<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345722_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening klachtenbehandeling 2014 RUD Zuid-Limburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">RUD Zuid-Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eijsden-Margraten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landgraaf</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maastricht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuth</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Onderbanken</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schinnen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Simpelveld</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vaals</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Valkenburg aan de Geul</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 04 augustus 2014, gemeente Eijsden-Margraten</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening klachtenbehandeling 2014 RUD Zuid-Limburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening klachtenbehandeling 2014 RUD Zuid-Limburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>HET ALGEMEEN BESTUUR VAN DE RUD ZUID-LIMBURG</al><al>Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter d.d. 9
                        april 2014</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>VERORDENING KLACHTENBEHANDELING 2014 RUD Zuid-Limburg</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>klacht: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een
                                        bestuursorgaan van de RUD Zuid-Limburg zich in een bepaalde
                                        aangelegenheid heeft gedragen;</al></li><li nr="c."><al>bestuursorgaan dan wel bestuursorganen: het algemeen
                                        bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van de
                                        gemeenschappelijke regeling RUD Zuid-Limburg;</al></li><li nr="d."><al>buitengewoon opsporingsambtenaar: de ambtenaar als
                                        omschreven in artikel 142 Wetboek van Strafvordering voor
                                        zover in dienst van de RUD Zuid-Limburg;</al></li><li nr="e."><al>klachtbehandelaar: een door het dagelijks bestuur voor alle
                                        bestuursorganen aangewezen functionaris, die niet bij de
                                        gedraging waarop het klaagschrift betrekking heeft,
                                        betrokken is geweest;</al></li><li nr="f."><al>Nationale Ombudsman: het bureau van de Nationale Ombudsman
                                        te Den Haag die als onafhankelijke externe instantie
                                        onderzoek verricht naar de feiten, die aanleiding gaven tot
                                        de klacht, aan het bestuursorgaan rapporteert over zijn
                                        bevindingen en een behoorlijkheidsoordeel geeft over de
                                        gedraging, eventueel voorzien van aanbevelingen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Algemene bepalingen over klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht indienen klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop het bestuursorgaan
                                van de RUD Zuid-Limburg zich in een bepaalde aangelegenheid jegens
                                hem of een ander heeft gedragen, een mondelinge of schriftelijke
                                klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de
                                verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, wordt aangemerkt als
                                een gedraging van dat bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Klaagschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een schriftelijke klacht wordt aanhangig gemaakt door het indienen
                                van een klaagschrift bij het bestuursorgaan waarover wordt
                                geklaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een klaagschrift kan slechts worden ingediend door of vanwege degene
                                jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het klaagschrift dient ondertekend te zijn en ten minste te
                                bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de indiener; </al></li><li nr="b."><al>de dagtekening; </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht zich
                                        richt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 6:5, derde lid van de Awb is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het klaagschrift niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in
                                de leden 1 tot en met 4 van dit artikel wordt aan de klager een
                                termijn van twee weken gegeven ten behoeve van het herstel van de
                                tekortkomingen, gedurende welke termijn de behandeling van het
                                klaagschrift wordt opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de klacht betrekking heeft op gedragingen van buitengewone
                                opsporingsambtenaren, zijn de artikelen 13 en 14 van deze
                                verordening van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Mondeling ingediende klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een mondelinge klacht kan zowel ten overstaan van het bestuursorgaan
                                als telefonisch worden gedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een mondelinge klacht wordt zoveel als mogelijk direct
                                opgelost.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de klager blijk geeft niet tevreden te zijn over de directe
                                afhandeling wordt hij gewezen op de mogelijkheid om alsnog
