<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34412_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsbesluit reïntergratieverordening wet werk en bijstand, gemeente Zwolle 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Peperbus, 26-05-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsbesluit reïntergratieverordening wet werk en bijstand, gemeente Zwolle 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 3, lid 4 Reïntergratieverordening Wet Werk en Bijstand 2004</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-03-11</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>cb 2010-05.11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regels met betrekking tot de uitvoering van de reïntergratieverordening (beleidsregel)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Uitvoeringsbesluit Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand, Gemeente Zwolle 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 1</label>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Verordening: de Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand
                                    gemeente Zwolle;</al></li>
            <li nr="b."><al>De wet: de Wet Werk en Bijstand;</al></li>
            <li nr="c."><al>Uitkeringsgerechtigde: een persoon met een uitkering ingevolge
                                    de Wet;</al></li>
            <li nr="d."><al>Anw-er: een persoon met een nabestaanden- of halfwezenuitkering
                                    op grond van de Algemene nabestaandenwet die als werkloze
                                    werkzoekende ingeschreven is bij het UWV-werkbedrijf;</al></li>
            <li nr="e."><al>Niet-uitkeringsgerechtigde (Nugger): een persoon conform artikel
                                    6 lid a van de Wet;</al></li>
            <li nr="f."><al>ID-er, WIW-er: een persoon die op 31 december 2003 een
                                    dienstbetrekking had voortvloeiend uit de voormalige regelingen
                                    In- en Doorstroombanen en de Wet Inschakeling
                                    Werkzoekenden’</al></li>
            <li nr="g."><al>De belanghebbende: de in sub c, d, e en f genoemde persoon;</al></li>
            <li nr="h."><al>Voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a
                                    van de wet; een instrument binnen een re-integratietraject dat
                                    ingezet wordt om belemmeringen bij aanvaarding van algemeen
                                    geaccepteerde arbeid weg te nemen of zelfstandige
                                    maatschappelijke participatie mogelijk te maken;</al></li>
            <li nr="i."><al>Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet waarop
                                    de belanghebbende aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan
                                    doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van
                                    specifieke uitgaven;</al></li>
            <li nr="j."><al>Re-integratietraject: een aaneenschakeling van
                                    voorzieningen;</al></li>
            <li nr="k."><al>Inburgeraar; nieuwkomer of oudkomer die een duaal
                                    inburgeringstraject volgt;</al></li>
            <li nr="l."><al>Duale trajecten voor inburgeraars gericht op opvoeders
                                    redzaamheid, sociale redzaamheid, professionele redzaamheid of
                                    educatieve redzaamheid: re-integratietraject waarbij de
                                    inburgering gecombineerd wordt met het opvoeders, sociaal,
                                    professioneel of educatief redzaam maken van de belanghebbende,
                                    waardoor de belanghebbende door kan stromen naar een
                                    vervolgtraject; </al></li>
            <li nr="m."><al>Arbeidsmarktgericht traject: re-integratietraject met als doel
                                    duurzame plaatsing in algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li>
            <li nr="n."><al>Voortraject Professionele Zelfredzaamheid: re-integratietraject
                                    gericht op het ontwikkelen en verbeteren van competenties
                                    gericht op het verminderen dan wel wegnemen van belemmeringen,
                                    waardoor de belanghebbende door kan stromen naar een
                                    arbeidsmarktgericht traject of algemeen geaccepteerde arbeid of
                                    een ander voor belanghebbende passend traject;</al></li>
            <li nr="o."><al>Maatschappelijke participatie: traject gericht op zelfstandig
                                    deelnemen aan maatschappelijke activiteiten, waarbij gebruik
                                    wordt gemaakt van reeds bestaande gemeentelijke voorzieningen;
                                </al></li>
            <li nr="p."><al>Beroepsgerichte scholing inclusief bemiddeling:
                                    re-integratietraject gericht op het scholen van de
                                    belanghebbende tot minimaal niveau startkwalificatie en waarbij
                                    de belanghebbende duurzaam geplaatst kan worden in algemeen
                                    geaccepteerde arbeid. Het traject heeft een duaal karakter, het
                                    opdoen van werkervaring en leren worden gecombineerd;</al></li>
            <li nr="q."><al>Beroepsgerichte scholing zonder bemiddeling:
                                    re-integratietraject gericht op het scholen van de
                                    belanghebbende tot minimaal niveau startkwalificatie, waardoor
                                    de belanghebbende door kan stromen naar een arbeidsmarktgericht
                                    traject. Het traject heeft een duaal karakter, het opdoen van
                                    werkervaring en leren worden gecombineerd;</al></li>
            <li nr="r."><al>Work First voor weigerachtigen: re-integratietraject waarbij
                                    door middel van werken met behoud van uitkering de
                                    uitkeringsgerechtigde gemotiveerd wordt om ofwel in te stromen
                                    in een arbeidsmarktgericht traject ofwel de uitkeringsaanvraag
                                    in te trekken;</al></li>
            <li nr="s."><al>Traject wachtlijst WSW-geïndiceerd: traject voor
                                    uitkeringsgerechtigde die reeds geïndiceerd is in het kader van
                                    de WSW, maar vanwege wachtlijst nog niet geplaatst kan worden
                                    bij de Sociale Werkvoorziening;</al></li>
            <li nr="t."><al>Traject Direct naar Werk: re-integratietraject gericht op het
                                    direct aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid, in dienst
                                    van de contractpartij en onder intensieve begeleiding, gericht
                                    op uitstroom naar reguliere arbeid;</al></li>
            <li nr="u."><al>Zwolle Werkt Aanpak: samenwerkingsverband tussen UWV-werkbedrijf
                                    en SoZaWe, gemeente Zwolle gericht op arbeidsinschakeling binnen
                                    drie maanden van gezamenlijke cliënten die zich melden voor een
                                    uitkering ingevolge de wet en daarvoor in aanmerking zouden zijn
                                    gekomen;</al></li>
            <li nr="v."><al>Werk-Leer-vergoeding: een vergoeding van maximaal drie maanden,
                                    tussen de geldende bijstandsnorm en het Wettelijk Minimum Loon,
                                    voor deelnemers aan de Zwolle Werkt Aanpak die normaliter in
                                    aanmerking zouden zijn gekomen voor een uitkering ingevolge de
                                    wet;</al></li>
            <li nr="w."><al>Verzuimprotocol: afspraken, regels en richtlijnen gericht op het
                                    bestrijden en voorkomen van ongeoorloofd verzuim van
                                    uitkeringsgerechtigde gedurende de uitvoering van
                                    re-integratietrajecten;</al></li>
            <li nr="x."><al>Participatieplaats: het door belanghebbende en/of UWV-cliënt
                                    laten verrichten van onbeloonde additionele werkzaamheden
                                    gedurende maximaal twee jaar, gericht op arbeidsactivering en
                                    het bevorderen van uitstroom naar reguliere arbeid (artikel 10A
                                    WWB);</al></li>
            <li nr="y."><al>Stimuleringspremie: een premie als bedoeld in artikel 31 lid 2
                                    onder j van de wet, die verleend kan worden aan een
                                    uitkeringsgerechtigde. </al></li>
            <li nr="z."><al>Diagnose: het verkrijgen van inzicht in de capaciteiten,
                                    belemmeringen, interesses en motivatie van de belanghebbende
                                    (probleemanalyse). Resultaat van de analyse is een
                                    geobjectiveerde diagnose van de belanghebbende in relatie tot de
                                    afstand op de arbeidsmarkt;</al></li>
            <li nr="aa."><al>Diagnoseplan: een plan van opeenvolgende acties die in het kader
                                    van een re-integratietraject nodig zijn om de belanghebbende het
                                    bij het desbetreffende re-integratietraject behorende doel te
                                    laten bereiken;</al></li>
            <li nr="bb."><al>Aanbodversterking: het versterken van competenties opdat het
                                    algemeen functioneren gericht op een toekomstige werkomgeving
