<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345274_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuur gemeente Voorst 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voorst</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voorst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 538</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Verordening Ondergrondse infrastrctuur 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, artikel 5.4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, de artikelen 149, 154 en 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>n.v.t.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-41895</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ondergrondse infrastructuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Verlegregeling Voorst 2015</al><al>Schaderegeling Ingravingen gemeente Voorst</al><al>Handboek kabels en leidingen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening beschrijft de regels ten aanzien van de aanleg, het houden, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen an kabels en leidingen in de openbae ruimte van de gemeente</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Voorst 2015
            (AVOI 2015)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>college</cursief>: college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Voorst.</al></li><li nr="b."><al><cursief>leiding</cursief>: een buis of kabel waar doorheen of
                                    waarlangs het transport van vaste, vloeibare of gasvormige
                                    stoffen, van energie of van informatie wordt geleid, met
                                    uitzondering van bovengrondse hoogspanningsleidingen.</al></li><li nr="c."><al><cursief>leidingentunnel</cursief>: voor de geleiding van een
                                    leiding aangebrachte infrastructuur, waarvan door één of
                                    meerdere netbeheerders gebruik kan worden gemaakt.</al></li><li nr="d."><al><cursief>net(werk):</cursief> een ondergrondse leiding of
                                    samenstel van leidingen, daaronder mede begrepen lege buizen,
                                    ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor
                                    transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van
                                    energie of van informatie;</al></li><li nr="e."><al><cursief>kunstwerk</cursief>: civieltechnisch werk voor de
                                    infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en
                                    leidingen.</al></li><li nr="f."><al>(<cursief>net</cursief><cursief>)</cursief><cursief>beheerder</cursief>:
                                    de natuurlijke persoon handelende in de uitoefening van een
                                    beroep of een bedrijf dan wel de rechtspersoon onder wiens
                                    verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of
                                    geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een
                                    vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft
                                    aangevraagd.</al></li><li nr="g."><al><cursief>ondergrondse obstakels</cursief>: zich in de bodem
                                    bevindende verontreinigingen, materialen, objecten en stoffen
                                    die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of
                                    gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben.</al></li><li nr="h."><al><cursief>vergunning</cursief>: een vergunning zoals bedoeld in
                                    artikel 2.1 van deze verordening of een instemmingsbesluit zoals
                                    bedoeld in artikel 5.4; eerste lid onder b van de wet.</al></li><li nr="i."><al><cursief>werkzaamheden</cursief>: alle stadia van werkzaamheden,
                                    die verband houden met de aanleg, het houden, het onderhoud, de
                                    exploitatie en het verwijderen van leidingen en het daarbij
                                    behorende herstel van de openbare ruimte.</al></li><li nr="j."><al><cursief>wet</cursief>: Telecommunicatiewet.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Wion</cursief>: Wet informatie-uitwisseling
                                    ondergrondse netten, ook wel genoemd grondroerdersregeling.</al></li><li nr="l."><al><cursief>openbaar elektronisch communicatienetwerk</cursief>:
                                    telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van
                                    de wet.</al></li><li nr="m."><al><cursief>openbare gronden</cursief>: openbare wegen en wateren
                                    als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de wet.</al></li><li nr="n."><al><cursief>aanbieder</cursief>: aanbieder van een openbaar
                                    elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1,
                                    eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="o."><al><cursief>gedoogplichtige</cursief>: degene op wie een
                                    gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de
                                    wet.</al></li><li nr="p."><al><cursief>melding</cursief>: melding als bedoeld in artikel 5.4,
                                    eerste lid, onder a, van de wet;</al></li><li nr="q."><al><cursief>huisaansluiting</cursief>: het gedeelte van een kabel
                                    van minder dan 25 meter in openbare gronden dat een openbaar
                                    elektronisch communicatienetwerk verbindt met een
                                    netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van
                                    de wet.</al></li><li nr="r."><al><cursief>werkzaamheden van niet ingrijpende aard</cursief>:</al><lijst><li nr="-"><al>het aanbrengen of verwijderen van leidingen in reeds
                                            aangebrachte voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>reparaties aan het openbare elektronische
                                            communicatienetwerk met een lengte van minder dan 25
                                            meter en niet vallend onder artikel 7.3 eerste lid van
                                            deze verordening;</al></li><li nr="-"><al>het maken van huisaansluitingen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, het houden, het
                            onderhoud, de exploitatie, het verleggen/verplaatsen en het verwijderen
                            van leidingen in openbare gronden welke in eigendom zijn van de gemeente
                            Voorst, gronden van de gemeente Voorst met een openbaar karakter en in
                            of op kunstwerken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr></kop><al>Het college stelt ter uitvoering en uitwerking van deze verordening
                            nadere regels vast omtrent onder meer het tijdstip, de plaats en de
                            wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verlegging/verplaatsing en
                            opruimen van leidingen.</al><al/><al><vet>Deel I Leidingen voor netwerken niet zijnde
                                openbare elektronische communicatiewerken </vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De vergunning en de meldingsplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>De vergunning</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een verleende
                            vergunning leidingen in, op of boven de openbare ruimte en in of op
                            kunstwerken:</al><lijst><li nr="a."><al>aan te leggen en of te houden;</al></li><li nr="b."><al>te onderhouden of te exploiteren, of</al></li><li nr="c."><al>te wijzigen;</al></li><li nr="d."><al>te verplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een andere functie te geven;</al></li><li nr="f."><al>te verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de
                                netbeheerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het
                                bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag voor een vergunning wordt ingediend bij het college door
                                middel van een daartoe vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvraag verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>N.A.W. gegevens van de eigenaar en beheerder van het net
                                        alsmede de aannemer van de uit te voeren werkzaamheden aan
                                        het net;</al></li><li nr="b."><al>Een bewijs dat de eigenaar van de leiding staat
                                        geregistreerd bij het kadaster als netbeheerder;</al></li><li nr="c."><al>Welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>Een of meer tekeningen van het gewenste tracé ingetekend op
                                        de GBKN voor bestaand gebied:</al><lijst><li nr="1."><al>De tekening(en) moet(en) zijn voorzien van een
                                        tekeninghoofd met een uniek tekeningnummer en een datum
                                        waarbij de datum van de laatste wijziging geldt;</al></li><li nr="2."><al>De tekeningen moete zijn voorzien van een noordpijl;</al></li><li nr="3."><al>De maatvoering van het geplande tracé moet eenduidig en
                                        volledig zijn aangegeven ten opzichte van vaste punten in de
                                        omgeving;</al></li><li nr="4."><al>Het aantal leidingen moet op de tekening(en) zijn
                                        aangegeven inclusief de materiaalsoort en nummer van de
                                        leiding(en) alsook de diameter van de leiding(en);</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>Voor gebieden die in ontwikkeling zijn worden de volgende
                                        ondergronden gebruikt voor de aanvraag van een
                                        vergunning:</al></li><li nr="f."><al>De begrenzing van het plangebied;</al></li><li nr="g."><al>Matenplan van het ontwikkelde gebied;</al></li><li nr="h."><al>Het leidingtracé vastgesteld door de projectontwikkelaar,
