheffing</vet></al><al>Artikel 43: Toetreding</al><al>Artikel 44: Uittreding</al><al>Artikel 45: Wijziging</al><al>Artikel 46: Liquidatie</al><al>Artikel 47: Geschillen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 14: Slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 48: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen</al><al>Artikel 49: Titel</al><al>Artikel 50: Toezending regeling aan Gedeputeerde staten</al><al>Artikel 51: Slotbepaling</al></bijlage></regeling></body></cvdr>