                                    van de belanghebbende bevorderd wordt;</al></li>
            <li nr="cc."><al>Werken met behoud van uitkering: de uitkeringsgerechtigde, met
                                    behoud van uitkering, werkritme op te laten doen en/of te
                                    behouden, vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied
                                    en/of te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het
                                    verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li>
            <li nr="dd."><al>Werken in dienst van een werkgever met loonkostensubsidie: de
                                    belanghebbende werkervaring te laten opdoen (eventueel
                                    gecombineerd met aanbodversterking en begeleiding) in dienst van
                                    een werkgever, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie
                                    ontvangt;</al></li>
            <li nr="ee."><al>Begeleiding: de belanghebbende gedurende een
                                    re-integratietraject begeleiden, waardoor de voortgang van het
                                    re-integratietraject gemonitord kan worden en problemen tijdig
                                    gesignaleerd kunnen worden;</al></li>
            <li nr="ff."><al>Bemiddeling: het realiseren en begeleiden van een individuele
                                    plaatsing naar algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij de
                                    belanghebbende uitkeringsonafhankelijk wordt;</al></li>
            <li nr="gg."><al>Plaatsing:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De belanghebbende heeft algemeen geaccepteerde arbeid
                                            aanvaard. Het kan daarbij ook gaan om aaneengesloten
                                            werkzaamheden bij verschillende werkgevers (inclusief
                                            uitzendwerk);</al></li>
                <li nr="-"><al>Als een plaatsing worden ook beschouwd: werkzaamheden op
                                            basis van aanneming van werk, activiteiten vallende
                                            onder een overeenkomst van opdracht en het uitoefenen
                                            van een zelfstandig beroep;</al></li>
                <li nr="-"><al>Gestreefd wordt naar een volledige
                                            uitkeringsonafhankelijkheid. Maar voor belanghebbenden
                                            die – na fiattering van de consulent werk – zijn
                                            aangewezen op parttime werk (alleenstaande ouders,
                                            werkzoekenden met een arbeidshandicap) wordt gezocht
                                            naar passend werk, waarbij de arbeidsmogelijkheden van
                                            de belanghebbende zo goed mogelijk worden benut.
                                            Plaatsingen van minder dan 12 uur per week worden niet
                                            gezien als reguliere plaatsing, tenzij belanghebbende
                                            hiermee uitkeringsonafhankelijk wordt. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="hh."><al>Nazorg: het monitoren en evalueren van de belanghebbende en waar
                                    nodig interveniëren na plaatsing, resulterend in duurzame
                                    plaatsing; </al></li>
            <li nr="ii."><al>Duurzame plaatsing: tewerkstelling in algemeen geaccepteerde
                                    arbeid die langer dan 6 aaneengesloten maanden duurt, waarbij de
                                    belanghebbende uitkeringsonafhankelijk is geworden;</al></li>
            <li nr="jj."><al>Startkwalificatie: Minimaal diploma HAVO, VWO, niveau 2 conform
                                    Wet Educatie Beroepsonderwijs of overgangsbewijs naar derde
                                    leerjaar niveau 3 of 4 conform Wet Educatie
                                    Beroepsonderwijs;</al></li>
            <li nr="kk."><al>Arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                    recht;</al></li>
            <li nr="ll."><al>Werkgever: onderneming met of zonder winstoogmerk waarmee de
                                    belanghebbende een arbeidsovereenkomst heeft;</al></li>
            <li nr="mm."><al>Algemeen geaccepteerde arbeid: arbeid die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is;</al></li>
            <li nr="nn."><al>Gezin: conform artikel 4, lid c van de wet;</al></li>
            <li nr="oo."><al>Uitvoerder: Het bedrijf of de rechtspersoon die in opdracht van
                                    de gemeente Zwolle re-integratietrajecten uitvoert;</al></li>
            <li nr="pp."><al>WSW: Wet Sociale Werkvoorziening;</al></li>
            <li nr="qq."><al>UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen;</al></li>
            <li nr="rr."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Zwolle;</al></li>
            <li nr="ss."><al>De raad: de gemeenteraad van de gemeente Zwolle.</al><al/></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Beperkingen</vet>
          </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 2 Eigen bijdrage kosten voorziening</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college verlangt van degene zoals bedoeld in artikel
                                            1, onder d en e een bijdrage in de kosten van de
                                            voorziening, zijnde 100 % van de totale kosten van de
                                            voorziening, wanneer het netto gezinsinkomen de grens
                                            van anderhalf keer de geldende bijstandsnorm
                                            overschrijdt. Er vindt geen vermogenstoetsing
                                            plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college verstrekt aan de persoon zoals bedoeld in
                                            artikel 1 onder d of e, geen voorziening als de persoon
                                            minder dan 12 uur per week werk zoekt.</al><al/><al>
                    <vet>Algemene voorzieningen</vet>
                  </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 3 Arbeidsdeskundig advies</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan voorafgaand aan een re-integratietraject
                                            een onderzoek (laten) doen naar de belastbaarheid van de
                                            belanghebbende ten aanzien van het verrichten van
                                            werkzaamheden. </al></li>
                <li nr="2."><al>Een arbeidsdeskundig advies bestaat uit een
                                            medisch/psychologisch onderzoek en een arbeidsdeskundig
                                            onderzoek; </al></li>
                <li nr="3."><al>Een arbeidsdeskundig onderzoek heeft een doorlooptijd
                                            van maximaal twee maanden. </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 4 Langdurige belastbaarheidsonderzoeken</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan voorafgaand aan een re-integratietraject
                                            een onderzoek (laten) doen naar de belastbaarheid van de
                                            belanghebbende ten aanzien van het verrichten van
                                            werkzaamheden. </al></li>
                <li nr="2."><al>Een langdurig belastbaarheidsonderzoek bestaat uit een
                                            onderzoek naar de (on)mogelijkheden van de
                                            belanghebbende gedurende een langere periode. </al></li>
                <li nr="3."><al>Een langdurig belastbaarheidsonderzoek heeft een
                                            doorlooptijd van maximaal drie maanden.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 5 Leer-werk-vergoeding</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan een leer-werk-vergoeding verstrekken aan
                                            deelnemers aan de Zwolle Werkt Aanpak die normaliter in
                                            aanmerking zouden zijn gekomen voor een uitkering
                                            ingevolge de wet;</al></li>
                <li nr="2."><al>De hoogte van de leer-werk-vergoeding ligt tussen de
                                            geldende bijstandsnorm en het Wettelijk Minimum
                                            Loon;</al></li>
                <li nr="3."><al>De leer-werk-vergoeding wordt gedurende maximaal 3
                                            maanden verstrekt.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 6 Loonkostensubsidie</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever
                                            verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de
                                            overgang naar een reguliere functie bij betreffende
                                            werkgever of een andere werkgever voor belanghebbende
                                            mogelijk te maken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Loonkostensubsidie aan werkgevers is alleen mogelijk ten
                                            behoeve van arbeidsplaatsen die worden vervuld door
                                            belanghebbenden.</al></li>
                <li nr="3."><al>De loonkostensubsidie wordt alleen verstrekt, indien
                                            voldaan is aan de voorwaarden zoals gesteld in de
                                            EC-vrijstellingstellingsverordening
                                            werkgelegenheidssteun (2204/2002, 12 december
                                            2002);</al></li>
