<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345415_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg IJsselland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselberichten, 29-10-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg IJsselland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740">Wet gemeenschappelijke regelingen, hoofdstuk 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925">Jeugdwet, art. 2.8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegevoorstel 14.405827</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg IJsselland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer,
            Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland,
            Zwartewaterland en Zwolle, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd</al><al/><al>Overwegende dat </al><al/><al>samenwerking op het terrein van de inkoop van (specialistische) jeugdzorg uit oogpunt
            van continuïteit van zorg, efficiency, kwaliteit en doelmatigheid geboden is en door de
            nieuwe Jeugdwet deels wordt voorgeschreven;</al><al>de colleges, na toestemming van hun raden, kunnen beslissen ook taken in het kader van
            de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan de uitvoeringsorganisatie toe te
            kennen;</al><al/><al>Gelet op</al><al/><al>hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen,</al><al>artikel 2.8 van de Jeugdwet,</al><al/><al>de toestemming van de gemeenteraden van Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen,
            Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle op
            grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen,</al><al/><al>Besluiten</al><al/><al>de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen:</al><al><vet>Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg
            IJsselland</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aankoopcentrale: een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 1.1 van de
                  Aanbestedingswet 2012;</al></li><li nr="b."><al>bestuur: het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 14a
                  van de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="c."><al>colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;</al></li><li nr="d."><al>gemeenten: de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst- Wijhe,
                  Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;</al></li><li nr="e."><al>uitvoeringsorganisatie: de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel
                  3;</al></li><li nr="f."><al>raden: de gemeenteraden van de gemeenten;</al></li><li nr="g."><al>regeling: de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg
                  IJsselland; </al></li><li nr="h."><al>voorzitter: de voorzitter van het bestuur, bedoeld in artikel 6;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Belang</titel></kop><al>De regeling wordt getroffen ter ondersteuning en uitvoering van de taken van de
              colleges in het kader van de Jeugdwet, in het bijzonder de inkoop van diensten in het
              kader van de specialistische jeugdzorg.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Bedrijfsvoeringsorganisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Bedrijfsvoeringsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg
                IJsselland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Zwolle.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur bestaat uit elf leden. De colleges wijzen uit hun midden ieder één lid
                van het bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het bestuur hebben ieder één stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De colleges wijzen voor ieder door hen aangewezen lid tevens een plaatsvervangend
                lid uit hun midden aan, dat het lid bij afwezigheid in het bestuur kan
                vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden
                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 22, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van
                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van
                het bestuur en tevens voor de vergaderorde binnen het bestuur, onverminderd het
                bepaalde bij of krachtens artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het bestuur te handelen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bestuur regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. De secretaris mag niet lid
                zijn van het bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het
                bestuur bij in de uitvoering van zijn taken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris medeondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de secretaris, en enig ander personeel in dienst van de uitvoeringsorganisatie,
                is de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten van het
                College van Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van
                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Taken en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitvoeringsorganisatie fungeert als aankoopcentrale van de gemeenten. De
                colleges dragen er zorg voor dat de gemeenten de benodigde mandaten, volmachten en
                machtigingen geven die de uitvoeringsorganisatie nodig heeft voor het kunnen
                functioneren als aankoopcentrale en het uitvoeren van hiermee samenhangende
                taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitvoeringsorganisatie beheert namens de gemeenten de in het kader van de
                inkoop gesloten overeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenten en de uitvoeringsorganisatie kunnen in een
                dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken maken over de taken van de
                uitvoeringsorganisatie in het kader van dit artikel, alsmede over rapportages en
                overige informatie die de uitvoeringsorganisatie beschikbaar moet stellen over de
                uitvoering van deze taken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle bevoegdheden bij of krachtens enige wet van toepassing op de
                uitvoeringsorganisatie of zijn bestuursorgaan komen toe aan het bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur verstrekt de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde
                inlichtingen. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen
                verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het lid kan
                zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door
                een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden
                mondeling of schriftelijk verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                raden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen worden
                ontslagen indien dit lid niet langer het vertrouwen van dat college bezit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Gemeentewet</titel></kop><al>De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
              toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen
              niet is afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Financiële verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten dragen er zorg voor dat de uitvoeringsorganisatie te allen tijde over
                voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen
                voldoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten,
                dan doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek
                over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur stelt een bijdrageverordening vast, waarin in elk geval wordt geregeld
                op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen
                van de uitvoeringsorganisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Kadernota</titel></kop><al>Het bestuur zendt uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de
              begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur zendt de ontwerp-begroting ten minste acht weken voordat deze wordt
                vastgesteld toe aan de raden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage
                gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar
                voren brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de
                begroting dient.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die
                ter zake bij gedeputeerde staten van Overijssel hun zienswijze naar voren kunnen
                brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder
                geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient,
                aan gedeputeerde staten van Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vijfde lid is van overeenkomstige
                toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die
                wijzigingen van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen
                van de gemeenten. Het bepaalde in het vierde en zesde lid is van toepassing, met
                dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld
                gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat geval inzending aan
                gedeputeerde staten niet voor 1 augustus hoeft plaats te vinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop
                deze betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening
                dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in
                ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende waarop de jaarrekening betrekking
                heeft, aan gedeputeerde staten van Overijssel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Bepalingen over de regeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Duur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt getroffen tot en met 31 december 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling wordt voor 31 december 2015 geëvalueerd, zodat de colleges kunnen
                besluiten de regeling voort te zetten. De regeling kan ook in gewijzigde vorm door
                minder colleges worden voortgezet. Er is dan geen sprake van uittreding van de
                colleges die beslissen tot het niet langer deelnemen in de regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een of meerdere colleges beslissen tot niet langer deelnemen aan de
                regeling wordt een liquidatieplan opgesteld, waarin de kosten voor de beëindiging
                van de deelname die redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de betreffende
                colleges door deze colleges worden gedragen. De kosten voor het opstellen van het
                liquidatieplan worden door alle colleges gezamenlijk gedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Toe- en uittreding</titel></kop><al>Gedurende de duur van de regeling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, is toetreding
              tot of uittreding uit de regeling niet mogelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de colleges
                zenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling is gewijzigd indien de colleges unaniem met de wijziging instemmen,
                onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet
                gemeenschappelijke regelingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Inzenden regeling en bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van de in artikel 3, tweede lid,
                genoemde gemeente zendt deze regeling aan gedeputeerde staten van Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg voor de bekendmaking van de
                regeling in de gemeenten, onverminderd het bepaalde in artikel 26, tweede lid, van
                de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Archief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede,
                geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen
                voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen verordening, welke aan
                gedeputeerde staten van Overijssel wordt medegedeeld, draagt het bestuur zorg voor
                de archiefbescheiden van de uitvoeringsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg,
                komen ten laste van de uitvoeringsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste
                lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een
                archiefbewaarplaats van een van de gemeenten aan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur, voor zover
                deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is,
                onder de bevelen van het bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde
                bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit
                toezicht stelt het bestuur een verordening vast, welke aan gedeputeerde staten van
                Overijssel wordt medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De archivaris wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid kan het bestuur ook de archivaris van de gemeente
                als bedoeld in het vierde lid aanwijzen als archivaris van de
                uitvoeringsorganisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 november 2014, onverminderd het bepaalde in
              artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Citeerwijze</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie
              Jeugdzorg IJsselland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door het college op 28 oktober 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, </ondertekening><ondertekening>A. (Arie) Oeseburg</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.G.J. (Ton) Strien</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>