<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR343956_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014, 69037</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 803</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zeist;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september
                        2014;</al><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; </al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de: </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a"><al> dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een
                                gedeelte daarvan:</al></li><li nr="b"><al> week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="c"><al> maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="d"><al> jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="e"><al> vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                                persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al> De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of
                                de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat
                                voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.</al></li><li nr="2"><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de
                                gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                                voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of
                                diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste
                                lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder,
                                op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                                heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr="1"><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen
                                die in gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="2"><al>voorwerpen, ten algemenen nutte, ten behoeve van instellingen
                                van weldadigheid, van inrichtingen tot verpleging van zieken en
                                gebrekkigen of ten behoeve van politieke partijen ter ontplooiing
                                van politieke activiteiten;</al></li><li nr="3"><al> voorwerpen, welke aan of tegen de gevel zijn aangebracht en niet
                                meer dan 10 centimeter uitsteken boven de voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond;</al></li><li nr="4"><al> voorwerpen, ten behoeve van de inzameling van oud papier door
                                algemeen nut beogende instellingen, sportverenigingen, scholen en
                                andere niet-winstbeogende organisaties;</al></li><li nr="5"><al> spandoeken.</al></li></lijst><lijst><li nr="6"><al>voorwerpen welke rechtens moeten worden gedoogd.</al></li><li nr="7"><al>voorwerpen, die krachtens de bepalingen van de ‘Verordening op de
                                heffing en de invordering van reclamebelasting’ in de heffing van
                                reclamebelasting zijn betrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaven van heffing en belastingtarieven</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen
                        in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het
                        overigens in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot
                                een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een
                                gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></li><li nr="2"><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                                precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                                projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></li><li nr="3"><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld
                                op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het
                                voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></li><li nr="4"><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van
                                het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                                precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
                                vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
                                kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op
                                ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing
                                is.</al></li><li nr="5"><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
                                verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
                                precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
                                voordelige wijze.</al></li><li nr="6"><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening
                                van de precariobelasting:</al></li></lijst><lijst><li nr="a"><al> indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief,
                                maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week
                                gelijkgesteld met een week;</al></li><li nr="b"><al> indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief,
                                maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een
                                maand gelijkgesteld met een maand.</al></li><li nr="7"><al> Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
                                weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een
                                langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand
                                omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
                                van het belastingtijdvak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij
