<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345670_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Maasgouw 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-73558.html">Gemeenteblad 2014, 73558</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Maasgouw 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8a">Participatiewet, art. 8a, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8a">Participatiewet, art. 8a, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R14.0884</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR77270_2">Reïntegratieverordening WWB</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-56878</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Maasgouw 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Maasgouw</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november
                        2014</al><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e en tweede
                        lid van de Participatiewet;</al><al>Besluit</al><al>Vast te stellen</al><al>de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Maasgouw 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene
                                        nabestaandenwet die geregistreerd staan als werkzoekenden
                                        bij het UWV;</al></li><li nr="b."><al>Arbeidsverplichting: de verplichting genoemd in artikel 9
                                        eerste lid van de Participatiewet, artikel 37 in de IOAW en
                                        IOAZ;</al></li><li nr="c."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        onderdeel a, van de wet;</al></li><li nr="d."><al>IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="e."><al>IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="f."><al>jongeren: personen die behoren tot de doelgroep en jonger
                                        zijn dan 27 jaar; </al></li><li nr="g."><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                        hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende
                                        door een persoon uit diens directe omgeving, waarbij
                                        zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale
                                        relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar
                                        overstijgt;</al></li><li nr="h."><al>nuggers: de niet-uitkeringsgerechtigden bedoeld in artikel
                                        6, eerste lid, onderdeel a van de wet;</al></li><li nr="i."><al>uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge
                                        de wet, de IOAW, of de IOAZ danwel die een aanvraag daarvoor
                                        hebben ingediend;</al></li><li nr="j."><al>voorziening: elke vorm van ondersteuning die de gemeente
                                        biedt aan de belanghebbenden om (een grotere mate van)
                                        arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie,
                                        waaronder mede verstaan zelfstandig ondernemerschap, te
                                        realiseren;</al></li><li nr="k."><al>UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;</al></li><li nr="l."><al>de wet: de Participatiewet.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPDRACHT AAN HET COLLEGE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Algemene opdracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het ondersteunen en waar nodig het
                                aanbieden van voorzieningen aan belanghebbenden, die de kortste weg
                                vormen naar werk, dan wel terugkeer naar uit ’s Rijks kas bekostigd
                                onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter uitvoering van de in lid 1 bedoelde ondersteuning kan het
                                college nadere regels en prioriteiten stellen in verband met de
                                financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en
                                conjuncturele ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij nadere regels als bedoeld in lid 2 kan het college onderscheid
                                maken in drie doelgroepen:</al><lijst><li nr="a."><al>personen met een volledige verdiencapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>personen met een verminderde verdiencapaciteit;</al></li><li nr="c."><al>personen met een maatschappelijke verdiencapaciteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor die
                                voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor
                                het doel dat beoogd wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college houdt bij het aanbieden van ondersteuning en
                                voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele
                                beperkingen van een belanghebbende. De omstandigheden hebben in
                                ieder geval betrekking op zorgtaken van die belanghebbende en de
                                mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of
                                gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt
                                in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de zorg voor ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en
                                    </al></li><li nr="b."><al>de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorwaarden en afwijzingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden
                                alleen ingezet als zonder die inzet, naar het oordeel van het
                                college, het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk
                                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een
                                voorliggende voorziening, die naar het oordeel van het college, in
                                voldoende mate kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling van de
                                belanghebbende. Geen voorziening naar werk wordt aangeboden aan
                                belanghebbenden voor wie inzet van een voorziening niet doelmatig
                                is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen recht op ondersteuning bestaat indien en zolang de
                                belanghebbende geen, danwel in onvoldoende mate, inlichtingen
                                verstrekt, zodat door het college niet bepaald kan worden welke
                                voorziening aangeboden dient te worden<vet>.</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen het kader van de door de gemeenteraad vastgestelde subsidie-
                                of budgetplafond voor de verschillende voorzieningen, kan het
                                college een plafond instellen voor een specifieke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een door het college vastgesteld plafond als bedoeld in het eerste
                                lid, vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke
                                voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Werkstage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende een werkstage gericht op
                                arbeidsinschakeling aanbieden als de belanghebbende nog niet actief
                                is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt
                                heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring dan wel
                                het leren functioneren in een arbeidsrelatie, gedurende maximaal
                                drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de werkstage; en </al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a.</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een belanghebbende in staat stellen voorafgaande aan
                            een regulier dienstverband of een dienstverband waarbij loonkostensubsidie
                            wordt verstrekt, werkervaring op te doen in de vorm van een proefplaatsing. </al></li><li nr="2."><al>Het doel van de proefplaatsing is de belanghebbende werkervaring op te
                            laten doen in zijn toekomstige functie om daarmee uitval na aanvang van het dienstverband
                            te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>De proefplaatsing duurt niet langer dan drie maanden. In