                                        gemeente of derden voorzien van goedkeuring van de gemeente
                                        Voorst (bij derden) voor het over te dragen openbaar
                                        gebied;</al></li><li nr="i."><al>KLIC informatie van alle netbeheerders. Deze informatie mag
                                        niet ouder zijn dan twintig dagen, gerekend vanaf de datum
                                        van ontvangst van de aanvraag;</al></li><li nr="j."><al>Een verklaring van de overige netbeheerders binnen het te
                                        volgen tracé of, en zo ja, binnen welke termijn, in
                                        datzelfde tracé werkzaamheden door hen zullen worden
                                        uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de gegevens
                                die bij de aanvraag moeten worden verstrekt alsook over de wijze
                                waarop deze worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over welke gegevens en
                                documenten noodzakelijk zijn voor de beoordeling van bijzondere
                                constructies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen zes
                                weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op het besluit als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen
                            verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                            bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Weigeren vergunning</titel></kop><al>Een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.1. kan worden geweigerd in het
                            belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="d."><al>de bereikbaarheid van gronden en gebouwen;</al></li><li nr="e."><al>de ondergrondse ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Wijzigen of Intrekken vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de netbeheerder niet binnen één jaar na het onherroepelijk
                                        worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven
                                        in de vergunning is begonnen;</al></li><li nr="b."><al>de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een
                                        aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;</al></li><li nr="c."><al>de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft
                                        gesteld;</al></li><li nr="d."><al>de vergunning is verleend ten gevolge van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens;</al></li><li nr="e."><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                        afgegeven;</al></li><li nr="f."><al>de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze
                                        verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></li><li nr="g."><al>na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
                                        college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat
                                        het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare
                                        schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
                                        hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
                                        beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
                                        tegemoetgekomen;</al></li><li nr="h."><al>dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is
                                        vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van
                                        openbaar belang en algemeen nut;</al></li><li nr="i."><al>er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van
                                        gemeente, behorende tot de openbare ruimte, aan derden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de
                                vergunning dan nadat het college de houder van de vergunning heeft
                                gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de
                                verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) te
                                verleggen/verplaatsen en/of deze te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Intrekken vergunning op verzoek netbeheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt de vergunning in indien de netbeheerder
                                schriftelijk aan het college heeft verklaard van de vergunning geen
                                gebruik (meer) te willen maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste
                                lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na de verklaring
                                nog in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als netbeheerder
                                tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd
                                door een andere persoon, in welk geval laatstgenoemde
                                (rechts)persoon als netbeheerder wordt beschouwd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>De melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1. is geen vergunning
                                vereist voor:</al><lijst><li nr="a."><al>werkzaamheden met een sleuflengte van maximaal 25 meter in
                                        de openbare ruimte of een lasgat met een oppervlakte van
                                        maximaal 16 vierkante meter, mits de voorgenomen
                                        werkzaamheden minimaal twee dagen voor de aanvang van de
                                        werkzaamheden door de netbeheerder zijn gemeld bij het
                                        college;</al></li><li nr="b."><al>reparaties en werkzaamheden veroorzaakt door een storing,
                                        waarvoor uitstel niet mogelijk is, mits deze werkzaamheden
                                        door de netbeheerder binnen twee werkdagen na aanvang van de
                                        werkzaamheden zijn gemeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met een melding zoals bedoeld onder lid 1 onder a kan niet worden
                                volstaan bij werkzaamheden aan hoogspanningsleidingen, zijnde
                                ondergrondse leidingen van meer dan 380 Volt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college
                                vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over welke gegevens en
                                documenten ten behoeve van de beoordeling van de melding benodigd
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college heeft de mogelijkheid om naar aanleiding van een melding
                                voorschriften en beperkingen te stellen aan de uit te voeren
                                werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Verplichtingen netbeheerder en overdracht leiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder draagt ervoor zorg dat de voorschriften die aan de
                                vergunning zijn verbonden of zijn gesteld naar aanleiding van een
                                melding, worden nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de leiding wordt overgedragen aan een nieuwe netbeheerder
                                gaan de rechten en plichten uit hoofde van deze verordening en de op
                                basis daarvan door het college verleende vergunning(en) over op de
                                nieuwe netbeheerder. De netbeheerder stelt het college onverwijld in
                                kennis van de wijziging in eigendom van de leiding of van het feit
                                dat de leiding definitief buiten gebruik is gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen netbeheerder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Start en voltooien werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de netbeheerder verplichten binnen een door het
                                college vast te stellen termijn na verlening van de vergunning en
                                voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden zoals
                                bedoeld in artikel 2.1. sub a t/m f, gegevens en documenten in te
                                dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netbeheerder start de werkzaamheden binnen een jaar na
                                vergunningverlening en voltooit de werkzaamheden zo spoedig mogelijk
                                en uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang, tenzij in de vergunning
                                anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Ondergrondse obstakels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse </al><al>obstakels worden aangetroffen, meldt de netbeheerder dit onverwijld
                                aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het
                                tracé van de leiding aan de netbeheerder maatregelen opdragen ter
                                bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt. De
                                kosten van de te nemen maatregelen komen in beginsel ten laste van
                                de netbeheerder tenzij de redelijkheid en billijkheid aanleiding
                                geven om hiervan af te wijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan opschorting van de werkzaamheden gelasten indien is
                                gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het college aan
                                de netbeheerder opgedragen maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Plicht ten aanzien van ter beschikking stellen tekeningen</titel></kop><al>De netbeheerder is verplicht na voltooiing van het werk tekeningen,
                            waaruit de feitelijke situatie na de uitvoering van de werkzaamheden
                            blijkt, om niet aan het college ter beschikking te stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Zorgplicht netbeheerder</titel></kop><al>De netbeheerder is verplicht, met inachtneming van de nadere door het
                            college gestelde regels, zorg te dragen voor een goede staat van
