<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3453_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 09-12-1999</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Waalwijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-12-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1999/030</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Waalwijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Waalwijk;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 oktober
                        1999;</al><al>gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de
                        Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op
                        het voorgezet onderwijs;</al><al>mede gelet op het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de commissie Welzijn van 10 november 1999;</al><al>gezien de gevoerde correspondentie met de vertegenwoordigers van de
                        schoolbesturen;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk de regeling voor het overleg tussen de
                        gemeente en de schoolbesturen over het lokaal onderwijsbeleid aan te
                        passen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al>‘Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school
                                    voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school
                                    voor speciaal voortgezet onderwijs/ voor voorbereidend
                                    wetenschappelijk onderwijs/ voor algemeen voortgezet onderwijs/
                                    voor voorbereidend beroepsonderwijs of een scholengemeenschap,
                                    waarin deze scholen zijn opgenomen, die geheel of gedeeltelijk
                                    gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied
                                    van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op
                                    het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op
                                    het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>burgemeester en wethouders: het college van burgemeesters en
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>functie overlegorgaan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin
                                        burgemeester en wethouders met de vertegenwoordigers van
                                        alle schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en
                                        uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.</al></li><li nr="2."><al>In het overlegorgaan komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderwerpen waarop het overeenstemming gericht overleg
                                        van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair
                                        onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal
                                        onderwijsbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                        artikel 9 niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                                        overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe maximaal 2
                                        vertegenwoordiger(s) aan, die namens dit schoolbestuur het
                                        overleg voert (voeren).</al></li><li nr="2."><al>Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten
                                        vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Ze wijzen daartoe
                                        maximaal 2 vertegenwoordiger(s) aan. </al></li><li nr="3."><al> De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt
                                        burgemeester en wethouders in het overlegorgaan. De
                                        portefeuillehouder onderwijs fungeert als voorzitter van het
                                        overlegorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst
                                of één of meer schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit wensen,
                                deelnemen aan een overleg. Bij derden gaat het niet om adviseurs van
                                de schoolbesturen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de
                                        raad doen over een onderwerp, zenden zij de voorgenomen
                                        inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de
                                        inventarisatie, als bedoel in artikel 7, toe aan alle
                                        schoolbesturen.</al></li><li nr="2."><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                        datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal
                                        aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het
                                        voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee
                                        weken. </al></li><li nr="3."><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen
                                        voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk
                                        kenbaar maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester
                                        en wethouders stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan
                                        in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het
                                overlegorgaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend platformoverleg
                                tussen vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en
                                wethouders instellen dat voorafgaat aan het overleg in het
                                overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een
                                inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet
                                overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het
                                gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder
                                a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg
                                        instellen. Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk
                                        tijdstip in het overlegorgaan aan de orde kunnen komen. Op
                                        grond hiervan stellen burgemeester en wethouders de agenda
                                        op.</al></li><li nr="2."><al>Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs
                                        en twee vertegenwoordigers van het platformoverleg primair
                                        onderwijs en voortgezet onderwijs (ieder één) deel.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en
                                        wethouders een advies wensen over een onderwerp waarop het
                                        op overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken
                                        ze dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp
                                        in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van
                                        een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp
                                        waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                        verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van
                                        richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de
                                        gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen over het
                                        verzoek om advies.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van
                                        een verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na
                                        afloop van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de
                                        Onderwijsraad over de in het tweede lid bedoelde
                                        zienswijzen. </al></li><li nr="4."><al> De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies
                                        wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de
                                        Onderwijsraad burgemeester en wethouders uitnodigt het
                                        verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met
                                        de gegevens die hij nodig heeft voor een goede vervulling
                                        van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld.
                                    </al></li><li nr="5."><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van
                                        het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies
                                        is gevraagd. </al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een
                                        afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle
                                        schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen
                                        van het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke
                                        bijstellingen van het voorstel over een onderwerp waarover
                                        advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de
                                        toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor
                                        nader overleg.In alle andere gevallen beoordelen
                                        burgemeester en wethouders of nader overleg over het advies
                                        wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies.</al></li><li nr="7."><al> Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen
                                        twee weken plaats nadat het advies is uitgebracht.
                                        Burgemeester en wethouders informeren de raad over dit
                                        overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als
                                        bedoeld in artikel 10.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders maken een verslag van het
                                        overleg.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken
                                        onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van
                                        toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
                                        bereikt;</al></li><li nr="c."><al>de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte
                                        zienswijzen en – indien van toepassing – de zienswijzen als
                                        bedoeld in artikel 5, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg
                                        toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel. </al><al>Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt
                                        hiervan eveneens een weergave opgenomen in het verslag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking
                                        hiervan kunnen burgemeester en wethouders spoedshalve het
                                        verslag ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen.
                                        Binnen 10 dagen na de dag waarop het conceptverslag is
                                        toegezonden, maken de schoolbesturen die deel hebben genomen
                                        aan het overleg schriftelijk hun opmerkingen over het
                                        concept van het verslag kenbaar. Burgemeester en wethouders
                                        stellen het verslag vast met inachtneming van de
                                        opmerkingen. De, door één of meer schoolbesturen kenbaar
                                        gemaakte opmerkingen ten aanzien van het conceptverslag,
                                        worden door burgemeester en wethouders ter kennis gebracht
                                        van alle schoolbesturen. </al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders brengen het verslag gelijktijdig
                                        met het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad.
                                        Voorzover burgemeester en wethouders afwijken van de tijdens
                                        het overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit
                                        gemeld in het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de
                                        redenen aan van het niet of niet geheel overnemen van deze
                                        zienswijzen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over
                                        het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp
                                        blijkt dat de meerderheid van de raadscommissie of een deel
                                        van de raadscommissie dat volgens burgemeester en wethouders
                                        geacht wordt een meerderheid in de raad te
                                        vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel
                                        inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een heropening van
                                        het overleg plaatsvinden. Burgemeester en wethouders
                                        beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in ieder geval
                                        indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft op een
                                        onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a,
                                        waarover overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan
                                        roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen,
                                        doch uiterlijk vóór het moment waarop de raad een definitief
                                        besluit neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                        vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven
                                        op het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en
                                        wethouders informeren de raad over het resultaat van dit
                                        overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als
                                        bedoeld in artikel 10. De raad betrekt de in dit aanvullend
                                        verslag neergelegde zienswijzen bij zijn definitieve
                                        besluitvorming over dit onderwerp.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen in het overleg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg
                                    lokaal onderwijsbeleid gemeente Waalwijk</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de
                                    verordening procedure overleg huisvesting, in werking met ingang
                                    van de dag na de bekendmaking. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 25 november 1999</al></slotformulering><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>