<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344749_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studiestoeslag 2015 gemeente Hattem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 10-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studiestoeslag 2015 gemeente Hattem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, lid 1, onderdeel c en lid 3 en art. 36b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/nr. 74-B4</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studiestoeslag 2015 gemeente Hattem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 74-B4</al><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Verordening individuele studietoeslag 2015 gemeente Hattem</al><al>---------------------------------------------------------------------------------</al><al/><al>De raad van de gemeente Hattem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College, no. 201407890, d.d. 07-10-2014;</al><al>gelet op artikelen 8, eerste lid, onderdeel c en derde lid en artikel 36b
                        van de Participatiewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag 2015 gemeente
                        Hattem.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                        worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de
                        Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de
                                Participatiewet wordt ingediend door middel van een door het college
                                beschikbaar gesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder
                                dan de dag van aanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij het beoordelen van vervolgrechten ambtshalve
                                beslissen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college kan advies inwinnen over het oordeel of een persoon niet in
                        staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                        mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie overeenkomstig het gestelde in
                        artikel 36b van de Participatiewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanspraak op individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoon kan slechts eenmaal in een studiejaar in aanmerking
                                komen voor een individuele studietoeslag.</al></li><li nr="2."><al>Het studiejaar bedoeld in het eerste lid loopt van 1 augustus tot 1
                                augustus. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 1.200,00 per
                                studiejaar.</al></li><li nr="2."><al>Indien ten tijde van de aanvraag over een gedeelte van een
                                studiejaar aanspraak bestaat op een studietoeslag, is de hoogte van
                                de studietoeslag naar rato.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd
                                overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex
                                volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden
                                naar boven afgerond op hele euro’s. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De studietoeslag wordt in twee gedeelten verdeeld over het
                                studiejaar uitbetaald. </al></li><li nr="2."><al>Voor de betaling van de tweede termijn wordt beoordeeld of de
                                aanvrager nog tot de doelgroep behoort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Afwijken individueel geval</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening, indien onverkorte toepassing daarvan zou leiden tot
                        onredelijkheid of onbillijkheid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        2015 gemeente Hattem.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering d.d. 27 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                        ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                        arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                        gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al/><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p.2). </al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                        individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat
                        ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al/><al><vet>Verordening plicht</vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordening opdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid van de Participatiewet). </al><al/><al><vet>Doelgroep</vet></al><al>In artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet is omschreven wie tot de
                        doelgroep wordt gerekend, namelijk de persoon die op de datum van de
                        aanvraag:</al><lijst><li nr="•"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="•"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten; </al></li><li nr="•"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                heeft; en </al></li><li nr="•"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon met arbeid, doch wel
                                mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Deze afbakening geldt als geheel, zodat aan elke voorwaarde moet
                                zijn voldaan. Beschikt iemand bijv. over meer vermogen dan het in
                                artikel 34 van de Participatiewet vrij gelaten vermogen, dan voldoet
                                hij dus niet aan alle voorwaarden en behoort daarmee niet tot de
                                doelgroep.</al><al/><al>Bij de vaststelling van deze verordening is in de wet nog expliciet
                                opgenomen dat iemand niet in staat moet zijn om met
                                    <onderstreept>voltijdse</onderstreept> arbeid het minimumloon te
                                verdienen. Inmiddels is een amendement aangenomen en heeft de
                                staatssecretaris toegezegd voor de inwerkingtreding van de
                                Participatiewet bepalingen in de wet op te nemen , waarbij ook
                                rekening gehouden wordt met personen met een medische urenbeperking.
                                De exacte uitwerking in de wet is op dit moment nog onbekend. Door
                                de huidige omschrijving in artikel 3 en de verwijzing van de wet is
                                geregeld dat deze verordening te allen tijde aansluit op de
                                bepalingen in de wet.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                                bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet
                                afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn
                                vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Indienen verzoek</vet></al><al>In de wet is vastgelegd dat een persoon een verzoek tot verlening
                                van een individuele studietoeslag kan indienen. </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek
                                moet worden ingediend, bepaalt artikel 2, eerste lid, van deze
                                verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het
                                college ter beschikking gesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                                gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb.
