<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345600_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr. 72397</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissie van de gemeente Zevenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 82 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-064</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="f."><al>commissie: raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan besluiten tot het instellen van commissies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er zijn in elk geval de volgende commissies: een commissie Ruimte,
                                een commissie Samenleving en een commissie Middelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium bepaalt het werkterrein van de commissies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>advies uit te brengen aan de raad over
                                        raadsvoorstellen;</al></li><li nr="b."><al>de raad overigens gevraagd en ongevraagd te adviseren over
                                        alle onderwerpen van het werkterrein van de commissie;</al></li><li nr="c."><al>in overleg te treden met het college of de burgemeester over
                                        het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur
                                        over onderwerpen die het werkterrein van de commissie
                                        betreffen;</al></li><li nr="d."><al>in overleg te treden met het college of de burgemeester
                                        teneinde inlichtingen te verkrijgen over de onderwerpen die
                                        het werkterrein van de commissie betreffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere commissies aangaat, kan de
                                agendacommissie besluiten op welke wijze het in de commissies wordt
                                behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de raad anders besluit, bestaat een commissie per fractie uit
                                het aantal raadszetels gedeeld door drie, afgerond naar boven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voordracht dient te geschieden uit de kring van raadsleden,
                                aangevuld met per fractie maximaal twee personen die geen raadslid
                                zijn, maar wel lid van de partij van de fractie door wie zij worden
                                voorgedragen. De artikelen 10, 11,12 13 en 15 van de Gemeentewet
                                zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van de commissie.
                                Artikel 14 is eveneens van overeenkomstige toepassing, met dien
                                verstande dat de eed wordt afgelegd in de commissie in handen van de
                                voorzitter, en waarbij voor raad en gemeentebestuur commissie wordt
                                gelezen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fractie regelt in geval van verhindering of ontstentenis van een
                                lid, als bedoeld in het eerste lid, vervanging. Het plaatsvervangend
                                lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd. De
                                plaatsvervangend voorzitter wordt door de commissie uit haar midden
                                benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter heeft voor het vervullen van zijn taak overeenkomstige
                                bevoegdheden als de voorzitter van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet
                                meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij
                                doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat
                                een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun
                                opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar
                                als commissiegriffier. De ambtenaar wordt (gehoord de secretaris)
                                voorgedragen door het college en benoemd door het presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><al>De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de
                            secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn, voor het geven
                            van inlichtingen en om aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gemeentesecretaris</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissies vergaderen in de regel één maal per maand,
                                    volgens een door de agendacommissie vast te stellen schema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter zorgt voor tijdige toezending van stukken en de
                                    voorlopige agenda.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de wijze van vergaderen is zoveel mogelijk het bepaalde voor
                                    de vergaderingen van de raad van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het uitbrengen van een advies is een quorum vereist van
                                    meer dan de helft van de leden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen buiten de kring van
                                    het gemeentebestuur mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een
                                    beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                    lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
                                    aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt,
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie bij de
                                    vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
                                    of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de
                                    volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de commissie een raadsvoorstel onvoldoende voor
                                    beraadslaging in de raad voorbereid acht kan zij de raad
                                    adviseren het voorstel niet in behandeling te nemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de (schriftelijke) oproep digitaal beschikbaar gesteld. Indien
                                    na het verzenden van de (schriftelijke) oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een aangeboden stuk wordt niet buiten het
                                    stadhuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een nieuwsblad en door
                                    plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de
                                presentielijst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zittinghebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    (schriftelijke) oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergaderorde</titel></kop><al>Op de wijze van vergaderen is het bepaalde voor de vergaderingen van
                                de raad van overeenkomstige toepassing. Op voorstel van de
                                voorzitter kan van die vergaderorde worden afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de
                                    commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering
                                    aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De spreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de
                                    voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering
                                    toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te
                                    stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en
                                    deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Digitaal verslag en overzicht met conclusies, toezeggingen en
                                    afspraken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor een digitale beeld- en
                                    geluidsopname van de vergadering. Hij maakt van het verhandelde
                                    tijdens de vergadering een overzicht van conclusies, door
                                    collegeleden gedane toezeggingen en gemaakte afspraken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval van technische calamiteiten draagt de
                                    commissiegriffier zorg voor een samenvattend verslag. Ook draagt
                                    hij er zorg voor dat een digitale geluidsopname in het archief
                                    wordt opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De digitale beeld- en geluidsopname is via de website te
                                    bekijken en te beluisteren. Het overzicht met conclusies,
                                    toezeggingen en afspraken wordt zo spoedig mogelijk na de
                                    vergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het overzicht met conclusies, toezeggingen en afspraken van de
                                    voorgaande vergadering wordt aan de raads- en commissieleden en
                                    het college toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het overzicht met conclusies, toezeggingen en afspraken bevat
                                    tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de commissiegriffier, de ter
                                            vergadering aanwezige leden, de wethouders en de leden
                                            die afwezig waren; in het geval overige personen het
                                            woord hebben gevoerd, dan worden ook die namen
                                            vermeld;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest
                                            en de daarbij getrokken conclusies, de door burgemeester
                                            en wethouders gedane toezeggingen en de gemaakte
                                            afspraken;</al></li><li nr="c."><al>de onderwerpen die tijdens de rondvraag aan de orde zijn
                                            gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een besloten (deel van de) vergadering is niet via de website te
                                bekijken en te beluisteren. Wel draagt de commissiegriffier zorg
                                voor een kort zakelijk verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag ligt in de aanloop naar de volgende commissievergadering
                                vertrouwelijk ter inzage bij de griffie. In de volgende vergadering
                                wordt ook deze lijst met conclusies, toezeggingen en afspraken van
                                de besloten vergadering of van een besloten deel van de openbare
                                vergadering vastgesteld. Het verslag wordt ondertekend door de
                                griffier en de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op deze lijst met conclusies, toezeggingen en afspraken is artikel
                                18 lid 4 en 5 van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op.26 november 2014.</al><al>Op dat tijdstip vervalt de verordening op de raadscommissies van de
                            gemeente Zevenaar vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2005</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 26 november 2014</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</tussenkop><al>In de Gemeentewet zoals gewijzigd door de inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur is een nieuw commissiestelsel geïntroduceerd. Er
                    wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en andere
                    commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de
                    besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de
                    burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de
                    raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies
                    kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan
                    adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden.</al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het instellen
                    van raadscommissies. Hier is gekozen voor de instelling van in elk geval drie
                    raadscommissies. De commissies hebben een voorbereidende taak, de bedoeling is
                    dat het politieke debat vooral in de raad plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Er is gekozen voor drie raadscommissies, die parallel lopen met de drie
                    belangrijkste beleidsvelden. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. De bedoeling is dat een
                    raadscommissie vooral gericht is op voorbereiding en informatievoorziening en
                    dat het politieke debat plaatsvindt in de raad.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen.</al><al>Zoals ook uit het derde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze bepaling vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) deze leden voordragen. Zij hoeven niet op de
                    kandidatenlijst van een fractie te hebben gestaan, maar dienen wel lid van die
                    partij te zijn. Elke fractie mag in totaal maximaal twee niet-raadsleden als
                    commissielid hebben.</al><al>Op grond van het derde lid moeten alle leden van de commissie voldoen aan
                    hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet.
