<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR344007_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">elektronisch gemeenteblad d.d. 27-11-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 47 van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014,68719</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Sittard­Geleen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september
                        2014;</al><al>gezien het advies van het Sociaal Overleg;</al><al>gelet op artikel 47 van de Participatiewet; besluit vast te stellen</al><al>de Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Sittard-Geleen 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>cliëntenparticipatie minimabeleid: de gestructureerde wijze waarop
                                de gemeente de zelforganisatie van belanghebbenden betrekt in de
                                beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van de Participatiewet en
                                het integrale gemeentelijke minimabeleid;</al></li><li nr="2."><al>integraal gemeentelijk minimabeleid: de samenhangende wijze waarop
                                de gemeente in al haar beleid en verantwoordelijkheden werkt aan de
                                mogelijkheden tot gelijkwaardige maatschappelijke deelname van alle
                                mensen met een bijstandsuitkering of anderszins minimaal
                                inkomen;</al></li><li nr="3."><al>Stichting: de door het College als zodanig aangewezen en in deze
                                gemeente actief zijnde Stichting Sociaal Overleg als
                                belangenbehartiger van mensen met een bijstandsuitkering of
                                anderszins minimaal inkomen;</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstellingen</titel></kop><al>De cliëntenparticipatie minimabeleid heeft de volgende doelstellingen:</al><lijst><li nr="1."><al>het bewerkstelligen dat belanghebbenden bij de Participatiewet en
                                het integrale gemeentelijke minimabeleid vanuit een onafhankelijke
                                positie optimaal betrokken zijn bij de voorbereiding, uitvoering en
                                evaluatie van het (mede) voor hen gevoerde gemeentelijk
                                minimabeleid;</al></li><li nr="2."><al>het bijdragen aan de totstandkoming of verbetering van het integrale
                                gemeentelijke minimabeleid gericht op het realiseren van volwaardig
                                burgerschap en bieden van gelijke mogelijkheden aan mensen met een
                                bijstandsuitkering of anderszins minimaal inkomen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleidsterreinen</titel></kop><lid><lidnr> 1.</lidnr><al>In het kader van de cliëntenparticipatie minimabeleid wordt de Stichting
                            betrokken bij het gemeentelijke beleid met betrekking tot de
                            Participatiewet.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Stichting wordt tevens betrokken bij het integrale gemeentelijke
                            minimabeleid, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>voornemens, beleid of activiteiten van de gemeente gericht op
                                    het brengen van samenhang in het beleid op verschillende
                                    terreinen ten behoeve van mensen met een bijstandsuitkering of
                                    anderszins minimaal inkomen;</al></li><li nr="b."><al>het beleid op de terreinen die van invloed zijn op de
                                    mogelijkheden voor mensen met een bijstandsuitkering of
                                    anderszins minimaal inkomen, waaronder ten minste:</al><al/><al>sociale zaken en werkgelegenheid;</al><al>welzijn en volksgezondheid;</al><al>gemeentelijke heffingen en kwijtschelding.</al><al/></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het kader van de cliëntenparticipatie minimabeleid heeft de Stichting
                            tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van het College van
                            burgemeester en wethouders en de gemeenteraad over voorgenomen
                            beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen de Stichting in ieder geval om advies
                            bij de onderwerpen als bedoeld in artikel 3.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van invloed
                            kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in ieder geval in dat:</al><lijst><li nr="a."><al>bij nieuw beleid de Stichting tijdig om advies wordt gevraagd
                                    over de hoofdlijnen van dit beleid;</al></li><li nr="b."><al>bij evaluatie van beleid de Stichting tijdig om advies wordt
                                    gevraagd bij het opstellen van vragen die ten grondslag liggen
                                    aan de evaluatie.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Stichting heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende individuele
                            klachten, bezwaarschriften, andere zaken met betrekking tot een
                            individuele persoon en in zaken betreffende de uitvoering van het
                            beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken periodiek, doch ten minste twee keer
                            per jaar afspraken met de Stichting over:</al><lijst><li nr="a."><al>onderwerpen waarover de Stichting geconsulteerd wordt;</al></li><li nr="b."><al>de wijze en het moment waarop de Stichting in het
                                    beleidsvormingsproces wordt betrokken;</al></li><li nr="c ."><al>het budget van de stichting op basis van de Algemene
                                    Subsidieverordening Sittard-Geleen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de
                            gemeenteraad afwijken van het advies van de Stichting, wordt dit bij het
                            voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het
                            advies van de Stichting is afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen een vaste contactambtenaar aan als
                            aanspreekpunt voor de communicatie met de Stichting.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tussen de in het zevende lid bedoelde contactambtenaar en de Stichting
                            vindt periodiek, doch ten minste zes maal per jaar, overleg plaats.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Van overleg en afspraken met de Stichting doen burgemeester en
                            wethouders binnen acht weken schriftelijke rapportage aan de Stichting.
