<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344563_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.regiogenv.nl">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regeling Regio Gooi en Vechtstreek</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Actualisering</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Algemeen geldende regeling</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>de organisatie van de financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 </nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al><cursief>Resultaatverantwoordelijke Eenheid</cursief>: Organisatorische
                        eenheid in de Regio met een zelfstandige resultaatverantwoordelijkheid;</al><al><cursief>Inkomsten:</cursief> totaal van de baten voor onttrekking reserves; </al><al/><al><cursief>Netto Schuld</cursief>: bruto schuld minus de omvang van de
                        geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                        bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende
                        schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen
                        die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van
                        langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende
                        activa;</al><al/><al><cursief>Overheidsbedrijf:</cursief> onderneming met privaatrechtelijke
                        rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                        rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan
                        niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in
                        staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een
                        personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon
                        deelneemt;</al><al/><al><cursief>Doelstelling</cursief><cursief>:</cursief> beoogd resultaat te
                        bereiken via een samenstel van een aantal samenhangende producten of een
                        enkel product van de productenraming en productenrealisatie;</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 </nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur stelt een programma-indeling vast.</al><al>2. Het algemeen bestuur stelt op basis van de door de
                        portefeuillehoudersoverleggen aan de programma’s toegewezen producten en de
                        onderverdeling van de programma’s de door de portefeuillehoudersoverleggen
                        aangegeven doelstellingen vast<cursief>.</cursief></al><al>3. Het algemeen bestuur stelt, op aanwijzing van de betrokken
                        portefeuillehoudersoverleggen, per Resultaatverantwoordelijke Eenheid de
                        relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                        verantwoording over de productie van goederen en diensten en de
                        maatschappelijke effecten van de gestelde doelen.</al><al>4. Het algemeen bestuur stelt op aanwijzing van de betrokken
                        portefeuillehoudersoverleggen vast over welke onderwerpen in extra
                        paragrafen - naast de verplichte paragrafen - in de begroting kaders worden
                        gesteld en waarover de portefeuillehoudersoverleggen worden geïnformeerd en
                        waarover in de rekening verantwoording wordt afgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><al>1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten
                        per doelstelling weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de
                        programma’s de gerealiseerde lasten en baten per doelstelling weergegeven. </al><al>2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van
                        de nieuwe investeringen het benodigde investeringskrediet weergegeven en
                        wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en
                        de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                        weergegeven.</al><al>3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                        aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit
                        begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de
                        ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de
                        meerjarenraming en de investeringen.</al><al>4. In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de
                        uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming
                        van de totale uitgaven weergegeven. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>1. Op voorstel van de portefeuillehoudersoverleggen zendt het dagelijks
                        bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten jaarlijks vóór 15 april
                        een nota met de beleids- en de financiële kaders voor de begroting van het
                        volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. </al><al>2. In de begroting wordt per Resultaatverantwoordelijke Eenheid een post
                        onvoorzien opgenomen gerelateerd aan het specifieke risico en de aard van de
                        taak- en doelstelling.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie en investeringskredieten</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                        baten en de lasten per doelstelling.</al><al>2. Bij de begrotingsbehandeling geeft het algemeen bestuur aan van welke
                        nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel wordt verwacht
                        voor autorisatie van het investeringskrediet. De overige nieuwe
                        investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de
                        financiële positie geautoriseerd. </al><al>3. Het dagelijks bestuur informeert achtereenvolgend het betrokken
                        portefeuillehoudersoverleg en het algemeen bestuur vooraf als het verwacht
                        dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                        geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de
                        geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het betrokken
                        portefeuillehoudersoverleg doet voorstellen tot bijstelling van het door de
                        gemeenten beschikbaar gestelde budget of tot bijstelling van de gestelde
                        doelen. </al><al>4. Bij de behandeling van de bestuursrapportage doet het betrokken
                        portefeuillehoudersoverleg aan het algemeen bestuur voorstellen tot het
                        wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het
                        bijstellen van de gestelde doelen.</al><al>5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                        vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks bestuur
                        voorafgaande aan het aangaan van verplichtingen of het starten van de
                        voorbereidingen, een investeringsvoorstel met een voorstel tot het
                        vaststellen van een investeringskrediet voor aan het algemeen bestuur.</al><al>6. Indien een begrotingswijziging leidt tot verhoging van de bijdrage per
                        inwoner, worden de betrokken gemeenteraden - met kennisgeving van het
                        standpunt van het betrokken portefeuillehoudersoverleg - overeenkomstig
                        artikel 35 van de Wgr en de Regeling Regio Gooi en Vechtstreek, gedurende 8
                        weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te brengen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bestuursrapportage</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur en de
                        portefeuillehoudersoverleggen door middel van een bestuursrapportage over de
                        realisatie van de begroting van de Regio. De bestuursrapportage vindt plaats
                        over de eerste 6 maanden van het lopende boekjaar.</al><al>2. De bestuursrapportages bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de
                        bijstelling van de doelstellingen en een overzicht met de bijgestelde raming
                        van:</al><al>a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar
                        doelstellingen;</al><al>b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar
                        doelstellingen;</al><al>c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en
                        b;</al><al>d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
                        en</al><al>e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d,</al><al>alsmede de realisatie en raming van de uitputting van de
                        investeringskredieten.</al><al>3. In de bestuursrapportage worden naast de verantwoording van de
                        doelstellingen over de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de
                        baten en de lasten van doelstellingen en investeringskredieten in de
                        begroting groter dan € 25.000 toegelicht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de Regio bericht dat alle gemeenten samen het collectieve
                        aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid,
                        van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het
                        dagelijks bestuur de deelnemende gemeenten of een aanpassing van de
                        begroting nodig is. Als het dagelijks bestuur een aanpassing nodig acht,
                        wordt het algemeen bestuur aangeboden een voorstel tot wijziging van de
                        begroting. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>1. Materiële vaste activa met een meerjarig economisch nut worden onder
                        aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. </al><al>2. Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de
                        termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze
                        verordening. </al><al>3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de
                        exploitatie gebracht.</al><al>4. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                        actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                        gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de
                        openstaande vorderingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur via de jaarrekening een
                        toelichting op en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Deze
                        toelichting en het overzicht worden door het algemeen bestuur met de