                                schriftelijk een klaagschrift in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een eventueel verzoek om hulp bij het op schrift stellen van een
                                klaagschrift wordt gehonoreerd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>De behandeling van klaagschriften.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontvangstbevestiging klaagschrift</titel></kop><al>De klachtbehandelaar bevestigt namens het bestuursorgaan de ontvangst
                            van het klaagschrift schriftelijk binnen twee weken na ontvangst, en
                            vermeldt daarbij wie over de klacht zal adviseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wie adviseert over een klaagschrift?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De behandeling van en advisering over het klaagschrift geschiedt
                                door de, door het dagelijks bestuur aangewezen klachtbehandelaar,
                                die niet bij een gedraging waarop het klaagschrift betrekking heeft,
                                betrokken is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur wijst tenminste één plaatsvervanger aan voor
                                de functionaris als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wanneer geen verplichting bestaat tot behandeling van een
                                klaagschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan is niet verplicht een klaagschrift te behandelen
                                indien zij betrekking heeft op een gedraging als bedoeld in artikel
                                9:8, eerste lid, van de Awb of indien het belang van de klager dan
                                wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is als
                                bedoeld in artikel 9:8, tweede lid, van de Awb. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan is niet verplicht het klaagschrift in behandeling
                                te nemen indien de klager niet voldoet aan het gestelde in artikel 3
                                van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het niet in behandeling nemen van een klaagschrift wordt de
                                klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na
                                ontvangst van het klaagschrift gemotiveerd in kennis gesteld door de
                                klachtbehandelaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Afschrift klaagschrift toezenden</titel></kop><al>Aan degene op wiens gedraging het klaagschrift betrekking heeft wordt
                            een afschrift van het klaagschrift, alsmede van de daarbij meegezonden
                            stukken, toegezonden door de klachtbehandelaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Informele oplossing</titel></kop><al>Indien tijdens de procedure blijkt dat de klacht naar tevredenheid van
                            de klager wordt opgelost, wordt de klacht niet verder behandeld. De
                            klager ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging van de
                            klachtbehandelaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klager en degene op wiens gedrag de klacht betrekking heeft
                                worden door de klachtbehandelaar in de gelegenheid gesteld te worden
                                gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid vindt plaats binnen
                                vier weken na de datum van het in behandeling nemen van de klacht
                                waarbij wordt voldaan aan artikel 3, tenzij een andere termijn wordt
                                overeengekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zowel klager als degene op wiens gedrag de klacht betrekking heeft
                                kan getuigen oproepen of meebrengen, dan wel zich laten
                                vertegenwoordigen door een gemachtigde. Dit moet 3 werkdagen
                                voorafgaand aan de hoorzitting schriftelijk worden aangekondigd door
                                de klager dan wel degene op wiens gedrag de klacht betrekking heeft,
                                aan de klachtbehandelaar. Eventuele kosten van getuigen en
                                gemachtigden worden gedragen door de partij die deze
                                aankondigt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het horen van de klager kan worden afgezien indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de klacht kennelijk ongegrond is,</al></li><li nr="b."><al>de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van
                                        het recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="c."><al>de klager niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde
                                        redelijke termijn verklaart dat hij geen gebruik wil maken
                                        van het recht te worden gehoord. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van het horen wordt een verslag gemaakt door de
                                klachtbehandelaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klacht wordt binnen 6 weken na ontvangst afgehandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afhandeling van de klacht kan voor ten hoogste 4 weken worden
                                verdaagd. Van de verdaging wordt voor het verstrijken van de termijn
                                als bedoeld in het eerste lid, aan de klager en aan degene op wiens
                                gedrag de klacht betrekking heeft schriftelijk mededeling
                                gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verder uitstel is mogelijk voor zover de klager daarmee schriftelijk
                                instemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in