                <li nr="4."><al> De loonkostensubsidie wordt alleen verstrekt als de
                                            werkgever een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een
                                            uitkeringsgerechtigde voor de duur van ten minste 12
                                            maanden en deze overeenkomst daadwerkelijk van kracht
                                            is.</al></li>
                <li nr="5."><al>De loonkostensubsidie wordt gedurende maximaal 1 jaar
                                            verstrekt per belanghebbende en is volgens de volgende
                                            systematiek opgebouwd:</al></li>
                <li nr=""><al>- Eerste zes maanden: maximaal 50 % van de
                                            brutoloonkosten excl. werkgeverslasten.</al></li>
                <li nr=""><al>- Volgende zes maanden: maximaal 25 % van de brutoloon-
                                            kosten excl. werkgeverslasten.</al><al/></li>
                <li nr="6."><al>De loonkostensubsidie moet worden aangevraagd uiterlijk
                                            drie maanden na de ingangsdatum van de
                                            arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de
                                            loonkostensubsidie dient de belanghebbende gebruik te
                                            maken van een daarvoor beschikbaar gesteld formulier.
                                        </al></li>
                <li nr="7."><al>Het college stelt de definitieve loonkostensubsidie
                                            telkens na afloop van het kalenderjaar of na afloop van
                                            de overeengekomen periode vast op basis van de door het
                                            college te bepalen en door de werkgever aan te leveren
                                            documenten.</al></li>
                <li nr="8."><al>Het college kan voorschotten verstrekken als aan de
                                            voorwaarden van de subsidieverstrekking, zoals bedoeld
                                            in artikel 6, lid 2 en 3, is voldaan.</al></li>
                <li nr="9."><al>Voorschotten worden eerst verrekend met de definitief
                                            vastgestelde loonkostensubsidie of met voorschotten over
                                            eenzelfde of een volgend kalenderjaar. Als een werkgever
                                            meerdere loonkostensubsidies ontvangt, kunnen
                                            voorschotten op de ene subsidie met een definitief
                                            vastgestelde andere subsidie op grond van dit
                                            uitvoeringsbesluit worden verrekend. </al></li>
                <li nr="10."><al>De loonkostensubsidie is mogelijk ten behoeve van
                                            arbeidsplaatsen in organisaties met of zonder
                                            winstoogmerk. </al></li>
                <li nr="11."><al>Het college kan een subsidieplafond voor
                                            loonkostensubsidies instellen. </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 7 Premie voor de werkgever</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan aan een werkgever een premie geven als
                                            een belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid wordt
                                            geboden.</al></li>
                <li nr="2."><al>De premie wordt alleen verstrekt als de belanghebbende
                                            met het aanvaarden van de algemeen geaccepteerde arbeid,
                                            uitkeringsonafhankelijk wordt.</al></li>
                <li nr="3."><al>De premie wordt alleen verstrekt indien er geen sprake
                                            is van een loonkostensubsidie, zoals bedoeld in artikel
                                            7 van dit uitvoeringsbesluit.</al></li>
                <li nr="4."><al>De premie wordt alleen verstrekt indien de werkgever
                                            geen gebruik heeft gemaakt van de garantieregeling,
                                            zoals bedoeld in artikel 8 van dit uitvoeringsbesluit.
                                        </al></li>
                <li nr="5."><al>De premie wordt alleen verstrekt als de werkgever een
                                            arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de werknemer
                                            (belanghebbende) en deze overeenkomst daadwerkelijk van
                                            kracht is.</al></li>
                <li nr="6."><al>De premie wordt per belanghebbende éénmalig na het
                                            verstrijken van de contractperiode verstrekt.</al></li>
                <li nr="7."><al>De hoogte van de premie is € 1.500,- bij een contract
                                            voor bepaalde tijd, zijnde minimaal 6 aaneengesloten
                                            maanden. Bij een eventuele verlenging van het contract
                                            wordt geen nieuwe premie zoals omschreven in dit artikel
                                            verstrekt. </al></li>
                <li nr="8."><al>De premie moet bij het college worden aangevraagd
                                            uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de
                                            arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de premie
                                            dient de werkgever gebruik te maken van een daarvoor
                                            beschikbaar gesteld formulier.</al></li>
                <li nr="9."><al>De premie is mogelijk ten behoeve van organisaties met
                                            of zonder winstoogmerk. </al></li>
                <li nr="10."><al>Het college kan een subsidieplafond voor de premie voor
                                            de werkgever instellen. </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 8 Garantieregeling voor de werkgever </label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan aan een werkgever een garantieregeling
                                            bieden als een belanghebbende gedurende de
                                            contractperiode uitvalt.</al></li>
                <li nr="2."><al>De garantieregeling wordt alleen verstrekt als de
                                            werkgever een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de
                                            werknemer (belanghebbende) en deze overeenkomst
                                            daadwerkelijk van kracht is.</al></li>
                <li nr="3."><al>De garantieregeling wordt gedurende maximaal 3
                                            aaneengesloten maanden verstrekt bij een contract voor
                                            bepaalde tijd, zijnde minimaal 6 aaneengesloten maanden
                                            of een contract voor onbepaalde tijd.</al></li>
                <li nr="4."><al>De hoogte van de garantieregeling is maximaal 100% van
                                            de brutoloonkosten excl. werkgeverslasten.</al></li>
                <li nr="5."><al>De garantieregeling wordt alleen verstrekt indien er
                                            geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende
                                            voorziening.</al></li>
                <li nr="6."><al>De garantieregeling moet bij het college worden
                                            aangevraagd uiterlijk twee weken na uitval van
                                            belanghebbende. Voor het aanvragen van de
                                            garantieregeling dient de werkgever gebruik te maken van
                                            een daarvoor beschikbaar gesteld formulier.</al></li>
                <li nr="7."><al>De garantieregeling is mogelijk ten behoeve van
                                            arbeidsplaatsen in organisaties met of zonder
                                            winstoogmerk.</al></li>
                <li nr="8."><al>Het college kan een subsidieplafond voor de
                                            garantieregeling instellen. </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 9 Persoongebonden re-integratiebudget voor de werkgever</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan een persoonsgebonden re-integratiebudget
                                            aan een werkgever verstrekken voor de begeleiding en
                                            scholing (al of niet door derden) van een belanghebbende
                                            tijdens het opdoen van werkervaring bij betreffende
                                            werkgever. De belanghebbende voert zelf de regie en
                                            levert een actieve bijdrage aan de invulling van de
                                            begeleiding en scholing.</al></li>
                <li nr="2."><al>Voorwaarden voor het verkrijgen van dit persoonsgebonden
                                            re-integratiebudget zijn:</al><lijst>
                    <li nr="-"><al>De werkervaring minimaal 6 maanden
                                                  achtereenvolgens wordt uitgevoerd en gedurende
                                                  minimaal 32 uren per week wordt verricht. Als de
                                                  omstandigheden van de belanghebbende daar
                                                  aanleiding toe geven kan van 32 uur afgeweken
                                                  worden, dit ter beoordeling van het college ;</al></li>
                    <li nr="-"><al>De werkgever aansluitend op de