                            onderhoud van de leiding.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Informatie-uitwisseling, planning en coördinatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Informatieplicht gemeente</titel></kop><al>Het college initieert in de fase van planning van een project overleg
                            met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat
                            project voor de ligging en het onderhoud van leidingen te analyseren.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Informatie-uitwisseling</titel></kop><al>Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen,
                            voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de
                            ondergrondse infrastructuur, de noodzakelijke informatie met elkaar
                            uit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Periodiek plannings- en coördinatieoverleg</titel></kop><al>De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken
                            partijen over alle uit te voeren projecten in de openbare ruimte. Dit
                            overleg vindt periodiek, doch ten minste eenmaal per jaar plaats. De
                            gemeente doet per project een voorstel ten aanzien van het aantal
                            overleggen en de periodiciteit daarvan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Nadeelcompensatie en Schaderegeling Ingravingen Voorst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><al>Het college stelt beleidsregels vast voor een door het college op
                            aanvraag toe te kennen financiële tegemoetkoming (bij wijze van
                            nadeelcompensatie) in het geval dat een netbeheerder als gevolge van een
                            besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een
                            vergunning op grond van artikel 2.7, eerste lid onderdeel g, h of i,
                            schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot
                            het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en de vergoeding van deze
                            schade niet op een andere wijze is verzekerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Schaderegeling Ingravingen Voorst</titel></kop><al>Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan leidingen in de openbare
                            ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel,
                            beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het
                            rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de
                            netbeheerder in rekening conform de door het college vast te stellen
                            Schaderegeling Ingravingen Voorst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verontreiniging, gevaar en hinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Verplichting tijdens uitvoering werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder,
                                    dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder
                                    kunnen optreden, onmiddellijk conform de procedures als bedoeld
                                    in de nadere door het college te stellen regels te melden en
                                    alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging,
                                    schade of hinder te voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch
                                    onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder
                                    uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van
                                    verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie
                                    van de leiding.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van
                                    verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de
                                    leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de
                                    betreffende leiding.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deel II </vet><vet>Leidingen ten dienste van openbare
                                elektronische communicatienetwerken </vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Melding werkzaamheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen
                                ten minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door
                                het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk
                                vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan
                                de aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal twee
                                dagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het
                                college vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van deze
                                verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>N.A.W. gegevens van de eigenaar en de beheerder van het aan
                                        te leggen net, de aannemer van het aan te leggen net;</al></li><li nr="b."><al>Een bewijs dat de eigenaar van de leiding staat
                                        geregistreerd bij het kadaster als netbeheerder;</al></li><li nr="c."><al>Welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>Een of meer tekeningen van het gewenste tracé ingetekend op
                                        de GBKN voor bestaand gebied;</al><lijst><li nr="1."><al>De tekening(en) moet(en) zijn voorzien van een
                                        tekeninghoofd met een uniek tekeningnummer en een datum
                                        waarbij de datum van de laatste wijziging geldt;</al></li><li nr="2."><al>De tekeningen moeten zijn voorzien van een
                                        noordpijl;</al></li><li nr="3."><al>De maatvoering van het geplande tracé moet eenduidig en
                                        volledig zijn aangegeven ten opzichte van vaste punten in de
                                        omgeving;</al></li><li nr="4."><al>Het aantal leidingen moet op de tekening(en) zijn
                                        aangegeven inclusief de materiaalsoort en nummer van de
                                        leiding(en) alsook de diameter van de leiding(en);</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>Voor gebieden die in ontwikkeling zijn worden bij de melding
                                        de volgende ondergronden gebruikt:</al><lijst><li nr="1."><al>De begrenzing van het plangebied;</al></li><li nr="2."><al>Het matenplan van het ontwikkelde gebied;</al></li><li nr="3."><al>Het leidingtracé vastgesteld door de
                                        projectontwikkelaar(gemeente of derden) voorzien van
                                        goedkeuring van de gemeente Voorst (bij derden) voor het
                                        over te dragen openbaar gebied;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>KLIC informatie van alle netbeheerders. Deze informatie mag
                                        niet ouder zijn dan twintig dagen gerekend vanaf de datum
                                        van ontvangst van de melding;</al></li><li nr="g."><al>Een verklaring van de overige netbeheerders binnen het te
                                        volgen tracé of, en zo ja, binnen welke termijn, in
                                        datzelfde tracé werkzaamheden door hen zullen worden
                                        uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van gegevens die
                                bij de melding worden verstrekt alsmede over de wijze waarop deze
                                gegevens worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over welke gegevens en
                                documenten noodzakelijk zijn voor de beoordeling van bijzondere
                                constructies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige
                            belemmering of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6,
                            tweede lid, van de wet kan de aanbieder volstaan met het doen van een
                            melding, voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De aanbieder
                            doet hiervan achteraf zo spoedig mogelijk schriftelijk melding aan de
                            burgemeester of aan een door het college aangewezen toezichthouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Aanvullende verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de
                                uit te voeren werkzaamheden op de hoogte te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de aanbieder
                                op verzoek van het college verplicht gegevens omtrent de ligging van
                                zijn leidingen te verstrekken en een overzicht te geven van de niet
                                in gebruik zijnde leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt een beslissing op een melding als bedoeld in
                                artikel 7.1 eerste lid in de vorm van een instemmingsbesluit binnen
                                6 weken na ontvangst van de melding</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op het besluit bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder start de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg,
                                wijziging, verlegging/verplaatsing of verwijdering binnen één jaar
                                na de datum van verlening van het instemmingsbesluit en voltooit de
                                werkzaamheden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6 maanden na
                                aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de
                                plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,
                                verplaatsing en opruiming van leidingen, het bevorderen van
                                medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen
                                werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige
                                werken, alsook over de afmetingen van kasten, handholes en andere