                                kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht, zijn
                                oordeel daarover alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan
                                verbindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uitspraak wordt klager medegedeeld dat hij na verzending
                                daarvan een gemotiveerd verzoekschrift kan indienen bij de Nationale
                                Ombudsman. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Regeling buitengewoon opsporingsambtenaren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Afschrift justitie en politie</titel></kop><al>Indien degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft een
                            buitengewoon opsporingsambtenaar is en de klacht betrekking heeft op de
                            uitoefening van zijn bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar,
                            wordt onverwijld een afschrift van de klacht aan de hoofdofficier van
                            justitie en de korpschef van de politie verzonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Oordeel officier van justitie</titel></kop><al>Bij de afhandeling van de klacht betrekt het dagelijks bestuur van de
                            RUD Zuid-Limburg het oordeel, voor zover gegeven, van de officier van
                            Justitie over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van
                            de opsporingsbevoegdheden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Registratie en publicatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie en publicatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de jaarlijks ingediende en geregistreerde klachten wordt een
                                overzicht door de klachtbehandelaar bijgehouden. Het overzicht wordt
                                uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar door de
                                functionaris aangeboden aan de bestuursorganen van de RUD
                                Zuid-Limburg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het overzicht wordt gepubliceerd op de website van de RUD
                                Zuid-Limburg. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Uitzonderingsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitzonderingsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op klachten over ongewenst
                            gedrag (zoals (seksuele) intimidatie, agressie, geweld en
                            discriminatie). Ook is deze verordening niet van toepassing indien een
                            bijzondere klachtenregeling van toepassing is. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                            klachtenbehandeling 2014 RUD Zuid-Limburg’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur
                        van 22 mei 2014.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al>Algemeen</al><al>In de Verordening klachtenbehandeling 2014 RUD Zuid-Limburg is titel 9:1 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) nader uitgewerkt. Sommige bepalingen
                    van deze verordening overlappen de bepalingen uit de Awb geheel of gedeeltelijk.
                    Ondanks dat het uitgangspunt is dat zaken die in een hogere wetgeving worden
                    geregeld niet in een lagere wetgeving behoeven te worden herhaald, is hiervoor
                    vanuit een oogpunt van klantgerichtheid voor gekozen. Met het lezen van de
                    Verordening klachtenbehandeling 2014 RUD Zuid-Limburg heeft een (potentiële)
                    klager alle bepalingen die betrekking hebben op de – interne – klachtprocedure
                    in één document bij elkaar.</al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Enkele in deze verordening gebruikte begrippen zijn hier voor de duidelijkheid
                    nader beschreven. Op deze wijze ligt de definitie van deze begrippen vast.</al><al>Sub a: Behoeft geen verdere toelichting.</al><al>Sub b: Het begrip klacht wordt in de Awb niet gedefinieerd. In artikel 9:1 Awb
                    wordt echter bepaald dat “een ieder het recht heeft over de wijze waarop een
                    bestuursorgaan zich jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te
                    dienen bij dat bestuursorgaan. In sub b van de verordening wordt daarom in
                    aansluiting op de tekst van de Awb het begrip klacht gedefinieerd als “een
                    uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan van de RUD
                    Zuid-Limburg zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen”. </al><al>Sub c: Behoeft geen verdere toelichting.</al><al>Sub d: Het gaat hier om bijzondere opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel
                    142 Wetboek van Strafvordering en het hierop gebaseerde Besluit bijzondere
                    opsporingsambtenaren. Op het moment dat Gedeputeerde Staten van Limburg de
                    bevoegdheid overdragen voor de bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid
                    milieufeiten en deze ambtenaren in dienst komen bij de RUD Zuid-Limburg komen de
                    bepalingen van de artikelen 13 en 14 in beeld. Vooruitlopend op deze overdracht
                    is reeds voorzien in een klachtenbe- en afhandeling over deze ambtenaren.</al><al>Sub e: De klachtbehandelaar is in alle fasen van de klachtbehandeling betrokken
                    bij de be- en afhandeling van klachten, namens alle bestuursorganen van de RUD
                    Zuid-Limburg. De klachtbehandelaar wordt door het dagelijks bestuur namens alle
                    bestuursorganen aangewezen, evenals zijn plaatsvervanger. </al><al>Sub f: Deze verordening ziet op de interne klachtbehandeling als bedoeld in
                    Titel 9.1 van de Awb. Titel 9.2 van de Awb ziet op de externe klachtbehandeling.