                                Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb)
                                die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                                adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van
                                de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid van de
                                Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor
                                de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                                redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid
                                van de Awb).</al><al/><al>De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder
                                dan op de datum van aanvraag.</al><al>Op deze wijze kan het college de actuele situatie onderzoeken en
                                daarmee beoordelen of aan alle gestelde voorwaarden wordt
                                voldaan.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Advies over oordeel verdienen wettelijk
                                    minimumloon</vet></al><al>Artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet regelt in welke
                                gevallen het college op verzoek van een persoon, gelet op diens
                                individuele omstandigheden, een individuele toeslag kan verlenen. In
                                de algemene inleiding is op de doelgroep nader ingegaan.</al><al>Als het college op basis van overgelegde stukken of uit bij de
                                gemeente al bekende informatie al kan bepalen dat een persoon tot de
                                doelgroep behoort, is een aanvullend of extern onderzoek niet
                                noodzakelijk. In sommige gevallen is het inwinnen van een extern
                                advies gewenst. Dit artikel biedt hiervoor de basis.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Aanspraak op individuele studietoeslag</vet></al><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een studiejaar in aanmerking
                                komen voor een individuele studietoeslag. Voor de begripsbepaling is
                                aangesloten bij het gebruikelijke studiejaar, dat loopt van 1
                                augustus tot 1 augustus.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Hoogte individuele studietoeslag</vet></al><al>In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag
                                geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan
                                de voorwaarden toegekend. De toeslag bedraagt € 1.200,00 per
                                studiejaar. Wanneer het studiejaar bij de aanvraag al gedeeltelijk
                                is verstreken dan bestaat er – mits aan de voorwaarden wordt voldaan
                                – aanspraak op de toeslag naar rato.</al><al>Deze omrekening naar rato wordt niet gedaan bij beëindiging van de
                                toeslag. Wanneer iemand recht heeft per 1 augustus en vervolgens
                                stopt met zijn studie wordt niet teruggevorderd. Twee maal per jaar
                                namelijk op 1 augustus en op 1 februari wordt beoordeeld of een
                                persoon aan de voorwaarden voldoet.</al><al/><al>De hoogte van de individuele studietoeslag is niet in de
                                Participatiewet voorgeschreven. Het UWV hanteert als norm 25% van de
                                Wajong-uitkering. In den lande komen verschillende bedragen voor,
                                variërend van € 68,00 tot € 375,00 per maand. </al><al>Voor het bepalen van de hoogte van de individuele studietoeslag is
                                gezocht naar een bedrag dat een substantiële bijdrage vormt, maar
                                niet buitenproportioneel is. Wanneer we kijken naar de bandbreedte
                                van de bijstandsnorm dan loopt dit op dit moment van ongeveer € 235
                                (voor een thuiswonende jongere van 18 tot en met 20 jaar) tot
                                ongeveer € 680 (voor een uitwonende alleenstaande schoolverlater van
                                23 jaar of ouder).</al><al>Om de administratieve lasten te beperken wordt gekozen voor een vast
                                jaarbedrag en geen percentage van bijvoorbeeld de uitkeringsnorm of
                                het minimumloon. Het substantiële bedrag hebben wij gevonden door
                                driemaal de individuele inkomenstoeslag te nemen voor een
                                alleenstaande en dit naar boven af te ronden op een honderdtal. </al><al/><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                                voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij
                                afzonderlijk in aanmerking voor de toeslag. </al><al/><al>In het derde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling
                                voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld,
                                enkel voor indexatie van de bedragen. </al><al/><al><vet>Artikel 6. Betaling individuele studietoeslag</vet></al><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de
                                individuele toeslag geregeld. </al><al/><al>Nadat positief op het verzoek om een individuele studietoeslag is
                                beslist, wordt het in artikel 5 genoemde bedrag halfjaarlijks
                                uitbetaald. Dit gebeurt gewoonlijk in september en maart. De toeslag
                                betreft eenmalige bijzondere bijstand. Eenmalige bijzondere bijstand
                                is onbelast en de toeslag heeft daardoor geen gevolgen voor andere
                                inkomensafhankelijke toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. </al><al/><al>Doorgaans kan een persoon ook tussentijds starten met een opleiding.
                                Voor de beoordeling of hij in aanmerking komt voor een individuele
                                studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag
                                beoordeeld (artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet). Om die
                                reden is in het tweede lid van dit artikel van de verordening
                                geregeld dat voordat tot een tweede uitbetaling wordt overgegaan,
                                onderzocht wordt of de persoon in kwestie nog voldoet aan de
                                voorwaarden van artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet. </al><al/><al><vet>Artikel 7, 8. en 9</vet>.</al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></li></lijst></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>