                                toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch
                                communicatienetwerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen 5 jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare gronden de aanbieder werkzaamheden wil uitvoeren, kan het
                                college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee
                                gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere
                                voorwaarden stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van leidingen in
                                openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van
                                bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht
                                van het college aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 7.1., tweede lid, dan wel een
                                door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een melding
                                als bedoeld in artikel 7.1., eerste lid, is er mede op gericht te
                                bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan
                                worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te
                                maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht
                                om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze
                                voorzieningen gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe leidingen, dient de aanbieder een alternatief tracé te
                                kiezen, of aan andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik
                                van leidingen te doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.8</nr><titel>Melding wijzigingen</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                            feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de leiding
                            verandert of dat de leiding niet langer ten dienste staat van een
                            openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk in of op openbare
                            gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.9</nr><titel>Schakelbepaling</titel></kop><al>Op de werkzaamheden ten aanzien van leidingen voor openbare
                            elektronische netwerken zijn de hoofdstukken 3, 4 en 6 alsmede artikel
                            5.2. van deze verordening van overeenkomstige toepassing, tenzij hiervan
                            in hoofdstuk 7 wordt afgeweken. </al><al/><al><vet>Deel III </vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                            personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Straf-. overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke
                                toestemming/instemming dan wel vergunning op grond waarvan zij
                                gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening
                                gemeente Voorst, maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Strafbare feiten</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2.1, 2.10, 3.1. tweede lid en artikel 6.1
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een
                            geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                    bekendmaking daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Verordening
                                    Ondergrondse Infrastructuur 2015 (AVOI 2015)</al></li><li nr="3."><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Voorst vervalt op het
                                    tijdstip van inwerkingtreding van de Algemene Verordening
                                    Ondergrondse Infrastructuur.</al><al/></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Twello, 16 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raad</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. B.J.M. Jansen,</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> drs. J.T.H.M. Penninx,</ondertekening><ondertekening> burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting op de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2015
                            (AVOI 2015)</al><al/><al><vet>Algemeen: </vet></al><al>Deze algemene verordening ondergrondse infrastructuur (verder aangeduid
                            als AVOI) is een verordening die regels bevat met betrekking tot de
                            uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                            opruiming van leidingen. In deze verordening zijn zowel regels gesteld
                            betreffende leidingen voor openbare elektronische netwerken alsmede
                            regels voor de overige leidingen. </al><al>De regels voor werkzaamheden betreffende een telecommunicatienetwerk
                            waren voorheen opgenomen in de gemeentelijke
                            Telecommunicatieverordening. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de
                            nieuwe AVOI wordt de bestaande Telecommunicatieverordening, als
                            afzonderlijke verordening, ingetrokken. </al><al>Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg,
                            instandhouding en opruiming van leidingen ten dienste van een openbaar
                            elektronisch telecommunicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet
                            (afgekort Tw), dat de aanbieder van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren,
                            slechts overgaat tot het verrichten van deze werkzaamheden indien het
                            voornemen daartoe schriftelijk is gemeld aan het college en de aanbieder
                            van het college instemming heeft verkregen voor de uitvoering van de
                            werkzaamheden (artikel 5.4, lid 1, Tw). De Telecommunicatiewet bepaalt
                            daarbij (onder andere) eveneens dat het college in het
                            instemmingsbesluit bijzondere voorschriften kan opnemen (artikel 5.4,
                            lid 2 en lid 3, Tw) en dat de gemeenteraad met betrekking tot het
                            verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels vaststelt
                            (artikel 5.4, lid 4, Tw).</al><al>Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                            opruiming van de overige leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van
                            wetgeving. In de meeste gemeenten, waaronder de gemeente Voorst, wordt
                            de vergunningverlening voor de werkzaamheden verleend op grond van de
                            Algemene Plaatselijke Verordening (Apv). Een aantal gemeenten kent reeds
                            een afzonderlijke leidingenverordening.</al><al>In deze verordening is voor elk regime een apart onderdeel met
                            bepalingen opgenomen. Deel 1 (hoofdstukken 2 tot en met 6) is van
                            toepassing op de werkzaamheden in de categorie overige leidingen. Deel 2
                            (hoofdstuk 7) is van toepassing op werkzaamheden voor wat betreft
                            leidingen die ten dienste staan of komen van een openbaar elektronisch
                            telecommunicatienetwerk.</al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen. Van belang is op
                            te merken dat in beginsel alle leidingen in de openbare ruimte
                            (waaronder ook rioolbuizen) waarover de bevoegdheid van het
                            gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening
                            vallen. De term "openbare ruimte" dient in dit verband op eenzelfde
                            wijze geïnterpreteerd te worden als het vergelijkbare begrip "openbare
                            weg" in de Algemene Plaatselijke Verordening Voorst. </al><al>Het bereik van de verordening is niet beperkt tot de leidingen die in de
                            grond liggen, maar ziet ook op leidingen en bijbehorende voorzieningen
                            die door of over kunstwerken zijn gelegd. Met kunstwerken wordt bedoeld
                            infrastructuur die voor leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een
                            barrière (zoals een snelweg of een waterweg) over te kunnen steken.
                            Hierbij valt te denken aan leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook
                            worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze
                            verordening als kunstwerken beschouwd. In artikel 1.2, eerste lid is de
                            reikwijdte van de verordening expliciet aangegeven. Bovengrondse
                            hoogspanningsleidingen zijn uitgezonderd van de definitie van "leiding"
                            en vallen dus niet onder de vergunningplicht van de verordening. </al><al>Met het begrip netbeheerder wordt in eerste instantie bedoeld degene in
                            wiens opdracht de leiding wordt aangelegd. Voor het gemak wordt de
                            aanvrager van een vergunning ook als netbeheerder aangemerkt, hoewel
                            daar feitelijk nog geen sprake van kan zijn (er is immers in geval van
                            nieuwe leidingen nog geen leiding aanwezig). Nadat de leiding is
                            aangelegd, zal de exploitant of beheerder van de leiding worden
                            beschouwd als netbeheerder. Veelal zal dat degene zijn onder wiens
                            verantwoordelijkheid de leiding is aangelegd, maar dat behoeft niet
                            altijd het geval te zijn. In geval van overdracht van de leiding gelden
                            specifieke regels. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2.11. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>sub c (leidingtunnel)</titel></kop><al>Voorbeelden van leidingentunnels zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Mantelbuizen;</al></li><li nr="-"><al>Leidingenviaducten;</al></li><li nr="-"><al>in kunstwerken (bouwkundige zin) aanwezige voorzieningen t.b.v.