                                                  werkervaringsperiode een arbeidsovereenkomst met
                                                  belanghebbende sluit, zijnde minimaal 6
                                                  aaneengesloten maanden, en belanghebbende hierdoor
                                                  uitkeringsonafhankelijk wordt. Als de
                                                  omstandigheden van de belanghebbende daar
                                                  aanleiding toe geven kan van de
                                                  uitkeringsonafhankelijkheid worden afgeweken, dit
                                                  ter beoordeling van het college ;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De hoogte van het persoonsgebonden re-integratiebudget
                                            is maximaal € 5000,- bij minimaal 6 maanden werkervaring
                                            bij betreffende werkgever.</al></li>
                <li nr="4."><al>Voor het aanvragen van een persoongebonden
                                            re-integratiebudget voor de werkgever dient de werkgever
                                            gebruik te maken van een daarvoor beschikbaar gesteld
                                            formulier.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het persoonsgebonden re-integratiebudget is mogelijk ten
                                            behoeve van organisaties met of zonder
                                            winstoogmerk.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het college kan een subsidieplafond voor het
                                            persoonsgebonden re-integratiebudget voor de werkgever
                                            instellen.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 10 Stimuleringspremie</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigde een stimuleringspremie
                                    toekennen als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder j van de
                                    wet.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze premie kan worden verstrekt in de volgende gevallen:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Bij het werken met behoud van uitkering;</al></li>
                <li nr="-"><al>Bij het werken als vrijwilliger met behoud van
                                            uitkering;</al></li>
                <li nr="-"><al>Bij het werken in deeltijd in algemeen geaccepteerde
                                            arbeid;</al></li>
                <li nr="-"><al>Bij het aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid;</al></li>
                <li nr="-"><al>Bij het deelnemen aan een voorziening;</al></li>
                <li nr="-"><al>Bij het beëindigen van de uitkering en een door het
                                            college noodzakelijk geachte financiële overbrugging.
                                        </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Voorwaarden voor het verkrijgen van de premie zijn:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De activiteiten, verband houdend met het werken met
                                            behoud van uitkering, gedurende minimaal drie maanden
                                            achtereenvolgend zijn uitgevoerd en gedurende minimaal
                                            twaalf uren per week worden verricht en is geaccordeerd
                                            en middels een beschikking door het college is
                                            vastgelegd. Als omstandigheden van de
                                            uitkeringsgerechtigde daar aanleiding toe geven kan van
                                            twaalf uur afgeweken worden, dit ter beoordeling van het
                                            college;</al></li>
                <li nr="-"><al>De activiteiten, verband houdend met het werken als
                                            vrijwilliger met behoud van uitkering, gedurende
                                            minimaal drie maanden achtereenvolgend zijn uitgevoerd
                                            en is geaccordeerd en middels een beschikking door het
                                            college is vastgelegd;</al></li>
                <li nr="-"><al>De activiteiten, verband houdend met het werken in
                                            deeltijd in algemeen geaccepteerde arbeid, gedurende
                                            minimaal 6 maanden achtereenvolgend zijn uitgevoerd en
                                            gedurende minimaal twaalf uren per week worden verricht
                                            en is geaccordeerd en middels een beschikking door het
                                            college is vastgelegd. De arbeid in deeltijd levert de
                                            uitkeringsgerechtigde een inkomen op dat minder bedraagt
                                            dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing
                                            zijnde norm. Als omstandigheden van de
                                            uitkeringsgerechtigde daar aanleiding toe geven kan van
                                            twaalf uur afgeweken worden, dit ter beoordeling van het
                                            college;</al></li>
                <li nr="-"><al>De activiteiten verband houdend bij het aanvaarden van
                                            algemeen geaccepteerde arbeid leidt tot duurzame
                                            plaatsing;</al></li>
                <li nr="-"><al>De activiteiten verband houdend bij het deelnemen aan
                                            een voorziening is geaccordeerd en middels een
                                            beschikking door het college is vastgelegd; </al></li>
                <li nr="-"><al>De activiteiten verband houdend met een overbrugging
                                            leidt tot beëindiging van de uitkering;</al></li>
                <li nr="-"><al>De uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van het
                                            college voldoende medewerking heeft verleend. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="4."><al>De hoogte van de premie als bedoeld in lid 1 is een percentage
                                    van het bedrag genoemd in artikel 31lid 2 onder j van de wet en
                                    bedraagt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>Bij het werken met behoud van uitkering: 15%;</al></li>
                <li nr="b."><al>Bij het werken als vrijwilliger met behoud van
                                            uitkering: 15%;</al></li>
                <li nr="c."><al>Bij het werken als parttimer in algemeen geaccepteerde
                                            arbeid: 50%;</al></li>
                <li nr="d."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde algemeen geaccepteerde
                                            arbeid aanvaardt voor naar verwachting 6 aaneengesloten
                                            maanden en de uitkeringsgerechtigde als gevolg van de
                                            werkaanvaarding geen beroep meer hoeft te doen op
                                            algemene bijstand als bedoeld in artikel 5 onder b van
                                            de wet:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>Maximaal 50% indien de uitkeringsgerechtigde op
                                                  het moment van de werkaanvaarding korter dan 6
                                                  maanden onafgebroken algemene bijstand
                                                  ontvangt.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Maximaal 100% indien de uitkeringsgerechtigde op
                                                  het moment van de werkaanvaarding gedurende een
                                                  periode van 6 maanden of langer onafgebroken
                                                  algemene bijstand ontvangt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="e."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde eerder een premie als
                                            bedoeld onder d heeft ontvangen en opnieuw algemeen
                                            geaccepteerde arbeid aanvaardt voor naar verwachting 6
                                            aaneengesloten maanden en de uitkeringsgerechtigde als
                                            gevolg van de werkaanvaarding geen beroep meer hoeft te
                                            doen op algemene bijstand als bedoeld in artikel 5 onder
                                            b van de wet:</al></li>
              </lijst><lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Maximaal 25% indien de uitkeringsgerechtigde op
                                                  het moment van de werkaanvaarding gedurende een
                                                  periode van 6 maanden of korter onafgebroken
                                                  algemene bijstand ontvangt.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Maximaal 50% indien de uitkeringsgerechtigde op
                                                  het moment van de werkaanvaarding gedurende een
                                                  periode van 6 maanden of langer onafgebroken
                                                  algemene bijstand ontvangt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="f."><al>Bij het deelnemen aan een voorziening en er naar het
                                            oordeel van het college aanleiding bestaat om een premie
                                            zoals bedoeld in lid 1 te verstrekken: maximaal