                                    incidentele gevallen kan deze termijn eenmaal worden
                                    verlengd.</al></li><li nr="4."><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval
                                    vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de proefplaatsing; en</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5b.</nr><titel>Arbeidsontwikkelingstraject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een uitkeringsgerechtigde of een jongere een traject
                                gericht op arbeidsontwikkeling aanbieden als de
                                uitkeringsgerechtigde nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt
                                of een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een arbeidsontwikkelingstraject is het aanleren van
                                werknemersvaardigheden en het opleiden van de uitkeringsgerechtigde
                                gedurende maximaal 12 maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een uitkeringsgerechtigde of een jongere
                                activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor
                                zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen
                                geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt
                                gemaakt van een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die
                                uitkeringsgerechtigde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een voorziening, in de vorm van scholing, aanbieden
                                aan uitkeringsgerechtigden of jongeren mits dit naar het oordeel van
                                het college bijdraagt aan het vergroten van de kansen op de
                                arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De scholing als bedoeld in lid 1 voldoet in ieder geval aan de
                                volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de scholing is noodzakelijk voor de kortste weg naar
                                        arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="b."><al>de scholing is arbeidsmarktrelevant;</al></li><li nr="c."><al>de scholing kan gericht zijn op het behalen van een
                                        startkwalificatie voor zover de uitkeringsgerechtigde
                                        hierover niet beschikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het gestelde onder lid 2 geldt dat de goedkoopste toereikende
                                mogelijkheid moet worden benut. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een uitkeringsgerechtigde van 27 jaar of ouder
                                overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele
                                werkzaamheden laten verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele
                                werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst
                                die wordt ondertekend namens het college, door de inlener en door de
                                uitkeringsgerechtigde die de additionele werkzaamheden gaat
                                verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt €
                                300, - per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is
                                meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor, naar het
                                oordeel van het college, de concurrentieverhoudingen niet
                                onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de
                                arbeidsmarkt plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Scholing gedurende een participatieplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt aan uitkeringsgerechtigde die onbeloonde
                                additionele werkzaamheden verricht en die niet beschikt over een
                                startkwalificatie na een periode van zes maanden na aanvang van die
                                werkzaamheden een scholing die de toegang tot de arbeidsmarkt
                                bevordert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling van de scholing als bedoeld
                                in lid 1:</al><lijst><li nr="a."><al>het oordeel van degene in wiens opdracht de
                                        uitkeringsgerechtigde de additionele werkzaamheden
                                        uitvoert;</al></li><li nr="b."><al>de scholingswens van de uitkeringsgerechtigde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien naar het oordeel van
                                het college een dergelijke scholing niet bijdraagt aan vergroting
                                van de kansen van de uitkeringsgerechtigde op de arbeidsmarkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Detachering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan zorgen voor toeleiding van een uitkeringsgerechtigde
                                of een jongere naar een dienstverband met een werkgever, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende, als bedoeld in het eerste lid, wordt voor het
                                verrichten van arbeid gedetacheerd bij een werkgever. De detachering
                                wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de
                                werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en
                                inlenende organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beschut werk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een belanghebbende die door een lichamelijke, verstandelijke of
                                psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en
                                aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere
                                werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze in
                                dienst neemt, kan de voorziening beschut werk worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt, aan de hand van het schema als opgenomen in
                                bijlage 1 bij deze verordening, uit de doelgroep een voorselectie.
                                Tijdens de voorselectie wordt bepaald welke mensen in aanmerking
                                kunnen komen voor beschut werk, en op welk moment.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college wint na de voorselectie advies in bij het UWV voor de
                                beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder
                                aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                                hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde
                                werkzaamheden mogelijk te maken kan het college de volgende
                                ondersteunende voorzieningen aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving;
                                    </al></li><li nr="b."><al>een uitsplitsing van taken; </al></li><li nr="c."><al>aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of
                                        arbeidsduur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college bepaalt jaarlijks de omvang van het aanbod beschut werk
                                en legt middels de budgetcyclus vast hoeveel plekken voor beschut
                                werk de gemeente beschikbaar stelt. In verband hiermee overlegt het
                                college met het UWV, aan de gemeente gelieerde bedrijven en met
                                andere reguliere werkgevers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan andere voorzieningen inzetten, indien er een beperkt
                                aantal plekken zijn voor beschut werken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>No-riskpolis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de werkgever voor ten minste de duur van zes maanden een
                                        arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer voor tenminste
                                        16 uur per week; </al></li><li nr="b."><al>indien de werknemer een jongere is of voorafgaande aan de
                                        aanvang van de arbeid een uitkeringsgerechtigde was; </al></li><li nr="c."><al>de werknemer een structurele functionele of andere beperking
                                        heeft of de werkgever ten behoeve van de werknemer een
