<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344760_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie 2015 gemeente Hattem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 10-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie 2015 gemeente Hattem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 9, lid 2, 10c en 10d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-03-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/nr. 74-B5</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie 2015 gemeente Hattem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 74-B5</al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Verordening loonkostensubsidie 2015 gemeente Hattem</al><al>--------------------------------------------------------------------------</al><al/><al>De raad van de gemeente Hattem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College, no. 201407890, d.d. 07-10-2014;</al><al/><al>gelet op de artikelen 6, tweede lid, 10c en 10d van de Participatiewet;</al><al/><al>overwegende dat het college ten behoeve van de personen uit de doelgroep
                        loonkostensubsidie kan verstrekken aan de werkgever van deze doelgroep;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie 2015 gemeente Hattem.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet (PW), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al></li><li nr="a."><al><cursief>de wet:</cursief> de Participatiewet</al></li><li nr="b."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                wethouders van de gemeente Hattem</al></li><li nr="c."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van de gemeente
                                Hattem</al></li><li nr="d."><al><cursief>doelgroep</cursief>: personen als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, onder a, van de wet;\</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie.</al></li><li nr="2."><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al></li><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie</al></li><li nr="3."><al>Het college kan advies inwinnen over het oordeel of een persoon tot
                                de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De adviseur neemt daarbij
                                de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college gebruikt de in artikel 4 omschreven wijze om de
                                loonwaarde van een persoon vast te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan advies inwinnen over de vaststelling van de
                                loonwaarde van een persoon uit de doelgroep. De adviseur neemt
                                daarbij de in artikel 4 omschreven methode in acht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Wijze bepalen loonwaarde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college maakt gebruik van de Dariuz Works loonwaardemeting of
                                daaraan gelijkwaardig instrument om de loonwaarde van een persoon te
                                bepalen. Hierbij neemt het college het advies van het Regionaal
                                Werkbedrijf over de te hanteren methode in overweging.</al></li><li nr="2."><al>De loonwaardemethode is een objectieve meting van competenties
                                gebaseerd op kennis van werknemers met een verminderde loonwaarde.
                                De definitieve bepaling van de loonwaarde vindt eerst plaats na
                                bedrijfsbezoek. De bepaling van de loonwaarde wordt vastgelegd in
                                een schriftelijke rapportage met advies.</al></li><li nr="3."><al>Een definitieve bepaling van de loonwaarde zoals omschreven in het
                                tweede lid vindt plaats, indien</al></li><li nr="a."><al>de persoon behoort tot de doelgroep; én</al></li><li nr="b."><al>er een werkgever is die met deze persoon een arbeidsovereenkomst
                                aangaat binnen de geldende cao. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening loonkostensubsidie
                        Participatiewet 2015 gemeente Hattem.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 27 oktober 2014. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Aanleiding</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan het nieuwe artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><al>- de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort, en</al><al>- de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c Participatiewet). Personen zoals bedoeld
                    in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden
                    tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse
                    arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                    behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                    van de Participatiewet). In deze verordening gaat het om een andere vorm van
                    loonkostensubsidie dan de vorm zoals omschreven in de re-integratieverordening .
                    Om verwarring te voorkomen is de term van deze loonkostensubsidie gewijzigd naar
                    indienstnemingssubsidie.</al><al/><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan moet het college in beginsel de loonwaarde van
                    die persoon vaststellen (artikel 10d, eerste lid, Participatiewet). De
                    vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel
                    de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                    instellen. Het is niet toegestaan om een subsidieplafond in te stellen. In
                    artikel 10d Participatiewet is bepaald dat als een werkgever een
                    dienstbetrekking aangaat met iemand uit de doelgroep loonkostensubsidie, het
                    college deze subsidie moet verstrekken.</al><al/><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon uit de doelgroep loonkostensubsidie verrichte arbeid in een
                    functie. De loonwaarde wordt vastgesteld naar evenredigheid van de
                    arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                    soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al/><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze
                    verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie</vet></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="•"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="•"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="•"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al><al/><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college
                            is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie
                            behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te
                            stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt
                            ingezet. In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij
                            in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                            artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is
                            immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al/><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie kan het college zich laten adviseren. Het college
                            draagt dan de personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie. Op basis van het advies beslist het college of
                            iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Als sprake is van
                            een onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten worden het
                            advies niet te volgen.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Vaststelling loonwaarde</vet></al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als
                            een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                            voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het
                            college de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen
                            aanvraag vereist. Het college stelt de loonwaarde vast van een persoon.
                            De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking
                            waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever
                            bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al/><al>In artikel 3 wordt de methode die het college gebruikt om de loonwaarde
                            van die persoon te bepalen omschreven. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college
                            loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van
                            de Participatiewet.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Wijze bepalen loonwaarde</vet></al><al>De wijze van bepalen van de loonwaarde wordt in regionaal verband
                            overlegd. Het meest voor de hand liggend is de keuze voor de Dariuz
                            Works loonwaardemethodiek. Er zijn naast de loonwaardemethodiek van
                            Dariuz nog een tweetal gelijkwaardige methodieken. Deze verordening laat
                            de mogelijkheid open om gezamenlijk met het Regionaal Werkbedrijf nog te
                            kiezen voor één van de andere gevalideerde methodieken. Dariuz-methodiek
                            is ontwikkeld vanuit kennis op het gebied van uitstroom van mensen aan
                            de onderkant van de arbeidsmarkt. Het systeem heeft een
                            wetenschappelijke basis waarmee voor mensen aan de onderkant van de
                            arbeidsmarkt een bijdrage wordt verzorgd aan effectieve en efficiënte
                            re-integratie.</al><al/><al>De gemeente Hattem kiest voor een betrouwbare methode die de
                            competenties van de werknemer of potentiële werknemer meet. Het systeem
                            dient ervaring en kennis te hebben van functies en arbeidsomstandigheden
                            aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De definitieve bepaling van de
                            loonwaarde vindt eerst plaats na bedrijfsbezoek. De theoretische meting
                            wordt geverifieerd aan de praktijk en/of beoogde werkplek.</al><al/><al><vet>Artikel 5 en 6 Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. </al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>