<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345255_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Gezien, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet , art. 8, eerste lid onderdeel c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014 / 13 / 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Werk, zorg en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>“Verordening individuele studietoeslag 2015” </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband van de
                        gemeenten Simpelveld, Nuth en Voerendaal. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het Dagelijks Bestuur vastgesteld
                        formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststellen verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur beoordeelt of een persoon als bedoeld in artikel
                            7, eerste lidonderdeel a Participatiewet niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft
                            tot arbeidsparticipatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan bij nadere regeling specifieke
                            voorwaarden</al><al>stellen om de aanvrager te laten aantonen dat hij tot de doelgroep
                            behoort zoals bedoeld in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Recht op individuele studietoeslag</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur stelt bij nadere regeling vast wanneer men in
                        aanmerking komt voor de individuele studietoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De individuele studietoeslag bedraagt € 360,00 per jaar.</al></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur kan het bedrag genoemd in het eerste lid
                                jaarlijksindexeren conform de ontwikkelingen van de
                                consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de
                                Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                studietoeslag 2015.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden
                        in Voerendaal d.d. 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting </titel></kop><al/><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het Dagelijks
                    Bestuur de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn
                    het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                    ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                    arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                    gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft.</al><al/><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2).</al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht</cursief></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).</al><al/><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid </cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het Dagelijks Bestuur. Dit betekent dat het Dagelijks Bestuur aan personen
                    die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet
                    is gehouden. Het Dagelijks Bestuur kan in beleidsregels aangeven of bepaalde
                    groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het Dagelijks Bestuur
                    kan in plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van welke
                    nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag.</al><al/><al>Voorwaarden individuele studietoeslag </al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het Dagelijks Bestuur kan op een dergelijk verzoek – gelet
                    op de individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen
                    opleiding, leeftijd en inkomen. De persoon zal - als aanvrager van de toeslag -
                    aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al/><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het Dagelijks Bestuur.
                    Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een
                    persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de
                    Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag
                    (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de
                    Participatiewet is niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel
                    36b, tweede lid, van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele
                    studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting </titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststellen verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        Dagelijks Bestuur op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><al>• 18 jaar of ouder is; </al><al>• recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                        2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de
                        Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al><al>• geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                        Participatiewet heeft; en </al><al>• een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                        verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                        arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Het Dagelijks Bestuur kan in nadere beleidsregels bepalen hoe vastgesteld
                        wordt of de persoon behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 7,
                        eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. In deze beleidsregels kan
                        het Dagelijks Bestuur vastleggen hoe/wie deze diagnose stelt c.q. in
                        hoeverre de klant zelf verantwoordelijk is voor het laten vaststellen van
                        deze diagnose.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van twaalf maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Voor de beoordeling of
                        een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele studietoeslag
                        wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een
                        persoon slechts eenmaal binnen een periode van twaalf maanden in aanmerking
                        kan komen voor een individuele studietoeslag. Studeert een persoon na deze
                        twaalf maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen
                        voor een individuele studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Recht op individuele studietoeslag</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur stelt in nadere beleidsregels vast wanneer iemand in
                        aanmerking komt voor de individuele studietoeslag. In deze beleidsregels kan
                        het Dagelijks Bestuur nadere voorwaarden verbinden aan het recht op
                        individuele studietoeslag en eventueel aangeven of bepaalde groepen niet in
                        aanmerking komen voor een studietoeslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>In artikel 6 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld. Een individuele studietoeslag bedraagt € 360,00 per
                        jaar.</al><al>Dit bedrag is gebaseerd op de hoogte van de individuele inkomenstoeslag voor
                        een alleenstaande. De individuele studietoeslag is een
                        inkomensondersteunende maatregel voor personen die tot de doelgroep behoren
                        en is niet gerelateerd aan daadwerkelijk gemaakte kosten. Omdat de aard van
                        deze regeling gelijkenissen vertoond met de individuele inkomenstoeslag, is
                        voor wat betreft de hoogte van het bedrag, daarbij aansluiting gezocht (zie
                        Verordening individuele inkomenstoeslag 2015).</al><al>De hoogte van de studiefinanciering is toereikend om te voorzien in de
                        kosten van studie en levensonderhoud. De studietoeslag is een bijdrage om
                        extra kosten, waarin de studiefinanciering niet voorziet, te kunnen
                        financieren. Dit is vergelijkbaar met het verstrekken van de individuele
                        inkomenstoeslag. Derhalve is besloten om de hoogte van de studietoeslag
                        gelijk te trekken met de hoogte van de individuele inkomenstoeslag voor een
                        alleenstaande.</al><al>In artikel 6, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                        opgenomen. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten om de hoogte van het bedrag
                        te indexeren. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet
                        worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                        studietoeslag geregeld. </al><al>De individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is
                        het bedrag zoals neergelegd in artikel 6 van deze verordening. Na 12 maanden
                        kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
                        studietoeslag. Dit volgt uit artikel 4 van deze verordening. </al><al>Er wordt eenmalig (op de aanvraag- c.q. peildatum) bezien in hoeverre de
                        persoon aan de voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor de
                        individuele studietoeslag.</al><al>Er is voor gekozen om de uitbetaling van de individuele studietoeslag ineens
                        te doen. Immers, bij periodieke betaling van deze studietoeslag dienen de
                        gemeenten rekening te houden met de fiscale gevolgen. Volgens de Rekenregels
                        en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is periodieke
                        bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar inkomensaanvullend
                        namelijk een belaste verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand is een
                        onbelaste verstrekking. Derhalve is er niet voor een periodieke betaling
                        gekozen, maar voor een betaling ineens; dan is er geen sprake van een
                        belaste toeslag.</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>