                    Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen, de eed afleggen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 15.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters 'uit zijn midden' benoemt. Om praktische reden
                    wordt de plaatsvervangend voorzitter door de commissie aangewezen. </al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (niet de plaatsvervangend
                    voorzitter) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze
                    wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch)
                    voorzitter. Omdat de plaatsvervanging normaliter tijdelijk is, is hieraan niet
                    die eis gesteld.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad
                    hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                    voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende
                    lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling
                    niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in
                    principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. Desgewenst kan de raad
                    er voor kiezen om hiervoor een vergelijkbare ontslagregeling als voor de
                    voorzitter op te nemen door aanvulling van het vierde lid. De (plaatsvervangend)
                    voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet
                    meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde
                    lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het
                    zij door overlijden.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. De
                    commissiegriffier is een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het
                    college doet als werkgever een voordracht. In de praktijk zal hierover uiteraard
                    overleg plaatsvinden, tussen college en presidiu, c.q. secretaris en
                    griffier.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>De commissie kan per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet
                    gewenst is en of de genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82,
                    vijfde lid, Gemeentewet is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel voor besloten
                    als voor niet besloten vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen
                    collegeleden, de burgemeester en de secretaris uiteraard altijd aanwezig zijn.
                    Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie
                    hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn
                    ten behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van controle door de
                    raadscommissie.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>De agendacommissie stelt de concept-agenda vast, de raadscommissie bepaalt
                    uiteindelijk haar eigen agenda. Die agenderende rol van een raadscommissie komt
                    in dit artikel tot uitdrukking.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen via
                    internet aangeboden voor zover zij openbaar zijn. </al><al>Raadsleden kunnen daarover ook via de tablet beschikken. De niet-openbare
                    stukken zijn voor raadsleden ‘achter de inlog’ toegankelijk. Originele stukken
                    moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. </al><al>Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van
                    raadscommissies ook bij de commissiegriffier in plaats van bij de griffier
                    inzien.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de (schriftelijke) oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    (schriftelijke) oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats
                    ter inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor.</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 15
                    voorziet hierin.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>In het eerste lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures
                    die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten
                    over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht
                    een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het spreekrecht van
                    burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de
                    persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. Uiteraard kan, afhankelijk van
                    de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de commissiegriffier.
                    Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden.
                    Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden
                    omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.</al><al>Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per
                    burger worden aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste
                    instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus
                    moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst
                    is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Het conceptverslag wordt tegelijkertijd met de (schriftelijke) oproep verstuurd
                    aan de leden en aan de overige personen die het woord gevoerd hebben. De
                    voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de
                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. Het recht om
                    aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid
                    en een collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het
                    is aan de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie het verslag
                    vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep
                    (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Het is aan te bevelen
                    uitsluitend een zakelijke samenvatting van hetgeen besproken is, te geven. </al><tussenkop>Artikel 19 </tussenkop><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen, de vraag wanneer de deuren gesloten
                    kunnen worden, bevat deze verordening geen aparte bepaling, aangezien artikel
                    82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de
                    vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden.
                    Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de
                    voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te
                    vergaderen.</al><al>Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een
                    besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar
                    wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist.
                    De raadscommissie beslist over het openbaar maken van deze notulen.</al><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de commissiegriffier en de wijze
                    waarop verslag wordt gelegd en vastgesteld. De schriftelijke verslaglegging
                    blijft sinds de invoering van de webcast achterwege. Vanaf dat moment wordt
                    enkel gebruik gemaakt van de digitale beeld- en geluidsopnames die als
                    verslaglegging gelden. In dit artikel wordt voorzien in de situatie dat er
                    onverhoopt sprake mocht zijn van technisch malheur rond de digitale beeld- en
                    geluidsopname. De commissiegriffier zorgt dan voor een kort zakelijk verslag. De
                    commissiegriffier maakt een lijst met conclusies, gedane toezeggingen en
                    gemaakte afspraken op van de commissievergadering. </al><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 21 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>