<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR343844_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Veldhoven 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://l">Gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Veldhoven 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.3, 2.1.4 lid 1, 2 en 3, art. 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging, art. 15, art. 17, art. 28</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15.162</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Veldhoven 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1:</nr><titel>Begrippen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening
                                            waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat
                                            de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had,
                                            zou (hebben kunnen) beschikken;</al></li><li nr="b."><al>Besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                            Veldhoven;</al></li><li nr="c."><al>bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel
                                            2.1.4, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="d."><al>CVV: collectief vraagafhankelijk vervoer</al></li><li nr="e."><al>Gemeenschappelijke ruimte(n): gedeelte(n) van een
                                            woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden
                                            woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de
                                            cliënt of waar deze zijn hoofdverblijf heeft vanaf de
                                            toegang tot het woongebouw te bereiken. Hieronder
                                            begrepen ruimten voor gemeenschappelijk gebruik zoals
                                            een keuken of recreatieruimte;</al></li><li nr="f."><al>hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning
                                            als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de
                                            wet;</al></li><li nr="g."><al>ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de
                                            gemeente Veldhoven;</al></li><li nr="h."><al>melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het
                                            college;</al></li><li nr="i."><al>onverwijld: zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval
                                            binnen vijf werkdagen;</al></li><li nr="j."><al>persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de
                                            omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid,
                                            onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en
                                            aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn
                                            mening het meest is aangewezen;</al></li><li nr="k."><al>pgb: persoonsgebonden budget</al></li><li nr="l."><al>Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;</al></li><li nr="m."><al>voorliggende voorziening: voorziening waarmee aan de
                                            hulpvraag wordt tegemoetgekomen en die voorgaat op een
                                            maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="n."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    wet, het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de
                                    Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2:</nr><titel>Melding, onderzoek en aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt vormvrij bij het
                                    college worden gemeld. </al></li><li nr="2."><al>Het college bevestigt de ontvangst van de melding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van gratis
                                    cliëntondersteuning. </al></li><li nr="2."><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het
                                    onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis
                                    cliëntondersteuning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Persoonlijk plan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid tot het
                                    indienen van een persoonlijk plan en stelt hem gedurende zeven
                                    dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het college betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek als
                                    bedoeld in artikel 6 van deze Verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatie en identificatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college
                                    de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en
                                    waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al></li><li nr="2."><al>Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6, stelt het college de
                                    identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als
                                    bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt
                                    gevoerd met de cliënt, dan wel zijn vertegenwoordiger, voor
                                    zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn
                                    familie. </al></li><li nr="2."><al>De factoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de Wet
                                    maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de
                                    basis van het gesprek als bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt dan wel diens
                                    vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te
                                    kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het college wijst de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger op de
                                    mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 8 of artikel
                                    9 in te dienen. </al></li><li nr="5."><al>Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger
                                    een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek,
                                    als bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="6."><al>Als de hulpvraag voldoende bekend is, kan het college
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de Wet, in
                                    overleg met de cliënt afzien van een gesprek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn
                                    voor het onderzoek, degene door of namens wie een melding is
                                    gedaan of een aanvraag is ingediend, of bij gebruikelijke hulp
                                    diens relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                            college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                            bevragen.</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip
                                            door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                            bevragen en/of onderzoeken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie
                                    om advies vragen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een melding of aanvraag betreft van een persoon die
                                            niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie
                                            niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 6 is
                                            gevoerd.</al></li><li nr="b."><al>het een melding of aanvraag betreft van een persoon die
                                            wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek
                                            zoals bedoeld in artikel 6 heeft gevoerd, maar waarvan
                                            de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat
                                            die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een
                                            voorziening of de soort van voorziening kunnen
                                            beïnvloeden.</al></li><li nr="c."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvraag Maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan
                                    nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is
                                    uitgevoerd binnen zes weken na de ontvangst van de melding.
