<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR343988_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG GEMEENTE ZWOLLE 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 08-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Zwolle 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet artikel 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet studiefinanciering 2000</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten hoofdstuk 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 2014-11.24</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wanneer ontvangt iemand individuele studietoeslag ?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG GEMEENTE ZWOLLE 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek om een individuele studietoelage ex artikel 36b Pw wordt
                                ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verzoeker dient op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="a."><al>een persoon te zijn zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        onderdeel a Pw.</al></li><li nr="b."><al>18 jaar of ouder te zijn; en</al></li><li nr="c."><al>recht te hebben op studiefinanciering op grond van de Wet
                                        studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming
                                        op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                        onderwijsbijdrage en schoolkosten; en</al></li><li nr="d."><al>het bescheiden vermogen als bedoeld in artikel 34 Pw niet te
                                        overschrijden; en </al></li><li nr="e."><al>met voltijdse arbeid niet in staat te zijn tot het verdienen
                                        van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                                        arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verzoeker doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen
                                beweging mededeling van alle omstandigheden en feiten waarvan hem
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn
                                op zijn recht op individuele studietoelage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De verdiencapaciteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt of een persoon met voltijdse arbeid niet in
                                staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                                mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan advies inwinnen over de verdiencapaciteit van de
                                aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Individuele studietoelage per jaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvrager kan slechts eenmaal binnen een schooljaar in
                                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager gedurende het schooljaar begint of stopt
                                        met een studie, wordt de individuele studietoeslag naar
                                        evenredigheid vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De individuele studietoelage wordt ineens uitbetaald.</al></li><li nr="4."><al>Het college vordert de studietoelage terug voor zover de
                                        studietoelage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
                                        ontvangen. Het recht op terugvordering vervalt na 5
                                        jaar.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van individuele studietoelage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>een individuele studietoeslag bedraagt maximaal € 3.600 per
                                        jaar of zoveel minder als het college bepaalt. </al></li><li nr="2."><al>De individuele studietoeslag wordt geweigerd indien
                                        aanvrager </al><lijst><li nr="a."><al>beschikt over een neveninkomen van ten minste het
                                        maximumbedrag in het eerste lid.</al></li><li nr="b."><al>een studie kiest met weinig relevantie of perspectief voor
                                        de arbeidsmarkt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks
                                        geïndexeerd conform de ontwikkeling van de gehuwdennorm. De
                                        bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen artikel 3 of 4 lid 2 buiten
                                toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op
                                het belang van belanghebbende leidt tot onbillijkheid van
                                overwegende aard.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOELAGE GEMEENTE
                            ZWOLLE 2015</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><divisie><kop><titel>Aanleiding</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                            Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het
                            college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in
                            staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag
                            te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de
                            positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover
                            werkgevers dat iemand gemotiveerd is en iets in zijn mars heeft. Mensen
                            met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                            de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te
                            lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een
                            studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar
                            school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een
                            financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak
                            moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, 33
                            161, nr. 125, p. 2). </al></divisie><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                            bijzondere bijstand (artikel 5, sub d, Participatiewet). De individuele
                            studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                            inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat
                            ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. In artikel 11 van de
                            wet wordt aangegeven wie recht hebben op bijstand. Dit artikel is
                            eveneens van toepassing op de verstrekking van de studietoeslag. Hieruit
                            volgt dat alleen mensen die hier te lande verblijven recht hebben op de
                            inkomenstoeslag. Vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven en
                            die voldoen aan het gestelde in artikel 11 lid 2 en 3 recht hebben ook
                            een recht op een inkomenstoeslag.Artikel 13 van de wet bepaalt wie
                            uitgesloten zijn van het recht op bijstand. Het betreft hier zowel de
                            bijstand voor algemene bijstand als de bijzondere bijstand. Ook dit
                            artikel is van toepassing op de verstrekking van de inkomenstoeslag. Dus
                            geen recht op studietoeslag voor een gedetineerde, tenzij er sprake is
                            van een bijzondere vormen van detentie.</al><al><cursief>Plicht om te verordenen</cursief></al><al>De Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                            verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                            studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8,
                            eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de
                            betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                            Participatiewet). </al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                            bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen
                            die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar
                            hiertoe niet is gehouden. </al><al>De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een individuele
                            studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met
                            de studietoeslag schulden wil aflossen (Art 49 jo 36b, tweede lid
                            Participatiewet). De individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt
                            in de vorm van een voorschot. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                            personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                            Participatiewet. Dit zijn: </al><lijst><li nr="a)"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="b)"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen
                                    b en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid,
                                    onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar
                                    arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                                    dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste
                                    het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die
                                    twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                                    verleend; </al></li><li nr="c)"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet; </al></li><li nr="d)"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                    Algemene nabestaandenwet; </al></li><li nr="e)"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers, </al></li><li nr="f)"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen, en. </al></li><li nr="g)"><al>niet-uitkeringsgerechtigden. </al></li></lijst><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                            individuele studietoeslag verlenen. Een persoon dient op datum van de
                            aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b,
                            eerste lid, van de Participatiewet. Het college kan vanwege de
                            individuele omstandigheden van een persoon een individuele studietoeslag
                            verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de
                            aanvraag: </al><lijst><li nr="1."><al>18 jaar of ouder is; en</al></li><li nr="2."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten; en</al></li><li nr="3."><al>het bescheiden vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    Participatiewet niet overschrijdt; en </al></li><li nr="4."><al>met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                                    wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                                    arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                            WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                            studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                            studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                            leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in
                            de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van
                            een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het
                            recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                            persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De
                            aanvrager zal voor de toeslag aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                            studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                            beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                            opleiding te overleggen. </al><al><cursief>Formulier</cursief></al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet
                            worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek
                            moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier.