                            Daarbij wordt in ieder geval aangegeven wat er met de door de Stichting
                            gegeven adviezen is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders voorzien de Stichting zo tijdig mogelijk van
                            informatie dat het van invloed kan zijn op het naar behoren functioneren
                            van de Stichting. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is
                            om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen
                            te kunnen volgen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Indien de Stichting ophoudt binnen de gemeente actief te zijn, zullen
                            burgemeester en wethouders de totstandkoming van een vorm van
                            cliëntenparticipatie actief bevorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van de Stichting Sociaal Overleg is, voor zover
                            redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling
                            is van de bij de uitvoering van de Participatiewet betrokken personen.
                            Ze bestaat uit ervaringsdeskundigen (zijnde cliënten van het cluster
                            Sociale zaken), vertegenwoordigers van belangenorganisaties, leden op
                            persoonlijke titel (met aantoonbare affiniteit met de doelgroep).</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Stichting benoemt een onafhankelijke voorzitter een en ander conform
                            de statuten d.d. 23-07-2009.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Stichting haar statuten wijzigt, waardoor de doelstelling of
                            de samenstellingvan het bestuur wijzigt, dan is dit slechts mogelijk na
                            overleg met het College van burgemeester en wethouders. Indien dit
                            overleg niet leidt tot overeenstemming, dan behoudt het College van
                            burgemeester en wethouders zich het recht voor de aanwijzingvan de
                            Stichting als belangenbehartiger in te trekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Stichting komt ten minste zes maal per kalenderjaar in vergadering
                            bij elkaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen aan de Stichting zodanige middelen
                            ter beschikking dat de Stichting redelijkerwijze in staat kan worden
                            geacht om in het kader van de uitvoering van deze verordening de
                            belangen te behartigen van de in de gemeente woonachtige burgers met een
                            bijstandsuitkering of anderszins minimaal inkomen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De middelen als bedoeld in het eerste lid worden jaarlijks toegekend op
                            basis van de Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor niet reguliere activiteiten kan de Stichting bij burgemeester en
                            wethouders een projectsubsidie aanvragen</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Natuurlijke personen alsmede rechtspersonen die een belang hebben in de
                            gemeente kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk klachten
                            indienen over de uitvoering van deze verordening.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een behoorlijke behandeling
                            van klachten als bedoeld in het eerste lid.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie
                            Participatiewet Sittard-Geleen 2015</al><al/><al>Gelijktijdig wordt de verordening cliëntenparticipatie Wet Werk en
                            Bijstand en Wet investeren in jongeren van 16 december 2009
                            ingetrokken.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 november 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, drs. J. Vis</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, drs. G.J.M. Cox</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Algemene deel</vet></al><al>Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de
                    Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening regels
                    vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 7, eerste
                    lid, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de
                    ontwikkeling van het gemeentelijke beleid. Personen als bedoeld in artikel 7,
                    eerste lid, van de Participatiewet zijn personen:</al><lijst><li nr=""><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr=""><al>als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c, van de Wet
                            werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35, vierde
                            lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen
                            b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                            dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr=""><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr=""><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr=""><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr=""><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr=""><al>personen zonder uitkering; die voor de arbeidsinschakeling zijn
                            aangewezen op een door het College aangeboden voorziening.</al></li></lijst><al>Om een goede werking van de cliëntenparticipatie te waarborgen worden de leden
                    van de Stichting ondersteund en gefaciliteerd door de gemeente. De regering
                    hecht sterk aan actieve betrokkenheid van burgers die met de Participatiewet te
                    maken krijgen.</al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al>Artikel 1</al><al>Dit artikel omschrijft de voor de verordening van belang zijnde begrippen. Uit
                    de definitie van</al><al>het begrip Stichting volgt dat burgemeester en wethouders een bestaande
                    organisatie als</al><al>vertegenwoordigers aanwijzen van de personen, bedoeld in artikel 7 lid 1 van de
                    Participatiewet. Het gaat daarbij om een organisatie die in de gemeente actief
                    is en die zich ten doel stelt om de belangen te behartigen van de in de gemeente
                    woonachtige burgers met een bijstandsuitkering of anderszins minimaal
                    inkomen.</al><al>Is een dergelijke organisatie niet meer binnen de gemeente actief dan rust op
                    burgemeester en wethouders de inspanningsverplichting om de totstandkoming van
                    een organisatie, die de belangen van mensen met een bijstandsuitkering of
                    anderszins minimaal inkomen behartigt, te bevorderen. Zijn er meerdere
                    organisaties dan maken burgemeester en wethouders in overleg met de betrokken
                    partijen een keuze in overeenstemming met de doelstellingen van de verordening
                    zoals geformuleerd in artikel 2.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Dit artikel omschrijft de twee doelstellingen van de verordening. De verordening
                    beoogt in beginsel geen ruimere werking te hebben dan de wetgever voor ogen
                    stond bij het opnemen van de verplichting in artikel 47 van de Participatiewet
                    tot het regelen van cliëntenparticipatie in deze.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Dit artikel geeft de beleidsterreinen aan waarbij de Stichting wordt betrokken.