                                    de geleiding van leidingen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>sub d. (net)werk</titel></kop><al>Hieronder worden mede begrepen mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters,
                            bovengrondse brandkranen en kasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>sub m (openbare gronden)</titel></kop><al>Hieronder dient te worden verstaan openbare wegen met inbegrip van de
                            daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen,
                            viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, maar ook
                            wateren met daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere
                            plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>In dit artikel wordt het toepassingsbereik van de verordening
                            weergegeven</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr></kop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor het college om ter uitvoering en
                            nadere uitwerking van de verordening nadere regels te stellen. Deze
                            zullen worden opgenomen in het handboek AVOI.</al><al>Beoogd is hierin voornamelijk technische voorschriften op te nemen op
                            het gebied van veiligheid van leidingen en de uitvoering van
                            werkzaamheden. Ook zal in het handboek AVOI worden opgenomen welke
                            informatie moet worden aangeleverd bij het indienen van een
                            vergunningaanvraag of aanvraag instemmingsbesluit. Ook is als onderdeel
                            van het handboek AVOI de schaderegeling ingravingen Voorst
                            opgenomen.</al><al/><al><vet>Deel I</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel bij het regime
                            voor overige leidingen (niet zijnde openbare telecommunicatienetwerken). </al><al>Het is verboden om een leiding aan te leggen, te exploiteren, te
                            onderhouden, te wijzigen, te verplaatsen (waaronder verticale
                            verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij de netbeheerder in het bezit
                            is van een vergunning. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>Dit bepaalt dat de vergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de
                            voorschriften in deze verordening en de nadere regels, zoals gesteld in
                            het handboek AVOI. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Dit artikel regelt in het eerste lid dat er in beginsel binnen 6 weken
                            moet worden beslist op de vergunningaanvraag. Lukt het niet om binnen
                            deze termijn een besluit te nemen dan geeft het tweede lid de
                            mogelijkheid om de beslistermijn met nog eens zes weken te verlengen.
                            Uiteraard zal er naar worden gestreefd om zo spoedig mogelijk op de
                            aanvragen te beslissen en gelden de genoemde termijnen als maximale
                            beslistermijnen. </al><al/><al><vet>Lex silencio positivo</vet></al><al>Het derde lid van artikel 2.4. houdt in dat op deze vergunningprocedure
                            de lex silencio positivo niet van toepassing is. Dat betekent dat bij
                            het verstrijken van de beslistermijnen de vergunning niet van rechtswege
                            als verleend wordt geacht.</al><al>Gelet op de grote publieke belangen die in het geding kunnen zijn, zoals
                            het waarborgen van bereikbaarheid voor politie, brandweer en ambulance
                            en de veiligheid voor het publiek, is het niet verantwoord dat zonder
                            meer met de graafwerkzaamheden mag worden begonnen als de gemeente
                            verzuimd zou hebben binnen de gestelde termijn te beslissen. Dat laat
                            natuurlijk onverlet dat indien de gemeente in gebreke is, daartegen
                            rechtsmiddelen openstaan. Hetzelfde geldt overigens voor de instemming
                            voor de werkzaamheden in verband met aanleg, instandhouding en opruiming
                            van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                            telecommunicatienetwerk (de instemming als bedoeld in artikel 5.4, lid
                            1, sub b, Tw). Het maatschappelijk risico van het stil verlenen van de
                            instemming wordt onwenselijk geacht, afgezet tegen het maatschappelijk
                            voordeel van een tijdige vergunningverlening (zie de opvatting in de
                            brief van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer, d.d. 9 juni
                            2009, TK 29515, nr. 293, in het bijzonder de bijlage 2; laatstelijk
                            herbevestigd door de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot
                            Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene
                            telecommunicatierichtlijnen, TK 32549, nr. 3, pp.29-31). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr></kop><al>Dit artikel biedt de basis om aan de vergunning voorschriften en
                            beperkingen te verbinden. De verordening en de nadere regels zoals
                            opgenomen in het handboek AVOI vormen daarvoor gezamenlijk het kader.
                            Daarbij geldt als uitgangspunt dat de voorschriften en beperkingen
                            slechts mogen strekken tot de bescherming van die belangen welke deze
                            AVOI beoogt te beschermen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Meestal kan door het verbinden van voorschriften en beperkingen aan de
                            vergunning, als bedoeld in artikel 2.4, worden bereikt dat aan hetgeen
                            in deze verordening is gesteld kan worden voldaan en de belangen waartoe
                            deze verordening strekt voldoende worden beschermd. Als te beschermen
                            belangen kunnen hier worden genoemd de openbare orde, de openbare
                            veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast; de bereikbaarheid
                            van gronden en gebouwen en de ondergrondse ordening. Indien ook door het
                            stellen van voorschriften en beperkingen de genoemde belangen niet
                            kunnen worden beschermd dan moet de vergunning worden geweigerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr></kop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning in te
                            trekken of te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het
                            eerste lid genoemde situaties.</al><al>Allereerst kan de vergunning worden ingetrokken indien de netbeheerder
                            niet binnen een jaar is begonnen met het werk en in de situatie waarin
                            de werkzaamheden langer dan een periode van negen maanden stil liggen.
                            Ook in de situatie waarin de betreffende leiding definitief buiten
                            gebruik wordt gesteld, kan de vergunning worden ingetrokken. In gevallen
                            waarin leidingen nog wel worden onderhouden of waarbij sprake is van
                            leidingen die nog in reserve worden gehouden zal er in beginsel geen
                            sprake zijn van het intrekken van een vergunning. De belangrijkste grond
                            betreft het intrekken van de vergunning indien de netbeheerder de
                            voorschriften van de verordening, de nadere regels zoals neergelegd in
                            het handboek AVOI en leidingen of de vergunning(voorschriften) niet
                            naleeft. </al><al>Onderdeel g. is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid
                            geeft om in te grijpen indien er ernstige gevolgen voor gezondheid en
                            milieu dreigen als gevolg van het in stand houden van de vergunning.
                            Deze bevoegdheid kan echter als laatste middel gebruikt worden aangezien
                            eerst moet worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door
                            aanpassing van de vergunning of door het stellen van nadere eisen. </al><al>Onderdeel h. betreft het geval indien er werken van openbaar belang en
                            algemeen nut ter plaatse van de vergunde leiding moeten worden
                            uitgevoerd, waardoor deze leiding niet kan blijven liggen of moet worden
                            aangepast. Het betreft hier met name de uitvoering van gemeentelijke
                            werkzaamheden. Gedacht kan worden aan de aanleg van een rotonde of het
                            verplaatsen van een watergang. In de meeste gevallen zal hierbij sprake
                            zijn van een gedeeltelijke verlegging van de bestaande leiding. Hiervoor
                            dient dan een wijzigingsvergunning te worden aangevraagd, waarbij dan
                            een wijziging in de bestaande vergunning voor de betreffende leiding
                            plaatsvindt. Voor leidingen die sinds 1995 zijn gelegd kan er vanuit
                            worden gegaan dat hiervoor een expliciete vergunning is verleend en kan
                            bij een verlegging dus worden volstaan met een wijzigingsvergunning.
