<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR345171_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, 67108</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVB14-0073</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wet Maatschappelijke Ondersteuning</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen op Zoom;</al><al>gezien het voorstel van het college van 16 september 2014, nr.
                        RVB14-0073;</al><al/><al>gelet op de invoering Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het Beleidsplan Wmo 2015 - 2017 vast te stellen, waarin de
                                beleidsvoornemens voor de door het college te nemen besluiten ofte
                                verrichten handelingen voorde uitvoering van de Wmo 2015 zijn
                                beschreven voor de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>Eigen kracht;</al></li><li nr="b."><al>Maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>Toegang;</al></li><li nr="d."><al>Financieel kader;</al></li><li nr="e."><al>Samenhang overige taken Sociaal Domein;</al></li><li nr="f."><al>Samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De Verordening voorzieningen maatschappelijk ondersteuning Bergen op
                                Zoom 2013, vastgesteld op 25 april 2013, in te trekken per 1 januari
                                2015;</al></li><li nr="3."><al>De navolgende Verordening Voorzieningen maatschappelijke
                                ondersteuning 2015 vast te stellen en in werking te laten treden per
                                1 januari 2015</al></li></lijst><al/><al><vet>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom
                            2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. </al></li><li nr="b."><al>College: College van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="c."><al>Aanbieder: Een persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.1.1
                                van de wet.</al></li><li nr="d."><al>Aanvraag: Het verzoek van een cliënt aan het college, om in
                                aanmerking te komen voor één of meerdere -individuele -
                                voorzieningen.</al></li><li nr="e."><al>Adequaat: Passend bij de aandoeningen, beperkingen en belemmeringen
                                van cliënt. Hierbij gaat het tevens om het noodzakelijk zijn van een
                                voorziening gezien de aandoeningen, beperkingen en belemmeringen.
                            </al></li><li nr="f."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: Voorziening die niet speciaal is
                                bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar
                                is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; naar
                                geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruik behorend.
                                Hierbij is ook van belang of de voorziening tot het
                                aanschaffingspatroon van de cliënt behoort.</al></li><li nr="g."><al>Algemene voorziening: Een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1
                                van de wet.</al></li><li nr="h."><al>Andere voorziening: Voorziening anders dan in het kader van de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li><li nr="i."><al>Bijdrage: Bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de
                                wet.</al></li><li nr="j."><al>Cliënt: Een persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.</al></li><li nr="k."><al>Cliëntondersteuning: Ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van
                                de wet.</al></li><li nr="l."><al>Eigen bijdrage: Een door het college vast te stellen bijdrage, die
                                bij de verstrekking van een voorziening in natura of in de vorm van
                                een persoonsgebonden budget, voor rekening van de cliënt of zijn
                                ouder(s)/verzorger(s) komt. De hoogte van de eigen bijdrage is
                                inkomensafhankelijk en wordt bepaald en geïnd door het Centraal
                                Administratie Kantoor (CAK).</al></li><li nr="m."><al>Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning: Het
                                door het College op grond van deze verordening vastgestelde regels,
                                omvattende het geheel van verstrekkingen en bedragen, welke in het
                                kader van de Wmo kunnen worden verstrekt.</al></li><li nr="n."><al>Gebruikelijke hulp: Hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="o."><al>Gemeenschappelijke ruimte: Gedeelte(n) van een woongebouw, niet
                                behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om
                                de woning van de ondersteuningsvrager vanaf de toegang van het
                                woongebouw te bereiken; en ruimten die onder het gehuurde vallen
                                en/of waarvan de cliënt gebruik moet kunnen maken.</al></li><li nr="p."><al>Gesprek: Gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="q."><al>Herzien: Gedeeltelijk intrekken primair besluit; terugwerkende
                                kracht.</al></li><li nr="r."><al>Hoofdverblijf: De plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste
                                nachten per jaar doorbrengt.</al></li><li nr="s."><al>Huisgenoot: Persoon die met anderen hetzelfde huis bewoont.</al></li><li nr="t."><al>Hulpvraag: Behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld
                                in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="u."><al>ICF: International Classification of Functioning, Disability and
                                Health.</al></li><li nr="v."><al>Inkomen: Het verzamelinkomen.</al></li><li nr="w."><al>Intrekken: Volledig intrekken primair besluit; terugwerkende
                                kracht.</al></li><li nr="x."><al>Inwoner: Iemand die in een bepaalde plaats of een bepaald land
                                woont.</al></li><li nr="y."><al>Maatschappelijke ondersteuning: Ondersteuning als bedoeld in artikel
                                1.1.1 van de wet.</al></li><li nr="z."><al>Maatwerkvoorziening: Voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet. Onder een maatwerkvoorziening wordt verstaan: Voorziening en
                                ondersteuning. Deze kunnen zowel in natura als pgb worden
                                verstrekt.</al></li><li nr="aa."><al>Mantelzorg: Hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.</al></li><li nr="bb."><al>Melding: Melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2,
                                eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="cc."><al>Natura: Een voorziening of ondersteuning wordt rechtstreeks
                                afgenomen van gecontracteerde aanbieders en aan de cliënt verstrekt.