                                        loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 10d van de wet,
                                        ontvangt; </al></li><li nr="d."><al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is; en
                                    </al></li><li nr="e."><al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente bij
                                        aanvang van de indiensttreding. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De no-riskpolis vergoedt:</al><lijst><li nr="a."><al>het loon van de werknemer tot maximaal 100 procent van het
                                        minimumloon; en </al></li><li nr="b."><al>de extra werkgeverslasten tot maximaal 15 procent van de
                                        onder a genoemde vergoeding. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit de
                                gemeente een verzekering af en treedt op als verzekeringnemer. De
                                begunstigde is de werkgever. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vergoedt de no-riskpolis tot maximaal twaalf maanden na
                                indiensttreding van de werknemer bij de werkgever.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Loonkostentegemoetkoming gericht op re-integratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een loonkostentegemoetkoming verstrekken aan een
                                werkgever die een kwetsbare uitkeringsgerechtigde of een jongere een
                                dienstbetrekking aanbiedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder kwetsbare uitkeringsgerechtigde wordt verstaan de
                                belanghebbende die:</al><lijst><li nr="a."><al>voorafgaand aan de indienstneming gedurende 6 maanden geen
                                        betaalde werkzaamheden heeft verricht; of</al></li><li nr="b."><al>geen startkwalificatie bezit; of</al></li><li nr="c."><al>ouder is dan 50 jaar; of</al></li><li nr="d."><al>alleenstaande ouder is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt ten aanzien van deze tegemoetkoming nadere
                                beleidsregels vast met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de duur van de tegemoetkoming;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de tegemoetkoming; en</al></li><li nr="c."><al>de criteria waarop een verzoek tot loonkostentegemoetkoming
                                        wordt beoordeeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt indien hierdoor, naar het
                                oordeel van het college, de concurrentieverhoudingen niet
                                onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing van
                                arbeidsplaatsen plaatsvindt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Persoonlijke ondersteuning (jobcoach)</titel></kop><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde dan wel aan de persoon die
                            direct voorafgaande aan zijn dienstverband uitkeringsgerechtigde was, of
                            aan een jongere, persoonlijke ondersteuning aanbieden, bij het
                            verrichten van de aan hem opgedragen taken in de vorm van structurele
                            begeleiding indien hij, naar het oordeel van het college, zonder
                            persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken
                            te verrichten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overige voorzieningen en vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan overige voorzieningen inzetten die leiden tot de
                                kortste weg naar arbeidsinschakeling, zoals workshops en
                                trainingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan eveneens een vergoeding verstrekken voor de kosten
                                die een uitkeringsgerechtigde of jongere moet maken in het kader van
                                zijn arbeidsinschakeling, die naar het oordeel van het college
                                noodzakelijk wordt geacht om de kansen op de arbeidsmarkt te
                                vergroten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels ten aanzien van de kosten die voor
                                vergoeding in aanmerking komen alsmede de hoogte en de voorwaarden
                                waaronder deze kosten kunnen worden vergoed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                beleidsregels op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze beleidsregels omvatten in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de
                                        arbeidsverplichtingen;</al></li><li nr="b."><al>het flankerend beleid ten aanzien van zorg, kinderopvang en
                                        hulpverlening;</al></li><li nr="c."><al>nadere uitwerking van de in deze verordening opgenomen
                                        voorzieningen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BEËINDIGING, TERUGVORDERING EN AFSTEMMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Beëindigingsgronden</titel></kop><al>Het college kan een voorziening beëindigen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende de aan de voorziening verbonden verplichtingen
                                    niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
                                </al></li><li nr="c."><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                    bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
                                    geschikt is voor de belanghebbende; </al></li><li nr="e."><al>de belanghebbende niet naar behoren gebruik maakt van de
                                    aangeboden voorziening; </al></li><li nr="f."><al>de belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden die in
                                    deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor
                                    die voorziening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een voortijdige, aan de belanghebbende verwijtbare beëindiging
                                van een voorziening, kunnende gemaakte en nog door het college
                                te maken kosten van de voorziening van de belanghebbendeworden
                                teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gemeente kosten ten behoeve van een voorziening heeft
                                gemaakt en op enig moment blijkt dat de belanghebbende te laat of
                                onjuiste of onvolledige gegevens heeft overgelegd, kan het college
                                de volledige gemaakte en nog te maken kosten van de voorziening
                                terugvorderen van de belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Afstemming</titel></kop><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening niet
                            of in onvoldoende mate voldoet aan de verplichtingen, verlaagt het
                            college de uitkering conform hetgeen hierover is bepaald in de
                            Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Maasgouw
                            2015.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van zwaarwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De belanghebbende die op grond van de Re-integratieverordening, zoals
                            die gold op de dag voor inwerkingtreding van deze verordening, een
                            voorziening aangeboden heeft gekregen en op grond van de bepaling van de
                            huidige verordening geen recht meer zou hebben op die voorziening
                            behoudt zijn recht op die voorziening tot maximaal 1 juli 2015, dan wel
                            tot de einddatum van die voorziening, indien die einddatum ligt voor 1
                            juli 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekking bestaande verordening</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                            Reïntegratieverordening WWB ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening
                            Participatiewet gemeente Maasgouw 2015.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Maasgouw van 18 december 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>De Griffier de Voorzitter</ondertekening><ondertekening>H.M.L. van Soest S.H.M. Strous</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><extref doc="/cvdr/images/Maasgouw/i245844.pdf">TOELICHTING</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>