<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>344869_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-07-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad d.d. 10 juli 2015 nr. 2015,62365</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet</dcterms:source><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2015-06-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>gewijzigde bijlage van artikel 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>reg. nummer 1324311</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geconsolideerde versie</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Sittard-Geleen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september
                        2014;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al>gezien het advies van het Sociaal Overleg;</al><al>besluit vast te stellen de</al><al>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst><al></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het college
                            adviseren met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de
                            doelgroep loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de in het tweede lid
                            neergelegde criteria in acht</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van
                        een persoon vast te stellen.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                            Participatiewet Sittard-Geleen 2015.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 november 2014</al><al>De raad voornoemd.</al><al>De griffier, drs. J. Vis</al><al>De voorzitter, drs. G.J.M. Cox</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van Dariuz.</al><al>De loonwaardemethodiek van Dariuz bestaat uit drie stappen.</al><al></al><al>Vooronderzoek</al><al>De meting start met het uitzetten van een vragenlijst aan de werkgever en
                    werknemer.</al><al>De werknemer ontvangt per e-mail een uitnodiging met een beveiligde link om in
                    Dariuz een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst kan op de werkplek of thuis
                    ingevuld worden wanneer het schikt, Dariuz is immers een online applicatie. Dit
                    zijn overwegend vragen over gedragingen die leiden tot competentiescores.</al><al>De werkgever vult een soortgelijke vragenlijst in, met als toevoeging dat hij of
                    zij ook wordt gevraagd naar de vereisten van de functie. Het resultaat van deze
                    antwoorden is namelijk dat Dariuz kan berekenen welke competenties in de
                    normfunctie van belang zijn en die kan afzetten tegen het competentieprofiel van
                    de betreffende medewerker. Zo is het resultaat van de meting niet enkel een
                    percentage, de loonwaarde, maar geeft het direct inzicht in de duurzaamheid van
                    de match en concrete handvatten om de loonwaarde van een medewerker te
                    verhogen.</al><al>De loonwaardespecialist start zijn werk door de ingevulde vragenlijsten te
                    analyseren middels het Werkblad dat de Dariuz applicatie genereert. Dit werkblad
                    geeft voorlopige conclusies en signaleert aandachtspunten voor het
                    bedrijfsbezoek, bijvoorbeeld tegenstrijdigheden in de antwoorden van de
                    leidinggevende en grote verschillen tussen de antwoorden van de medewerker en de
                    leidinggevende.</al><al></al><al>Bedrijfsbezoek</al><al>Het bedrijfsbezoek is de kern waar de loonwaardebepaling om draait. Er vindt een
                    gesprek plaats met de leidinggevende en de medewerker, en er vindt een
                    observatie plaats van de werksituatie. Echter door de grondige voorbereiding
                    kunnen deze gesprekken efficiënt en tegelijkertijd diepgaand plaatsvinden.</al><al></al><al>Rapportage</al><al>Het maken van de eindrapportage vindt plaats in de Dariuz applicatie. De
                    loonwaardespecialist koppelt zijn bevindingen van het bedrijfsbezoek aan de hand
                    van het eerder ingevulde werkblad terug door middel van het doorlopen van een
                    vragenlijst. Tevens is er de mogelijkheid om opmerkingen en adviezen toe te
                    voegen en mee te nemen in de rapportage.</al><al></al><al></al><al></al><al>TOELICHTINGEN</al><al>Deze verordening is de geconsolideerde per 1 juli 2015 geldende versie, waarin
                    het raadsbesluit van 11 juni 2015 tot wijziging van de bijlage bij artikel 2 is
                    verwerkt.</al><al>Toelichting op deze wijziging:</al><al>Binnen de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg is de keuze gemaakt om Dariuz als
                    uniform diagnose- en loonwaarde-systeem vanaf 1 juli 2015 te gaan hanteren. Bij
                    het opstellen van de verordeningen medio 2014 was deze keuze nog niet gemaakt en
                    is het toenmalige systeem Arbolab in deze verordening opgenomen. Reden waarom nu
                    een aangepaste bijlage wordt toegevoegd met een toelichting op de werking van
                    het systeem Dariuz.</al><al></al><al>Toelichting Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente
                    Sittard-Geleen, vastgesteld op 12 november 2014:</al><al><cursief>Algemene deel</cursief></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="1."><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="2."><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen.</al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de
                    vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de re-integratieverordening
                    Participatiewet.</al><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken
                    II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven:</al><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                    Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a,
                    van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het
                    verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                    arbeidsparticipatie hebben;</al><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet): vastgesteld
                    percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon, die tot de
                    doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar
                    evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde
                    werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort;</al><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet): een
                    privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al><al></al><al><cursief>Artikelsgewijze toelichting</cursief></al><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><al>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="1."><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="3."><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="4."><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="5."><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie kan
                    het college zich laten adviseren door het UWV. Het college draagt personen voor
                    die zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, het UWV adviseert
                    en neemt daarbij eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op
                    basis van het advies beslist het college of iemand tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige
                    totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet te
                    volgen.</al><al>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde</al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                    loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                    persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                    instellen.</al><al>In de bijlage bij artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de
                    loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven.</al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>