                        jaarrekening vastgesteld. </al><al>De toelichting behandelt:</al><al>a. de vorming en besteding van reserves;</al><al>b. de vorming en besteding van voorzieningen; en</al><al>c. de rentetoerekening aan reserves.</al><al>2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt
                        minimaal aangegeven:</al><al>a. het specifieke doel van de reserve;</al><al>b. de voeding van de reserve;</al><al>c. de maximale hoogte van de reserve; en</al><al>d. de maximale looptijd.</al><al>3. Indien een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet
                        heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt
                        deze aan de algemene reserve toegevoegd. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                        diensten van de Regio<cursief>,</cursief> die worden geleverd aan gemeenten,
                        overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening
                        gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de
                        indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                        Regio verleende diensten.</al><al>2. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                        voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa.</al><al>3. Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte
                        kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief
                        toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen
                        en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij
                        de behandeling van de begroting vastgesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan gemeenten,
                        overheidsbedrijven en derden met welke bijbehorende activiteiten de Regio in
                        concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale
                        kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het dagelijks bestuur
                        vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel aan het
                        algemeen bestuur, waarin het publiek belang van de activiteit wordt
                        gemotiveerd. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vaststelling hoogte tarieven voor diensten en leveringen</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur doet het algemeen bestuur jaarlijks bij de begroting
                        een voorstel voor de hoogte van de tarieven voor de verschillende diensten
                        en leveringen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van
                        middelen de uitgangspunten van het Treasurystatuut 2015 in acht.</al><al>2. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als de
                        wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                        financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld
                        in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt
                        te worden overschreden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het
                        dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van
                        het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                        geval op: </al><al>a. de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde
                        rentepercentage;</al><al>b. de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde
                        rentepercentage;</al><al>c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier
                        jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</titel></kop><al>1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting
                        en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen
                        op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording
                        provincies en gemeenten in ieder geval op: </al><al>a. de solvabiliteitsratio;</al><al>b. de ontwikkeling van de netto schuld;</al><al>c. de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de inkomsten van
                        de Regio;</al><al>2. Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de Regio wordt
                        beoordeeld of de Regio bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de
                        toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen
                        in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur in de
                        paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                        van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten in ieder geval op de voortgang van het geplande onderhoud van
                        werken en gebouwen.</al><al/><al>2. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur eens in de 4 jaar een
                        onderhoudsplan voor werken en gebouwen aan. Het plan geeft het kader weer
                        voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de
                        kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen. Het algemeen bestuur stelt
                        het plan vast. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het
                        dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                        het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                        geval op: </al><al>a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de
                        loonkosten;</al><al>b. de kosten van inhuur derden;</al><al>c. de huisvestingskosten;</al><al>d. de automatiseringskosten;</al><al>e. het budget voor de accountant.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                        dienstbaar is voor:</al><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de Regio als
                        geheel en in de Resultaatverantwoordelijke Eenheden;</al><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de
                        vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;</al><al>c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                        budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                        kostencalculaties;</al><al>d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de
                        productie van goederen en diensten en de realisatie van de doelstellingen; </al><al>e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid
                        en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                        doelstellingen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al><al>f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan
                        ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de
                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                        de doelstellingen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.</al><al>2. Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                        vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                        besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van de Regio en de
                        verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur de verbonden
                        partijen op conform artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording
                        provincies en gemeenten. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21 Financiële organisatie</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor:</al><al>a. een eenduidige indeling van de organisatie van de Regio en een eenduidige
                        toewijzing van de regionale taken aan de Resultaatverantwoordelijke
                        Eenheden;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                        verantwoordelijkheden; </al><al>c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                        investeringskredieten; </al><al>d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                        en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; </al><al>e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de
                        daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over
                        de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; </al><al>f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en
                        baten aan de producten van de productenraming en de
                        productenrealisatie;</al><al>g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van
                        goederen, werken en diensten; </al><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                        voldaan. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                        jaarrekening, overeenkomstig hoofdstuk 9 van de gemeenschappelijke Regio
                        Gooi en Vechtstreek juncto artikel 213, derde lid, onder a van de
                        Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                        balansmutaties, bedoeld artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet,
                        voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                        informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij
                        afwijkingen neemt het dagelijks bestuur maatregelen tot herstel.</al><al>2. Het dagelijks bestuur zorgt voor de systematische controle van de
                        registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                        Regio met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande
                        leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen,
                        de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden
                        gecontroleerd evenals de registergoederen en de bedrijfsmiddelen. Bij
                        afwijkingen in de registratie neemt het dagelijks bestuur maatregelen voor
                        herstel van de tekortkomingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiële verordening Gewest Gooi en Vechtstreek nr 2007100018 wordt
                        ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                        begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking
                        treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende
                        stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze
                        verordening in werking treedt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al><al>2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Regio Gooi
                        en Vechtstreek 2015.</al><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>