<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345265_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad gezien, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 18a, vijfde lid en art. 60 vierde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014 / 13 / 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Werk, zorg en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive (2013)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>“Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015”
            </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Recidiveboete: bestuurlijke boete zoals bedoeld in artikel 18a,
                                vijfde lid, van de Participatiewet. </al></li><li nr="2."><al>Verrekenen: verrekening zoals bedoeld in artikel 60,vierde lid, van
                                de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekenen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verrekent de recidiveboete met de algemene bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening geschiedt gedurende maximaal drie kalendermaanden volgend
                            op de kalendermaand waarin het besluit tot oplegging van een recidive
                            boete is genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maandelijkse verrekening bedraagt ten hoogste 100 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Heeft een ander college dan het college een recidiveboete opgelegd,
                            terwijl de belanghebbende bijstand van het college van de gemeente
                            Voerendaal ontvangt, bedraagt de verrekening van die recidiveboete 100
                            procent gedurende drie kalendermaanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Intrekking eerdere verordening</titel></kop><al>De eerdere verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive wordt
                        ingetrokken per 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                                bestuurlijke boete bij recidive 2015.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden
                        in Voerendaal d.d. 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene Toelichting</titel></kop><al>Per 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving- en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving in werking getreden. Met de wet kreeg het college de plicht om een
                    boete op te leggen indien sprake is van schending van de inlichtingenplicht. De
                    eerdere bevoegdheid om een maatregel in deze situatie op te leggen verdwijnt. De
                    hoogte van de boete is daarbij in beginsel gelijk aan het bedrag dat
                    belanghebbende te veel aan bijstand heeft ontvangen. </al><al/><al>Is sprake van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht (recidive)
                    dan wordt deze boete in beginsel verhoogd tot 150% van het te veel ontvangen
                    bedrag. Naast deze verhoging krijgt het college daarbij ook de bevoegdheid om in
                    de eerste drie maanden na oplegging van de boete de bijstand volledig te
                    verrekenen met de openstaande boetevordering. </al><al/><al>In eerste instantie had de wetgever voorzien in een plicht tot volledige
                    verrekening van de boetevordering. Bij amendement is deze verplichting echter
                    omgezet in een bevoegdheid, zodat de gemeente de mogelijkheid heeft om daar waar
                    volledige verrekening onwenselijke effecten heeft (denk bv. aan hogere
                    maatschappelijke kosten vanwege uithuisplaatsing of gezinnen met kinderen
                    waarvan de kinderen de dupe worden) de verrekening aan te passen, dan wel bij de
                    verrekening de beslagvrije voet volledig te respecteren. De Wet Werk en Bijstand
                    verplicht de gemeenteraad in dit kader bij verordening nadere regels te stellen
                    met betrekking tot het gebruik van deze bevoegdheid. </al><al/><al>Met ingang van 1 januari 2015 zijn in artikel 18, vierde lid, van de
                    Participatiewet geüniformeerde arbeidsverplichtingen opgenomen. </al><al>Voor het schenden van deze verplichtingen geldt dat de bijstand in beginsel moet
                    worden verlaagd met 100% gedurende 1 tot 3 maanden. </al><al>Bij een eerste gedraging is dit 100% gedurende 1 maand, bij recidive 2 maanden
                    en bij herhaalde recidive 3 maanden. Bij het schenden van de inlichtingenplicht
                    wordt bij een eerste gedraging de bestuurlijke boete verrekend tot de beslag
                    vrije voet (10% van de bijstandsnorm). Bij recidive staat het gemeenten vrij om
                    de hoogte van de verrekening te bepalen tot een maximaal van 100% van de
                    bijstand gedurende 3 maanden. Om het schenden van de verplichtingen in het kader
                    van arbeidsinschakeling niet zwaarder te laten bestraffen dan fraude wordt de
                    hoogte van de maatregel voor zowel recidive bij het schenden van de
                    inlichtingenplicht en het zeer ernstig misdragen jegens ambtenaren 100% van de
                    toepasselijke bijstandsnorm. De duur is vastgelegd in de verschillende
                    verordeningen. </al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting </titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Geen nadere toelichting noodzakelijk</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Artikel 4:93, vierde lid, van Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat
                        verrekening niet mogelijk is voor zover beslag op de vordering nietig zou
                        zijn. Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening moet
                        worden gehouden met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in
                        artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                        Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven geeft de Participatiewet het college
                        de bevoegdheid om deze bepaling in de eerste drie maanden na oplegging van
                        de boete buiten toepassing te laten. Het college mag dus de openstaande
                        boetevordering (zowel de recidiveboete als een wellicht nog openstaand
                        bedrag in verband met de eerdere boete) in deze eerste drie maanden volledig
                        met een eventueel bijstandsrecht verrekenen. </al><al/><al>Het college kiest ervoor om van de maximale bevoegdheid tot verrekenen
                        gebruik te maken. De verrekening bedraagt 100% van de toepasselijke
                        bijstandsnorm gedurende drie maanden. </al><al/><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Is de recidiveboete opgelegd op het moment dat belanghebbende elders
                        bijstand ontving dan is de verrekening van de recidiveboete eveneens 100%
                        van de toepasselijke bijstandsnorm gedurende 3 maanden. </al><al>Dit betekent als de recidiveboete opgelegd is door de gemeente Amsterdam en
                        belanghebbende is verhuisd naar Voerendaal en ontvangt inmiddels een
                        uitkering van onze dienst dan kan de gemeente Amsterdam gedurende 3 maanden
                        maximaal 100% van de toepasselijke bijstandsnorm verrekenen voor de
                        recidiveboete. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>&amp; 4</titel></kop><al>Geen nadere toelichting noodzakelijk. </al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>