                    Een en ander volgt uit de wettelijke verplichting tot het regelen van
                    cliëntenparticipatie in artikel 47 van de Participatiewet. De aspecten van het
                    beleid (op de genoemde terreinen) waarbij de Stichting wordt betrokken
                    zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>de voorbereiding van het beleid;</al></li><li nr="2."><al>de uitvoering van het beleid;</al></li><li nr="3."><al>de evaluatie van het beleid.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 4</al><al>Dit artikel geeft aan op welke wijze de cliëntenparticipatie in de praktijk
                    wordt vormgegeven, met uitzondering van het ter beschikking stellen van
                    middelen. Dit laatste is geregeld in artikel 6. Het derde lid geeft invulling
                    aan het belang dat de Stichting tijdig wordt betrokken bij de totstandkoming van
                    beleid zodat het uitoefenen van invloed op het beleid op die wijze mogelijk is.
                    Het negende lid stelt de termijn vast waarbinnen burgemeester en wethouders
                    schriftelijk reageren naar aanleiding van overleg met en adviezen van de
                    Stichting. Het betreft een termijn van orde. Overschrijding van de termijn heeft
                    dan ook geen rechtsgevolgen. Het tiende lid draagt burgemeester en wethouders op
                    om de Stichting te voorzien van de voor de uitoefening van hun taak benodigde
                    informatie. Burgemeester en wethouders bepalen zelf de wijze waarop dit gebeurt.
                    In principe wordt de informatie schriftelijk, digitaal dan wel mondeling
                    rechtstreeks ter beschikking gesteld. Indien nodig dient de Stichting zelf zorg
                    te dragen voor het omzetten van de informatie naar een speciale leesvorm zoals
                    braille of grootletterschrift. De daartoe benodigde middelen stellen
                    burgemeester en wethouders beschikbaar conform het bepaalde in artikel 6.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>Artikel 5 lid 1: Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te
                    betrekken bij het beleid ligt het voor de hand een cliëntenvertegenwoordiging
                    samen te stellen die bestaat uit vertegenwoordigers van de doelgroepen zelf of
                    vertegenwoordigers uit belangenorganisaties. Om de actieve betrokkenheid van
                    alle personen goed tot zijn recht te kunnen laten komen, is het van belang dat
                    de cliëntenvertegenwoordiging een afspiegeling is van alle in artikel 7, eerste
                    lid, onderdeel a, van de Participatiewet genoemde doelgroepen. Een evenredige
                    vertegenwoordiging van bovengenoemde groepen in de Stichting is daarom het
                    uitgangspunt van deze verordening. Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk
                    is.</al><al>Artikel 5 lid 3 geeft aan, dat het College van burgemeester en wethouders de
                    aanwijzing van de Stichting als belangenbehartiger kan intrekken, indien de
                    Stichting haar statuten wijzigt waardoor de doelstelling wijzigt dan wel het
                    bestuur geen afspiegeling meer vormt van de cliënten van het cluster Sociale
                    Zaken en vertegenwoordigers van belangenorganisaties.</al><al/><al>Artikel 6</al><al>Burgemeester en wethouders stellen de stichting middelen ter beschikking voor
                    een adequate uitoefening van hun taken in het kader van deze verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>