                            Voor wijzigingen in leidingen die vóór 1995 zijn gelegd en waarvoor geen
                            expliciete vergunning is verleend zal dan een nieuwe vergunning op grond
                            van deze AVOI worden verleend. De eventuele leges die verbonden zijn aan
                            de vergunning hiervoor kunnen door de netbeheerder worden teruggevraagd
                            met een beroep op de Verlegregeling. Deze regeling voorziet in een
                            financiële tegemoetkoming voor een aantal kostenposten bij de verlegging
                            van leidingen. </al><al>Onderdeel i. is beperkt tot de verkoop aan derden van gronden die
                            gemeentelijk eigendom zijn en behoren tot de openbare ruimte. In die
                            gevallen zal er voor het liggen van leidingen in deze gronden een
                            zakelijk recht moeten worden gevestigd ten behoeve van de netbeheerder.
                            De kosten voor het vestigen van een dergelijk zakelijk recht komen voor
                            rekening van de koper van de betreffende gronden. In het geval de
                            betreffende leiding met het oog op voorgenomen bouwplannen op deze
                            gronden verlegd moet worden zal ook hiervoor een wijzigingsvergunning
                            moeten worden aangevraagd door de netbeheerder.</al><al>De hoorplicht in lid 2 vloeit voort uit de eisen die de Algemene wet
                            bestuursrecht stelt aan de zorgvuldige voorbereiding van besluiten.</al><al>Lid 3 geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot intrekking
                            of wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de
                            betreffende leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in zijn
                            geheel te verwijderen. Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft dit de
                            netbeheerder vervolgens de mogelijkheid om een beroep te doen op de
                            Verlegregeling, waarin de procedure en voorwaarden voor tegemoetkoming
                            in de schade die netbeheerder door de opgelegde verplichting lijdt, is
                            geregeld. Overigens zal per geval ook altijd worden bezien of
                            verwijdering van leidingdelen wel wenselijk is en ook technisch mogelijk
                            is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr></kop><al>In geval dat de netbeheerder niet langer van een vergunning gebruik
                            wenst te maken, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan ons
                            college. Deze zal in reactie hierop de vergunning intrekken met daarbij
                            zo nodig de verplichting om de betreffende leiding ook te verwijderen.
                            Met het intrekken van de vergunning vervallen alle rechten die met de
                            vergunning gepaard gaan. </al><al>Om te voorkomen dat een netbeheerder door het afstand doen van een
                            vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in het tweede
                            lid aangegeven dat hij nog steeds wordt beschouwd als netbeheerder in de
                            zin van deze verordening. De verwijderingplicht rust dan ook op hem. Dit
                            geldt niet indien de leiding is overgedragen aan een andere
                            (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe
                            eigenaar als leidingexploitant beschouwd. Zie voor deze situatie ook
                            artikel 2.10. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr></kop><al>In dit artikel is opgenomen dat voor werkzaamheden met een sleuflengte
                            van maximaal 25 meter in de openbare ruimte of een lasgat met een
                            oppervlakte van maximaal 16 vierkante meter, een vereenvoudigde
                            meldingsprocedure geldt. Aangezien bij de meeste huisaansluitingen
                            sprake is van sleuflengten van minder dan 25 meter zullen de
                            werkzaamheden betreffende huisaansluitingen voor het grootste deel onder
                            de meldingsprocedure van artikel 2.9 kunnen vallen.</al><al>Twee werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden dient, door middel van
                            een speciaal formulier, melding gemaakt te worden van het voornemen
                            daartoe, waarna een marginale toetsing plaatsvindt en de netbeheerder
                            wordt medegedeeld dat geen vergunning is vereist. Aan deze mededeling
                            kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. In geval van
                            storingen waar reparatie geen uitstel kan lijden en in geval van
                            calamiteiten geldt de meldtermijn van twee werkdagen niet. Deze dienen
                            wel binnen twee werkdagen na aanvang van de werkzaamheden gemeld te
                            zijn, waarna alsnog een mededeling van het college zal volgen dat geen
                            vergunning is vereist, dan wel dat er achteraf nog moet worden voldaan
                            aan voorschriften en beperkingen. Op grond van het tweede lid geldt de
                            meldingsprocedure niet voor ondergrondse hoogspanningsleidingen. Vanwege
                            de veiligheidsaspecten is het wenselijk dergelijke werkzaamheden altijd
                            aan een vergunningplicht te onderwerpen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr></kop><al>Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat in geval van overdracht
                            (bijvoorbeeld verkoop) van een leiding de vergunning die op die leiding
                            betrekking heeft, inclusief alle rechten en plichten, overgaat op de
                            nieuwe netbeheerder. De vergunning is zaaksgebonden en "volgt" het
                            object. Uiteraard dient de nieuwe netbeheerder zich volledig te houden
                            aan de in de vergunning vermelde voorschriften. Indien wijziging van
                            netbeheerder plaatsvindt (bij overdracht, maar ook ingeval de
                            rechtspersoonlijkheid wijzigt) wordt ervan uitgegaan dat in eerste
                            instantie de bestaande netbeheerder hiervan melding maken aan de
                            gemeente. Zolang het netbeheer nog niet formeel aan de nieuwe
                            netbeheerder is overgedragen blijkt de wet WION nog steeds op de "oude"
                            netbeheerder van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen netbeheerder</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>Nadat de vergunning is verleend kunnen de feitelijke werkzaamheden een
                            aanvang nemen. Dit artikel geeft het college de mogelijkheid om te eisen
                            dat bouwtechnische tekeningen en andere documenten worden overgelegd.
