<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344172_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Dronten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 07-11-2014, nr. 63184</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Dronten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c en artikel 36b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B14.001331</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Dronten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september
                        2014 No. B14.001331;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c van de
                        Participatiewet;</al><al>gelet op artikel 36b van de Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van oktober 2014;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening van een individuele
                        studietoeslag bij verordening te regelen</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening individuele studietoeslag gemeente
                        Dronten 2015</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                            vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van het instrumentarium dan wordt ingezet ten
                            behoeve van de loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet,
                            met betrekking tot het oordeel of een persoon niet in staat is tot het
                            zelfstandig verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                            mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                            aanmerking komen voor een studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt maximaal € 1.000,00 per 12
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De individuele studietoeslag wordt niet uitbetaald indien het totale
                                inkomen, inclusief de Wet Studiefinanciering 2000 en de Wet
                                tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, hoger is dan het
                                voor belanghebbende geldende wettelijk minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid kan jaarlijks door het college
                                worden geïndexeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig als één bedrag
                            uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                    studietoeslag gemeente Dronten 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad van de gemeente Dronten,</ondertekening><ondertekening>Dronten, 30 oktober 2014</ondertekening><ondertekening>de raad van Dronten,</ondertekening><ondertekening>D.Petrusma mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan. </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><tussenkop>Vast te leggen regels in verordening </tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><tussenkop>Discretionaire bevoegdheid</tussenkop><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen
                    niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in aanvulling
                    op artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet - in beleidsregels aangeven
                    wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een
                    individuele studietoeslag.</al><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag </tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. indienen verzoek </tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Een
                    persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals
                    genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. </al><al>Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). Om onduidelijkheid te
                    voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste
                    lid, van de Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze
                    verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college
                    vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals
                    bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag
                    (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste
                    de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding
                    van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                    aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de
                    aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen
                    (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus
                    niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals
                    bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 2 Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon </tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon
                    op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium maakt het college gebruik van
                    het instrumentarium dat wordt ingezet ten behoeve van de loonwaardebepaling in
                    het kader van de Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 3. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen </tussenkop><al>Een persoon kan slechts éénmaal binnen een periode van 12 maanden in aanmerking
                    komen voor een individuele studietoeslag. Door de toeslag één keer per jaar toe
                    te kennen hoeft deze niet gefiscaliseerd te worden, wat wel het geval is bij
                    periodieke toekenning (b.v. maandelijkse toekenning).</al><tussenkop>Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt maximaal €
                    1.000,00. Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                    voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in
                    aanmerking voor een individuele studietoeslag. </al><al>In het tweede lid van dit artikel is opgenomen dat de studietoeslag niet wordt
                    uitbetaald indien het totale inkomen van de belanghebbende hoger is dan het voor
                    deze persoon geldende wettelijk minimumloon. De toeslag is immers juist bedoeld
                    voor personen die <cursief>niet</cursief> het minimumloon kunnen verdienen.</al><al>WSF = Wet studiefinanciering 2000</al><al>WTOS = Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.</al><al>In artikel 4, derde lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                    opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden
                    vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. De indexering zal
                    plaatsvinden indien de prijsontwikkeling daartoe aanleiding geeft.</al><tussenkop>Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag </tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag geregeld. </al><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is
                    het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na 12 maanden kan
                    een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit
                    volgt uit artikel 3 van deze verordening. </al><al>Indien wordt gekozen voor periodieke uitbetaling van de individuele
                    studietoeslag is er sprake van een periodieke verstrekking van bijzondere
                    bijstand. Bij periodieke betaling van deze studietoeslag dienen gemeenten
                    rekening te houden met de fiscale gevolgen. Volgens de Rekenregels en
                    handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is periodieke
                    bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar inkomensaanvullend
                    namelijk een belaste verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand is een
                    onbelaste verstrekking. Daarom is gekozen voor een eenmalige verstrekking.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>