<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344947_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening jeugdhulp Amstelveen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.amstelveen.nl - bekendmakingen – verordeningen en reglementen – 12 - 11 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp Amstelveen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925">Jeugdwet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-54</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regeling jeugdhulp Amstelveen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nieuwe regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening jeugdhulp Amstelveen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="-"><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="-"><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in
                                verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en
                                stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de
                                wet;</al></li><li nr="-"><al>individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden
                                voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel 2,
                                eerste lid;</al></li><li nr="-"><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de
                                wet,zijnde een door het college verstrekt budget aan een
                                jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot
                                de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;</al></li><li nr="-"><al>wet: Jeugdwet<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="-"><al>Jeugdgezondheidszorg</al></li><li nr="-"><al>Informatie en advies</al></li><li nr="-"><al>Opvoedspreekuren</al></li><li nr="-"><al>Schoolmaatschappelijk werk</al></li><li nr="-"><al>Jongerenwerk</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="-"><al>Ambulante jeugdhulp (meer dan 5 gesprekken)</al></li><li nr="-"><al>Pleegzorg</al></li><li nr="-"><al>Residentiële hulp (verblijf)</al></li><li nr="-"><al>Specialistische hulp aan het jonge kind</al></li><li nr="-"><al>gesloten jeugdhulp</al></li><li nr="-"><al>Crisishulp</al></li><li nr="-"><al>Jeugd geestelijke gezondheidszorg</al></li><li nr="-"><al>Begeleiding en behandeling voor verstandelijk beperkte
                                    jeugd</al></li><li nr="-"><al>Verzorging van jeugd met een lichamelijke en zintuiglijke
                                    beperking</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                            jeugdarts</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing
                            door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een
                            jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde arts van oordeel is dat
                            inzet van jeugdhulp nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het
                            afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel
                                5<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><al>Het college stelt bij nadere regeling regels met betrekking tot de
                        voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de
                        afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Het college geeft daarbij
                        aan op welke wijze hij jeugdigen en ouders informeert over de mogelijkheid
                        en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de
                            beschikking de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken
                                vastgelegd<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt bij nadere regeling regels met betrekking tot de
                            inhoud van de beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of
                            zijn ouders daarover in de beschikking
                            geïnformeerd<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van
                            de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum
                            van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate
                            individuele voorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van
                            een pgb wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden de
                            persoon aan wie een pgb wordt verstrekt de jeugdhulp kan betrekken van
                            een persoon die behoort tot het sociale netwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders
                            op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling
                            van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk
                            moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een
                            beslissing aangaande een individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
                            aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het
                            college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
                                    hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                    gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                    voorziening of op het pgb zijn aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                    achten;</al></li><li nr="d."><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van
                                    de individuele voorziening of het pgb, of</al></li><li nr="e."><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb
                                    niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is
                                    bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                            heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene
                            die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel
                            of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten
                            individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                            blijkt dat het pgb binnen 12 maanden na uitbetaling niet is aangewend
                            voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                            plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de kwaliteit van de
                            hulpverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                            kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel></kop><al>1.Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                        bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                        leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                        jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten
                        taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                        zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een
                        voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als
                        gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor
                        bijscholing van het personeel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><al>Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep
                        kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><al>Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van
                        jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van
                        meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inspraak en medezeggenschap</titel></kop><al>Het college geeft middels de Participatie- en inspraakverordening gemeente
                        Amstelveen 2013 vorm aan inspraak en medezeggenschap ten aanzien van de