                            Waar mogelijk wordt in de nadere regels in het handboek AVOI opgenomen
                            welke documenten in ieder geval dienen te worden overgelegd. Uit oogpunt
                            van veiligheid is de aanleg van een leiding een essentieel element; het
                            toezicht van gemeentewege op de aanleg van de leidingen is dan ook van
                            groot belang. </al><al>Om dat toezicht goed te kunnen uitoefenen is het nodig dat de gemeente
                            op de hoogte is van alle geplande werkzaamheden die zich na de verlening
                            van de vergunning zullen plaatsvinden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr></kop><al>Dit artikel heeft betrekking op het aantreffen van bodemverontreiniging
                            en andere ondergrondse obstakels bij de aanleg van een leiding. De term
                            "bodemverontreiniging" is in deze verordening breder dan de terminologie
                            in de Wet bodembescherming. Aan de gemeente moeten alle stoffen en
                            obstakels gemeld worden, die een nadelige invloed kunnen hebben op de
                            staat van de leiding. Hiermee wordt duidelijk wat de kritieke plaatsen
                            in een leidingtracé zijn. Deze verplichting staat los van de plichten
                            die reeds gelden op grond van de Wet bodembescherming, die is opgesteld
                            vanuit milieubeschermingsoptiek. Dit artikel is aanvullend ten opzichte
                            van het in voornoemde wet neergelegde regime. In geval een dergelijke
                            verontreiniging of obstakels worden aangetroffen zodanig dat aanleg van
                            een leiding niet verantwoord is als de verontreiniging of obstakels niet
                            eerst zijn opgeruimd, kan het college de netbeheerder opdragen bepaalde
                            maatregelen te treffen. De kosten voor deze maatregelen komen in
                            beginsel ten laste van de netbeheerder zelf. In situaties waarbij het
                            niet redelijk is om alle kosten bij de netbeheerder te leggen kan worden
                            afgeweken van dit uitgangspunt. </al><al>Als sluitstuk kan het college opschorting van de werkzaamheden vorderen.
                            Bij het opleggen van dergelijke maatregelen vormen de belangen die
                            beschermd worden met deze verordening het beoordelingskader.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr></kop><al>Dit artikel stelt het college in staat om te allen tijde zonder daarvoor
                            een vergoeding verschuldigd te zijn zogeheten "as built" – en/of
                            revisietekeningen op te vragen. Normaliter zullen deze tekeningen zo
                            spoedig mogelijk na voltooiing van de werkzaamheden opgevraagd worden,
                            maar dit artikel biedt tevens de mogelijkheid om in een later stadium de
                            stand van zaken te verifiëren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr></kop><al>Een belangrijk element van deze verordening is de onderhoudsplicht. De
                            netbeheerder is primair verantwoordelijk voor een goede staat van de
                            leiding. In het handboek AVOI zijn de beoordelingscriteria voor goed
                            onderhoud uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Informatie-uitwisseling</titel></kop><al>Algemene opmerking:</al><al>Deze artikelen benadrukken de regisserende rol die de gemeente kan
                            hebben bij projecten. De gemeente zal als beheerder van de openbare
                            ruimte de belangen van diverse gebruikers van die openbare ruimte
                            trachten te behartigen en voor zover mogelijk ook proberen samen te
                            brengen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><al>Het college neemt in de fase van planning van een project het initiatief
                            om met de desbetreffende netbeheerder(s) te overleggen over de mogelijke
                            gevolgen van dat project voor de ligging en onderhoud van leidingen.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al>Het college neemt het initiatief om alle betrokken partijen voorafgaand
                            aan de start van een werk met gevolgen voor de ondergrondse
                            infrastructuur bij elkaar te roepen zodat ze met elkaar informatie
                            hierover kunnen uitwisselen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr></kop><al>De gemeente zal periodiek maar ten minste eenmaal per jaar een overleg
                            bij elkaar roepen tussen alle betrokken partijen over alle uit te voeren
                            projecten in de openbare ruimte. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Nadeelcompensatie en schaderegeling ingravingen.</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><al>Het college kan besluiten in de openbare ruimte werken te verrichten die
                            van invloed kunnen zijn op de reeds aanwezige leidingen en kan op grond
                            van artikel 2.7., onderdeel h. besluiten een bestaande vergunning te
                            wijzigen of in te trekken zodat een leiding verlegd of aangepast moet
                            worden. Artikel 2.7. onderdeel g. (het van kracht blijven van de
                            vergunning heeft onaanvaardbare gevolgen voor mens en natuur en milieu)
                            geeft ook de mogelijkheid tot intrekking of wijziging vergunning
                            waardoor ook hier een recht op nadeelcompensatie kan ontstaan doordat er
                            leidingen moet worden verlegd dan wel geheel verwijderd. Voor zover de
                            netbeheerder daarbij schade lijdt die niet tot het normale
                            bedrijfsrisico behoort, zal het college hem een redelijke en billijke
                            schadevergoeding toekennen (nadeelcompensatie). De criteria en procedure
                            die wordt gevolgd bij het vaststellen van deze vergoeding zullen worden
                            neergelegd in de zogeheten Verlegregeling Voorst 2015 die door het
                            college als beleidsregel is dan wel wordt vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr></kop><al>De kosten voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die
                            openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde
                            (graaf) werkzaamheden worden bij de netbeheerder in rekening gebracht.
                            Zie hiervoor in het bijzonder de Schaderegeling Ingravingen Voorst.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verontreiniging, gevaar en hinder</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen
                            voor de netbeheerder in geval van storingen en incidenten waarbij
                            gevaar, hinder of verontreiniging plaatsvindt. Het geeft het college
                            overigens de bevoegdheid om in voorkomende gevallen (waaronder ook
                            concrete dreiging) maatregelen te treffen ten aanzien van de leiding die
                            het gevaar, de hinder of de verontreiniging veroorzaakt, maar ook –
                            indien noodzakelijk – ten aanzien van de naburige leidingen. Overigens
                            zal bij de toepassing van deze bevoegdheden zoveel mogelijk gebruik
                            gemaakt worden van bestaande incidentenregelingen. Het in het tweede lid
                            bedoelde onderzoek komt voor rekening van de netbeheerder.</al><al/><al><vet>Deel II</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>(openbare elektronische communicatienetwerken)</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient acht
                            weken voor de aanvang van de werkzaamheden te geschieden.</al><al/><al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de
                            melding overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde
                            komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                            werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd
                            dat de termijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al><al/><al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee
                            dagen voor de aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader
                            vast te stellen formulier</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                            Telecommunicatiewet.</al><al>Aanvullend kan, ter explicitering, als onderdeel worden opgenomen dat de
                            aanbieder de begin- en einddatum van de graafwerkzaamheden opgeeft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>Door middel van dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en
                            artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden
                            volstaan met een melding aan de burgemeester of een door hem of haar aan
                            te wijzen of aangewezen ambtenaar. Ernstige belemmeringen of storingen
                            in de communicatie zijn niet nader omschreven, wel wordt in de
                            toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een
                            kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige
                            belemmering of storing in de communicatie voor één individuele
                            aansluiting voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college dient uiterlijk binnen 6 weken na ontvangst van de melding
                            het instemmingsbesluit te nemen. Verwacht mag worden dat in de meeste
                            gevallen binnen zes weken een instemmingsbesluit kan worden genomen.
