<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344645_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-73548.html">Gemeenteblad 2014, 73548</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220a">Gemeentewet, art. 220a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220b">Gemeentewet, art. 220b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220c">Gemeentewet, art. 220c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220d">Gemeentewet, art. 220d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220e">Gemeentewet, art. 220e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220f">Gemeentewet, art. 220f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220h">Gemeentewet, art. 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R14.0875</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR382256_1">Verordening onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2016</extref>.</al><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR311162_1">Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2014</extref>.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
            Maasgouw 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsvergadering </vet><vet>18 december 2014</vet></al><al><vet>BESLUIT</vet></al><al><vet>Verordening onroerende zaakbelastingen Maasgouw 2015</vet></al><al>De raad van de gemeente Maasgouw,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; </al><al>gelet op artikel 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; </al><al> B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen Maasgouw
                    </vet><vet>20</vet><vet>1</vet><vet>5</vet></al><al>(Verordening onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2015).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden ter zake van
                                binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a"><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar een onroerende zaak, die niet in hoofdzaak tot woning
                                dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b"><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                eigenarenbelasting. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a"><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is
                        gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                        gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de
                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                        gegeven;</al></li><li nr="b"><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                        gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
                        beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking
                        heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                        wie die zaak ter beschikking is gesteld. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                        kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij
                        blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit
                        of beperkt recht is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                        heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                        geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                        van:</al><lijst><li nr="a"><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                        cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond
                        van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                        van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                        gebruiken;</al></li><li nr="b"><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                        van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a
                        bedoelde grond;</al></li><li nr="c"><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                        of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                        levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                        zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d"><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de
                        Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1,
                        derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering
                        van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e"><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                        zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                        volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
                        het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f"><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een
                        en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g"><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                        organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met
                        uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h"><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater
                        en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                        zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i"><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                        dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die
                        niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></li><li nr="j"><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                        publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                        onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                        onderwijs;</al></li><li nr="k"><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
                        niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van
                        het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                        zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                        fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;</al></li><li nr="l"><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
                        of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                        als woning;</al></li><li nr="m"><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van
                        zodanige onroerende zaken die dienen als woning. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
                        Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1573 <vet>%;</vet></al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                        0,1095 <vet>%</vet><vet>;</vet></al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                        dienen 0,2029<vet>%</vet>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                        de aanslag worden betaald:</al><lijst><li nr="a"><al>Bij niet-automatische incasso:</al><al>in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste
                        dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later;</al></li><li nr="b"><al>Bij automatische incasso:</al><al>in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                        aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven,
                        met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien
                        bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onder b geldt, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in twee gelijke betaal-termijnen, ingeval het
                                totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze
                                aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand
                                later;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                en tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2014’ van 19 december 2013, wordt
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen Maasgouw 2015’. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Maasgouw,</ondertekening><ondertekening>d.d. 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd;</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>H.M.L. van Soest</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>S.H.M. Strous</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>