                                            50%.</al></li>
                <li nr="g."><al>Bij het beëindigen van de algemene bijstand en er naar
                                            het oordeel van het college sprake is van een situatie
                                            die het rechtvaardigt om aan de uitkeringsgerechtigde
                                            eenmalig een financiële overbrugging te
                                            verstrekken.</al></li>
                <li nr="h."><al>Samenloop van de onder a tot en met h genoemde situaties
                                            is mogelijk, maar in een kalenderjaar bedraagt de premie
                                            als bedoeld in lid 1 niet meer dan het bedrag genoemd in
                                            artikel 31 lid 2 onder j van de wet.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>Het college kan aan personen bedoeld in artikel 1f een
                                    stimuleringspremie toekennen als bedoeld in artikel 31 lid 2
                                    onder j van de wet bij het aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                    arbeid die langer dan 6 aaneengesloten maanden duurt en leidt
                                    tot het beëindigen van het gesubsidieerde dienstverband bij de
                                    werkgever. De hoogte van de premie bedraagt 100% van het bedrag
                                    genoemd in artikel 31 lid 2 onder j van de wet.</al></li>
            <li nr="6."><al>a. De premie zoals bedoeld in lid 4 onder a, b, c, en f wordt
                                    eenmaal per kalenderjaar op een door het college te bepalen
                                    moment verstrekt.</al><lijst>
                <li nr="b."><al>Het bedrag van de premie zoals bedoeld onder d en e
                                            wordt als volgt betaalbaar gesteld:</al></li>
              </lijst><lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Maximaal 50% van de percentages genoemd in lid 4
                                                  onder d en e op het moment van de
                                                  werkaanvaarding;</al></li>
                    <li nr="2."><al>Maximaal 50% van de percentages genoemd in lid 4
                                                  onder d en in de 7<sup>e</sup> maand gerekend
                                                  vanaf de datum van de werkaanvaarding als blijkt
                                                  dat de uitkeringsgerechtigde in de 6 voorafgaande
                                                  maanden onafgebroken gewerkt heeft en er in die 6
                                                  maanden geen algemene bijstand is verstrekt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>Het bedrag van de premie zoals bedoeld onder g wordt in
                                            overleg met de uitkeringsgerechtigde in 1 of 2 termijnen
                                            betaalbaar gesteld.</al></li>
                <li nr="d."><al>De premie als bedoeld in lid 1 of lid 5 wordt ambtshalve
                                            toegekend. De uitkeringsgerechtigde of de persoon
                                            bedoeld in artikel 1 onder f wordt via een beschikking
                                            in kennis gesteld van de toekenning van de premie en de
                                            hoogte van de premie.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="7."><al>De premie wordt door het college ambtshalve toegekend aan de
                                    uitkeringsgerechtigde en/of personen bedoeld in artikel 1f.
                                </al></li>
            <li nr="8."><al>Het college kan een subsidieplafond voor de premie voor de
                                    uitkeringsgerechtigde en/of personen bedoeld in artikel 1e
                                    instellen. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 11 Verwervingskosten</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan aan een belanghebbende een vergoeding voor
                                    verwervingskosten bieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Verwervingskosten kunnen worden toegekend als aan de volgende
                                    voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Bij aanvaarding van arbeid voor minimaal 6 maanden dat
                                            leidt tot uitkeringsonafhankelijkheid van
                                            belanghebbende. Dit moet blijken uit een door de
                                            werkgever en belanghebbende getekende
                                            arbeidsovereenkomst.</al></li>
                <li nr="-"><al>De arbeid wordt gedurende minimaal twaalf uren per week
                                            verricht. </al></li>
                <li nr="-"><al>Als belanghebbende in het kader van een
                                            re-integratietraject noodzakelijk geachte
                                            verwervingskosten maakt, dit ter beoordeling van het
                                            college.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Het college kan een subsidieplafond voor verwervingskosten
                                    instellen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 12 Inkomstenvrijlating</label>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan, conform artikel 31 lid 2 onderdeel o van de
                                    wet, een inkomstenvrijlating aanbieden voor het werken in
                                    deeltijd.</al></li>
            <li nr="2."><al>Naast de voorwaarden die de wet aan de inkomstenvrijlating
                                    stelt, gelden de volgende aanvullende voorwaarden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De arbeid in deeltijd moet binnen uiterlijk zes maanden
                                            leiden tot uitkeringsonafhankelijkheid van de
                                            uitkeringsgerechtigde. Dit moet blijken uit een door de
                                            werkgever en uitkeringsgerechtigde getekende
                                            arbeidsovereenkomst.</al></li>
                <li nr="-"><al>De arbeid in deeltijd wordt gedurende minimaal twaalf
                                            uren per week verricht. </al></li>
                <li nr="-"><al>De arbeid in deeltijd levert de uitkeringsgerechtigde
                                            een inkomen op dat minder bedraagt dan de voor de
                                            uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De inkomstenvrijlating wordt eenmaal per drie jaar toegekend
                                    voor een periode van maximaal zes maanden.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <onderstreept>Voorzieningen in het kader van een
                                    re-integratietraject</onderstreept>
            </vet>
          </al>
          <al>Onverkort de voorzieningen zoals benoemd in artikel 3 tot en met 13,
                            stelt het college in het kader van re-integratietrajecten extra
                            voorzieningen ter beschikking. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 13 Participatieplaats</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan aan belanghebbende voor wie de kans op
                                    inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor
                                    vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt een
                                    participatieplaats aanbeiden zoals bedoeld in artikel 10A van de
                                    wet;</al></li>
            <li nr="2."><al>De participatieplaats wordt onder de volgende voorwaarden
                                    aangeboden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Het moet gaan om additionele arbeid, werkzaamheden die
                                            worden verricht naast of in aanvulling op reguliere
                                            arbeid, en die niet leiden tot verdringing op de
                                            arbeidsmarkt;</al></li>
                <li nr="-"><al>Degene die niet beschikt over een startkwalificatie
                                            krijgt na een periode van zes maanden na aanvang van de
                                            werkzaamheden scholing of opleiding aangeboden. Hiervan
                                            kan worden afgeweken als naar de mening van het college
                                            de scholing of opleiding de krachten en bekwaamheden van
                                            de belanghebbende te boven gaat of dat scholing of
                                            opleiding niet bijdraagt aan vergroting van de kans op
                                            inschakeling in het arbeidsproces van belanghebbende;
                                        </al></li>
                <li nr="-"><al>Aan belanghebbende wordt, telkens nadat hij gedurende 12
                                            maanden additionele werkzaamheden heeft verricht, een
                                            premie verstrekt als bedoeld in artikel 31, tweede lid,
                                            onderdeel j van de wet, indien hij naar het oordeel van
                                            het college in die 12 maanden voldoende heeft meegewerkt
                                            aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het
                                            arbeidsproces;</al></li>
                <li nr="-"><al>Na een periode van negen maanden na de aanvang van de
                                            werkzaamheden beoordeelt het college of belanghebbende
                                            zijn inschakeling in het arbeidsproces heeft vergroot.
