<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344039_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening jeugdhulp gemeente Boekel 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-63143.html">Officiële bekendmakingen.nl d.d. 7 november 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp gemeente Boekel 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925">Jeugdwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740">Wet Gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-10-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/026184 AB/014009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening jeugdhulp gemeente Boekel 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 september
                        2014</al><al>gelet op de Jeugdwet en de Wet Gemeenschappelijke regelingen</al><al>overwegende dat </al><lijst><li nr="·"><al>de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van
                                goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd,
                            </al></li><li nr="·"><al>het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond
                                en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de
                                jeugdige zelf ligt; </al></li><li nr="·"><al>het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het
                                college te verlenen individuele voorzieningen en overige
                                voorzieningen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning
                                en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een
                                individuele voorziening, </al></li><li nr="·"><al>over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een
                                individuele voorziening wordt afgestemd met andere
                                voorzieningen, </al></li><li nr="·"><al>de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt
                                vastgesteld, </al></li><li nr="·"><al>voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een
                                individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede
                                misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, </al></li><li nr="·"><al>en regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de
                                prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een
                                kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering</al></li><li nr="·"><al>en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;</al></li></lijst><al>overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke
                        voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt,
                        de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale
                        netwerk;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><lijst><li nr="1."><al>Het Beleidsplan Jeugdhulp Gemeente Boekel 2015-2018 vast te
                                stellen</al></li><li nr="2."><al>Het college toestemming verlenen de Centrumregeling Jeugdhulp
                                Noordoost Brabant 2015 vast te stellen</al></li><li nr="3."><al>Vast te stellen de navolgende:</al></li></lijst><al><vet>Verordening jeugdhulp gemeente Boekel 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="-"><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                    Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                    ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="-"><al>basishulp: jeugdhulp waarvoor geen verleningsbeschikking nodig
                                    is en die wordt verleend door het basisteam;</al></li><li nr="-"><al>basisteam jeugd en gezin (basisteam): team van brede
                                    jeugdprofessionals die zelf jeugdhulp verlenen en zo nodig
                                    flexibele jeugdhulp of een individuele voorziening
                                    inzetten;</al></li><li nr="-"><al>flexibele jeugdhulp: jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet
                                    waarvoor geen verleningsbeschikking is vereist en die niet wordt
                                    verleend door het basisteam. In het geval sprake is van een PGB
                                    is ook voor flexibele jeugdhulp een verleningsbeschikking
                                    vereist.</al></li><li nr="-"><al>gesprek: gesprek als bedoeld in artikel 6;</al></li><li nr="-"><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan
                                    jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                    psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>individuele voorziening: de via een verleningsbeschikking of via
                                    een verwijsbericht van de huisarts, medisch specialist,
                                    jeugdarts, AMHK of gecertificeerde instelling, toegankelijke op
                                    de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulp in het kader
                                    van de Jeugdwet;</al></li><li nr="-"><al>melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 4,
                                    eerste lid;</al></li><li nr="-"><al>overige voorziening: basishulp en flexibele jeugdhulp;</al></li><li nr="-"><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de
                                    wet,zijnde een door het college verstrekt budget aan een
                                    jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die
                                    tot de individuele voorziening of de flexibele jeugdhulp behoort
                                    van derden te betrekken;</al></li><li nr="-"><al>verleningsbeschikking: een beschikking in de zin van de Algemene
                                    wet bestuursrecht afgegeven door een gemeente aan een jeugdige,
                                    waarmee die jeugdige in aanmerking komt voor jeugdhulp;</al></li><li nr="-"><al>verwijsbericht: een bericht van een verwijzer waarmee de
                                    jeugdige in aanmerking komt voor flexibele jeugdhulp of een
                                    bericht van de gecertificeerde instelling, AMHK, huisarts,
                                    medisch specialist of jeugdarts waarmee de jeugdige in
                                    aanmerking komt voor een individuele voorziening;</al></li><li nr="-"><al>verwijzer: huisarts, medisch specialist, jeugdarts,
                                    gecertificeerde instelling, basisteam jeugd en gezin, AMHK of
                                    een andere, door gemeenten aangewezen verwijzer;</al></li><li nr="-"><al>wet: Jeugdwet<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdhulp zonder verblijf en basisgeneralistische GGZ kunnen als
                                overige voorziening en als individuele voorziening beschikbaar
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jeugdhulp met verblijf en specialistische GGZ voor jeugdigen zijn
                                als individuele voorziening beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt bij nadere regeling vast welke overige en
                                individuele voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid
                                beschikbaar zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                                jeugdarts</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een
                                verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar
                                een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde
                                jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig
                                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de
                                te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan,
                                vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een
                                passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging
                                gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 6,
                                van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn
                                situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een
                                afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het
                                college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van
                                het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij
                                redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn
                                ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als
                                bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter
                                inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van
                                een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: </al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid,
                                ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de
                                hulpvraag;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;</al></li><li nr="c."><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met
                                        ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de
                                        hulpvraag te vinden;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
                                        voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking
                                        van een overige voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te
                                        verstrekken;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele
                                        voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het
                                        gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning,
                                        of werk en inkomen;</al></li><li nr="h."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
                                        gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond
                                        van de jeugdige en zijn ouders, en</al></li><li nr="i."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke
                                        bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die
                                        keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het
                                college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze
                                bijdrage wordt geïnd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van
                                zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
                                vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens
                                te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van
                                een gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                                onderzoek, bedoeld in artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de
                                jeugdige of zijn ouders een verslag van de uitkomsten van het
                                onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders
                                worden aan het verslag toegevoegd<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele
                                voorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag
                                wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken
                                als aanvraag als de jeugdige of zijn ouders dat op het verslag
                                hebben aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening
                                wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als
                                pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de
                                beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking tevens in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>welke andere of overige voorzieningen relevant zijn of
                                        kunnen zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een
                                pgb wordt in de beschikking tevens in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>welke andere of overige voorzieningen relevant zijn of
                                        kunnen zijn;</al></li><li nr="c."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                        pgb;</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="e."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                        bedoeld, en</al></li><li nr="f."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                        pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of
                                zijn ouders daarover in de beschikking geïnformeerd<cursief>.
                                </cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het
                                maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie
                                goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte
                                van een pgb wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen onder welke voorwaarden de
                                persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken
                                van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn
                                ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college
                                mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn
                                tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele
                                voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
                                aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als
                                het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
                                        hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                        gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                        voorziening of op het pgb zijn aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend
                                        is te achten;</al></li><li nr="d."><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden
                                        van de individuele voorziening of het pgb, of</al></li><li nr="e."><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het
                                        pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het
                                        is bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                                heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                                gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van
                                degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten
                                onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten
                                pgb.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                                blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                                aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van
                                pgb’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                                kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel></kop><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                            jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te
                            verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in
                            relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor
                            overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit
                            van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                            werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel, en</al><al>f.de inspanningen gericht op innovatie van het aanbod.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een
                                beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst
                                kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                vertrouwenspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inspraak en medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de
                                voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen
                                vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                                kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede
                                en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het gevoerde beleid wordt jaarlijks geëvalueerd. Het college zendt
                            hiertoe ten minste eenmaal per jaar na de inwerkingtreding van de
                            verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en
                            de effecten van de verordening in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp
                                    gemeente Boekel 2015</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 9 oktober 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>