                                </al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan door of namens een
                                    cliënt schriftelijk bij het college worden ingediend. </al></li><li nr="3."><al>De cliënt die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening,
                                    verstrekt het college desgevraagd terstond een document als
                                    bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter
                                    inzage. </al></li><li nr="4."><al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het
                                    college vastgesteld aanvraagformulier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Aanvraag persoonsgebonden budget</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 8 omvat een aanvraag voor een
                            maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb in elk geval een zorg- en
                            budgetplan volgens een door het college vastgesteld format waarin de
                            cliënt aangeeft:</al><lijst><li nr="1."><al>wat hij met het pgb wenst in te kopen;</al></li><li nr="2."><al>waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te
                                    ontvangen;</al></li><li nr="3."><al>indien van toepassing: wie hij heeft gemachtigd om zijn belangen
                                    ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb
                                    verbonden taken uit te voeren;</al></li><li nr="4."><al>bij wie de cliënt de zorg/ondersteuning wenst in te kopen;</al></li><li nr="5."><al>een gespecificeerde offerte of een overzicht waaruit blijkt wat
                                    de gewenste zorg/ondersteuning kost.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3:</nr><titel>Maatwerkvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Criteria voor maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of
                                    psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet
                                    voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en
                                    voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het
                                    college niet kan verminderen of wegnemen</al><lijst><li nr="i."><al>op eigen kracht;</al></li><li nr="ii."><al>met gebruikelijke hulp;</al></li><li nr="iii."><al>met mantelzorg;</al></li><li nr="iv."><al>met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk;</al></li><li nr="v."><al>met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen;
                                    of</al></li><li nr="vi."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van
                            het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende
                            bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
                            wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in
                            de eigen leefomgeving kan blijven, en/of </al><lijst><li nr="b."><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale
                                    problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                    dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg
                                    van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar
                                    het oordeel van het college niet kan verminderen of
                                    wegnemen</al><lijst><li nr="i."><al>op eigen kracht;</al></li><li nr="ii."><al>met gebruikelijke hulp;</al></li><li nr="iii."><al>met mantelzorg;</al></li><li nr="iv."><al>met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk; of</al></li><li nr="v."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen. </al></li></lijst></li></lijst><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van
                            het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende
                            bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                            wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt
                            in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te
                            handhaven in de samenleving.</al><lijst><li nr="2."><al>Recht op een maatwerkvoorziening bestaat slechts voor zover deze
                                    als de goedkoopst compenserende voorziening kan worden
                                    aangemerkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorwaarden en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de cliënt een beroep kan doen op een
                                            voorliggende voorziening om de beperkingen weg te
                                            nemen;</al></li><li nr="b."><al>voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke
                                            hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit
                                            zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene
                                            voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;</al></li><li nr="d."><al>indien de voorziening voor een persoon als cliënt
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="e."><al>indien het een voorziening betreft die de cliënt na de
                                            melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of
                                            geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk
                                            toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog
                                            kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op een
                                            voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het
                                            kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de
                                            normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet
                                            verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte
                                            voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                            omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                            rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk
                                            tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;</al></li><li nr="g."><al>voor zover deze niet in overwegende mate op het individu
                                            is gericht;</al></li><li nr="h."><al>indien de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt
                                            redelijkerwijs vermijdbaar was;</al></li><li nr="i."><al>indien de voorziening voorzienbaar was en van de cliënt
                                            redelijkerwijs verwacht kon worden maatregelen te hebben
                                            getroffen die de hulpvraag overbodig hadden
                                            gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en
                                    participatie wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>als deze niet langdurig noodzakelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente
                                            Veldhoven.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Geen woonvoorziening wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien het een woonvoorziening betreft in
                                            gemeenschappelijke ruimte van woongebouwen die specifiek
                                            op mensen met beperkingen gericht zijn of die in de
                                            praktijk bewoond wordt door een specifieke groep en
                                            waarvan vast staat dat de voorziening niet voldoet aan
                                            de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke
                                            voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele
                                            bepalingen geldende vereisten en waarvan is aangetoond
                                            dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan die
                                            vereisten niet nodig is. </al></li><li nr="b."><al>voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van
                                            de in de woning gebruikte materialen;</al></li><li nr="c."><al>indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing
                                            waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van
                                            beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er
                                            naar het oordeel van het college geen andere belangrijke
                                            reden voor verhuizing aanwezig is;</al></li><li nr="d."><al>indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of
                                            haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning,
                                            tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is
                                            verleend door het college.</al></li><li nr="e."><al>indien het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
                                            betreft, anders dan automatische deuropeners,
                                            hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke
                                            toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of
                                            vlonders, dit alles ten behoeve van het bereiken van de
                                            eigen woning, of het aanbrengen van een opstelplaats
                                            voor rolstoelen bij de toegangsdeur van de
                                            gemeenschappelijke ruimte;</al></li><li nr="f."><al>als voorzieningen bij nieuwbouw of renovatie zonder