                            Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die
                            wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres
                            van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                            beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                            aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing
                            op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking
                            kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). De aanvrager is,
                            zowel ten tijde van het verzoek als gedurende de looptijd van de
                            individuele studietoeslag, verplicht om alle relevante inlichtingen aan
                            het college te verstrekken voor het vaststellen en uitbetalen van de
                            toeslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De verdiencapaciteit</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen
                            het college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                            omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het
                            geval indien een persoon voldoet aan de gestelde voorwaarden. </al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium, de zgn
                            verdiencapaciteit, wint het college eventueel advies in bij een externe
                            deskundige bijvoorbeeld het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            of de werkgever. Het gaat om advies over het oordeel of een persoon met
                            voltijdse arbeid wel of niet in staat is tot het verdienen van het
                            wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                            heeft. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Individuele studietoeslag per jaar</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal in een schooljaar in aanmerking komen
                            voor een individuele studietoeslag. Doorgaans starten opleidingen in
                            augustus en duurt het schooljaar tot augustus van het volgende
                            kalenderjaar. Voor de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking
                            komt voor een individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum
                            van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet). Studeert een persoon na afloop van het schooljaar nog
                            steeds en voldoet hij nog aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste
                            lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen
                            voor een individuele studietoeslag. Als de aanvrager gaandeweg het jaar
                            ophoudt met studeren, dient hij dit te melden aan het college en zal de
                            toeslag worden beëindigd vanaf het moment einde studie. De al betaalde
                            toeslag zal pro rata moeten worden terugbetaald</al><al>Indien de aanvrager halverwege het schooljaar instroomt, de zogenaamde
                            februari instroom, is het redelijk om de studietoelage naar
                            evenredigheid toe te kennen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van individuele studietoelage</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                            studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                            voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag
                            bedraagt maximaal € 3.600, - per jaar. De hoogte van het bedrag is
                            gebaseerd op de studieregeling van het UWV en stemt ongeveer overeen met
                            gemiddelde tijdsbesteding (11 u p.wk.) en bijbehorend loonniveau van een
                            bijbaantje. Als er sprake is van gehuwden die allebei afzonderlijk
                            voldoen aan de voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen
                            zij afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag. </al><al>Het vastgestelde jaar bedrag is een maximum voor het komende schooljaar.
                            Het college kan op grond van alle relevante omstandigheden en factoren
                            een lager bedrag toekennen. Gedacht kan worden aan een aanvrager die al
                            jaren een bijbaantje vervulde waarmee hij een lager bedrag verdiende,
                            bijvoorbeeld € 2.000, - per jaar. Indien deze aanvrager het bijbaantje
                            opgeeft om zich ten volle te richten op de studie, is een studietoeslag
                            ter grootte van de eerdere verdiensten ad € 2.000, - redelijk. Ook het
                            hebben van een bijbaantje of gering arbeidshandicap kan reden zijn tot
                            verlaging van de toe te kennen studietoelage. De vaststelling van de
                            studietoeslag is een inschatting van de omstandigheden voor de duur van
                            het komende jaar. Er wordt geen studietoelage gegeven als iemand al een
                            bijbaantje heeft waarmee hij evenveel of meer verdient. En ook niet als
                            iemand een studie kiest waarmee hij zijn kansen op de arbeidsmarkt
                            nauwelijks verhoogd.</al><al>In het laatste lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                            opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw
                            moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is
                            van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) intern duidelijk te
                            communiceren. We sluiten aan bij de verhoging van de gehuwdennorm.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hardheidclausule</titel></kop><al>In de verordening zijn de hoofdlijnen voor de studietoelage vastgelegd.
                            Er kunnen zich echter concrete gevallen voordoen waarin de verordening
                            niet voorziet. Artikel 5 bepaalt dat het college in dergelijke situaties
                            beslist in afwijking van de verordening. Redelijkheid is hierbij het
                            uitgangspunt. Bij de besluitvorming dient in de geest van de wet en de
                            verordening gehandeld te worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. De
                            nieuwe verordening gaat onmiddellijk werken voor alle gevallen. Vanaf
                            die datum geldt de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad om regels
                            in de verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
                            studietoeslag. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>