                                Het college betaalt aan de aanbieders.</al></li><li nr="dd."><al>Onderhoud: Alle noodzakelijke werkzaamheden die nodig zijn om een
                                voorziening bruikbaar voor de cliënt te houden. Reparaties als
                                gevolg van bijvoorbeeld aanrijding en onzorgvuldig gebruik zijn
                                hiervan uitgesloten.</al></li><li nr="ee."><al>Ondersteuning: Vorm van een maatwerkvoorziening. Betreft
                                niet-fysieke goederen in de vorm van persoonlijke dienstverlening
                                (diensten). Bijvoorbeeld hulp bij het huishouden.</al></li><li nr="ff."><al>Onverwijld: Direct, ogenblikkelijk.</al></li><li nr="gg."><al>Participatie: Participatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="hh."><al>Pgb: Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="ii."><al>Resultaat: Hetgeen bereikt kan worden om de zelfredzaamheid en/of
                                participatie te behouden of te vergroten.</al></li><li nr="jj."><al>Sociaal netwerk: Netwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="kk."><al>Standplaats: Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen,
                                waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van
                                openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen
                                worden aangesloten.</al></li><li nr="ll."><al>Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning: Landelijk besluit
                                maatschappelijke ondersteuning op basis van de Wet.</al></li><li nr="mm."><al>Vertegenwoordiger: Persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="nn."><al>Verzamelinkomen: Het totaal aan inkomen uit Box 1, 2 en 3 van de Wet
                                op de Inkomstenbelasting 2001.</al></li><li nr="oo."><al>Voorzienbaarheid: Gevolgen van bepaalde handelingen (onder meer
                                gerelateerd aan de aandoeningen, beperkingen een belemmeringen)
                                waarvan aannemelijk is dat er rekening mee kon worden gehouden bij
                                de keuzen die een persoon maakt ten aanzien van zijn zelfredzaamheid
                                en/of participatie.</al></li><li nr="pp."><al>Voorziening: Vorm van een maatwerkvoorziening. Betreft fysieke
                                goederen welke in eigendom, in bruikleen of in huur worden
                                verstrekt. Bijvoorbeeld een rolstoel.</al></li><li nr="qq."><al>Wlz: Wet langdurige zorg, deze vervangt de AWBZ (Algemene Wet
                                Bijzondere Ziektekosten).</al></li><li nr="rr."><al>Woningaanpassing: Aanpassing als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                wet.</al></li><li nr="ss."><al>Woonwagen: Voor woning ingerichte wagen, die is geplaatst op een
                                standplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden
                                verplaatst.</al></li><li nr="tt."><al>Zelfredzaamheid: Als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden
                            gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk of
                            elektronisch.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat inwoners een beroep kunnen doen op
                            kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt
                            uitgangspunt is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek,
                            bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid
                            gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vooronderzoek en indienen persoonlijk plan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en
                            toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo
                            spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 6 weken, met hem een afspraak
                            voor een gesprek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens
                            en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek
                            nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                            krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld
                            in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in
                            overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld
                            in het eerste, tweede en derde lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een
                            persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op
                            te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de
                            gelegenheid het plan te overhandigen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Onderzoek: Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt tijdens het gesprek in samenspraak met degene
                            door en/of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de
                            mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo
                            spoedig mogelijk, doch voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
                                </al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; </al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of
                                    algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid en/of
                                    zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen
                                    dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; </al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen
                                    uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn
                                    zelfredzaamheid en/of zijn participatie, of te voorkomen dat hij
                                    een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; </al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                    mantelzorger van de cliënt; </al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                    voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in
                                    artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                    maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering
                                    van zijn zelfredzaamheid en/of zijn participatie, of te
                                    voorkomen dat hij een beroep moet doen op een
                                    maatwerkvoorziening; </al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen
                                    of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld
                                    in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van
                                    publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk
                                    en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke
                                    ondersteuning; </al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; </al></li><li nr="i."><al>welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het
                                    bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd
                                    zal zijn, en </al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb,
                                    waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht
                                    over de gevolgen van die keuze. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het voeren van het gesprek wordt de ICF classificatie als basis voor
                            het begrippenkader gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede
                            lid, van de wet aan het college heeft overhandigd, betrekt het college
                            dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek,
                            diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt
                            toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het
                            bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien
                            van een gesprek. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onderzoek: (Medische) advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang is voor het