                                            noemenswaardige meerkosten kunnen worden
                                            meegenomen;</al></li><li nr="g."><al>ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
                                            kloosters, tweede woningen, vakantie- en
                                            recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde
                                            kamers;</al></li><li nr="h."><al>Indien de cliënt niet zijn hoofdverblijf heeft in de
                                            woning ten behoeve waarvan de maatwerkvoorziening wordt
                                            aangevraagd; </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een pgb is niet mogelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende
                                            situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het bieden van een keuze voor het pgb negatieve
                                            gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het
                                            systeem van de desbetreffende maatwerkvoorzieningen in
                                            natura;</al></li><li nr="c."><al>voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het
                                            buitenland, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming
                                            is gegeven door het college;</al></li><li nr="d."><al>voor zover deze is bedoeld voor begeleidings- of
                                            administratiekosten in verband met het pgb.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aanvullende criteria vervoersvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening voor vervoer in
                                    aanmerking komen wanneer beperkingen, chronische psychische
                                    problemen of psychosociale problemen het gebruik van CVV
                                    onmogelijk maken of als blijkt dat (enkel) CVV niet adequaat is
                                    voor de cliënt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het vorige lid kan, aan de cliënt waarvoor CVV
                                    een adequate voorziening is maar hij geen gebruik wenst te maken
                                    van CVV, toch in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening
                                    voor vervoer indien de cliënt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf de datum
                                            van bekendmaking van het besluit tot toekenning, afziet
                                            van het gebruik van het CVV; en</al></li><li nr="b."><al>de voorziening is bedoeld voor aanpassing van de eigen
                                            auto of brommobiel; en</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening niet duurder is dan het bedrag
                                            dat het college vaststelt in het Besluit.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een te verstrekken vervoersvoorziening ter compensatie van de
                                    beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie stelt de
                                    cliënt in staat zich lokaal te verplaatsen in de directe woon-
                                    en leefomgeving in het kader van het leven van alledag met een
                                    omvang van maximaal 1500 tot 2000 kilometer per jaar.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van lid 3 geldt een maximum van 700 zones bij
                                    verstrekking van een vervoersvoorziening bestaande uit CVV.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf</titel></kop><al>Een cliënt kan gedurende maximaal drie etmalen per week in aanmerking
                            komen voor kortdurend verblijf als:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt is aangewezen op ondersteuning met permanent toezicht,
                                    en </al></li><li nr="b."><al>de mantelzorger door het overstijgen van het gebruikelijke,
                                    redelijkerwijs van hem te verwachten toezicht overbelast dreigt
                                    te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening,
                                    wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb
                                    wordt verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura
                                    vermeldt de beschikking in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het
                                            beoogde resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>de ingangsdatum en duur van de verstrekking;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van
                                    pgb vermeldt de beschikking in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>aan welk resultaat het pgb kan worden besteed;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                            pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe dit tot stand is
                                            gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarop het pgb ziet;
                                        </al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                            pgb.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening
                                    wordt aangegeven of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en
                                    zo ja, de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten,
                                    zoals de kostprijs van de voorziening.</al></li><li nr="5."><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening
                                    wordt aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden
                                    gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het pgb wordt zo vastgesteld dat de cliënt daarmee een adequate
                                    voorziening kan kopen, huren of betrekken die gelijkwaardig is
                                    aan een voorziening in natura. </al><al>Maximumbedrag van het pgb is het bedrag dat het college aan haar
                                    leverancier of aanbieder betaalt voor de goedkoopst
                                    compenserende voorziening in natura inclusief bijkomende
                                    kosten.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt in het Besluit nadere regels vast over het
                                    pgb, waaronder de hoogte van pgb-tarieven, de wijze waarop de
                                    hoogte van een pgb wordt vastgesteld, de kwaliteitseisen bij een
                                    pgb en de eisen van bekwaamheid aan de budgethouder.</al></li><li nr="3."><al>Voor wat betreft de looptijd dan wel de afschrijvingsduur van
                                    een pgb voor hulpmiddelen wordt in beginsel aansluiting gezocht
                                    bij de afschrijvingstermijn zoals die wordt gehanteerd door de
                                    leveranciers met wie de gemeente een contract heeft. </al></li><li nr="4."><al>Een cliënt ten behoeve van wie een pgb wordt verstrekt, kan
                                    diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                                    maatwerkvoorzieningen onder de volgende voorwaarden betrekken
                                    van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of andere
                                    die niet aan te merken zijn als professionele
                                    zorgaanbieder::</al><lijst><li nr="a."><al>deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn
                                            diensten dan een professionele zogaanbieder;</al></li><li nr="b."><al>tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het
                                            pgb worden betaald.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan in het Besluit nadere regels vaststellen welke
                                    zorgaanbieders niet zijn aan te merken als professionele
                                    zorgaanbieder zoals bedoeld in lid 4. </al></li><li nr="6."><al>Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te
                                    worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is
                                    verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de
                                    verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve
                                    van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in het Besluit nadere regels stellen met
                                    betrekking tot de controle op de besteding.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4:</nr><titel>Bijdrage in de kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bijdrage in de kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een algemene voorziening, niet
                                            zijnde cliëntondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>voor een maatwerkvoorziening, zolang hij over de
                                            maatwerkvoorziening beschikt of gedurende de periode
                                            waarvoor het pgb wordt verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de
                                    voorziening. </al></li><li nr="3."><al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan
                                    de prijs, inclusief bijkomende kosten, waarvoor de gemeente de
                                    maatwerkvoorziening afneemt van een aanbieder.</al></li><li nr="4."><al>De kostprijs van een pgb is gelijk aan het verstrekte
                                    pgb-bedrag.</al></li><li nr="5."><al>De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de
                                    kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in