                            een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het
                            belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per
                        belastbaar feit eenafzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1"><al> In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de
                                precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="2"><al> In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de
                                precariobelasting verschuldigd bij het einde van het
                                belastingtijdvak.</al></li><li nr="3"><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                                verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4"><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                eindigt, bestaat er aanspraak op ontheffing voor de naar
                                jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting
                                als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van
                                de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.</al></li><li nr="5"><al> Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2"><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van
                                precariobelasting 2014’ van 29 oktober 2013, wordt ingetrokken met
                                ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2"><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3"><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4"><al> Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                precariobelasting 2015’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2014.</al></slotformulering><ondertekening>Mr. J. Janssen, griffier drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Gemeente Zeist</titel></kop><al><vet>Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2015</vet></al><al/><al>1 Voor een afschutting van gebouwen, muren of erven en</al><al> voor steigerwerk, alsmede voor een werk- of bergloods,</al><al> een keet of ander gebouw of getimmerte of enig ander</al><al>werktuig ten dienste van bouwwerken en voor de </al><al> ruimte, ingenomen door containers, grind, stenen, zand</al><al> of andere bouwmaterialen, puin en dergelijke,</al><al> per vierkante meter:</al><lijst><li nr="1.1"><al> per dag € 0,60</al></li><li nr="1.2"><al> per week € 2,15</al></li><li nr="1.3"><al>per maand € 6,45</al></li></lijst><al/><al>2 Voor banken, stoelen of andere voorwerpen, bestemd</al><al> om als zitplaats te dienen en voor de daarbij behorende</al><al> tafels, per vierkante meter:</al><lijst><li nr="2.1"><al> per maand € 3,15</al></li><li nr="2.2"><al> per jaar € 31,90</al></li></lijst><al/><al>3 Voor tentoonstellingstenten en dergelijke, per vierkante</al><al> meter in gebruik genomen ruimte:</al><lijst><li nr="3.1"><al> per dag € 0,30</al></li><li nr="3.2"><al> per week € 0,80</al></li><li nr="3.3"><al> per maand € 2,40</al></li></lijst><al/><al>4 Voor een standplaats ten behoeve van de verkoop van </al><al> bloemen, verversingen en ander klein koopwaar, onge- </al><al> acht of de verkoop plaatsheeft in een kiosk, kraam of derge-</al><al> lijke inrichting, per vierkante meter:</al><al>4.1Voor een standplaats, welke wordt ingenomen gedurende</al><al>ten hoogste vijf hele dagen per week:</al><al>4.1.1 per dag € 1,55</al><al>4.1.2 per week € 7,30</al><al>4.1.3 per maand € 22,20</al><al>4.2 Voor een standplaats, welke wordt ingenomen gedurende</al><al> tenminste zes hele dagen per week en welke na de ope-</al><al> ningsuren niet van de voor de openbare dienst bestemde</al><al>4. grond wordt verwijderd, per jaar € 52,95</al><al>4.3 Voor uitgestalde zaken langs en aan gevels, per vierkante meter:</al><al>4.3.1 per dag € 1,55</al><al>4.3.2 per week € 7,30</al><al>4.3.3 per maand € 22,20</al><al/><al>5 Voor een automaat of soortgelijke inrichting, per halve </al><al>meter breedte, per jaar € 16,85</al><al/><al>6 Voor een ondergrondse benzine- of olietank met pomp-</al><al>installatie, al of niet ingericht voor de meting van afgetapte</al><al>vloeistoffen, met de daarbij behorende leidingen of buizen,</al><al>per jaar € 211,40</al><al/><lijst><li nr="7"><al> Voor een ondergrondse benzine- of olietank met de daarbij</al><al> behorende leidingen of buizen, per jaar € 105,70</al><al/></li><li nr="8"><al> Voor een benzine- of oliepomp, al of niet ingericht voor de</al></li></lijst><al>meting van afgetapte vloeistoffen, met de daarbij behorende </al><al>leidingen of buizen, per jaar € 105,70</al><al/><al/><al>9 Voor een bovengrondse, al of niet verplaatsbare olie- of</al><al> benzinetank, al of niet ingericht voor de meting van afgetapte</al><al> vloeistoffen, per jaar € 105,70</al><al/><al>10 Voor een lucht- of waterpomp (zgn. ‘servicezuil’), per jaar € 16,85</al><al/><al>11 Voor een ondergrondse draadgeleiding per strekkende meter:</al><al>11.1 per maand € 0,45</al><al>11.2 per jaar € 2,15</al><al/><al>12 Voor een bovengrondse draadgeleiding, met uitzondering </al><al> van die welke is aangebracht ten behoeve van feestverlich-</al><al> ting, alsmede de feestverlichting op zich, per strekkende meter:</al><al>12.1 per maand € 0,60</al><al>12.2 per jaar € 4,30</al><al/><al>13 Voor een lichtbak, uithangbord of ander tot reclame dienend</al><al> voorwerp, behoudens het bepaalde onder 14, per vierkante</al><al> meter voor reclame bestemde oppervlakte van het voorwerp,</al><al> per jaar € 6,45</al><al/><al>14 Voor voorwerpen - ter aankondiging van evenementen, mani-</al><al> festaties, voorstellingen en dergelijke – langs de openbare weg,</al><al> per vierkante meter oppervlakte van het voorwerp:</al><al>14.1 per dag € 0,30</al><al>14.2 per week € 2,15</al><al/><al>15 Voor voorwerpen waarvoor in deze tarieventabel geen afzon-</al><al>derlijk tarief is opgenomen, per vierkante meter:</al><al>15.1 per dag € 1,55</al><al>15.2 per week € 7,30</al><al>15.3 per maand € 22,20</al><al/><al/><al>Behorende bij raadsbesluit van 11 november 2014.</al><al>De griffier,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>