                    De RUD Zuid-Limburg is aangesloten bij de Nationale ombudsman te Den Haag. Dit
                    is de “tweede instantie” waarbij kan worden geklaagd, nadat een klacht is
                    be-/afgehandeld bij de RUD Zuid-Limburg. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de verordening. Er is hierbij
                    aansluiting gezocht bij artikel 9:1, eerste lid, Awb. Geklaagd kan worden over
                    een gedraging. Hierbij kan worden gedacht aan klachten omtrent bejegening, te
                    lange procedures en het niet beantwoorden van brieven.</al><al>Ook een gedraging van een persoon die werkzaam is onder verantwoording van een
                    bestuursorgaan wordt als een gedraging van dat bestuursorgaan aangemerkt. Een
                    persoon is in dit geval een ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Voor schriftelijke klachten heeft titel 9.1 Awb een aantal procedurele eisen
                    voorgeschreven die in dit artikel terugkomen. In het tweede lid wordt tot
                    uitdrukking gebracht dat een klaagschrift ook door een gemachtigde van een
                    klager kan worden ingediend. Het derde en vierde lid van dit artikel zijn terug
                    te voeren op artikel 9:4 van de Awb, waarin de minimale eisen waaraan een
                    klaagschrift moet voldoen, zijn opgenomen. Vooral een ondertekening is
                    belangrijk omdat anonieme klachten niet in behandeling worden genomen.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Klachten kunnen ook mondeling worden ingediend. Overigens is mondeling geuite
                    klacht niet altijd direct als zodanig herkenbaar. Niet iedere negatieve
                    opmerking hoeft bedoeld te zijn als klacht. Van de bestuursorganen en zijn
                    medewerkers wordt verwacht, dat zij negatieve opmerkingen serieus nemen en al
                    zij er aan twijfelen of de betreffende opmerking bedoeld is als klacht, daar dan
                    gericht naar informeren. Als een mondelinge klacht wordt ingediend wordt
                    geprobeerd deze direct op te lossen voor zover dat mogelijk is. Als dat niet
                    mogelijk is blijkt of als de klager niet tevreden blijkt te zijn over de
                    afhandeling, wordt deze gewezen op het alsnog indienen van een klaagschrift. Als
                    verzocht wordt om hulp voor het indienen van een klaagschrift, wordt deze
                    geboden.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De eis dat de ontvangst van een klaagschrift schriftelijk wordt bevestigd is
                    opgenomen in artikel 9:6 van de Awb. Het klaagschrift wordt intern naar de
                    klachtbehandelaar gestuurd zodat deze functionaris een vlotte be- en afhandeling
                    van het klaagschrift ter hand kan nemen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De functionaris tussen de klager (en/of diens gemachtigde) en het bestuursorgaan
                    dat het uiteindelijke oordeel geeft over de klacht, is de klachtbehandelaar.
                    Deze functionaris wordt door het dagelijks bestuur aangewezen (namens alle
                    bestuursorganen van de RUD Zuid-Limburg). Om alle schijn van partijdigheid weg
                    te nemen, mag een klacht niet worden behandeld door een klachtbehandelaar die op
                    enigerlei wijze betrokken is geweest bij de gedraging waarop de klacht
                    betrekking heeft. Komt een onafhankelijke klachtenprocedure toch in het geding
                    dan is er de mogelijkheid de klacht te laten be- of afhandelen door de
                    plaatsvervanger(s). Het dagelijks bestuur wijst daartoe minimaal één
                    plaatsvervanger aan, maar kan zeker ook ad hoc besluiten tot het aanwijzen van
                    een tweede plaatsvervanger. Behalve bij een schijn van partijdigheid kan deze
                    vervanging ook spelen ter voorkoming van onnodige vertraging.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><tussenkop>Een bestuursorgaan hoeft niet alle klachten in behandeling te nemen. De
                    in aanmerking komende gevallen staan limitatief omschreven in dit artikel, welke
                    gevallen zijn overgenomen uit artikel 9:8, eerste en tweede lid, en 9:4 van de
                    Awb.</tussenkop><tussenkop>Uit artikel 7, derde lid, volgt onder meer dat een klacht in de
                    Nederlandse taal moet worden ingediend. De klager moet hier zelf, op eigen
                    kosten. zorg voor dragen.</tussenkop><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Deze bepaling correspondeert met artikel 9:9 Awb. Een ieder heeft het recht om
                    te weten dat er over zijn of haar handelen een klacht is ingediend alsmede wat
                    de inhoud van die klacht is. Bovendien geeft dit de betrokkene de gelegenheid
                    zich voor te bereiden op het vervolg van de procedure.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De bestuursorganen van de RUD Zuid-Limburg staan voor om de klager en degene
                    over wiens gedraging geklaagd wordt, in elkaars aanwezigheid te horen.