                        voorbereiding van het jeugdhulpbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Privacyreglement</titel></kop><al>Het college stelt een privacyreglement vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening jeugdhulp
                            Amstelveen”</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening jeugdhulp Amstelveen</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan de Jeugdwet. Deze wet maakt onderdeel uit
                    van de bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van de
                    jeugdzorg, de jeugd-ggz, de zorg voor verstandelijk beperkte jeugdigen en de
                    begeleiding en persoonlijke verzorging van jeugdigen. Daarnaast wordt met deze
                    wet een omslag gemaakt van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg
                    (aanspraak) naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten
                    (voorziening), op een wijze zoals eerder is gebeurd met de Wet maatschappelijke
                    ondersteuning (Wmo). Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken
                    op jeugdzorg worden hierbij vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de
                    aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Het doel
                    van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd overeind: jeugdigen en
                    ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, met als beoogd
                    doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jongere en het zorgend en
                    probleemoplossend vermogen van het gezin te versterken.</al><al>Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de raad op
                    grond van artikel 2.2 van de Jeugdwet eveneens dient vast te stellen. In dit
                    beleidsplan wordt het door het gemeentebestuur te voeren beleid vastgelegd met
                    betrekking tot preventie en jeugdhulp, de uitvoering van
                    kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. </al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet al een flink
                    aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Deze
                    wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in de
                    verordening.</al><al>Onder het begrip ‘<onderstreept>andere voorziening</onderstreept>’ wordt in deze
                    verordening verstaan een voorziening die niet op grond van de Jeugdwet wordt
                    getroffen, maar in het kader van maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, werk
                    en inkomen of zorg. Zie ook artikel 2.9, onder b, van de wet. De
                        <onderstreept>individuele voorzieningen</onderstreept> en
                        <onderstreept>overige voorzieningen</onderstreept> zijn opgenomen in artikel
                    2 van deze verordening. </al><al>De overige opgenomen definities spreken voor zich.</al><tussenkop>Artikel 2. Vormen van jeugdhulp </tussenkop><al>Dit artikel geeft een nadere uitwerking van artikel 2.9, onder a, van de wet,
                    waarin is bepaald dat de gemeente bij verordening regels stelt over de door het
                    college te verlenen individuele voorzieningen en overige
                    (jeugdhulp)voorzieningen.</al><tussenkop>Artikel 3 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                    jeugdarts</tussenkop><al>In artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de Jeugdwet is geregeld dat, naast
                    de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp, ook de directe
                    verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar
                    de jeugdhulp blijft bestaan. Dit laatste geldt zowel voor de vrij-toegankelijke
                    (overige) voorzieningen als de niet vrij-toegankelijke (individuele)
                    voorzieningen.</al><tussenkop>Toegang tot overige voorzieningen en individuele
                    voorzieningen</tussenkop><al>In de verordening is onderscheid gemaakt tussen overige (vrij-toegankelijke) en
                    individuele (niet vrij-toegankelijke) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp
                    (zie artikel 2, eerste, respectievelijk tweede lid). Voor een deel van de
                    hulpvragen zal volstaan kunnen worden met een vrij-toegankelijke voorziening.
                    Hier kunnen de jeugdige en zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor
                    een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige en zijn
                    ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de
                    jeugdhulpaanbieder wenden.</al><tussenkop>Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente </tussenkop><al>Deze bepaling regelt de toegang van jeugdhulp via de gemeente en is opgenomen om
                    een zorgvuldige procedure te waarborgen. Dit alles ter uitvoering van artikel
                    2.9, onder a, van de wet waarin is bepaald dat de gemeente in ieder geval regels
                    stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige
                    voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van
                    beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. </al><al>Voor de uitwerking van dit artikel wordt verwezen naar de Nadere regeling
                    Jeugdhulp Amstelveen.</al><tussenkop>Artikel 5. Inhoud beschikking</tussenkop><al>Indien er overeenkomstig artikel 3, tweede lid, een beschikking afgegeven wordt,
                    kan de jeugdige of zijn ouders daartegen bezwaar en beroep op grond van de Awb
                    kunnen indienen.</al><al>In de beschikking wordt, indien van toepassing, ter informatie opgenomen dat een
                    ouderbijdrage is verschuldigd (tweede lid). De vaststelling en inning geschiedt
                    door het bestuursorgaan dat namens de gemeente met de inning is belast. </al><tussenkop>Artikel 6. Regels pgb</tussenkop><al>In het eerste lid is een verwijzing opgenomen naar het centrale pgb-artikel
                    (8.1.1) van de wet. In het eerste lid is verankerd dat het college op grond van
                    artikel 8.1.1 van de wet een pgb kan verstrekken. Van belang is ondermeer dat
                    een pgb slechts wordt verstrekt indien de jeugdige of zijn ouders gemotiveerd
                    kunnen aantonen dat de individuele voorziening die door een aanbieder wordt
                    geleverd, niet geschikt is (zie artikel 8.1.1, derde lid, onder b).</al><al>In het tweede lid van artikel 8.1.1 van de wet wordt bepaald dat het college een
                    pgb kan weigeren voor zover de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van
                    derden hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening. De maximale
                    hoogte van een pgb is in de verordening begrensd op de kostprijs van de in de
                    betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte individuele
                    voorziening in natura.</al><al>Voor de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld wordt verwezen naar
                    de Nadere regeling Jeugdhulp Amstelveen.</al><tussenkop>Artikel 7. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                    terugvordering</tussenkop><al>Deze bepaling stelt regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen
                    van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik
                    of oneigenlijk gebruik van de wet.</al><al>Een zorgvuldig gebruik van collectieve middelen is wezenlijk voor het draagvlak
                    daarvan. </al><al>Indien het de jeugdige of zijn ouders redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat er
                    feiten en omstandigheden zijn, - of daarin opgetreden wijzigingen -, die van
                    invloed kunnen zijn op de toekenning van de individuele voorziening of het
                    daaraan gekoppelde pgb, dienen zij dit onverwijld aan het college te melden.