                            onderzoek, als bedoeld in artikel 5 van de verordening, de cliënt of bij
                            gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten op een door het college
                            te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen
                            (medische) adviesbureau(s) te doen bevragen en/of onderzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer er sprake is van de in het vorige lid genoemde advisering, wordt
                            door het (medisch) adviesbureau de ICF classificatie als basis voor het
                            begrippenkader gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het voor het onderzoek noodzakelijk is om medische informatie
                            over de cliënt op te vragen bij medisch specialisten door de medisch
                            adviseur, is een ondertekende toestemmingsverklaring van de cliënt
                            nodig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek
                            waarbij de ICF classificatie als basis voor het begrippenkader wordt
                            gehanteerd . </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt een verslag van de
                            uitkomsten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag
                            toegevoegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Het verslag welke is opgesteld naar aanleiding van het onderzoek zoals
                        bedoeld in artikel 5 en 6 van deze verordening, kan tevens de aanvraag voor
                        een maatwerkvoorziening zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van
                            een aanvraag om een maatwerkvoorziening<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: </al><lijst><li nr="a."><al>ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of
                                    participatie die de cliënt ondervindt; </al></li><li nr="b."><al>voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het
                                    college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
                                    mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale
                                    netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke
                                    voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of
                                    wegnemen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de
                                    uitkomsten van het in artikel 5 en/of 6 bedoelde onderzoek, een
                                    passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de
                                    cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en/of
                                    participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                                    blijven, en </al></li><li nr="d."><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale
                                    problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                    dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg
                                    van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar
                                    het oordeel van het college niet op eigen kracht, met
                                    gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere
                                    personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
                                    algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De
                                    maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                    van het in artikel 5 en/of 6 van deze verordening bedoelde
                                    onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte
                                    van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het
                                    realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt
                                    gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven
                                    in de samenleving<cursief>. </cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
                            zelfredzaamheid en/of participatie geldt dat een cliënt alleen voor een
                            maatwerkvoorziening in aanmerking komt als: </al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet
                                    voorzienbaar was, en </al></li><li nr="b."><al>de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt
                                    redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben
                                    getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de cliënt is aangewezen op een maatwerkvoorziening ten behoeve van
                            de zelfredzaamheid en/of participatie, geldt het primaat van de
                            goedkoopst adequate voorziening. Het college verstrekt de goedkoopst
                            adequate maatwerkvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Mogelijke verstrekkingwijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De te verstrekken maatwerkvoorziening kan in natura of als pgb worden
                            verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatwerkvoorziening wordt verleend met ingang van de dag waarop, op
                            de aanvraag van de cliënt is beschikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maatwerkvoorziening eindigt met ingang van de dag dat de indicatie
                            voor de maatwerkvoorziening zijn geldigheidsduur verliest.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>PGB</titel></kop><al><cursief> Voorzieningen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het tarief voor een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>is toereikend voor het aanschaffen en eventueel onderhouden
                                        en verzekeren van de goedkoopst adequate voorziening,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot
                                        het maximum van de kostprijs van de in de betreffende
                                        situatie goedkoopst adequate voorziening in natura.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een pgb voor een voorziening ten behoeve van de zelfredzaamheid
                                en/of participatie dient binnen 3 maanden na verstrekking te zijn
                                besteed en te worden verantwoord.</al></li></lijst><al><cursief>Ondersteuning</cursief></al><lijst><li nr="3."><al>Het tarief voor een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede
                                        ondersteuning in te kopen, en</al></li><li nr="b."><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende
                                        situatie goedkoopst adequate ondersteuning in natura.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan ondersteuning
                                betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk. Deze
                                persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn ondersteuning dan
                                door de gemeente gecontracteerde aanbieders.</al></li><li nr="5."><al>Een pgb voor ondersteuning ten behoeve van de zelfredzaamheid en/of
                                participatie dient binnen één periode na uitbetaling door de
                                gemeente te worden besteed om de ingezette ondersteuning te
                                bekostigen. </al></li><li nr="6."><al>Tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het pgb worden
                                betaald.</al></li><li nr="7."><al>Uitbetaling van het pgb verloopt via de Sociale
                                verzekeringsbank.</al></li><li nr="8."><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                geleverde ondersteuning en/of voorziening, al dan niet
                                steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.</al></li><li nr="9."><al>Het college legt in het Financieel besluit voorzieningen
                                maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015 nadere regels
                                vast op welke wijze de tarieven en de hoogte van een pgb wordt