                            Indien een beslissing binnen deze termijn niet mogelijk is, zal het
                            college een redelijke termijn noemen waarbinnen het instemmingsbesluit
                            wel tegemoet kan worden gezien. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><al>De wetgever heeft in de Telecommunicatiewet de voorschriften op genomen,
                            die het college in het instemmingsbesluit kan opnemen. Het gaat om
                            artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet welke als volgt
                            luiden: </al><lijst><li nr="&#34;2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde,
                                    veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de
                                    bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse
                                    ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaats van de werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande
                                            dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zeer
                                            zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in
                                            het tweede lid, niet later mag plaatsvinden dan 12
                                            maanden na de datum van afgifte van het
                                            instemmingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van de
                                            voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met
                                            beheerders van overige in de grond aanwezige
                                            werken."</al></li></lijst></li></lijst><al/><al>Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van
                            voorschriften bij het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat
                            het instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene
                            wet bestuursrecht (Awb). Wanneer de aanbieder het niet eens is met de
                            gegeven voorschriften bij het instemmingsbesluit kan deze hiertegen een
                            bezwaarschrift indienen bij het college van B&amp;W en vervolgens in
                            beroep gaan bij de rechtbank Rotterdam en in hoger beroep bij het
                            College van Beroep voor het bedrijfsleven (Artikel 17.1
                            Telecommunicatiewet.)</al><al>Door middel van het tweede lid van dit artikel wordt invulling gegeven
                            aan artikel 5.4, tweede en derde lid van de wet.</al><al/><al>Het college kan de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om
                            te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk
                            besluit geruime tijd na afgifte. Immers, het intussen gewijzigde gebruik
                            van de openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel
                            onwenselijk maken. </al><al/><al>Het tweede lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften
                            over tijdstip, plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook
                            voorschriften kan stellen over de uitstraling, vormgeving, kleur,
                            situering en afmetingen van voorzieningen als kasten handholes en
                            dergelijke behorende bij het netwerk.</al><al/><al>Het derde lid heeft betrekking op werkzaamheden in openbare gronden die
                            plaatsvinden binnen een periode van 5 jaar nadat er groot onderhoud aan
                            of een herinrichting van deze gronden heeft plaatsgevonden. Uiteraard
                            zal worden getracht om te voorkomen dat er binnen een periode van 5 jaar
                            na herinrichting of onderhoud (verleggings)werkzaamheden in de openbare
                            gronden moeten plaatsvinden. In dat kader zullen gemeente en
                            netbeheerder moeten bezien of een alternatief tracé mogelijk is, zodat
                            daarmee de kosten voor de netbeheerder beperkt of zelfs voorkomen kunnen
                            worden. De gemeente kan in deze situaties eisen dat het herstel over de
                            gehele straat- of trottoirbreedte zal moeten plaatsvinden. De kosten
                            voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie zullen dan, conform
                            de Schaderegeling Ingravingen Voorst in rekening worden gebracht bij de
                            netbeheerder. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                            medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het
                            graven in de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de
                            gemeente. Het medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over
                            het af te geven instemmingsbesluit. </al><al/><al>In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder opgenomen van
                            vooraangelegde voorzieningen gebruik te maken, indien daartoe een
                            redelijk aanbod wordt gedaan. De vraag wat een redelijk aanbod is kan
                            worden beantwoord als volgt: de aanwezige voorziening is zowel in
                            kwaliteit als in kosten een volwaardig alternatief voor het eigen
                            graafrecht van de aanbieder. </al><al/><al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke
                            leidingprofielen geen ruimte bieden voor de aanleg van leidingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.8</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen</titel></kop><al>Artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat aan de
                            gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een leiding geen
                            onderdeel uitmaakt van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om
                            die reden is het van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis
                            wordt gesteld van het in- of uit gebruik stellen van leidingen ten einde
                            bij overschrijding van die termijn over te kunnen gaan tot het verzoeken
                            van verwijdering van de leiding.</al><al>Op grond van artikel 5 lid 2b van de Wet (WION) verstrekt het Kadaster
                            op verzoek aan bestuursorganen gebiedsinformatie voor zover deze
                            noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Op deze wijze voorziet
                            deze wet in de informatiebehoefte van de gemeente over de in het
                            openbaar gebied liggende telecomleidingen. De WION registreert echter
                            niet of de leidingen al dan niet in gebruik zijn. Vandaar de aanvullende
                            verplichting voor de aanbieder van een telecommunicatienetwerk om elke
                            wijziging in eigendom van het netwerk zelf aan de gemeente te melden. </al><al/><al><vet>Deel III </vet></al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr></kop><al>Beoogd wordt een aantal gemeentelijke ambtenaren aan te wijzen als
                            toezichthouders. Zij zullen toezicht houden op de naleving van de
                            voorschriften bij of krachtens deze verordening, waaronder dus ook de
                            verleende vergunningen en instemmingsbesluiten </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr></kop><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze
                            leidingen die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn is in de meeste
                            gevallen – al dan niet privaatrechtelijk dan wel door middel van een
                            vergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening Voorst
                            (Apv) – een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden verbonden zijn.
                            Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de huidige
                            leidingeigenaren hoge kosten moeten maken is er voor gekozen de huidige
                            toestemmingen te beschouwen als een instemming of vergunning in de zin
                            van deze verordening. Overigens geldt voor leidingen die zonder
                            toestemming of vergunning in de openbare ruimte liggen hoe dan ook dat
                            een aanvraag moet worden ingediend om een vergunning op grond van deze
                            verordening te kunnen verkrijgen.</al><al>Er is voor gekozen om de nieuwe verordening ook van toepassing te laten
                            zijn op de meldingen zoals bedoeld in artikel 7.1. die zijn ingediend
                            voor het moment van inwerkingtreding van deze nieuwe verordening en
                            waarop nog geen instemmingsbesluit is gevolgd</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr></kop><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen
                            strafrechtelijk op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor
                            bestuursrechtelijke handhavinginstrumenten en vormt de toepassing van
                            strafrechtelijke sancties in beginsel een uiterst handhavingmiddel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening, die kan worden aangehaald als "Algemene Verordening
                            Ondergrondse Infrastructuur 2015", treedt in werking op 1 januari 2015. </al><al>De formele bekendmaking vindt plaats via het Gemeenteblad op de
                            website.Infomatief wordt deze verordening ook op de gemeentelijke
                            informatiepagina in het Voorster Nieuws gepubliceerd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>