                                            Indien dat niet het geval is worden de werkzaamheden na
                                            twaalf maanden na aanvang van die werkzaamheden
                                            beëindigd; </al></li>
                <li nr="-"><al>Voor afloop van de termijn van twee jaar beoordeelt het
                                            college of de voortzetting van de werkzaamheden de kans
                                            van belanghebbende op inschakeling in het arbeidsproces
                                            aanmerkelijk verbetert. Indien dat het geval is, kan het
                                            college de termijn van twee jaar verlengen met een jaar,
                                            onder de voorwaarde dat de belanghebbende in het derde
                                            jaar in een andere omgeving andere additionele
                                            werkzaamheden verricht dan die hij in de eerste twee
                                            jaar heeft verricht;</al></li>
                <li nr="-"><al>Indien de termijn van twee jaar is verlengd, beoordeelt
                                            het college voor afloop van het derde jaar of de
                                            voortzetting daarvan de kans van belanghebbende op
                                            inschakeling in het arbeidsproces aanmerkelijk
                                            verbetert. Indien dat het geval is, kan het college de
                                            termijn nogmaals verlengen met een jaar.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De participatieplaatsen kunnen ook beschikbaar worden gesteld
                                    voor personen aan wie het Uitvoeringsinstituut
                                    Werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. Hierover dienen
                                    nadere afspraken met UWV te worden gemaakt. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 14 Arbeidsmarktgericht traject</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="4."><al>Het college kan een arbeidsmarktgericht traject aanbieden.</al></li>
            <li nr="5."><al>Het arbeidsmarktgerichte traject bestaat in ieder geval
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Diagnose leidende tot een diagnoseplan</al></li>
                <li nr="-"><al>Begeleiding</al></li>
                <li nr="-"><al>Bemiddeling</al></li>
                <li nr="-"><al>Nazorg</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="6."><al>Daarnaast kan ook aanbodversterking en werkervaring met behoud
                                    van uitkering of werkervaring in dienst van de werkgever worden
                                    ingezet. Dit gebeurt naar oordeel van de uitvoerder in
                                    overeenstemming met het college en de belanghebbende. </al></li>
            <li nr="7."><al>Aan het werken met behoud van uitkering zijn de volgende
                                    voorwaarden verbonden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De duur van werken met behoud van uitkering in het kader
                                            van een arbeidsmarktgericht traject is maximaal 6
                                            maanden;</al></li>
                <li nr="-"><al>Er wordt aan de belanghebbende geen loon in
                                            dienstbetrekking betaald;</al></li>
                <li nr="-"><al>Werkervaring met behoud van uitkering kan alleen ingezet
                                            worden indien door de plaatsing de
                                            concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                            beïnvloed en indien door de plaatsing geen verdringing
                                            plaatsvindt;</al></li>
                <li nr="-"><al>De belanghebbende heeft ingestemd om in het kader van
                                            een re-integratietraject werkervaring met behoud van
                                            uitkering op te doen;</al></li>
                <li nr="-"><al>In het diagnoseplan worden tenminste vastgelegd het doel
                                            van het werken met behoud van uitkering alsmede de wijze
                                            waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="8."><al>De duur van een arbeidsmarktgericht traject is maximaal 16
                                    maanden.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 15 Voortraject professionele zelfredzaamheid</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een voortraject professionele zelfredzaamheid
                                    aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het voortraject professionele zelfredzaamheid bestaat in ieder
                                    geval uit:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Diagnose leidende tot een diagnoseplan</al></li>
                <li nr="-"><al>Begeleiding</al></li>
                <li nr="-"><al>Uitvoeren traject gericht op professionele
                                            zelfredzaamheid</al></li>
                <li nr="-"><al>Afronden traject en overdracht</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De uitvoering van het traject kan, afhankelijk van de
                                    belemmeringen van de belanghebbende bestaan uit oriëntatie,
                                    opdoen van arbeidsritme (werken met behoud van uitkering),
                                    creëren van een reëel zelfbeeld, trainen van sociale
                                    vaardigheden (opbouwen en onderhouden van een netwerk,
                                    assertiviteit), trainingen gericht op professionele
                                    zelfredzaamheid (financieel, mobiliteit, problemen aanpakken,
                                    formulieren invullen, etc.). Dit gebeurt naar oordeel van de
                                    uitvoerder in overeenstemming met het college en de
                                    belanghebbende. </al></li>
            <li nr="4."><al>Aan het werken met behoud van uitkering zijn de volgende
                                    voorwaarden verbonden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De duur van werken met behoud van uitkering in het kader
                                            van een voortraject professionele zelfredzaamheid is
                                            maximaal 6 maanden;</al></li>
                <li nr="-"><al>Er wordt aan de belanghebbende geen loon betaald;</al></li>
                <li nr="-"><al>Werkervaring met behoud van uitkering kan alleen ingezet
                                            worden indien door de plaatsing de
                                            concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                            beïnvloed en indien door de plaatsing geen verdringing
                                            plaatsvindt;</al></li>
                <li nr="-"><al>De belanghebbende heeft ingestemd om in het kader van
                                            een re-integratietraject werkervaring met behoud van
                                            uitkering op te doen;</al></li>
                <li nr="-"><al>In het diagnoseplan worden tenminste vastgelegd het doel
                                            van het werken met behoud van uitkering alsmede de wijze
                                            waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>De duur van een voortraject professionele zelfredzaamheid is
                                    maximaal 16 maanden</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 16 Duale trajecten voor inburgeraars</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een duaal traject opvoerders redzaamheid,
                                    sociale redzaamheid, professionele redzaamheid of educatieve
                                    redzaamheid voor inburgeraars aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het duale traject professionele voor inburgeraars bestaat in
                                    ieder geval uit:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Inburgeringsonderzoek</al></li>
                <li nr="-"><al>Trajectplan</al></li>
                <li nr="-"><al>Uitvoering duaal inburgeringstraject</al></li>
                <li nr="-"><al>Begeleiding</al></li>
                <li nr="-"><al>Afronden traject en overdracht</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De uitvoering van het traject koppelt het taalonderwijs direct
                                    aan activiteiten die betrekking hebben op de betreffende
                                    redzaamheid. De uitvoering gebeurt naar oordeel van de
                                    uitvoerder in overeenstemming met het college en de
                                    belanghebbende</al></li>
            <li nr="4."><al>De duur van een duaal traject voor inburgeraars is maximaal 30
                                    maanden.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 17 Maatschappelijke Participatie</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een traject maatschappelijke participatie
                                    aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het traject maatschappelijke participatie bestaat in ieder geval
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Diagnose leidende tot een diagnoseplan</al></li>
                <li nr="-"><al>Begeleiding in het kader van maatschappelijke
                                            participatie</al></li>
                <li nr="-"><al>Afronden traject en overdracht</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>Onder begeleiding in het kader van maatschappelijke
                                    participatieworden die activiteiten verstaan die de
                                    uitvoerder onderneemt ter ondersteuning van de belanghebbenden
                                    van en naar reeds bestaande gemeentelijke voorzieningen. De
                                    exacte inhoud van de begeleiding is afhankelijk van de
                                    belemmeringen van de belanghebbende en kan bestaan uit
                                    motivatiegesprekken, fysieke begeleiding naar gemeentelijke
                                    voorzieningen, afstemming met gemeentelijke voorzieningen en
                                    voortgangsgesprekken met cliënt. Dit gebeurt naar oordeel van de