                                vastgesteld en hoe het pgb verantwoord dient te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Afwijzingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Algemeen: In de volgende situaties volgt in ieder geval geen
                            verstrekking van een maatwerkvoorziening door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de cliënt zijn hoofdverblijf niet in de gemeente Bergen
                                    op Zoom heeft;</al></li><li nr="b."><al>indien er sprake is van een voorziening waar op grond van een
                                    andere wettelijke regeling aanspraak gemaakt kan worden en dit
                                    leidt tot voldoende compensatie om het gewenste resultaat te
                                    bereiken;</al></li><li nr="c."><al>indien er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van
                                    aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                    voorafgaand aan het optreden van de beperkingen;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de melding niet tijdig is gedaan en/of voor zover de
                                    melding betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan
                                    het moment van melden of voorafgaand aan het moment van
                                    beslissen heeft gemaakt, tenzij het college hiervoor
                                    schriftelijk toestemming heeft verleend;</al></li><li nr="e."><al>indien het college door de cliënt niet in staat wordt gesteld om
                                    door middel van onderzoek vast te stellen of er een
                                    resultaatsverplichting is voor het college;</al></li><li nr="f."><al>indien de maatwerkvoorziening betrekking heeft op
                                    hotels/pensions, trekkerswoonwagens, leef- en woongemeenschappen
                                    (of daarmee vergelijkbare woonvormen zoals een klooster), tweede
                                    woningen, vakantiewoningen en recreatiewoningen;</al></li><li nr="g."><al>indien de cliënt een geldige Wlz-indicatie heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Woningaanpassingen: In de volgende situaties volgt er in ieder geval
                            geen verstrekking van een maatwerkvoorziening door het college
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een maatwerkvoorziening in gemeenschappelijke
                                    ruimten in die (woon)gebouwen die zijn aangemerkt als woongebouw
                                    voor gehandicapten, minder validen en ouderen;</al></li><li nr="b."><al>de gevraagde maatwerkvoorziening betrekking heeft op een hoger
                                    niveau dan het uitrustingsniveau van sociale woningbouw;</al></li><li nr="c."><al>een woningaanpassing wordt aangevraagd waarvan redelijkerwijs
                                    kan worden verwacht dat er sprake is van renovatie;</al></li><li nr="d."><al>de ondervonden objectief aantoonbare beperkingen bij het normale
                                    gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de gebruikte
                                    materialen;</al></li><li nr="e."><al>de noodzaak tot het treffen van een woningaanpassing het gevolg
                                    is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
                                    normale gebruik van de woning ten gevolge van functionele
                                    beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere
                                    belangrijke reden aanwezig was;</al></li><li nr="f."><al>de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat
                                    moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor door het college
                                    schriftelijk toestemming is verleend;</al></li><li nr="g."><al>er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de
                                    ondervonden beperkingen en één of meer bouwkundige of
                                    woontechnische kenmerken van de door de cliënt bewoonde
                                    woning;</al></li><li nr="h."><al>de beperkingen niet in de woning zelf (waartoe ook de
                                    toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden
                                    ondervonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
                            eerder door het college verstrekte maatwerkvoorziening, wordt deze
                            slechts verstrekt als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch
                            is afgeschreven, </al><lijst><li nr="a."><al>tenzij de eerder verstrekte maatwerkvoorziening verloren is
                                    gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn
                                    toe te rekenen, of </al></li><li nr="b."><al>als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening niet langer een
                                    oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
                                    maatschappelijke ondersteuning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inhoud besluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in
                            ieder geval aangegeven of deze in natura of als pgb wordt verstrekt en
                            wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen het besluit kan worden
                            gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in het besluit in
                            ieder geval vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                    resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van
                                    toepassing;</al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een pgb wordt in het besluit in ieder geval
                            vastgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het pgb dient te worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke (kwaliteits)eisen gelden voor de besteding van het
                                    pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                    bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>hoe de betaling van het pgb aan de ondersteuningsverlener of
                                    leverancier wordt geregeld, en</al></li><li nr="f."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt de cliënt daarover
                            in het besluit geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen en
                            maatwerkvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een maatwerkvoorziening overeenkomstig het
                                    Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning en het
                                    Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    Bergen op Zoom 2015, en</al></li><li nr="b."><al>voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van een
                                    woningaanpassing voor een minderjarige cliënt. In dit geval is
                                    de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders,
                                    daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek
                                    1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
                                    degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag
                                    uitoefent over een cliënt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                            cliëntondersteuning, kan een bijdrage in de kosten worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in het Financieel besluit voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015 vast: </al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt
                                    bepaald, en</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing, voor welke algemene voorzieningen, niet
                                    zijnde cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                    verschuldigd, en</al></li><li nr="c."><al>door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld
                                    in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, de bijdragen voor een