                    Betrokkenen kunnen dan direct op elkaars stellingen reageren en tevens kan het
                    vaak duidelijk maken over welke punten wel overeenstemming bestaat en over welke
                    punten dat niet het geval is. </al><al>Artikel 9:10 van de Awb is de bepaling waarop dit artikel in belangrijke mate is
                    gebaseerd. Het verslag van de hoorzitting wordt betrokken bij de uitspraak.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>De inhoud van dit artikel correspondeert met artikel 9:11 van de Awb.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>De inhoud van dit artikel correspondeert met artikel 9:12 Awb.</al><al>De RUD Zuid-Limburg is aangesloten bij de Nationale Ombudsman (artikel 12,
                    tweede lid). Hiervoor gelden de wettelijke bepalingen van titel 9.2 van de
                    Awb.</al><tussenkop>Artikel 13 en 14</tussenkop><al>Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en deze Verordening
                    klachtenbehandeling en specifiek de artikelen 13 en 14 van deze verordening zijn
                    ook van toepassing op klachten over zogenoemde buitengewoon
                    opsporingsambtenaren. Dat zijn kort gezegd ambtenaren met een speciale
                    bevoegdheid (opsporing van strafbare feiten op basis van bijzondere wetten,
                    toezicht op naleving van verordeningen, een en ander voor zover het strafbare
                    feiten betreft) en die daarvoor een speciale opleiding hebben genoten en
                    officieel zijn beëdigd.</al><al>Voor het dagelijks functioneren van de buitengewoon opsporingsambtenaar is de
                    werkgever (lees voor de toekomst: het Dagelijks Bestuur) verantwoordelijk. Voor
                    het gebruik van zijn speciale bevoegdheid valt de buitengewoon
                    opsporingsambtenaar onder het toezicht van een speciale toezichthouder, de
                    hoofdofficier van justitie. Deze moet erop toezien dat de buitengewoon
                    opsporingsambtenaar zijn taak bij de opsporing van strafbare feiten naar behoren
                    vervult en op een juiste wijze gebruik maakt van zijn bevoegdheden.</al><al>Als er een klacht over een buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ingediend, én
                    die klacht heeft betrekking op de uitoefening van bevoegdheden als buitengewoon
                    opsporingsambtenaar, dan is de werkgever verplicht om direct een afschrift van
                    de klacht aan de toezichthouder (hoofdofficier van</al><al>justitie) en de zogeheten direct toezichthouder (lees: de korpschef) te zenden
                    (Art. 42 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar). Dit stelt de toezichthouder
                    in staat om een oordeel te geven over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de
                    uitoefening van de bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>In artikel 9:12a van de Awb is de verplichting voor het bestuursorgaan
                    vastgelegd om alle schriftelijk ingediende klachten te registreren en jaarlijks
                    te publiceren. Dit artikel geeft de invulling van deze verplichting door de RUD
                    Zuid-Limburg. Het overzicht is openbaar nadat alle bestuursorganen van de RUD
                    Zuid-Limburg kennis hebben kunnen nemen van het overzicht. Als vanzelfsprekend
                    wordt de toepasselijke privacywetgeving gerespecteerd.</al><tussenkop>Artikel 16, 17 en 18.</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>