                                    het Uitvoeringsbesluit.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan met inachtneming van lid 1 tot en met 5 nadere
                                    regels vaststellen over de hoogte en de duur van de bijdrage in
                                    de kosten en kan hierbij differentiatie aanbrengen per doelgroep
                                    en/of soort voorziening. </al></li><li nr="7."><al>Het college stelt in het Besluit vast welke instantie de
                                    bijdrage voor opvang vaststelt en int. </al></li><li nr="8."><al>Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden
                                    budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor
                                    een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd
                                    door:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene
                                            tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het
                                            Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen,</al></li><li nr="b."><al>en degene die anders dan als ouder samen met de ouder
                                            het gezag uitoefent over een cliënt.</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage
                                    verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn
                                    ontheven of ontzet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Compensatie algemeen gebruikelijke kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanbieder van een algemene of maatwerkvoorziening kan aan de
                                    cliënt een bijdrage vragen ter gehele of gedeeltelijke
                                    compensatie van de algemeen gebruikelijke kosten die de cliënt
                                    uitspaart doordat deze onderdeel uitmaken van de algemene of
                                    maatwerkvoorziening, voor zover dat tussen college en aanbieder
                                    is afgesproken. Het gaat hierbij in ieder geval om algemeen
                                    gebruikelijke kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van consumpties en maaltijden;</al></li><li nr="b."><al>voor het gebruik van materialen bij dagbesteding;</al></li><li nr="c."><al>voor het gebruik van vervoer;</al></li><li nr="d."><al>voor uitstapjes.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De compensatie, bedoeld in het vorige lid, wordt vastgesteld op
                                    basis van objectieve criteria, zoals door het NIBUD berekende
                                    kosten voor levensonderhoud, vol tarief van het openbaar
                                    vervoer. </al></li><li nr="3."><al>De aanbieder informeert de cliënt over de verschuldigdheid en
                                    hoogte van de bijdrage.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5:</nr><titel>Kwaliteit en veiligheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen,
                                    waaronder voldoende deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                    begrepen, door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke
                                            situatie van de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                            zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                            werkzaamheden in het kader van het leveren van
                                            voorzieningen handelen in overeenstemming met de
                                            professionele standaard. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de
                                    kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                                    deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe
                                    op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                    aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo
                                    nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de
                                    geleverde voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                    prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven
                                    die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder
                                    geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie
                                            tot de zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van
                                            het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                            werkoverleg; en</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van personeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                    prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven
                                    die het hanteert voor door derden te leveren overige
                                    voorzieningen, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en</al></li><li nr="b."><al>de eventuele extra taken die in verband met de
                                            voorziening van de leverancier worden gevraagd,
                                            zoals:</al><lijst><li nr="i."><al>aanmeten, leveren en plaatsen van de
                                                  voorziening;</al></li><li nr="ii."><al>instructie over het gebruik van de
                                                  voorziening;</al></li><li nr="iii."><al>onderhoud van de voorziening, en</al></li><li nr="iv."><al>verplichte deelname in bepaalde
                                                  samenwerkingsverbanden.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een regeling treffen voor het melden van
                                    calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een
                                    voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend
                                    ambtenaar aan als bedoeld in artikel 6.1 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat
                                    zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening
                                    onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten
                                    en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen
                                    van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6:</nr><titel>Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                            waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente Veldhoven
                            bestaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7:</nr><titel>Klachten, medezeggenschap en inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de
                                    afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle
                                    voorzieningen. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe
                                    op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                    aanbieders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Medezeggenschap</titel></kop><al>Aanbieders mogen een regeling vaststellen voor de medezeggenschap van
                            cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de
                            gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in
                                    ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de
                                    voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de
                                    Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop
                                    inspraak wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                    voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de
                                    besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                                    betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van
                                    ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></li><li nr="3."><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                    periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                    aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                    deelname aan het overleg benodigde informatie en
                                    ondersteuning.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit
                                    artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8:</nr><titel>Overgangsrecht en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Nadere regels en hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend,
                                    waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd ter zake van de uitvoering van deze
                                    verordening en de daarop berustende besluiten nadere regels te
                                    stellen, overeenkomsten met derden aan te gaan en algemene
                                    voorwaarden op te stellen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt
                                    afwijken van de bepalingen van deze verordening indien
                                    toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                    aard leidt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en door het college vastgestelde bedragen verhogen of
                            verlagen. Het College stelt in het Besluit vast op welke wijze de bij of
                            krachtens deze verordening geldende tarieven en bedragen worden
                            geïndexeerd. Het college kan per voorziening bepalen welke prijsindex
                            hierbij wordt gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Veldhoven 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>