                                    maatwerkvoorziening worden vastgesteld en geïnd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De (eigen) bijdrage overstijgt in geen geval de kostprijs van de
                            maatwerkvoorziening en/of algemene voorziening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor rolstoelen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor maatwerkvoorzieningen voor
                            jongeren onder de 18, uitgezonderd de maatwerkvoorzieningen zoals
                            benoemd in lid 1 sub a van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen en
                            ondersteuning, eisen met betrekking tot de deskundigheid van
                            beroepskrachten daaronder begrepen, door in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen en ondersteuning op de
                                    persoonlijke situatie van de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden
                                    in het kader van het leveren van voorzieningen en ondersteuning
                                    handelen in overeenstemming met de professionele standaard,
                                    en</al></li><li nr="d."><al>ondersteuning en voorzieningen te leveren volgens de binnen de
                                    markt aanvaarde kwaliteitseisen, de algemeen aanvaarde waarden,
                                    normen en standaarden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden
                            gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen en ondersteuning, eisen met
                            betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                            begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders,
                            een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met
                            de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen en
                            ondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op
                            verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en
                            omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                            aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld
                            in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing
                            als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel
                            intrekken als het college vaststelt dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing zou hebben geleid; </al></li><li nr="b."><al>niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld
                                    bij of krachtens deze verordening of de wet;</al></li><li nr="c."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen;
                                </al></li><li nr="d."><al>de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; </al></li><li nr="e."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening
                                    verbonden voorwaarden, of </al></li><li nr="f."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel
                                    gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb wordt ingetrokken als blijkt
                            dat het pgb niet binnen de in artikel 11 lid 2 en lid 5 van deze
                            verordening vastgestelde termijnen is aangewend voor de bekostiging van
                            de maatwerkvoorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                            heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, zal het
                            college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking
                            heeft verleend, de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten
                            maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>Ingeval het recht op een verstrekte voorziening in natura is
                                    ingetrokken, wordt deze maatwerkvoorziening ingenomen en worden
                                    de gemaakte kosten met betrekking tot de inzet van deze
                                    maatwerkvoorziening teruggevorderd. </al></li><li nr="b."><al>Ingeval het recht op een verstrekte voorziening als pgb is
                                    ingetrokken, worden de gemaakte kosten met betrekking tot de
                                    inzet van deze maatwerkvoorziening teruggevorderd.</al></li><li nr="c."><al>Ingeval het recht op de verstrekte ondersteuning in natura is
                                    ingetrokken, worden de gemaakte kosten met betrekking tot de
                                    inzet van deze maatwerkwerkvoorziening teruggevorderd.</al></li><li nr="d."><al>Ingeval het recht op een verstrekte ondersteuning als pgb is
                                    ingetrokken, wordt het reeds bestede pgb met betrekking tot de
                                    inzet van deze maatwerkvoorziening teruggevorderd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval de veiligheid van een hulpverlener in het geding is, wordt de
                            maatwerkvoorziening terstond stopgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij
                        de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren
                        diensten, in ieder geval rekening met: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="c."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                werkoverleg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van
                            cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen
                            en aanvragen als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten
                            van cliënten ten aanzien van voorzieningen en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                            overleggen met de aanbieders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                            ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                            cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                            gebruikers van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                            periodieke overleggen met de aanbieders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Betrekken van inwoners bij het beleid</titel></kop><al>Het college betrekt inwoners van de gemeente, waaronder in ieder geval
                        cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid
                        betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens
                        artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze
                        waarop inspraak wordt verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                        waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van
                        hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald, indien strikte
                        toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks de hoogte van de in het kader van deze verordening
                        en het op deze verordening berustende Financieel besluit voorzieningen
                        maatschappelijke ondersteuningBergen op Zoom 2015 geldende bedragen
                        indexeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuningBergen
                            op Zoom 2013 wordt ingetrokken per 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van
                            de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op
                            Zoom 2013, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij
                            het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuningBergen op Zoom 2013en waarop
                            nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening,
                            worden afgehandeld krachtens deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden
                            afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuningBergen op Zoom 2013,
                            wordt beslist met inachtneming van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2015.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 oktober 2014</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>C.J.M. Terstappen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>