                    Verstrekken zij niet onverwijld uit eigen beweging of op verzoek van het college
                    alle gevraagde inlichtingen en bewijsstukken, dan heeft dat gevolgen voor de
                    toekenning van de voorziening of het daaraan gekoppelde pgb. Het college kan
                    niet alleen bij een aanvraag, maar ook in andere stadia concrete informatie en
                    bewijsstukken van de belanghebbende vragen. </al><tussenkop>Artikel 8. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en
                    uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</tussenkop><al>Het college kan de uitvoering van de Jeugdwet, met uitzondering van de
                    vaststelling van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders, door
                    aanbieders laten verrichten (artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet). Met het
                    oog op gevallen waarin dit ten aanzien van jeugdhulp,
                    kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering gebeurt, moeten bij
                    verordening regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding
                    tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een
                    kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld
                    aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.12 va de Jeugdwet). Daarbij dient in ieder
                    rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de
                    toepasselijke arbeidsvoorwaarden<cursief>.</cursief></al><al>Om te voorkomen dat er alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de
                    uitvoering worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het
                    college bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening dient te
                    houden. Hiermee wordt bereikt dat er een beter beeld ontstaat van reële
                    kostprijs voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren.
                    Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de
                    arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten
                    minste een beeld nodig van de vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die
                    daarbij horen. Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden
                    aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden.</al><tussenkop>Artikel 9. Vertrouwenspersoon</tussenkop><al> In artikel 2.6, eerste lid, onder f, van de wet is bepaald dat het college
                    ervoor verantwoordelijk is dat jeugdigen, hun ouders of pleegouders een beroep
                    kunnen doen op een vertrouwenspersoon. Met de vertrouwenspersoon wordt een
                    functionaris bedoeld zoals deze nu al werkzaam is binnen de jeugdzorg.
                    Onafhankelijkheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn belangrijke factoren
                    (wettelijke vereisten) voor een goede invulling van deze functie. </al><al>De wet adresseert het college rechtstreeks en vraagt niet om hierover bij
                    verordening een regeling op te stellen. De bepaling uit de wet is toch in de
                    verordening opgenomen vanwege het belang om in de verordening een compleet
                    overzicht van rechten en plichten van jeugdigen en ouders te geven. Bij algemene
                    maatregel van bestuur (het Uitvoeringsbesluit Jeugdwet) zal een nadere
                    uitwerking worden gegeven van de taken en bevoegdheden van de
                    vertrouwenspersoon.</al><tussenkop>Artikel 10. Klachtregeling</tussenkop><al>De gemeente is op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht tot
                    een behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van
                    personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn.
                    Met een klachtenregeling wordt voorzien in de afhandeling van klachten van
                    jeugdigen en ouders over geleverde diensten van de gemeente of de instelling
                    waar zij hulp ontvangen voor zover deze diensten en hulp betrekking hebben op de
                    Jeugdwet. </al><al>In de regel zal eerst de aanbieder worden aangesproken bij klachten over de
                    wijze van behandeling. De klachtmogelijkheid tegenover de aanbieder is geregeld
                    in artikel 4.2.1 e.v. van de wet. Pas wanneer dit klachtrecht niet bevredigend
                    is, of niet logisch, bijvoorbeeld bij gedragingen van gemeenteambtenaren, dan
                    komt de gemeentelijke klachtregeling in zicht.</al><tussenkop>Artikel 11. Inspraak en medezeggenschap</tussenkop><al>In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over inspraak en medezeggenschap bij de
                    gemeente. Voor de mogelijkheid tot inspraak en medezeggenschap wordt verwezen
                    naar de Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013. Op deze
                    manier wordt gewaarborgd dat eenzelfde inspraakprocedure geldt voor het
                    jeugdhulpbeleid als op andere terreinen.</al><tussenkop>Artikel 12. Privacyreglement</tussenkop><al>In het kader van een effectieve en doelmatige hulpverlening is het noodzakelijk
                    te beschikken over informatie. Voor de gevallen dat de informatie de privacy
                    raakt, heeft het college een reglement vastgesteld waarin onder andere is
                    vastgelegd welke gegevens gevraagd worden, hoe deze bewaard worden, wie inzicht
                    in de gegevens hebben en in welke gevallen informatie met anderen mag worden
                    gedeeld. Het privacyreglement beschrijft dus de maatregelen om de privacy van
                    cliënten te garanderen. </al><tussenkop>Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel vermeldt de naam en de datum van inwerkingtreding van deze
                    verordening. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>