                                    uitvoerder in overeenstemming met het college en de
                                    belanghebbende. </al></li>
            <li nr="4."><al>De duur van een traject maatschappelijke participatie is
                                    maximaal 12 maanden</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 18 Beroepsgerichte scholing inclusief bemiddeling</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een traject beroepsgerichte scholing inclusief
                                    bemiddeling aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het traject beroepsgerichte scholing inclusief bemiddeling
                                    bestaat in ieder geval uit:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Diagnose leidende tot een diagnoseplan</al></li>
                <li nr="-"><al>Begeleiding</al></li>
                <li nr="-"><al>Kwalificerende scholing gecombineerd met
                                            werkervaring</al></li>
                <li nr="-"><al>Bemiddeling</al></li>
                <li nr="-"><al>Nazorg</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De kwalificerende scholing is beroepsgericht en arbeidsrelevant
                                    en leidt tot een startkwalificatie. Daarnaast wordt de scholing
                                    gecombineerd met een praktijkelement, bijvoorbeeld in de vorm
                                    van werken met behoud van uitkering. Dit gebeurt naar oordeel
                                    van de uitvoerder in overeenstemming met het college en de
                                    belanghebbende. </al></li>
            <li nr="4."><al>Aan het werken met behoud van uitkering zijn de volgende
                                    voorwaarden verbonden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De duur van werken met behoud van uitkering in het kader
                                            van een traject beroepsgerichte scholing inclusief
                                            bemiddeling is maximaal 6 maanden;</al></li>
                <li nr="-"><al>Er wordt aan de belanghebbende geen loon betaald;</al></li>
                <li nr="-"><al>Werkervaring met behoud van uitkering kan alleen ingezet
                                            worden indien door de plaatsing de
                                            concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                            beïnvloed en indien door de plaatsing geen verdringing
                                            plaatsvindt;</al></li>
                <li nr="-"><al>De belanghebbende heeft ingestemd om in het kader van
                                            een re-integratietraject werkervaring met behoud van
                                            uitkering op te doen;</al></li>
                <li nr="-"><al>In het diagnoseplan worden tenminste vastgelegd het doel
                                            van het werken met behoud van uitkering alsmede de wijze
                                            waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></li>
                <li nr="5."><al>De duur van een traject beroepsgerichte scholing
                                            inclusief bemiddeling is maximaal 30 maanden</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 19 Beroepsgerichte scholing zonder bemiddeling</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een traject beroepsgerichte scholing zonder
                                    bemiddeling aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het traject beroepsgerichte scholing zonder bemiddeling bestaat
                                    in ieder geval uit:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>Diagnose leidende tot een diagnoseplan</al></li>
                <li nr="-"><al>Begeleiding</al></li>
                <li nr="-"><al>Kwalificerende scholing gecombineerd met
                                            werkervaring</al></li>
                <li nr="-"><al>Afronden traject en overdracht</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De kwalificerende scholing is beroepsgericht en arbeidsrelevant
                                    en leidt tot een startkwalificatie. Daarnaast wordt de scholing
                                    gecombineerd met een praktijkelement, bijvoorbeeld in de vorm
                                    van werken met behoud van uitkering. Dit gebeurt naar oordeel
                                    van de uitvoerder in overeenstemming met het college en de
                                    belanghebbende. </al></li>
            <li nr="4."><al>Aan het werken met behoud van uitkering zijn de volgende
                                    voorwaarden verbonden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De duur van werken met behoud van uitkering in het kader
                                            van een traject beroepsgerichte scholing zonder
                                            bemiddeling is maximaal 6 maanden;</al></li>
                <li nr="-"><al>Er wordt aan de belanghebbende geen loon betaald;</al></li>
                <li nr="-"><al>Werkervaring met behoud van uitkering kan alleen ingezet
                                            worden indien door de plaatsing de
                                            concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                            beïnvloed en indien door de plaatsing geen verdringing
                                            plaatsvindt;</al></li>
                <li nr="-"><al>De belanghebbende heeft ingestemd om in het kader van
                                            een re-integratietraject werkervaring met behoud van
                                            uitkering op te doen;</al></li>
                <li nr="-"><al>In het diagnoseplan worden tenminste vastgelegd het doel
                                            van het werken met behoud van uitkering alsmede de wijze
                                            waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>De duur van een traject beroepsgerichte scholing zonder
                                    bemiddeling is maximaal 24 maanden</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 20 Work First voor weigerachtigen</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een traject work first voor weigerachtigen
                                    aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het traject work first voor weigerachtigen bestaat in ieder
                                    geval uit werken met behoud van uitkering en begeleiding</al></li>
            <li nr="3."><al>Aan het werken met behoud van uitkering zijn de volgende
                                    voorwaarden verbonden:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>De duur van werken met behoud van uitkering in het kader
                                            van een traject beroepsgerichte scholing inclusief
                                            bemiddeling is maximaal 6 maanden;</al></li>
                <li nr="-"><al>Er wordt aan de belanghebbende geen loon betaald;</al></li>
                <li nr="-"><al>Werkervaring met behoud van uitkering kan alleen ingezet
                                            worden indien door de plaatsing de
                                            concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                            beïnvloed en indien door de plaatsing geen verdringing
                                            plaatsvindt;</al></li>
                <li nr="-"><al>De belanghebbende heeft ingestemd om in het kader van
                                            een re-integratietraject werkervaring met behoud van
                                            uitkering op te doen;</al></li>
                <li nr="-"><al>In het diagnoseplan worden tenminste vastgelegd het doel
                                            van het werken met behoud van uitkering alsmede de wijze
                                            waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="4."><al>De duur van een traject work first voor weigerachtigen is
                                    maximaal 6 maanden</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 21 Traject wachtlijst WSW-geïndiceerd</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een traject wachtlijst WSW-geïndiceerd
                                    aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het traject Wachtlijst WSW-geïndiceerd bestaat uit het aanbieden
                                    van werkzaamheden ter voorbereiding op instroom in de WSW. Dit
                                    gebeurt naar oordeel van de uitvoerder in overeenstemming met
                                    het college en de belanghebbende.</al></li>
            <li nr="3."><al>De maximale duur van een traject wachtlijst WSW-geïndiceerd is
                                    gelijk aan de wachttijd voor plaatsing WSW.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 22 Traject Direct naar Werk</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college kan een traject Direct naar Werk aanbieden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het traject Direct naar Werk bestaat uit het direct aanbieden
                                    van algemeen geaccepteerde arbeid, in dienst van de
                                    contractpartij en onder intensieve begeleiding, gericht op
                                    uitstroom naar reguliere arbeid;</al></li>
            <li nr="3."><al>De duur van een traject Direct naar Werk is maximaal 9 maanden
                                    na ingangsdatum contract</al><al/></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Voorzieningen voor (startende) zelfstandigen</vet>
          </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 23 Gevestigde zelfstandigen</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 eerste lid onder
                                    a en d van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004,
                                    kan een door het college noodzakelijk geachte voorziening
                                    geboden worden, gericht op:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>het behouden van het zelfstandig bestaan;</al></li>
                <li nr="b."><al>het beëindigen van het bedrijf of beroep als
                                            voortzetting van het bedrijf of beroep naar het oordeel
                                            van het college vanwege het ontbreken van
                                            levensvatbaarheid of een andere reden niet mogelijk is.
