<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345369_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomens- en studietoeslag gemeente Nunspeet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.nunspeet.nl/gemeenteblad">Gemeenteblad 09-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomens- en studietoeslag gemeente Nunspeet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8 Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R.3636</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Inkomens- en studietoeslag</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomens- en studietoeslaggemeente Nunspeet
                2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nunspeet;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28-10-2014;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en c, en tweede lid,
                        van de Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de commissie Maatschappij en Middelen;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is regels op te stellen over de individuele
                        inkomenstoeslag;</al><al><vet>besluit</vet>: </al><al>vast te stellen de Verordening individuele inkomens- en studietoeslag
                        gemeente Nunspeet 2015.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en niet nader
                        omschreven zijn hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de
                        Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid en artikel 36b, eerste lid
                        van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                        vastgesteld aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Een belanghebbende komt in aanmerking voor een individuele inkomens- en
                        studietoeslag als gedurende de periode van drie jaar voorafgaand aan het
                        verzoek het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de
                        toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitzicht op inkomensverbetering</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De belanghebbende die recht heeft op studiefinanciering op grond van de
                            Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                            grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                            schoolkosten, en niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 36b, lid d
                            van de Participatiewet heeft uitzicht op inkomensverbetering en heeft
                            geen recht op een individuele inkomens- en studietoeslag.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een belanghebbende die de arbeidsverplichtingen heeft opgelegd gekregen,
                            heeft uitzicht op inkomensverbetering. Alleen als belanghebbende kan
                            aantonen voldoende inspanningen te hebben verricht en de periode van
                            drie jaar voorafgaand aan het verzoek geen maatregel heeft opgelegd
                            gekregen wegens schending van de arbeidsverplichtingen, kan gesteld
                            worden dat er geen zicht was op inkomensverbetering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Bij de beoordeling of iemand voldoet aan het gestelde in artikel 36b, lid d
                        van de Participatiewet kan het college advies inwinnen bij een externe
                        organisatie met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse
                        arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                        maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hoogte individuele inkomens- en studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden: 40% van de bijstandsnorm voor gehuwden;</al></li><li nr="b."><al>voor alleenstaande ouders: 35% van de bijstandsnorm voor
                                        gehuwden;</al></li><li nr="c."><al>voor alleenstaanden: 30% van de bijstandsnorm voor
                                        gehuwden.</al></li></lijst></li></lijst><al>.</al><lijst><li nr="2."><al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
                                inkomens- en studietoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste
                                lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in
                                aanmerking voor een individuele inkomens- en studietoeslag naar de
                                hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                gelden.</al></li><li nr="3."><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                verzoekdatum bepalend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Nunspeet 2009 wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                inkomens- en studietoeslag gemeente Nunspeet 2015.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27-11-2014.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag in
                    beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                    op een laag inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop
                    van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het
                    inkomen te verhogen. Om die reden is in 2004 de langdurigheidstoeslag in het
                    leven geroepen. Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                    langdurigheidstoeslag. Vanaf dat moment is het verlenen van de toeslag geen
                    gebonden bevoegdheid meer, maar een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat
                    het college een individuele inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet
                    aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 3 en 4. </al><al>Daarnaast is in de wet de individuele studietoeslag geregeld. Deze is bedoeld
                    voor studenten die wegens medische beperkingen met voltijdse arbeid het
                    minimumloon niet kunnen verdienen. Tijdens en na hun studie hebben ze dus geen
                    zicht op inkomensverbetering. De individuele studietoeslag is een discretionaire
                    bevoegdheid.</al><al>Omdat beide regelingen eenzelfde doel hebben, een tegemoetkoming voor het die
                    geen mogelijkheid hebben om hun inkomen te verbeteren, is gekozen om beide
                    regelingen in één verordening op te nemen en dezelfde systematiek toe te
                    passen.</al><tussenkop>Artikel 2. Indienen verzoek</tussenkop><al>De Wet maatregelen WWB heeft artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet
                    dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot verlening van individuele
                    inkomenstoeslag kan indienen. Voorheen was de langdurigheidstoeslag alleen op
                    aanvraag verkrijgbaar. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een
                    persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                    dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb). Om
                    onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet worden
                    gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                    gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan
                    om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend
                    door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet.
                    Dit geldt ook voor een verzoek op grond van artikel 36b van de Participatiewet,
                    de individuele studietoeslag.</al><tussenkop>Artikel 3. Langdurig laag inkomen</tussenkop><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder
                    ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan. Een inkomen is laag als het niet
                    hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Hiermee wordt aangesloten
                    bij de rest van het minimabeleid wat uitvoering en communicatie vergemakkelijkt.
                    Met langdurig wordt een periode van drie jaar bedoeld, deze periode werd ook
                    gehanteerd bij de langdurigheidstoeslag.</al><tussenkop>Artikel 4. Uitzicht op inkomensverbetering</tussenkop><al>Studerenden worden geacht zicht te hebben op inkomensverbetering behalve als er
                    sprake is van een medische beperking waardoor ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen. Ook belanghebbenden die arbeidsgeschikt zijn hebben
                    zicht op inkomensverbetering. Er wordt daarom beoordeeld of er voldoende gedaan
                    is om het inkomen te verbeteren en belanghebbende moet dit ook kunnen aantonen.
                    Als belanghebbende volledig meewerkt aan een re-integratietraject wordt hieraan
                    voldaan. </al><tussenkop>Artikel 5. Advies</tussenkop><al>Om te kunnen beoordelen of iemand niet in staat is het minimumloon te verdienen
                    zal in de regel, net als bij het vaststellen van de doelgroep
                    loonkostensubsidie, een medisch advies van een externe instantie noodzakelijk
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 6. Hoogte individuele inkomens- en studietoeslag</tussenkop><al>De hoogte van de toeslag is gebaseerd op een percentage van de gehuwdennorm die
                    van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de toeslag wordt aangevraagd. </al><al>Bij de langdurigheidstoeslag was de hoogte nog gebaseerd op de toepasselijke
                    bijstandsnorm maar met de invoering van de kostendelersnorm en de verlaging van
                    de norm voor alleenstaande ouders zou dit onevenredige gevolgen kunnen hebben
                    voor alleenstaande ouders. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>