                                        </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Een voorziening als bedoeld in het eerste lid kan bestaan
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>ondersteuning en of begeleiding door een door het
                                            college aan te wijzen deskundige;</al></li>
                <li nr="b."><al>een financiële tegemoetkoming anders dan
                                            bedrijfskapitaal als bedoeld in het Besluit
                                            bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De duur van de ondersteuning en of begeleiding als bedoeld in
                                    het tweede lid bedraagt ten hoogste 24 maanden.</al></li>
            <li nr="4."><al>De kosten van de voorziening genoemd in het tweede lid bedragen
                                    in totaal ten hoogste € 5.000,--</al></li>
            <li nr="5."><al>Het college kan als de situatie van belanghebbende daartoe
                                    aanleiding geeft, afwijken van het gestelde in het derde of
                                    vierde lid. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 24Begeleiding en ondersteuning zelfstandigen bij het verkrijgen van bedrijfskapitaal</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 eerste lid onder
                                    a of c van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004,
                                    kan een door het college noodzakelijk geachte voorziening
                                    geboden worden, gericht op het verkrijgen van bedrijfskapitaal
                                    als bedoeld in het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
                                    2004.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een voorziening als bedoeld in het eerste lid kan bestaan
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>ondersteuning en of begeleiding door een door het
                                            college aan te wijzen deskundige;</al></li>
                <li nr="b."><al>een financiële tegemoetkoming anders dan
                                            bedrijfskapitaal als bedoeld in het Besluit
                                            bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De duur van de ondersteuning en of begeleiding als bedoeld in
                                    het tweede lid bedraagt ten hoogste 24 maanden.</al></li>
            <li nr="4."><al>De kosten van de voorziening genoemd in het tweede lid bedragen
                                    in totaal ten hoogste € 5.000,--</al></li>
            <li nr="5."><al>Het college kan als de situatie van belanghebbende daartoe
                                    aanleiding geeft, afwijken van het gestelde in het derde of
                                    vierde lid. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 25 Startende zelfstandigen</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 eerste lid onder
                                    b van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, kan een
                                    door het college noodzakelijk geachte voorziening geboden
                                    worden, gericht op de uitstroom naar een zelfstandig
                                    bestaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een voorziening als bedoeld in het eerste lid kan bestaan
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>ondersteuning en of begeleiding door een door het
                                            college aan te wijzen deskundige;</al></li>
                <li nr="b."><al>een financiële tegemoetkoming anders dan
                                            bedrijfskapitaal als bedoeld in het Besluit
                                            bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De duur van de ondersteuning en of begeleiding als bedoeld in
                                    het tweede lid bedraagt ten hoogste 24 maanden.</al></li>
            <li nr="4."><al>De kosten van de voorziening genoemd in het tweede lid bedragen
                                    in totaal ten hoogste € 5.000,--</al></li>
            <li nr="5."><al>Het college kan als de situatie van belanghebbende daartoe
                                    aanleiding geeft, afwijken van het gestelde in het derde en of
                                    vierde lid.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 26 Voorbereidingsperiode</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 lid 3 van het
                                    Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 kan tijdens de
                                    voorbereidingsperiode voor het starten van een bedrijf of
                                    zelfstandig beroep een door het college noodzakelijk geachte
                                    voorziening worden geboden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een voorziening als bedoeld in het eerste lid kan bestaan
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>ondersteuning en of begeleiding door een door het
                                            college aan te wijzen deskundige;</al></li>
                <li nr="b."><al>een financiële tegemoetkoming voor de aan de
                                            voorbereiding verbonden kosten, zoals bedoeld in artikel
                                            29 eerste lid van het Besluit bijstandsverlening
                                            zelfstandigen 2004.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De duur van de ondersteuning en of begeleiding genoemd in het
                                    tweede lid onder a bedraagt ten hoogste de termijn die genoemd
                                    wordt in artikel 2 lid 3 van het Besluit bijstandsverlening
                                    zelfstandigen 2004.</al></li>
            <li nr="4."><al>De kosten van de voorziening als bedoeld in het tweede lid onder
                                    a verbonden kosten bedragen in totaal niet meer dan €
                                    5.000,--.</al></li>
            <li nr="5."><al>De aan de voorbereiding verbonden kosten als bedoeld in het
                                    tweede lid onder b komen voor vergoeding in aanmerking voor
                                    zover deze kosten door het college als noodzakelijk worden
                                    beschouwd en niet meer bedragen dan € 3.000,--</al></li>
            <li nr="6."><al>De financiële tegemoetkoming, als bedoeld in tweede lid onder b
                                    wordt verleend overeenkomstig de bepalingen van artikel 29 lid 2
                                    en 3 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></li>
            <li nr="7."><al>Het college kan als de situatie van belanghebbende daartoe
                                    aanleiding geeft, afwijken van het gestelde in het derde, vierde
                                    lid of vijfde lid.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 27 Niet uitkeringsgerechtigden</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Aan een belanghebbende die aan te merken is als een niet
                                    uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 1 onder e kan ter
                                    voorbereiding voor het starten van een bedrijf of zelfstandig
                                    beroep een door het college noodzakelijk geachte voorziening
                                    worden geboden.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een voorziening als bedoeld in het eerste lid kan bestaan
                                    uit:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>ondersteuning en of begeleiding door een door het
                                            college aan te wijzen deskundige;</al></li>
                <li nr="b."><al>onderzoek en of uit te brengen advies door een door het
                                            college aan te wijzen deskundige.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>De duur van de ondersteuning en of begeleiding genoemd in het
                                    tweede lid onder a bedraagt ten hoogste de termijn die genoemd
                                    wordt in artikel 2 lid 3 van het Besluit bijstandsverlening
                                    zelfstandigen 2004.</al></li>
            <li nr="4."><al>De kosten van de voorziening als bedoeld in het tweede lid
                                    verbonden kosten bedragen in totaal niet meer dan €
                                    5.000,-.</al></li>
            <li nr="5."><al>Het college kan als de situatie van belanghebbende daartoe
                                    aanleiding geeft, afwijken van het gestelde in het tweede, derde
                                    lid en vierde lid.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>